De botsautotent heet Lourdes

Twee jaar geleden maakte de Gentse choreograaf Alain Platel furore met Moeder en Kind, waarin hij kleine kinderen tot formidabele acteerprestaties aanzette....

IN DE STEENKOUDE toiletruimte houdt Simon zijn hoofd onder de kraan. Op zijn tenen kan hij er net bij. Met zijn zwarte jongenskostuum en witte overhemd lijkt hij klaar voor zijn eerste communie. Afgezien dan van die zwarte Nikes, waarin rode lichtjes flikkeren. Hij bromt wat, niemand moet hem storen. Als een volleerd acteur concentreert hij zich op de voorstelling. Verderop, in het schaftlokaal van deze Leuvense fabrieksloods staan de spelers zich te schminken temidden van de overblijfselen van een haastige maaltijd. De oudste is 50, de jongste, Francesca, net 9. Ze hijst zich in een wit jurkje en zet een wit bloemenkroontje op haar lange haar. Straks zal ze sprakeloos en wazig de zaal inkijken als de titelheldin uit Bernadetje, geïnspireerd op het Franse meisje Bernadette Soubirous aan wie Maria verscheen, maar die door niemand werd geloofd.

Middenin dit onherbergzame gebouw staat het decor, een glanzende botsautotent. De spelers hebben er die middag woest in rondgedraaid, ze knalden bovenop elkaar, klommen als trapezewerkers in de stangen of dreven in zo'n autootje rond als verschoppelingen, samengeklonterd op een vlot. Op de klanken van snoeiharde muziek, van Bach tot Prince, van Kathleen Ferrier tot Donna Summer, leefden ze zich uit in deze heksenketel, dansend, springend en playbackend. Ze vormen een minisamenleving, de licht beschonken madame, een achterbakse taxichauffeur, de atletische technicus van de kermiskraam, een uitdagend aspirantzangeresje, een stonede slungel en zijn Pools brabbelende liefje. Ze ruziën in plat Gents, verzoenen zich met elkaar, en trekken wanhopig de aandacht met halsbrekende toeren. Tussen dat alles dwaalt Bernadetje, verdiept in haar eigen droomwereld. Tot ze haar jasje uittrekt, haar vlechten losmaakt en verwoed begint mee te dansen. Op dat moment hoort ze bij de rest en je weet niet of je daarom moet lachen of huilen.

Bernadetje is de nieuwe voorstelling van choreograaf Alain Platel en schrijver Arne Sierens, allebei Vlamingen. Twee jaar geleden maakten ze furore met Moeder en Kind, waarin een huiskamer, volgestouwd met aftandse spullen, het speelterrein was van een losgeslagen familie. De vier kinderen stonden met overrompelende vanzelfsprekendheid op het toneel. Geen vals sentiment, geen zoete kinderpraat, zelfs de allerkleinsten bleken doorkneed in de kunst van het treiteren en sarren. De voorstelling was een succes, niet alleen in Vlaanderen en Nederland, ook ver daarbuiten. Inmiddels is de productie de wereld rond gereisd. Naar Brazilië, Australië, New York. Hetzelfde overkwam Bonjour Madame en Tristeza Complice, voorstellingen die Alain Platel maakte bij zijn eigen dansgezelschap. Ook daarin creëerden de spelers - jong en oud, amateurs en professionals - met tekst, muziek en beweging een zorgvuldig georkestreerde chaos.

Platel beseft heel goed dat de overweldigende belangstelling voor zijn werk tijdelijk kan zijn. Hij geniet ervan, maar vindt het tegelijkertijd raar. Zijn voorstellingen bieden geen vrijblijvend amusement, steeds schetst hij een beeld van armoede in de ruimste zin van het woord. Moeder en Kind was een portret van een gezin op de rand van de samenleving, in Tristeza Complice overheerste de desolate sfeer van een grote stad en gunden tien zonderlinge figuren elkaar letterlijk de ruimte niet. In Bernadetje proberen de personages elkaar wanhopig te bereiken temidden van de feestelijke clichés van onze consumptiemaatschappij.

'Op mijn zeventiende werkte ik in Amerika met kinderen uit achterbuurten', vertelt hij. 'Sindsdien ben ik door die wereld gefascineerd. Ik word steeds meer geraakt door wat er om ons heen gebeurt, het geweld, de eenzaamheid.' Toch is Platel geen moralist, hij zoekt het in details, een gebaar, een terloopse opmerking. Door kleinigheden te isoleren en nadruk te geven in een perfect getimede montage roept hij een sfeer op van verlatenheid en onmacht.

'Ik wil het publiek niets door de strot duwen. Ik ben wel uit op voorstellingen die commentaar geven op de actualiteit, maar het gaat altijd over mensen en wat hen bezielt.' Voor hem spreekt het vanzelf dat hij werkt met een cast die bestaat uit kinderen én volwassenen. 'Ik hou van zo'n mengelmoes, kinderen horen daarbij. Hun commentaar is vaak ontzettend raak, hoe onbeholpen ze het ook formuleren.

'Ze dwingen je telkens opnieuw je eigen waarden te herzien. Door hun aanwezigheid wordt het een soort familie, de ouderen gaan de kinderen zo'n beetje bemoederen en andersom ontwikkelt de jeugd respect, ze zien dat het niet alleen maar stomme oude knarren zijn. Op deze manier ben ik meteen verlost van quasi artistiekerige discussies die eindeloos kunnen duren. Als dat ontstaat zeggen de kinderen gewoon, kom we gaan voetballen.'

Platel houdt zich pas vijf jaar full-time met theater bezig, tot die tijd verdiende hij zijn brood als orthopedagoog. Zijn eerste ervaring met kinderen als acteurs deed hij op bij het Speeltheater in Gent. Samen met Eva Bal regisseerde hij De Tuin, waarin kinderen hun leven in een Gentse volksbuurt naspeelden, later bewerkt tot een serie voor de VPRO-televisie. 'De kinderen woonden bij Eva in de buurt. Ze kwamen naar haar toe met de vraag, jij maakt toch theater? Waarom dan niet met ons? We werkten dagelijks met ze, na schooltijd. Hun speelterrein, een braakliggend stuk land tussen oude huizen, verwisselden ze voor het repetitielokaal. Van Eva heb ik geleerd hoe je in het theater met kinderen omgaat, heel serieus. De sfeer was ontspannen, ze waren zichzelf op het toneel, ongedwongen, spontaan.'

De aanwijzingen die de spelers deze middag krijgen, zijn niet anders dan je bij volwassen spelers zou verwachten. 'Je moet kinderen natuurlijk meer helpen dan professionele acteurs. Je kunt niet volstaan met: morgen moet het beter. Je moet tegen ze zeggen, houdt u daaraan, vergeet dat niet. Het zijn voor hen rituelen, het heeft toch iets van versjes die ze op moeten zeggen. Hoe beter ze daarin worden, hoe sterker de voorstelling wordt.'

De kritiek dat hij kinderen zou 'gebruiken' weerlegt hij: 'Ze weten precies wat ze doen. Natuurlijk zijn ze zich niet bewust van de impact die de voorstelling heeft. Maar dat is een volwassen acteur ook niet. Hij doet zijn ding. Dat krijgt pas een verder reikende betekenis door het geheel.'

De regisseurs kozen hun spelers tijdens audities. 'Ik heb het liefst kinderen die een beetje verlegen zijn, met een geheim. Ze moeten wel kunnen bewegen, daar lol in hebben. Eén jongen werkte als ober in Pizzaland, die is nu weer gaan studeren. De anderen zitten nog op school. Twee jongens en de actrice Lies Pauwels stonden ook al in Moeder en Kind. Pauwels speelde de moeder, Fred was de lange slungel die bovenop de ijskast stond te dansen en Simon was de jongste zoon die pesterig zijn vader imiteerde.' Ondanks zijn elf jaar heeft Simon de houding van een professional, hij speelt het liefst 's avonds. Want 'als je 's middags speelt is het gedaan met je dag'.

Weten zij waar Bernadetje over gaat? Een van de jongeren zegt: 'We rijden wat rond, vervelen ons, worden soms pissig. Ruzie en dan weer vriendschap.' Magdalena van 20: 'Iedereen verdedigt zijn eigen ellende. Ge zijt helemaal alleen, maar ge houdt u sterk.' En het verschil met de volwassen acteurs? Magdalena: 'Je voelt wel dat ze steviger in hun schoenen staan, vooral bij het improviseren. Lies helpt veel met de tekst en An, de danseres, probeert er zoveel mogelijk uit te slepen, vooral met de kinderen. Er wordt veel gedanst. Ik kan 's avonds niet meer uitgaan. Ik kan mij hier zo uitleven dat ik dan te moe ben.' Ze vinden het prachtig dat ze het zo vaak mogen spelen. 'Op theaterfestivals staan, dat is de max.'

Van een script was bij het begin van de repetities geen sprake. Het enige wat vaststond was dat het zich moest afspelen in een botsautotent. Geen lokatie die je verwacht bij het mystieke verhaal van Bernadette Soubirous. De verklaring is simpel: Platel en Sierens groeiden allebei op in Gent, waar het bedevaartsoord net buiten de stad al vroeg tot hun verbeelding sprak. Het blauwe neon waarmee Maria was omkranst, mengde zich met de kleurige lichten van de jaarlijkse kermis. 'Die beelden griften zich op hetzelfde moment in ons geheugen. Daarom sprak het voor ons waarschijnlijk vanzelf dat die twee uitersten in Bernadetje samen moesten komen.'

Vanaf juni dit jaar is er voor Bernadetje gerepeteerd. Nadat de scholen weer begonnen, alleen in het weekend en een enkele vrije middag. Al gauw raakte het mirakel van Bernadette op de achtergrond. Platel: 'We lieten de film Het Lied van Bernadette zien, maar dat was voor de kleinsten een beproeving. Ze zijn totaal niet geïnteresseerd in religie. Na een paar dagen wilden we heel Bernadetje eruit gooien en het laten gaan over een groep mensen in die kermiskraam. Tot iemand op het idee kwam om die botsautotent gewoon Lourdes te noemen. Tenslotte is dat gedoe bij zo'n kraam ook een soort ritueel. Daar komen pubers samen, ze ontmoeten elkaar en leven hun agressie uit.'

0JDENS DE improvisaties, gestuurd door muziek die de spelers vaak zelf meebrachten, zat de schrijver Arne Sierens als het ware met pen en papier op de scène. Soms gebruikte hij letterlijk wat ze zeiden, meestal pakte hij een zin waar hij een verhaaltje van maakte. Zo ontstond er een script, hoe fragmentarisch ook, waarin alle personages iets met elkaar te maken hebben. 'Via een achterdeur is Bernadetje nu toch terug in de voorstelling. Ze kijkt naar de volwassen wereld die botst en knettert. Ze wil daarvan weg, maar wordt er toch in meegesleurd. Niemand let op haar. Ze zijn allemaal met zichzelf bezig.'

Als orthopedagoog werkte Platel jarenlang met gehandicapte kinderen. Nog steeds houdt hij meer van het afwijkende dan van een perfecte beweging. Tijdens zijn studie kwam hij in contact met het werk van Ferdinand Deligny, die in Zuid-Frankrijk een instelling leidde met autistische kinderen die totaal afgeschreven waren. 'Ze lagen de hele dag vastgebonden in bed. Hij maakte ze los om te kijken wat er zou gebeuren. Ze braken alles af, het meubilair, de deuren, de ramen. Hij besloot de kinderen toch vrij rond te laten lopen en alles te herstellen. Dat herhaalde zich tot ze uiteindelijk kalmeerden. Langzamerhand gingen ze kleine wandelingetjes maken, elke dag een beetje verder. Toen bleek dat ze telkens terugkeerden naar een bepaalde plek, installeerden de verzorgers daar iets wat met het onderhoud van het huis te maken had. Ze hakten er hout, hingen de was op of maakten er groenten schoon. Langzamerhand gingen de kinderen meedoen. Het was een proces van jaren, maar zo slaagden ze erin om die kinderen in te schakelen bij het draaiend houden van dat huis.

'Het geduld en de zorg waarmee die man aansloot bij wat die kinderen te bieden hadden, heeft mij geïnspireerd. Als je de verslagen leest en de films ziet die hij erover heeft gemaakt, dat is pure poëzie. Wat ik doe is veel makkelijker, maar het heeft er wel mee te maken. Ik ga uit van wat de kinderen en volwassenen mij aanbieden. Ik leg nooit iets op. Het is vastbinden of loslaten. Als je loslaat heb je kans dat er dingen gebeuren die zeer confronterend zijn voor jezelf, maar wel heel belangrijk. Ik schep een klimaat, arrangeer, kies en monteer. De basis wordt door de spelers zelf gelegd. Soms is dat heel moeilijk. Een van de jongens was compleet onbenaderbaar, hij vond alles bullshit. Maar eigenlijk wou hij het liefst een lied van Michael Jackson zingen. Toen ik dat eindelijk wist, had ik een ingang.'

De voorstelling is in voortdurende samenspraak van Platel en de toneelschrijver Arne Sierens ontstaan. Het gebeurt maar zelden dat een choreograaf en een schrijver op die manier samen regisseren. Allebei zijn ze verbaasd over het gemak waarmee dat gaat. Platel: 'Er is een soort chemie tussen ons, we hoeven nooit iets uit te leggen.' Sierens: 'Gewoonlijk is er bij zo'n samenwerking sprake van een compromis, bij ons wint het sterkste idee. We hoeven ons niet tegenover elkaar te bewijzen, we kunnen het ook alleen. Ik schrijf stukken, Alain kan prachtig choreograferen. Maar samen kunnen we nog meer. Zelfs als het moeilijk tussen ons gaat, dan gaat het nog goed. Er is ook wel vuurwerk, maar na een halve minuut komen we daar weer uit. Er is nooit een blokkade, het gaat altijd door. Ook op de repetities, ik spreek soms voor hem, hij voor mij. Ik ben streng, heb de neiging afspraken met de spelers te maken. Alain laat het meer gaan, hij laat de acteurs vrijer.'

Dat de onderlinge relaties in de groep opvallend warm zijn en dat ook de kleinsten voor zichzelf op durven komen, ligt ongetwijfeld ook aan Platel. De zachtaardige regisseur weigert zichzelf als leider te zien. 'Tijdens de tournees ga ik regelmatig mee en praat met de spelers of ze het nog steeds graag doen. Dit soort theater staat of valt met hun enthousiasme. Laatst, bij Moeder en Kind, klaagde het kleinste meisje over haar fietsje, daar wilde ze liever niet meer op. Ze zat met haar knieën tegen het stuur, het was gewoon te klein voor haar geworden. Ja, natuurlijk hebben we dat er toen uitgegooid.'

De manier waarop het gezelschap die middag in Leuven de voorstelling voorbereidt is veelzeggend. De vier kleintjes arriveren pas rond vijf uur. Na veel oponthoud is er nog precies drie kwartier om het stuk door te lopen. Ze hebben zes weken niet gespeeld, er zijn rekwisieten weg en het zoeken naar een paar onmisbare beenbeschermers duurt veel te lang. Irritaties blijven uit, al valt keer op keer het licht uit omdat de electriciteit in de loods van geïmproviseerde kabels aan elkaar hangt.

Diezelfde avond zorgen de acteurs voor een mirakel: alles valt vlekkeloos in elkaar. Tussen rondzoevende botsauto's, smachtend bij Eternal flame, tonen ze ons de wereld als een verleidelijke kermistent.

Bernadetje: 26 tot en met 30 december in De Brakke Grond, Amsterdam. 9, 10 en 11 januari in Korzo, Den Haag. 16 tot en met 19 januari in De Lantaren, Rotterdam. 24 tot en met 26 januari in Grand Theater, Groningen. 20 tot en met 22 februari in De Vorst, Tilburg.

Tristeza Complice is op 4 en 5 januari nog te zien in Stadsschouwburg, Amsterdam. 11 februari in Schouwburg, Rotterdam, 15 februari in Schouwburg, Arnhem en 4 maart in Stadsschouwburg, Tilburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden