Analyse Effect verlaging rekenrente

De bom onder het pensioenakkoord: gaat de rekenrente terecht omlaag of niet?

Ouderen in een sloep op de Vecht. Na de verlaging van de rekenrente pakken de pensioenen minder riant uit. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Uitgerekend tijdens de vakbondsreferenda over het pensioenakkoord werd deze week bekend dat de rekenrente verder omlaag gaat. Daardoor zijn pensioenfondsen ineens een stuk armer en wordt het wel heel moeilijk om een akkoord te smeden dat iedereen gelukkig maakt.

Het doet denken aan het principiële neefje dat tijdens het kerstdiner – de familie na jaren onmin eindelijk weer in harmonie om tafel – besluit het onderwerp ‘bio-industrie’ aan te snijden. Belangrijke discussie, lieverd. Maar nu?

In vredesnaam, nee, luidde deze week de reactie toen oud-minister Jeroen Dijsselbloem het thema ‘rekenrente’ de pensioendiscussie in fietste. Na jaren steggelen ligt er eindelijk een principeakkoord tussen regering, werkgevers en vakbonden. De AOW-leeftijd gaat langzamer stijgen. De aanvullende pensioenen zullen wanneer het tegenzit op de financiële markten eerder dalen. Maar voor nu telt dat ze in goede tijden sneller meestijgen met de inflatie en de gevreesde kortingen worden vermeden.

Tot dinsdag. In haar op die dag vrijgegeven rapport pleit een wetenschappelijke commissie onder leiding van Dijsselbloem voor een verdere verlaging van de rekenrente. Aan de hand van die ‘risicovrije rente’ moeten de pensioenfondsen hun toekomstige verplichtingen berekenen. Dat is allesbehalve een technisch detail. Simpel gezegd: hoe lager de rekenrente, hoe meer geld de fondsen in kas moeten houden voor later. 

Gemiddeld doet het advies van Dijsselbloem, reeds overgenomen door het kabinet en toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB), de dekkingsgraden van de pensioenfondsen per 2021 met 2,5 procent dalen. Daarmee is het risico op lagere pensioenuitkeringen toch weer levensgroot.

Het nieuws kwam net op het moment dat de vakbondsleden over het pen­­sioenakkoord moesten stemmen. Een ongelukkiger moment om het ‘r-woord’ in de groep te gooien, lijkt amper denkbaar. Negeren, luidde de aanvankelijke oekaze vanuit het FNV-bestuur. Wordt het in plaats daarvan niet hoog tijd dat Nederland onder ogen ziet dat we onszelf rijk rekenen als het om de oude dag gaat – of juist arm?

Doos van Pandora

Eerlijk is eerlijk: de problemen met de lage rente liggen ver buiten de macht van de polder. Deels is dat het gevolg van het goedkope-geldbeleid dat centrale banken al jaren voeren. Het belangrijkste rentetarief van de Europese Centrale Bank staat nog altijd op minus 0,4 procent. Geld sparen kost dus geld. President Mario Draghi liet begin deze maand op een persconferentie merken dat gezien het sombere economische nieuws (handelsoorlog, Brexit) de rente eerder verder zal dalen.

Daarbovenop komt de vergrijzing. Van China tot Europa: overal zetten de ouder wordende bevolkingen geld opzij voor hun oude dag. Oud-directeur Coen Teulings van het Centraal Planbureau voorspelde dat de rente als gevolg van dit geldoverschot nog tot 2030 extreem laag zal blijven.

Zo bezien kunnen pensioenfondsen niet voorzichtig genoeg zijn. Keren zij nu te riante pensioenen uit, dan dreigen de jongeren straks de hond in de pot te vinden. Vandaar die lage, risicovrije rekenrente. Stiekem zal bij de regeringspartijen en DNB ook een andere vrees meespelen. De rekenrente kan een doos van Pandora blijken. Besluiten we nu ons te ontdoen van onze sores door de regels eenmalig te versoepelen, dan zal die roep bij de eerstvolgende pensioencrisis direct wéér klinken.

Te rijk of te arm?

Dan de argumenten van de critici. Is het realistisch om te rekenen aan de hand van een risicoloze rente? Nee, stellen de vakbonden, maar ook partijen als 50Plus en de SP. Pensioenfondsen stoppen ons pensioenvermogen van bijna 1.323 miljard euro ook in aandelen, vastgoed of zelfs hedgefondsen. Risicovolle beleggingen, kortom, die heel wat meer opleveren dan een saaie spaarrekening. Op die manier behaalde het grootste pensioenfonds van Nederland, ABP, de afgelopen vijftien jaar een gemiddeld rendement van 6,6 procent. 

Een alternatief is daarom dat pensioenfondsen hun toekomstige verplichtingen berekenen op basis van dat daadwerkelijk behaalde rendement, minus een veiligheidsmarge. Of we zouden tenminste de iets hogere Europese rekenrente moeten gebruiken waarmee verzekeraars werken. Nu rekenen we onszelf armer dan we daadwerkelijk zijn, aldus dit kamp.

Wie heeft er gelijk? Hetzelfde ABP verloor vorig jaar ineens 2,3 procent op haar anders zo lucratieve beleggingen. Tegelijkertijd is de vraag of de rekenrente zoals die nu gebruikt wordt niet té calvinistisch is.

Eén ding is nu al duidelijk. Ongeacht of de leden van de vakcentrales FNV, CNV en VCP dit weekeinde de komst van het nieuwe pensioenstelsel goedkeuren of verwerpen, de glans is eraf. Na het principeakkoord van 5 juni heerste een kleine week lang de illusie dat Nederland een streep kon zetten onder de jarenlange verdelingsstrijd tussen jong en oud, het chagrijn over niet nagekomen pensioenbeloften, dat hele voor leken ondoorgrondelijke systeem. Toen kwam Dijsselbloem met de rekenrente.

Het waren zes fantastische dagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden