De breekbeentalende verhikker

TOEN ILJA PFEIJFFER in 1998 als dichter debuteerde, maakte hij al in zijn eerste gedicht duidelijk wat voor soort poëzie hij wilde schrijven....

Het leven dient in al zijn facetten met gulzigheid genoten te worden, de dichter mag zwelgen in beelden en klanken, het verhevene en het laag-bij-de- grondse kunnen in een Bruegheliaanse wanorde met elkaar worden verbonden. Terecht kreeg Pfeijffer voor die eerste bundel de Buddingh'-prijs.

Het afgelopen jaar heeft Pfeijffer enkele malen in de schijnwerpers gestaan, vooral toen hij in Bzzlletin probeerde aan te tonen dat moeilijke poëzie altijd beter is dan gemakkelijke, een bewering die door vlotte podiumtijgers als Bart Droog, Olaf Zwetsloot en Ruben van Gogh hoog werd opgenomen. Inderdaad overspeelde Pfeijffer hier zijn hand, wat met name bleek uit zijn nuchtere analyse van een zogenaamd moeilijk gedicht van hemzelf: kennelijk was het gedicht helemaal niet moeilijk en had Pfeijffer gewoon een paar literaire trucjes toegepast. Wat er na analyse uiteindelijk bleek te staan, was niet erg indrukwekkend. Als lezer voel je je dan beetgenomen en grijp je liever naar een eenvoudig gedicht dat wél diepzinnig is.

Er bestaan blijkbaar verschillende soorten duisterheid. Bij dichters als Lucebert en Kees Ouwens krijg je de indruk dat wat er gezegd wordt alleen maar op deze ene ondoorgrondelijke wijze geformuleerd kan worden, en dat de dichter zelf ook niet in staat is uit te leggen wat hij ermee bedoelt. In die zin heeft de dichter nauwelijks een voorsprong op zijn lezers. Bij Pfeijffer vermoed je soms dat hij donders goed weet wat hij wil zeggen, maar dat hij dit expres zo vreemd mogelijk opschrijft. Het werk van Lucebert raakt de lezer op een onderbewuste manier tot in zijn tenen, bij Pfeijffer is het eerder het intellect dat wordt aangesproken.

Maar dat is helemaal niet erg, want wat Pfeijffer in Het glimpen van de welkwiek te bieden heeft is rijk, virtuoos, geestig en muzikaal. De bundel begint met een hilarische gebruiksaanwijzing: 'gelukwens op u aankop van de wonderW? voor ingebrukneem steker in contact bevestigen met aardding (. . .) gewis ontzekering vervolg bevelen in val bestandig onvertoon of minnen functioneren staken en zovoort de maker van beklach in hoogte stelen.' De dichter is een maker, de lezer weet niet altijd hoe de gedichten zullen functioneren, en in het contact tussen fabrikant en consument gaat weleens iets mis. Maar juist waar de communicatie ontspoort, wordt de verbeelding geprikkeld.

Zowel op de achterflap als in het eerste gedicht introduceert de dichter zichzelf als een moderne Lucifer. Zong Mick Jagger in Sympathy for the Devil: 'What's puzzling you is just the nature of my game', deze dichter sluit zich daar graag bij aan: 'maar wat u puzzelt is de natuur van mijn spel'. Met duivels genoegen wil hij ons verleiden:

of u mij maar wilt volgen stadsgenoten ik zal u diep

vervoeren mijn listen en lagen uw en mijn lachen

het slechtste gezelschap laat u voelen dat u mens

onder mensen bent het genoegen is geheel

mijnerzijds laat alles zinnen zijn

In zijn vorm heeft Pfeijffer zich door Lucebert laten inspirereren: geen hoofdletters of leestekens, meestal oeverloze regels en strofen zonder duidelijke structuur (behalve in een reeks sonnetten), een voorliefde voor apokoinou-constructies, rare woorden en een overdaad aan klankeffecten. In interviews heeft hij meermalen verteld hoe Luceberts regels 'de oude meepse barg/ ligt nimmermeer in drab' door hem als een mantra werden gekoesterd, juist omdat hij er geen woord van begreep. In de bundel vinden we enkele gedichten die voor het grootste deel uit lekker klinkende onzin bestaan:

hoor hoe de hoge horrelaar zijn hoeven scherpt en schorrelt

het uur is uur en achter muren kribbelt ras de valende

de breekbeentalende verhikker van klein leed en groot

In een ander gedicht worden consequent de spaties op de verkeerde plaats gezet. De titel, '-ta lainota laina' zou uit een Griekse tragedie kunnen komen, want 'talain o talaina' betekent 'rampzalige, o rampzalige'. Dit procédé levert regels als de volgende op: 'ben zwellenduw staalvlijmdat blinktuge weldig/ zwelludat splijtopen zallik/ zwelzaambloeit openals zwartlobbig splijtkruid/ ubentge weldzaam.' Tamelijk vermoeiend.

Gelukkig bevat de bundel ook een paar gedichten die écht meeslepend zijn. Als weinig dichters van deze tijd weet hij met alle hartstocht die in hem is zijn geliefde te bezingen - althans, hij laat ons geloven dat hij een geliefde heeft en hartstochtelijk is, want bij Pfeijffer zijn spel en ernst niet te scheiden. Hoe dan ook, je moet wel durven om zoiets te schrijven:

niet is het een bange hand die klampt en keelt het is een

wonderlijke hand jouw hand die mij heel

streelt heelt en zon oplegt

niet is het zoenen jouw zoenen maar spreken van dier

tot dier tot het zomer is en heuvels zingen

Ontroerend is een in memoriam voor de vorig jaar plotseling overleden graecus Sicking, de leermeester van Pfeijffer. Een gedicht waarin de teloorgang van de universiteit wordt beschreven, is geestig en vilein. Een als tredmolen opgebouwd gedicht roept een ranzige rurale idylle op: 'hoe huilt in het hooi als een vrouw de bakkersdochter/ op marktdag bereden als een lastdier door de molenaar'.

De bundel is zo omvangrijk en staat zo vol met heerlijk ronkende orgasmen van taal, dat je er vele uren mee moet doorbrengen voor je de gedichten tot in al hun voegen hebt leren kennen. In het laatste gedicht komt Pfeijffer terug bij de gebruiksaanwijzing en het duivelse openingsgedicht: 'zag het aan hoe ik conform ons kopcontract jou onder hoogspan/ in contact gestoken heb met aardding en in mijn naam/ het wonder van jouw pijn gedeponeerd heb (. . .)/ ik heb jouw helderheid verholpen het is tijd/ voor inzage in de natuur van mijn spel dus.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden