De boot gemist

Ze belijdt dit jaar haar ongerustheid vaak hardop: directeur Gitta Luiten van de Mondriaan Stichting is bang dat kunst in Nederland verdrongen wordt naar de zijlijn....

Drie jaar is Gitta Luiten (35) directeur bij de Mondriaan Stichting, een van de grootste overheidsfondsen op kunstgebied. Maar pas het laatste halfjaar laat ze van zich horen op de nieuwjaarsborrel in het Stedelijk Museum, op de tv een maandje later en tijdens discussieavonden die ze zelf organiseert. Want Luiten maakt zich zorgen. Grote zorgen. Dat er zo weinig wordt gedebatteerd in kunstminnend Nederland. Dat er geen discours is, zoals in het buitenland. En dat als er al discussie wordt gevoerd, die niet leidt tot 'inspirerende inzichten'. Weinig momenten laat ze onbenut, om te zeggen dat veel musea nauwelijks weten wie hun bezoekers zijn. 'Ken uw publiek!'

U maakt zich behoorlijk druk. 'Ja, omdat we in Nederland een aantal dingen te normaal zijn gaan vinden. Er heerst een soort vanzelfsprekendheid. Zoals in het museum. Dat is de afgelopen decennia niet veranderd, terwijl de samenleving volslagen anders is geworden. Te weinig mensen vragen zich af waarom die musea er zijn, wat ze willen laten zien en voor wie ze er zijn. Ik zie daar helemaal geen debat over, laat staan dat er beweging in zit. Iedereen doet zijn ding, maakt tentoonstellingen, met aan het einde wat aandacht voor publieksactiviteiten, omdat publieksbereik nu belangrijk is. Maar een visie op wat je wilt zijn als museum, daar merk ik in Nederland te weinig van. En dat vind ik gevaarlijk.'

Wordt in Nederland zo weinig gediscussieerd? 'Zeker in vergelijking met andere landen. Het is iets heel Nederlands: we zijn veel te pragmatisch. Het is hier niet gewoon om op intellectueel niveau met elkaar te debatteren. We hebben er eigenlijk ook een hekel aan. Het is in Nederland not done om iets over elkaars beleid te zeggen. Daar begint het al mee. Er is een noninterventiementaliteit, een hang naar consensus. We gaan niet tegen de buitenwereld roepen wat we van elkaar vinden. Hoogstens tijdens een dinertje en dan nog voorzichtig.'

Waar zou het debat in Nederland over moeten gaan? 'Over de rol en functie van het museum. Ik maak me enorme zorgen over de erkenning van het belang van de kunst en de legitimatie van de overheidssteun daaraan. Ik heb in mijn vorige baan gemerkt [Luiten was drie jaar adviseur van staatsecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg, red], dat kunst in Den Haag politiek niet belangrijk is. Blijkbaar heeft de kunstwereld het verleerd dat duidelijk te maken. Dat kan je niet maken. Als je roept dat kunst zo belangrijk is, heb je een inspanningsverplichting uit te leggen waarom.'

Hoe verander je dat? 'Er moet een attitudeverandering komen. Een belangrijke reden is dat we, overigens terecht, kunst als een autonoom verschijnsel zijn gaan zien. Dat ontstond in de jaren tachtig, toen de kunst geen sociaal instrument, geen welzijnsinstrument meer mocht zijn. Vanaf dat moment lag de nadruk op de intrinsieke waarde. Vervolgens hebben we daaromheen een systeem gebouwd dat daar helemaal op gericht is. Zoals de financiering door de Cultuurnota, met als doel dat de kunst vier jaar lang zich in betrekkelijke rust kan ontwikkelen. Zonder dat de vraag beantwoord is waarom we die instellingen ondersteunen, waarom dat relevant is of maatschappelijk van belang. Waardoor het ook niet meer noodzakelijk werd om het aan de rest van Nederland uit te leggen.

'Vanaf dat moment hebben we de boot gemist, in de kunst. Alleen al op pr-vlak. Vraag verschillende mensen op straat wat belangrijker is, wetenschap of kunst, en haast iedereen zal zeggen: wetenschap. Ook al is het fundamenteel onderzoek, waarvan ze niets begrijpen. Al kun je het niet uitsluitend de museumwereld verwijten dat het zover gekomen is.'

Hoezo niet? 'Het heeft ook te maken met de verslechtering van het onderwijs. We hebben de scholen niet in een gemakkelijke positie geplaatst in Nederland met volle programma's en lerarentekorten. Maar je merkt dat de cultuur bijna uit het onderwijs verdwenen is. Dat constateer ik gewoon op straat. Het is normaal om te laten zien dat je niet beschaafd bent.'

Zoiets los je niet op met een paar leskoffers. 'Wij doen nu veel onderzoek naar de noden en behoeftes van het onderwijs. Cultuureducatie wordt heel belangrijk. Maar veel hangt af van de individuele interesse van docenten of een directeur. Ik constateer ook dat het belang van de musea voor de gemiddelde bewoner in Nederland te klein is geworden. In Amerika wordt veel minder subsidie gegeven door de overheid, maar zijn voor particulieren giften aan goede doelen fiscaal aftrekbaar. In Nederland hebben we die verantwoordelijkheid de mensen uit handen genomen, en menen we dat collectief te moeten doen. Daardoor is de Nederlandse kunstwereld te veel naar binnen gericht en geoleerd geraakt.'

Dat blijkt ook internationaal zo te zijn. De Raad voor Cultuur schreef vorig jaar: 'In de mondialisering loopt Nederland achter'. 'Klopt. Je ziet het aan onze inbreng in het buitenland. Als je kijkt naar de opinieleiders in de beeldende kunst, dan zijn daar nauwelijks Nederlanders bij. Er zijn maar weinig Nederlandse curatoren internationaal actief. En in het internationale discours spelen Nederlandse instellingen maar zelden een voortrekkersrol.'

Conservatoren en kunstcritici kunnen tegenwoordig op kosten van de Mondriaan Stichting naar het buitenland. Is dat niet een veel te kunstmatige manier om de Nederlandse kunst internationaler te maken? 'Wij constateren een lacune in het internationale beleid. Conservatoren en critici hebben nauwelijks een reisbudget of buitenlands netwerk. Daar kunnen wij voor zorgen. Maar vergis je niet, tot nu toe heeft er geen enkele criticus gebruik gemaakt van de regeling.' Buitenlandse tentoonstellingen komen zelden naar Nederland. 'Dat merken wij ook. En dat terwijl we Nederlandse musea bij de overnamekosten van zulke tentoonstellingen kunnen ondersteunen. Maar we krijgen daar geen aanvragen voor. Een goed voorbeeld is de tentoonstelling The Short Century, toch een van de belangrijkste van de afgelopen jaren. Die expositie was voor een groot deel gefinancierd met het geld van het Prins Clausfonds, begon in Zwitserland en werd daarna overgenomen door musea over de hele wereld. Els van der Plas, directeur van dat fonds, heeft de tentoonstelling aan tal van Nederlandse musea aangeboden en was daarvoor zelfs bereid te betalen. Maar er was gewoon niemand in geeresseerd. Dat zegt genoeg.'

Hoe komt dat? 'Ik zie niet zoveel samenwerkingsverbanden tussen Nederlandse en buitenlandse musea. Daar rust een taboe op: neem nooit iets over van iemand anders. Nederlandse musea maken liever hun eigen tentoonstellingen. Dat vind ik, ook tegenover het publiek, niet goed. Het betekent dat je de bezoekers alleen dvoorschotelt, wat uit jouw eigen perspectief is ontstaan. Musea moeten beseffen dat Nederland geen eiland is. De kunstwereld wordt steeds internationaler. Belangrijk is om te zorgen dat mensen uit het buitenland weten wat hier speelt. Dat stimuleert ook de vraag om Nederlandse kunstenaars te laten exposeren in buitenlandse musea.'

De Mondriaan Stichting publiceerde onlangs een overzicht van landen waar Nederlandse kunstenaars een tentoonstelling hebben gehad. In 2003 kregen 218 kunstenaars een presentatie in 42 landen. Waaronder 6 in Sloveni4 in Brazilin 9 in Japan. Een mooie democratische verdeling over de wereld. 'Nee, ik ben juist heel ontevreden over die verdeling. Wij ondersteunen Nederlandse kunstenaars op belangrijke plekken in het buitenland. Maar daarvan zijn er in Afrika bijna geen te vinden. Net zo min als in Zuid-Amerika of AziIn China hebben we met moeite 2 projecten kunnen ondersteunen.'

Dat is toch niet erg? 'Jawel. Als wij in China nu een beloftevolle tentoonstellingsruimte zouden ondersteunen, die over 5 jaar geweldig blijkt te zijn, dan hebben we die relatie al opgebouwd. Dat zou mijn ideale internationale cultuurbeleid zijn: om 5 kleine of middelgrote instellingen in het buitenland te financieren met een tentoonstellingsbudget van 5000 euro per jaar, zonder verdere eisen. Ze moeten wel een belangrijke bijdrage leveren aan de kunst, maar hoeven geen Nederlandse kunstenaars te laten zien.'

Is dat geen cultureel ontwikkelingswerk? Het klinkt uitermate idealistisch. 'Dat ben ik ook wel. Maar zonder mijn pragmatisme te verliezen. Het is eigenlijk een heel simpel model dat veel effect zou kunnen hebben voor de reputatie en internationale positie van de Nederlandse kunst. Het is mogelijk om voor relatief weinig geld voet aan de grond te krijgen

in een land waar nog niemand zit. En als die instellingen over 10 jaar tot de belangrijkste in de wereld behoren, dan weten ze echt nog wel dat Nederland ze ondersteund heeft.'

Kan je de Nederlandse belastingbetaler daarmee opzadelen? Of een Nederlandse instelling die minder geld krijgt? Die ziet je al aankomen. 'In deze tijd van bezuinigingen zal je het niet voor elkaar krijgen. Maar het is bizar dat we alleen Nederlandse kunstenaars ondersteunen. Voor een internationaal kunstbeleid blijft nationaliteit een arbitrair criterium.'

Maar er is al kritiek op het feit dat 50 procent van de academiestudenten in Nederland buitenlander is. 'Als je het dan hebt over internationale promotie, zijn die academies juist een geweldige reclame. Voor mijn part zitten er 80 procent buitenlanders op. Wat denk je dat het voor onze reputatie betekent, als je hier buitenlandse topkunstenaars opleidt? In de universitaire wereld twijfelt daar niemand aan. Net zo min als iemand telt hoeveel Nederlandse wetenschappers er werken bij het Europese ruimtelaboratorium Estec in Noordwijk. In de wetenschap is het doodnormaal dat je op kwaliteit oordeelt, en niet op nationaliteit.'

U nieuwjaarstoespraak is 8 maanden geleden. Wanneer barst het debat echt los?

'We moeten dat debat wel voeren, omdat het huidige cultuurstelsel zijn beste tijd heeft gehad. Ik vraag me af of we over 4 jaar ditzelfde systeem nog wel zullen hebben. Met zoveel instellingen, waarbij iedereen kan aanvragen en iedereen iets krijgt. En waardoor het geld zo dun wordt verdeeld, dat niemand genoeg krijgt om zijn ding goed te doen. Er zijn veel te veel instellingen in Nederland voor dit systeem. De regio is in Nederland heel sterk, zeker met het CDA in de regering. Elke gemeente wil het liefst zijn eigen museum. Net als een eigen schouwburg. Het lijkt wel een prestigeobject. Maar niemand heeft erover nagedacht of er wel genoeg publiek voor is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden