De bondscoach achter de bondscoach

Vriend en oud-ploeggenoot John van ’t Schip is de man naast en achter bondscoach Marco van Basten. ‘We zijn eerlijk, we doen ons best en we weten dat we fouten maken....

In de jaren tachtig speelden ze samen in de voorhoede van Ajax, de een als rechtsbuiten, de ander als spits. Veel is er niet veranderd: ‘Ik geef nog steeds de voorzetten en hij maakt ze af.’

John van ’t Schip is bondscoach, maar niet dé bondscoach, hoewel in het contract met de KNVB tussen hem en Marco van Basten geen onderscheid wordt gemaakt. Net zoals ze dat drie jaar geleden bij Ajax 2 deden, werken ze bij het Nederlands elftal samen als gelijken.

‘Op papier zijn we allebei bondscoach. Dat het in de pers anders wordt geïnterpreteerd, is mij om het even. Of ik nou bondscoach of assistent word genoemd, maakt me niet uit. Het gaat erom wat er intern gebeurt. Hoe wij met elkaar omgaan.’

Hij beslist.

‘Ja. Maar hij legt zijn oor wel te luisteren. Hij heeft ook twijfels, dat zegt hij zelf. We hebben een goede manier gevonden om samen te werken. Als Rob Witschge, Stanley Menzo en ik iets op een bepaalde manier willen doen, negeert hij ons echt niet.’

Maar hij heeft de macht.

‘Wij voelen dat niet zo. Maar als het twee tegen twee is, beslist hij. Want hij krijgt er vragen over. En hij moet dus achter de beslissingen staan. Hij vertaalt alles naar buiten toe.’

Je was hoofdtrainer van FC Twente. Dat ging mis. Na een jaar stapte je op.

‘Hans Westerhof zei ooit dat je vooral spijt kan krijgen van de dingen die je niet hebt gedaan. Niks doen, altijd maar afstand houden, dan maak je ook nooit fouten.

‘Ik ben destijds heel bewust trainer van FC Twente geworden. Ik was een jaar assistent van Co Adriaanse geweest en dacht dat het iets voor mij was. Ik zie het als een les; een mooie les.’

Een pijnlijke les.

‘Maar juist de lessen die pijn doen, maken je sterker. Als het goed gaat, en je krijgt complimenten, is alles makkelijk. Maar als je kritiek krijgt, moet je jezelf wapenen; naar jezelf kijken, bij jezelf naar binnen gaan. FC Twente was een fase die ik achter me heb gelaten. En ik ben verder gegaan.

‘Ik heb ervan geleerd dat je bij jezelf moet blijven. Dat is ook de grote kracht van ons hier: wat er wordt gezegd en wat er wordt geschreven raakt ons niet. Wij volgen onze eigen ideeën. Natuurlijk worden we beïnvloed, door meningen van buitenaf, ongemerkt. Maar we blijven over alles openhartig praten met elkaar.’

Bij Ajax 2 was jij de baas en Van Basten de assistent.

‘Dat is altijd verkeerd uitgelegd. Ik heb op een dag bij Ajax voorgesteld om Marco erbij te halen. Dat lijkt me wel handig, zei ik, dat is wel een man die we volgens mij bij de club kunnen gebruiken. Maar bij de jeugd was geen plek voor hem. Geen plek voor Van Basten? Dus ik heb het bij technisch directeur Beenhakker aangekaart. Alle posities waren bezet, maar dan creëer je toch wat?

‘Luister, zei ik, het afgelopen seizoen had ik vijf man bij het tweede elftal, dat was waardeloos, maar volgend seizoen zijn het er zeventien, achttien. Dus lijkt het mij een goed idee om het met z’n tweeën te gaan doen. En ik ken wel iemand. Daarna was het zo geregeld.

‘Marco had het ook voor niks willen doen. Omdat hij het leuk vond. Hij was klaar, hij had de cursus afgerond en stage gelopen. En toen zijn we begonnen, op basis van gelijkwaardigheid.

‘Hij liep in de eerste paar maanden mee. Hij nam bijvoorbeeld delen van trainingen voor zijn rekening, maar ik deed de wedstrijdbesprekingen. In november zei ik: na de winterstop moeten we het gaan omdraaien. Omdat het goed voor hem zou zijn. Ik deed het al zeven jaar, hij begon net.

‘Van Gaal was technisch directeur geworden. Hij kon niet goed overweg met de constructie die wij hadden verzonnen. Jij bent toch de trainer, zei hij. Als de opstelling van Ajax 2 werd uitgedeeld, stond er dat Van ’t Schip de trainer was en Van Basten de assistent. Luister effe, zei ik, we zijn allebei trainer, dus dat moet er staan: trainers Van Basten en Van ’t Schip.

‘Ben jij nou de trainer of is hij het?’, vroeg Van Gaal. We werken op basis van gelijkwaardigheid, zei ik. Dat kan toch niet? Er kan maar één trainer zijn, zei Van Gaal dan. Hij kon er niet mee dealen. De ene keer doe ik het, dan de andere keer Marco, en we vullen elkaar aan. Klaar.

‘Hij heeft het nooit geaccepteerd. Hij bleef mij zien als hoofdcoach en Marco als assistent. Nou ja, dat was zijn probleem.

‘We vonden het leuk, samen. We wilden graag iets met z’n tweeën blijven doen, bij Ajax of ergens anders. Maar het was toen al logisch dat hij het uithangbord zou worden.’

Waarom was dat logisch?

‘Vanwege onze karaktereigenschappen. Hij brengt zijn persoonlijkheid mee en ik de mijne. Hij is degene die het grote werk aanpakt. Ik ben degene die hem voedt.’

Net zoals vroeger in het veld.

‘Ja. Ik geef de voorzet, hij maakt het af.’

Hij was meedogenloos, jij niet. Jij was een goede voetballer, hij een hele goede.

‘Dat heeft er alles mee te maken. Alles. Waarom is hij zo’n wereldvoetballer geworden en ik niet? Omdat hij als mens anders in elkaar steekt dan ik.’

Maar volgzaam ben je ook niet, zoals bleek toen je als speler van Ajax in opstand kwam tegen Van Gaal.

‘Ik ben helemaal niet volgzaam. Daarom heeft Marco mij er ook zo graag bij. Ik zeg wat ik vind. En als hij er anders over denkt, hebben we een discussie. Maar dat werkt goed. Robbie Witschge en Stanley Menzo doen exact hetzelfde.

‘Wij hoeven ons niet meer te bewijzen ten opzichte van elkaar. We kennen elkaar al sinds de jeugd van Ajax. Later speelden we samen in het eerste en het Nederlands elftal. Stanley zegt wat hij ervan vindt, Rob zegt wat hij ervan vindt, ik zeg wat ik ervan vind. En dat maakt het leuk. En daarom werken we zo goed samen.’

In welk opzicht verschillen Van Basten en jij?

‘Marco is heel ad rem. Hij denkt snel en reageert snel op vragen of situaties. Kijk maar naar zijn persconferenties, die doet hij goed. Ik ben meer de man voor aan tafel: ik kan de spanning eraf halen met een losse opmerking.

‘Om niks lachen we vaak verschrikkelijk hard. Laatst hadden we het over de oude materiaalman van Ajax, Sjakie Wolfs. We lachten ons suf. Zo verdwijnt de spanning.

‘Marco denkt, ik doe meer op gevoel. Hij heeft houvast nodig, structuur. Hij is daar stringenter in dan ik. Ik ben makkelijker. Zo extreem als hij is, ben ik niet. Als je bij hem thuis komt, ligt alles precies op zijn plaats. Hij is perfectionistisch. En de structuur heeft hij nodig omdat hij erop kan terugvallen. Maar we zijn even fanatiek.

‘Wij zijn net een getrouwd stel. Als we niet op pad zijn samen, bellen we wel. Dan schiet mij weer iets te binnen, dan hem. We leggen onze gedachten voortdurend aan elkaar voor.

‘Marco is de man die rust uitstraalt. Hij is stoïcijns. En hij durft te zeggen dat hij niet alles zeker weet. Daardoor blijft het proces gaande. Wij kakken niet in, we zijn steeds bezig met nieuwe dingen.’

Is hij je beste vriend?

‘Hij is pas sinds twee, drie jaar weer met voetbal bezig. Maar in de tussentijd ging ik ook gewoon met hem om. En toen we allebei in Italië speelden, zochten we elkaar vaak op. We gingen samen op vakantie. Dan hadden we het echt niet de hele dag over voetbal.’

Zijn fanatisme als trainer, heeft dat je nooit verbaasd?

‘Nee, want alles wat hij doet, doet hij bloedfanatiek. Gisteren hebben we in de tuin van het hotel voetvolley gespeeld. Fanatiek! Zeker als het niet lekker gaat. En het ging niet lekker. Maar als het goed gaat, is hij zo blij als een kind. Golfen, tennissen, trainen, alles was hij doet, doet hij met volle overgave.

‘Dat zeggen we ook tegen de spelers: doe het met volle overgave, anders ben je niet eerlijk voor jezelf. Zo werken wij. We zijn eerlijk, we doen ons best en we weten dat we fouten maken. Daar schamen we ons niet voor.’

Hoe veeleisend is het, een ploeg leiden bij een WK?

‘Het valt wel mee hoor. Alles is goed voorbereid. Alles is van tevoren doorgenomen. Het is leuk werken. Je kunt het invullen zoals je wilt. Er zijn coaches die denken, nou ja, de wedstrijd komt eraan, we gaan een beetje trainen en dat is het dan.

‘Wij zijn er intensiever mee bezig, maar we houden genoeg tijd over om zelf te sporten of even tv te kijken. En ’s avonds een potje kaarten. We werken ons niet over de kop.

‘Onze eerste interland, tegen Zweden, kostte ons allemaal heel veel tijd. We gingen de dag voor de wedstrijd om twee uur naar bed en toen waren we nog niet klaar. Het was wennen. Maar dat stadium zijn we allang voorbij.’

Van druk of spanning lijken jullie geen last te hebben.

‘Wel van wedstrijdspanning. Heerlijk. Als je weet dat je er alles aan hebt gedaan, is de spanning minder. Een WK is natuurlijk een groot en belangrijk evenement. De buitenwereld blaast het op, maar daar heb je wel mee te maken.

‘Natuurlijk gaan we daar zelf ook in mee. Maar wij zitten ’s avonds gewoon te kaarten of een krantje te lezen. De manier waarop wij nu werken en met elkaar omgaan is heel leuk. Het is gewoon allemaal heel erg leuk.’

Heb je nooit gedacht: wat doet hij nou?

‘Nee. Nooit.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden