De bokser voor wie Dylan zijn gitaar pakte

Hij stond nog niet overeind of daar viel hij weer. Behalve in de ring. 'Hurricane' Carter, ten onrechte veroordeeld voor moord, overleed dit weekeinde.

De dood van Rubin 'Hurricane' Carter was op paaszondag groot nieuws. De bokser werd nooit wereldkampioen. Toch kennen velen zijn verhaal, omdat dit in zoveel opzichten ook het verhaal van Amerika is, een land dat gul kan zijn in wat het geeft en hard in wat het neemt. Het leven gaf hem niets cadeau maar kreeg hem ook niet klein. 'De eerste 49 jaar leefde ik in een hel, de afgelopen 28 jaar in de hemel', schreef hij vanaf zijn sterfbed.

Het was vallen en opstaan voor Carter. Keer op keer. Hij stond nog niet overeind of daar viel hij weer, waarna de lijdensweg van voren af aan begon. Hij had een ernstig spraakgebrek, groeide op als kleine crimineel, zat in tuchthuizen, ging in het leger, ontdekte het boksen, had succes, werd veroordeeld voor een moord die hij niet begaan had, was het slachtoffer van racisme, zat vast, kwam vrij en moest terug de gevangenis in, Bob Dylan zong over hem en acteur Denzel Washington speelde hem. Het ongeluk bevond zich steeds één stap achter hem. Maar nooit stond hij toe dat woede en verbittering hem voorgoed in hun greep zouden krijgen, zei een goede vriend, John Artis, na zijn overlijden.

Meteen vanaf zijn geboorte, op 6 mei 1937, was duidelijk dat Rubin Carter veel tegen had en weinig mee. Hij is een van de zeven kinderen in een zwart gezin in New Jersey, waarvan de vader twee banen nodig heeft om de familie te kunnen onderhouden. Hij stottert zo erg dat hij de eerste achttien jaar nauwelijks kan praten. 'De mensen lachten me uit,'zegt hij in 2011 in een interview.

Zijn vader, die 's ochtends koelijs rondbrengt voor hij aan zijn dienst in een rubberfabriek begint, is gelovig en streng. Rubin wordt al jong aan het werk gezet. Vanaf zijn achtste moet hij meehelpen met ijshakken. Ondertussen doet hij het slecht op school en raakt hij op het slechte pad. Samen met andere jongens steelt hij kleding in een winkel in zijn woonplaats Paterson. Zijn vader geeft hem aan. De zoon komt ervan af met een voorwaardelijke straf.

Op zijn elfde belandt hij alsnog in het gevang, nadat hij een man heeft gestoken. Naar eigen zeggen omdat die man zich aan hem wilde vergrijpen. In het tuchthuis wordt hij geslagen en misbruikt door de bewakers, schrijft hij later in zijn autobiografie. Hij ontsnapt en meldt zich aan bij het leger, waar ze niet in de gaten hebben dat hij voortvluchtig is.

Hij wordt parachutist bij de 101ste Luchtlandingsdivisie in Duitsland, neemt spraaklessen, komt van het stotteren af en gaat boksen. Hij geniet van de sport, die hard is maar eerlijk. Over zijn tegenstanders zegt hij: 'Dat zijn sterke, eerlijke lui, harde werkers en net zulke harde vechters. Geen ingewikkeld gedoe, geen spanningen, geen angst.' Op een gegeven moment loopt hij toch tegen de lamp en moet hij terug het tuchthuis in. Na zijn vrijlating gaat hij weer in de fout. Hij steelt de portemonnee van een vrouw en valt een man aan op straat in Paterson. Vier jaar gevangenis volgt.

Hij komt vrij in 1961 en wordt beroepsbokser. Hij is befaamd om zijn linkse hoek. De meeste partijen wint hij op knock-out. Hij krijgt de bijnaam 'Hurricane', omdat hij als een orkaan tekeer kan gaan in de ring. Hij lijkt zijn bestemming te hebben gevonden. Geen gestotter en hatelijk gelach meer. 'Alles wat zij nu hoorden waren mijn vuisten die de lucht doorkliefden.' Een wereldtitel lonkt.

Maar op in de nacht van 16 op 17 juni 1966 schieten twee zwarten in Paterson twee blanke mannen en een blanke vrouw dood in een grillrestaurant. Carter en zijn vriend John Artis, die deze avond verschillende plaatselijke bars hebben bezocht, worden aangeklaagd voor moord, hoewel ze een alibi hebben. De geheel blanke jury veroordeelt de verdachten in 1967 op grond van de getuigenis van twee blanke mannen, Alfred Bello en Arthur Bradley. Dit ondanks het feit dat de twee een lang strafblad hebben en op het moment van de moord in de buurt van het restaurant waren, omdat ze daar in de buurt wilden inbreken. Carter krijgt dertig jaar.

In 1974 trekken Bello en Bradley hun getuigenis in. Ze zouden die hebben afgelegd onder druk van de rechercheurs. Ook zou de aanklager in het geheim hebben toegezegd een oogje te zullen toeknijpen wat hun eigen misdaden betreft. In 1976 wordt de veroordeling van Carter en Artis ongedaan gemaakt. Carter wordt een held van de zwarte burgerrechtenbeweging. Dylan komt met zijn song 'Hurricane'. Maar negen maanden later gaat de bokser weer de gevangenis in na een nieuw proces, waarin Bello de herroeping van zijn eerste belastende getuigenis weer intrekt.

Negen jaar duurt het voordat rechter Lee Sarokin in Newark in 1985 de veroordeling nietig verklaart op constitutionele gronden. Volgens de rechter had het vonnis meer te maken met 'racisme dan met rede, meer met het achterhouden van bewijzen dan met het leveren van bewijs'.

Eindelijk breekt de hemel aan voor Carter. Als iemand met niet meer dan lagere school, was hij zich in de gevangenis gaan verdiepen juridische, filosofische, historische en religieuze boeken. Hij verhuist naar Toronto in Canada. In 1999 wordt zijn leven verfilmd in The Hurricane met Denzel Washington in de hoofdrol. In 2004 richt Carter een actiegroep op: Innocence International. Die strijdt voor een beter rechtssysteem. In 2011 publiceert hij een autobiografie met voorwoord van Nelson Mandela.

In februari doet Carter voor het laatst van zich spreken. Hij heeft prostaatkanker. 'Ik kijk de dood recht in de ogen, hij heeft me in de touwen, maar ik geef niet op'. Hij pleit voor de vrijspraak van David McCallum in Brooklyn, die volgens hem al sinds 1985 onschuldig vastzit. Carter overlijdt op paaszondag, 76 jaar oud.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden