De boer is de baas in het putje van Nederland

Zuid-Holland leek op de goede weg. Kleine waterschapjes zouden samengevoegd worden tot één daadkrachtige organisatie. Die zou de strijd tegen het wassende water slagvaardig kunnen aanpakken....

'De grens tussen mijn waterschap en de Lopikerwaard?', zegt dijkgraaf Jaap Slingerland van de Krimpenerwaard. 'Daar staan we nu op.' De verslaggever moet goed kijken. Een prachtig, landelijk zomerdijkje loopt als een smal lint vanaf de Bonrepas bij Schoonhoven in de richting van Gouda. Op de meeste stukken steekt het dijkje hooguit een meter boven de weilanden uit.

Dit zomerdijkje moet volgens Provinciale Staten de afscheiding gaan vormen tussen twee grote waterschappen: Schieland, met daarin voortaan ook de Krimpenerwaard, en het Waterschap Stichtse Rijnlanden, waartoe de Lopikerwaard behoort.

Als het water dat nou maar snapt. Nee, erg logisch is het allemaal niet, beaamt Slingerland. ' Als Schieland onderloopt, is dat voor ons hier in de Krimpenerwaard een zegen. Dat geeft hier verlichting. Als de Lopikerwaard volloopt, lopen wij ook vol. Daar verandert dit dijkje natuurlijk niks aan. Kortom, wij horen bij de Lopikerwaard. Altijd zo geweest.'

Maar dijkgraaf Slingerland wil niet te hard klagen. Het getouwtrek rond zijn waterschap is maar een van de vele ongewenste gevolgen van een besluit dat woensdag valt in de Provinciale Staten van Zuid-Holland.

De vergadering van woensdag is het onverwachte sluitstuk van zeker tien jaar overleg over de vorming van één groot waterschap: de W7. Die W7, daar leek werkelijk geen speld tussen te krijgen. Het superwaterschap moest bestaan uit zes 'kwantitatieve waterschappen', die vooral tot taak hebben het waterpeil te reguleren: Krimpenerwaard, Alblasserwaard/Vijfheerenlanden, Goeree-Overflakkee, De Brielse Dijkring, IJsselmonde en De Groote Waard. Nummer zeven in de rij werd het overkoepelende Zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden (ZHEW).

Maar het liep anders. Vier van de zeven, Goeree-Overflakkee, De Brielse Dijkring, IJsselmonde en De Groote Waard hadden er niet veel zin in. Aanvankelijk wilden ze liefst helemaal alleen blijven. Maar de trend tot grotere waterschappen is nu eenmaal onstuitbaar, beseften ook zij.

In 1950 waren er nog 2500 waterschappen, nu zijn het er 56. En mede onder druk van Europa is de hele ontwikkeling gericht op nog grotere gehelen. Dus stemden de vier onwilligen schoorvoetend in met paarsgewijze samenvoeging. Toen ook dat kansloos bleek, kwamen ze een paar jaar geleden op de proppen met een eigen voorstel: ze wilden samen verder als de W4.

Het leek een achterhoedegevecht. De regenboogcoalitie van Gedeputeerde Staten Zuid-Holland zette vol in op vorming van dat ene grote waterschap. De voordelen leken legio: een bestuur in plaats van zes, een financiële administratie, eenmaal verkiezingen en een dijkgraaf die veel slagvaardiger, want per definitie eensgezind gesteund, de strijd kon aanbinden met de groeiende problemen die het immer wassende water de laatste jaren veroorzaakt. En een veel groter budget .

Zuid-Holland leek dus op de goede weg. Tótdat afgelopen november het CDA opeens een draai maakte, tot verbijstering van de eigen Gedeputeerde Leen van der Sar. Een meerderheid voor de W4 was geboren.

'Er was nu eenmaal onvoldoende draagvlak voor die W7', zegt CDA-woordvoerster Greetje Willemsma. 'Het verzet was enorm, en met onwillige honden is het kwaad hazen vangen.'

Zelf is ze sowieso al geen voorstander van schaalvergroting. 'Ik was destijds ook al tegen de annexatie van Voorburg.' Dat legde haar geen windeieren. 'Ik ben met zevenduizend voorkeurstemmen gekozen. Dat is echt heel veel voor Provinciale Staten.'

Die paar opmerkingen maken veel los bij critici van het provinciale CDA.

'Ze laten zich voor het karretje spannen van een heel klein groepje dat het voor het zeggen heeft bij de waterschappen: landbouwers', zegt Peter van Rooy. Hij is onderzoeker voor het instituut Accanto en auteur van het Rathenau-rapport Het blauwe goud verzilveren, een gezaghebbende studie naar waterbeheer in de 21ste eeuw. 'Ik ben al twintig jaar bezig met water en ik moet zeggen: ik word steeds kwader', begint Van Rooy. 'Dit is gewoon gebrek aan bestuurlijke moed.'

Hij schetst de redenering die nu de doorslag gaat geven. 'Een boer wil graag dat het land in het voorjaar zo snel mogelijk wordt drooggepompt. Dan kan hij het land op. In de zomer moet de boel een beetje nat worden gehouden. Dat regelt hij het liefst zelf, met zijn eigen vertrouwde waterschapje waar hij of zijn buurman in het bestuur zit.

'Stel nu dat dat waterschap wordt samengevoegd. Er komen stedelingen in, of natuurliefhebbers. Die hebben andere belangen en overwegingen, ze kijken bijvoorbeeld naar wat goed is voor het milieu of pakweg de vogelstand. Dat maakt alles ingewikkelder. Dus denkt zo'n boer: niet doen, die samenvoeging. We houden het fijn poldergewijs.

'Het CDA zwicht daar nu voor en ik moet zeggen: ik voel mijn stekels opkomen. Dit spel is amper nog acceptabel. Het land waar we het nu over hebben is wel het putje van Nederland! Al die wateroverlast van de laatste jaren, in het Westland en in Rotterdam, is een direct gevolg van dit beleid. En daar draaien de belastingbetalers en de bewoners wél voor op.'

Maar wie zou op de rem moeten gaan staan? De opkomst bij verkiezingen voor waterschappen is vaak niet hoger dan 10 of 20 procent. Zelfs die kiezers weten vaak niet wat hun bestuurders doen of laten. Provinciale Staten klaagt zelf al jaren luidkeels over de desinteresse in haar werk.

' Het debat wordt nu eenmaal in vrij kleine kring gevoerd', erkent Statenlid Ron Kiela van de PvdA.

Een van de felste tegenstanders van de W4-plannen is Ronald Bosua, voorzitter van de ondernemingsraad van het Zuiveringsschap. Geen wonder: in de W4-'opschalingsoperatie' wordt de ZHEW, paradoxaal genoeg, in drieën geknipt.

De vierhonderd werknemers hebben geen idee waar ze de komende jaren zullen werken. Dat kan knap ver van de huidige plek worden, want waarschijnlijk wordt Alblasserwaard/Vijfheerenlanden bij het Gelderse waterschap Rivierenland gevoegd. En dat kan nog weer even duren, want die zitten nog volop in de vorige fusie. Handig is anders.

'De burger staat hier allemaal ver van af, maar die krijgt wel de rekening gepresenteerd', voorspelt Bosua. 'Wij worden flink duurder, wat dacht je?'

Twee elementen ontbreken totaal in de huidige discussie, zegt Bosua: 'Wat zijn de lasten voor de burger en wat zijn nou eigenlijk de taken van de waterschappen?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden