ReportageBotanisch stoepkrijten

De botanische stoepkrijter geeft plukjes groen op straat een naam, en dus betekenis

Wat voor de een onkruid is, is voor de ander een waardevol stadsplantje. Om dat laatste te benadrukken voorziet een groeiend aantal ‘botanische stoepkrijters’ de verrassend rijke stadsnatuur van namen.

Mathilde Simons stopt in Leiden geregeld bij een plukje groen om het te voorzien van een naam als herderstasje of basterdwederik.Beeld Sabine Van Wechem

Midden in de oude binnenstad van Leiden staat Mathilde Simons (23) stil bij een onooglijk plukje groen dat wortel schiet tussen de straatstenen. Ze gaat op haar hurken zitten om het plantje beter te bestuderen. Hartvormige blaadjes: check. Paarse bloemetjes: check. ‘Dat is het dalmatiëklokje.’ Met een krijtje uit haar tas schrijft Simons de naam in blokletters op de stoep. ‘Zo kan iedereen zien wat hier groeit.’

Wat Simons doet is ‘botanisch stoepkrijten’, een fenomeen dat vanuit Frankrijk is overgewaaid naar Engeland en ook in Nederland voet aan de grond begint te krijgen. Botanisten en plantenliefhebbers gaan de straat op om wilde planten in de stad een naam te geven.

Het gebeurt door het hele land. In steden als Utrecht, Groningen, Maastricht, Assen en Amersfoort worden plantennamen gekrijt op stoepen en tegels. Het is leuk om te doen, zegt Simons, die er een paar keer per week op uittrekt.

Bewustmaken

Maar haar uitstapjes dienen ook een hoger doel: botanische stoepkrijters willen stedelingen bewustmaken van wat er groeit en bloeit tussen de spleten en kieren in de stad, zegt Simons. ‘Als er een naam bij staat, krijgt een plant betekenis. Dan zien mensen hopelijk de waarde ervan.’ Als onbekend onbemind maakt, dan maakt bekend misschien wel bemind.

Meer aandacht voor natuur in de stad: ‘Een heel goed idee’, vindt urbaan ecoloog Ton Denters. Stadsflora is volgens hem lang genegeerd door ecologen en biologen. ‘Gelukkig komt daar de laatste tijd meer oog voor. Want steden zijn bolwerken van plantenbiodiversiteit. De kunst is om het te zien.’

Denters heeft net een boek gepubliceerd, Stadsflora van de Lage Landen, waarin hij achthonderd plantensoorten beschrijft die in de stad voorkomen. Tweederde van de Nederlandse flora groeit in de stad, aldus Denters. ‘Qua plantenrijkdom kunnen steden wedijveren met natuurgebieden.’

Muurleeuwenbek, groeiend tussen de straatstenen in Leiden.Beeld Sabine Van Wechem

Landbouw

Op de vlucht voor de intensieve landbouw zoeken steeds meer planten vanuit het buitengebied hun toevlucht in de stad. Steden zijn ook bij de uitstek plekken waar nieuwkomers zich vestigen. De meeste zijn ‘tuinvlieders’: planten die zich vanuit tuinen in het wild hebben gevestigd. De stokroos en de wilde petunia zijn daarvan voorbeelden.

De klimaatverandering voorziet volgens Denters in nieuwe aanvoer. ‘Soorten uit het zuiden schuiven op naar het noorden.’ De stadsflora van Amsterdam telt 1.425 soorten. De helft daarvan is van buitenlandse origine. ‘Waarmee de flora van de hoofdstad al even divers is als zijn bevolking’, schrijft Denters.

Planten die in de stad willen overleven, moeten tegen een stootje kunnen. Dat opent de weg voor generalisten en opportunisten zoals het herderstasje, varkensgras en vogelmuur. Maar ook voor zeldzamere soorten die juist in de stad gedijen zoals schubvaren, wolfskers, muurbloem en schijnpapaver.

Rijke oogst

Hoe rijk de oogst kan zijn, blijkt uit een rondwandeling door Leiden met stoepkrijter Simons, stagiair educatie bij de Hortus Botanicus, en André Biemans (54), consulent stoepplanten. Tussen de weggegooide sigarettenpeuken, bierdoppen en glasscherven gedijt de stadsflora.

In de voegen van de kinderkopjes ontdekt Biemans hertshoornweegbree: ‘Dat is een plantje dat uit de duinen komt en goed tegen zout kan.’ Het helpt als de straten in de winter gepekeld worden. Achter een hekje van de Pieterskerk groeit muursla met fijne, gele bloempjes. Aan de randen van de trottoirs steken klaverzuring, melkdistel, basterdwederik en kransmuur hun blaadjes op.

Tegen de gevels bloeit overal het dalmatiëklokje. Een plantje dat oorspronkelijk afkomstig is uit de Kroatische Alpen, vertelt Biemans. Maar zoals veel rotsplanten voelt hij zich goed thuis in de stad: stenen zijn stenen. Simons wijst op een muurleeuwenbek die met zijn wit-roze bloemetjes tussen de klinkers door piept. ‘Kijk toch eens hoe mooi. In één straatje kan ik al een uur bezig zijn.’

Populair

In Engeland (pavement chalking) en Frankrijk (sauvages de ma rue) is botanisch stoepkrijten populair. Een filmpje van een stoepkrijtende Franse botanist is al zeven miljoen keer gedeeld. Hoe groot de beweging is in Nederland, is niet duidelijk. Er is geen organisatie, stoepkrijters gaan individueel de straat op en delen foto’s op sociale media met de hashtag #botanischstoepkrijten.

Zoals Niek Smits (25), die regelmatig in Groningen onderweg is. ‘Ik ga er niet speciaal voor op pad, maar als ik een stukje ga wandelen, neem ik een krijtje mee en als ik wat leuks tegenkom, schrijf ik de naam erbij.’ Mensen die hem bezig zien, reageren altijd enthousiast, zegt Niek. ‘Ze vinden het een leuk initiatief.’

Natuurclubs zoals het IVN hebben het initiatief inmiddels opgepikt en ook scholen zijn ermee bezig. ‘Want het is natuurlijk heel leuk om dit met kinderen te doen’, aldus Simons.

Belang van natuur

Urbaan ecoloog Denters juicht dat van harte toe. ‘Het brengt iets op gang, hoop ik.’ Het belang van natuur in de stad moet volgens hem niet worden onderschat. Planten dragen niet alleen bij aan de biodiversiteit, ze houden ook water vast en werken mee verkoeling.

Steden kunnen wilde plantengroei stimuleren, zegt Denters, door hun beheer daarop aan te passen. Rafelrandjes met rust laten, groene plekjes creëren, minder fanatiek onkruid bestrijden. Niets doen is de beste optie. ‘Bied ruimte om dingen te laten ontstaan. Omarm wat er is, in plaats van iets nieuws aan te planten.’

Het is ook een kwestie van perceptie: wat voor de een onkruid is, is voor een ander een waardevol stadsplantje. In Leiden heeft Simons veldereprijs gevonden, woekerend tussen de straatstenen: een piepkleine plant met groene blaadjes en, als je goed kijkt, minuscule paarse bloemetjes. Met haar stoepkrijt schrijft Simons in vette letters de naam op de stenen en zet een cirkel om het toefje groen. ‘Misschien dat ze het nu laten staan.’

Plots valt ons oog op die weelderige tuin: een ode aan het ommetje
We mijden het openbaar vervoer en zitten veel minder in de auto. Maar we maken opeens veel meer ommetjes. Corona maakt onze wereld kleiner, maar de buurt des te groter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden