De Boston-tapes: worden beruchte 40 jaar oude IRA-moorden opgelost?

Voorman Gerry Adams van de Noord-Ierse politieke partij Sinn Fein, de voormalige politieke tak van de IRA, is gearresteerd in verband met de moord op Jean McConville. Die werd in 1972 ontvoerd uit haar flat in Belfast en doodgeschoten door de IRA. Het werd een van de beruchtste moordzaken uit de Noord-Ierse geschiedenis.

Sinn Fein-leider Gerry Adams Beeld ap

De 37-jarige Jean McConville, geboren Murray, wordt in december 1972 vlak voor kerst voor de ogen van zeven van haar tien kinderen uit haar flat ontvoerd door gemaskerde mannen van het Iers Republikeins Leger (IRA). De kinderen leven een tijd lang zonder moeder in de flat, in de hoop dat ze terugkeert. Maar Jean McConville zal nooit meer thuiskomen.

De protestantse McConville groeit op in het oosten van Belfast tot ze huwt met de katholieke Britse soldaat Arthur McConville. Ze bekeert zich tot het katholieke geloof en verhuist naar het westen van de stad. Het echtpaar wordt vanwege de verschillende achtergronden door beide kampen gewantrouwd.

Troubles
De 'Troubles', zoals het conflict tussen de onderdrukte katholieken in Noord-Ierland enerzijds, en de protestanten - de heersende elite - en de Britten anderzijds wordt genoemd, is nog jong. Er zijn dan zo'n tweehonderd doden gevallen.

De orgie van geweld en bloedvergieten neemt een vlucht in 1972. Het conflict escaleert. Op zondag 30 januari wordt een vreedzame opstand in de katholieke wijk Bogside gruwelijk neergeslagen door Britse paramilitairen: Bloody Sunday, een van de zwartste bladzijden uit de moderne Britse geschiedenis.

Op 21 juni, Bloody Friday, ontploffen er negentien autobommen in Belfast. Negen mensen komen om het leven, meer dan 130 mensen raken gewond. Als antwoord gooien Britse militairen bommen in volle katholieke pubs.

Belfast is het toneel van een onvoorspelbare en felle burgeroorlog. Niemand vertrouwt elkaar. Eind '72 betrekt McConville een nieuwe flat, waar ze alleen woont met tien van haar kinderen. Haar man is een paar maanden eerder overleden aan kanker.

Binnen de IRA gaan al langer geruchten dat McConville zou samenwerken met de Britse geheime dienst. Ze heeft de IRA geweigerd wapens te smokkelen via haar huis. Buren zien dat ze een gewonde Britse militair helpt die voor haar deur ligt, om die reden wordt ze in elkaar geslagen in een bingohal in de stad.

Britse soldaat sleept een katholieke opstandeling aan zijn haren mee op Bloody Sunday Beeld ap
Britse militair in de straten van Belfast Beeld ap

Geëxecuteerd
De IRA weet genoeg. Met meerdere IRA-leden wordt McConville een dag later uit haar huis ontvoerd en naar een strand op de grens met Ierland gebracht. Daar wordt ze gemarteld en verhoord, zoals later blijkt uit de gebroken botten en verminkte handen als het lijk in 2003 wordt gevonden. Met een kogel in haar achterhoofd wordt ze geëxecuteerd.

Ze groeit uit tot het bekendste slachtoffers van The Disappeared, 'de verdwenenen', een van de beruchtste moordzaken uit de Ierse geschiedenis. Noord-Ieren die ervan worden verdacht samen te werken met de Britten worden tussen 1972 en 1980 door de IRA ontvoerd en geëxecuteerd. Mensen uit eigen kamp, die zich tegen de IRA zouden hebben gekeerd. In tegenstelling tot de openlijke moorden en aanslagen op de protestanten liet men deze dissidenten verdwijnen. Aanslagen op de eigen mensen zouden de nationalistische zaak geen goed doen.

Gemaskerde leden van de IRA Beeld ap

Vredesonderhandelingen
Tijdens vredesonderhandelingen in de jaren '90 geeft de IRA 'als teken van goede wil' toe negen vermisten te hebben vermoord en te hebben laten verdwijnen. Ze geven de coördinaten vrij van waar verschillende lijken liggen begraven. Meerdere 'disappeared' worden gevonden, maar het lijk van McConville ontbreekt.

Een van de hoofdonderhandelaars namens de katholieke Noord-Ieren is de in 1948 in Belfast geboren Gerry Adams, de leider van Sinn Fein.

Bij hem heerst al langer de overtuiging dat praten meer zin heeft dan vechten. In 1998 wordt uiteindelijk het 'Goede Vrijdag'-akkoord getekend dat een einde maakt aan de strijd, die aan ruim 3.600 personen het leven heeft gekost.

A Secret History
In 2002 verschijnt het boek A Secret History van de Ierse journalist Ed Moloney van de krant Sunday Tribune. Daarin beweert hij meerdere getuigen te hebben gesproken die politicus Gerry Adams - de prater, de onderhandelaar - beschuldigen van de moord op McConville.

Volgens hem is Adams de oprichter van twee ondergrondse IRA-eenheden die werkten onder de naam de 'Unknowns'. Hij zou de directe leiding hebben over IRA-terroristen met de taak mensen uit de weg te ruimen. 'Zelfs als, zoals een goed geïnformeerde bron stelt, de opdracht tot de moord niet gegeven werd door Adams zelf', schrijft de journalist, 'is het ondenkbaar dat zo'n opdracht gegeven zou zijn zonder zijn medeweten.'

Samen met Anthony McIntyre, ex-lid van IRA, begint Molony vanaf 2001 een academisch onderzoek naar de Noord-Ierse burgeroorlog: The Belfast Project. Ze interviewen tientallen mensen die nauw betrokken waren bij de Troubles. Zowel leden van de gewelddadige protestantse groepering UVF als leden van de IRA worden gehoord. Deelnemers wordt beloofd dat de banden pas vrijgegeven worden na hun overlijden. De mondelinge informatie zou louter voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt.

Het onderzoek krijgt de naam 'The Boston-tapes'.

Nelson Mandela en Gerry Adams in 1995 Beeld ap
Gerry Adams en Bill Clinton tijdens de vredesbesprekingen over Noord-Ierland Beeld ap

Lek
In 2012 lekt de getuigenis van Dolours Prince, een van de deelnemers aan het Belfast Project, uit. Gerry Adams wordt hierbij opnieuw in verlegenheid gebracht door beschuldigingen over een mogelijk IRA-verleden.

Price is een van de twaalf vrouwelijke ontvoerders van McConville. Ze zou de 37-jarige weduwe hebben vervoerd van Belfast naar de grens met Ierland. Onderweg had ze McConville nog sigaretten en fish and chips gegeven, verklaart ze. De opdracht om McConville uiteindelijk met een nekschot te doden was, zo stelde Price, afkomstig van een geheime eenheid, de Unknowns.

Brendan 'the dark' Hughes
Een andere spreker op The Boston-tapes is de inmiddels overleden Brendan 'the dark' Hughes, het brein achter de aanslagen van Bloody Friday. Hughes, een oude vriend van Adams, vertelt op de Boston-tapes over McConville, die via radio de Britse geheime dienst op de hoogte zou houden.

Volgens Hughes werd McConville twee keer betrapt, waarna er besloten is haar te executeren (de betrokkenheid van McConville bij spionagediensten is later ontkent door de Noord-Ierse politieombudsman, die uitgebreid onderzoek naar de zaak geeft gedaan en inzicht heeft gekregen in geheime dossiers). Net als Price noemt Hughes de naam van Gerry Adams, de commandant van de Unknowns.

Ravage na Bloody Friday Beeld bbc

De Noord-Ierse politie probeerde jarenlang via juridische weg beslag te leggen op de Boston-interviews, terwijl de onderzoekers er alles aan deden de opnames geheim te houden. Een rechter oordeelde uiteindelijk dat het Boston College een aantal bandopnames van interviews moest overdragen aan de politie van Noord-Ierland. Of ze uiteindelijk allemaal openbaar gemaakt zullen worden is niet te zeggen.

Vorige maand werd het 77-jarige IRA-kopstuk Ivor Bell al opgepakt in verband met de McConville-zaak.

Adams, die naast partijleider ook parlementslid is, ging gisteravond zelf naar het het politiebureau. Hij reageerde direct op zijn arrestatie. 'Zoals bekend zijn er kwaadaardige beschuldigingen over mij. Deze verwerp ik', aldus Adams, die altijd heeft beweerd nooit lid te zijn geweest van de IRA. 'Maar ik neem geen afstand van de IRA, dat zal ik nooit doen. Wat ik wel kan zeggen: ik ben onschuldig in de moord, ontvoering en begrafenis van McConville.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.