De boys weten niet zo goed raad met een doortastende, ambitieuze vrouw

Foto de Volkskrant

Van de vele leerzame lessen die een mens kan trekken uit de affaire bij ABN Amro - bloed in de boardroom, resulterend in het voortijdige vertrek van president-commissaris Olga Zoutendijk - is de interessantste wellicht deze: dat het een teerhartige boel is aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven.

Zoutendijk had namelijk tijdens een vergadering 'Wat moeten we met Gerrit?' gezegd, zo las ik in de nauwgezette en adembenemende reconstructie die Het Financieele Dagblad van het drama heeft gemaakt. Zoutendijk was lid van de Raad van Commissarissen van ABN Amro - toezichthouder, raadgever op afstand en werkgever tegelijk van het bankbestuur. 'Gerrit' was Gerrit Zalm, toenmalig ceo bij de bank. Roker, drinker en op leeftijd, dus niet de fitste kandidaat om de bank bij een beursgang te begeleiden, bovendien had Zoutendijk ook om andere redenen twijfels over Zalms geschiktheid. Dat was haar goed recht, commissarissen gaan immers mede over benoeming en ontslag van de bestuurders.

Toch, zo noteerde het FD, waren enkele van haar collega-commissarissen verstoord over 'de toon' waarop Zoutendijk haar vraag stelde. Ze vonden het 'veel te direct' allemaal, 'op het botte af'. Het is één van de rode draden door de klaagzangen over Zoutendijk die de afgelopen dagen veelal anoniem in de pers zijn opgedoken: ze is zo, nou ja: dirèct.

En ze bemoeide zich overal mee, ook met zaken die niet haar zaken waren, zo laat het FD overtuigend zien. (Overigens is de leerzame les 2: de echte verhalen kun je pas maken wanneer je, zoals het FD, twee redacteuren een halfjaar lang de verwikkelingen in de ABN-Amro-top laat uitpluizen. Turf maar hoe veel andere media amechtig het FD aan het overschrijven zijn.)

Ik geloof graag dat er, naast 'de toon', problemen waren met de taakopvatting van Zoutendijk. Dat ze haar boekje te buiten ging, haar verantwoordelijkheden als commissaris en later als president-commissaris nogal ruim interpreteerde door zich intensief met strategie en personeelsbeleid te bemoeien, zich graag manifesteerde op de partijtjes van de financiële jetset. Terwijl een president-commissaris in de Nederlandse verhoudingen bescheidenheid past, en afstand van de dagelijkse gang van zaken.

Toch kan ik me bij het collectieve, anonieme geweeklaag over Zoutendijk niet aan de indruk onttrekken dat ze niet zo goed raad weten met een doortastende, ambitieuze vrouw in het netwerk van mannen die zich graag boys laten noemen en die in werkelijkheid richting bejaard gaan. Ze raken er van de leg van. En ze gaan ervan roddelen: dat Zoutendijk zelf ceo wilde worden nadat ze Gerrit Zalm had weggepest, dat Zoutendijk boos werd toen op de kunstbeurs Tefaf in de ABN Amro-corner geen champagne werd geschonken. (Leerzame les 3: als de bejaarde 'jongens' eenmaal aan het roddelen zijn geslagen, is er niemand die je rugdekking biedt.)

Er zijn boekenplanken vol geschreven over de taal waarin over vrouwen en mannen aan de top wordt gesproken. Over een man die 'de regie pakt' wanneer hij zegt dat hij Gerrit Zalm ongeschikt acht, 'doortastend' is wanneer hij het hoogste ambt ambieert, 'een beetje stout' is wanneer hij grenzen overschrijdt, en 'humor' heeft wanneer hij piespoephetevrouwengrappen debiteert.

Vrouwen die dat doen zijn 'haaibaaien'.

Vrouwen aan de top, leuk hoor, maar ze moeten wel een beetje op hun toon letten wanneer ze legitieme vragen stellen.