De boer die zich onderploegde

'De milieuregels zijn nu zo ingericht, dat je als boer moet meewerken aan je eigen ondergang.' Daarom, zegt Iwan Gijsbers, varkensboer bij De Peel, zouden boeren en tuinders zelf oplossingen moeten bedenken voor de milieuvervuiling die ze zelf veroorzaken....

GERARD REIJN

0B OEREN EN TUINDERS zijn vervuilers. Maar pogingen om de vervuiling terug te dringen door hen aan steeds strengere regels te binden, werken niet. Logisch, vindt Iwan Gijsbers, varkensboer bij De Peel, want de boeren verzetten zich met hand en tand tegen die maatregelen. 'De milieuregels zijn nu zo ingericht, dat je als boer moet meewerken aan je eigen ondergang.'

In plaats daarvan zouden boeren en tuinders zelf oplossingen moeten bedenken voor de milieuvervuiling die ze zelf veroorzaken. En Gijsbers denkt daarvoor het middel in handen te hebben: de milieucoöperatie.

De milieucoöperatie bestaat nog niet, maar heeft al een hele geschiedenis achter de rug. Het idee kwam uit Wageningen, waar onderzoekers constateerden dat het verzet van boeren tegen milieuwetgeving grote gelijkenis vertoont met de schermutselingen die begin deze eeuw voorafgingen aan de vorming van de afzetcoöperaties. Vervolgens construeerden zij op papier de milieucoöperatie, en zowaar viel het idee in Den Haag in goede aarde. Vorig jaar werd de nota Sturing op Maat naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin het wettelijk kader van de milieucoöperatie werd opgesteld.

Aanvankelijk bestond het idee om de coöperatie via heffingen op zijn eigen leden het milieubeleid zou uitvoeren. Maar vrijwel geen boer bleek geïnteresseerd in een lidmaatschap van een nieuwe heffingen-oplegger. Langzaam maar zeker evolueerde het idee. Inmiddels wordt op vijf plaatsen gewerkt aan het opzetten van milieucoöperaties.

Het ministerie heeft zijn medewerking toegezegd, en is bijvoorbeeld bereid om voor wetten en regels die de milieucoöperatie in de weg zitten, ontheffingen te verlenen. Als het plan maar goed is, verduidelijkt een woordvoerder. Het ministerie kijkt nu reikhalzend uit naar de eerste plannen.

Een aantal varkensboeren in het gebied rondom De Peel ook. In dit gebied is de Milieucoöperatie De Peel actief, waarvan genoemde Iwan Gijsbers secretaris is. Het natuurgebied De Peel is zeer gevoelig voor vervuilende stoffen zoals ammoniak. Om te voorkomen dat de ammoniak-vervuiling nog erger wordt, heeft de overheid bepaald dat geen enkel varkensbedrijf zijn ammoniak-uitstoot mag vergroten.

Sindsdien staat de economische en ecologische evolutie vrijwel stil. Nieuwe varkenshouderijen mogen er niet meer komen, en de bestaande mogen niet meer uitbreiden. Dat betekent dat de milieuvervuiling op peil blijft, maar dat de boeren in het gebied een langzame maar zekere economische ondergang tegemoet gaan. De enige vooruitgang die een boer nog kan boeken is een tweede bedrijf overnemen, maar de twee samenvoegen mag hij nooit.

Volgens Gijsbers is deze loopgravenoorlog een typisch voorbeeld van het probleem dat de milieucoöperatie wil oplossen. 'Als je het ammoniakprobleem nu eens per gebied aanpakt in plaats van per bedrijf. Dan zou je kunnen bereiken dat je een bedrijf op de ene plaats sluit, en dat je op de andere plaats een bedrijf uitbreidt. Dan heeft de boer ook de mogelijkheid om moderne stallen te bouwen, want hij kan investeren in groei.'

De dynamiek moet terugkomen. Dat is goed voor de economische ontwikkeling, maar zeker ook voor het milieu. Gijsbers, schamperend: 'Weet je hoeveel mieuvriendelijke Groen-Labelstallen er de afgelopen jaren in héél Nederland zijn gebouwd? Voor varkens en runderen bij elkaar? Vijf-en-tach-tig! Dat is alles. Zo kom je toch nooit ergens.'

Volgens Gijsbers moet de houding van de overheid tegenover de boeren zijn: hòe je het oplost, dat zoek je maar uit, als die milieuvervuiling maar wordt teruggedrongen. Voor zo'n benadering, denkt hij, is steun onder de boeren wel te vinden. Dat bleek toen vorig jaar een enquête werd gehouden onder de boeren rondom De Peel.

Aanleiding voor het houden van de enquête was de verscherping van de strijd tussen milieubeweging en boeren en tuinders in het gebied. De milieubeweging wist met juridische middelen bijvoorbeeld te voorkomen dat een splinternieuw boerenbedrijf, kant en klaar, in gebruik genomen kon worden. Met de milieuwetten in de hand kon zijn hinderwetvergunning met succes worden bestreden.

Uit de enquête bleken twee dingen. De boeren kunnen niet uit de voeten met het huidige milieubeleid, en zij willen zelf aan de slag om de milieubelasting te verlagen. 'Maar dan op onze eigen manier. Vanuit de praktijk. Niet veel praten maar wel veel doen,' aldus Gijsbers. Voor dat doel werd de milieucoöperatie opgericht.

Gijsbers en de zijnen hebben plannen zat. In het plan van aanpak, dat zij in maart aan de minister zullen presenteren, gaan zij vier problemen te lijf: de ammoniak, de mineralenaanpak, het mest- en waterprobleem, en tenslotte natuurproduktie door de boer.

Water is in de Peel een gevoelig onderwerp. Het veen bestaat voor 98 procent uit water, en ligt bovendien hoger dan het omliggende land. Een waterbult dus, en die behoeft zorgvuldig beheer. De natuurbeschermers vrezen bijvoorbeeld dat de kassen in het gebied de gevoelige waterhuishouding verstoren. Immers, een regenbui op het veen levert plassen op, dus water dat blijft, maar een bui op een glasdak levert alleen een snelstromende goot op, dus water dat vertrekt. Hoe meer glas, hoe minder water.

Volgens Pavlov zou nu de reactie moeten zijn: natuurbeschermers tegen kassen, glastuinders tegen natuurbeschermers. De koppen tegen elkaar. Maar Gijsbers legt uit dat de milieucoöperatie het waterprobleem nu serieus laat onderzoeken. 'Wij denken dat het geen probleem is. Maar als blijkt dat het dat wel is, moeten we een oplossing zoeken.'

Voor het mestprobleem in de regio is die oplossing al aardig aan het groeien. Volgens Gijsbers wordt er hard gewerkt aan manieren waarop mest op de boerderij voor een groot deel kan worden verwerkt.

Milieutechnisch levert het alleen maar voordelen op. Maar van het afvalwater dat uit het proces overblijft, mag per jaar maar 25 kubieke meter per hectare worden uitgereden. Gijsbers: 'Die norm is gebaseerd op sterk verouderde technieken. Het water dat wij overhouden, is veel schoner. Daarom willen wij veel meer op het land kunnen uitrijden, bijvoorbeeld honderd kuub.' Daarvoor is een ontheffing nodig.

Gijsbers wil bovendien dat in het gebied rond De Peel een proefgebied wordt gecreëerd waar de mineralenboekhouding kan worden toegepast. Niet vrijblijvend, maar ècht, zodat de boer die handig is ook daadwerkelijk wordt beloond. Want daaraan schort het nu. 'Als je je verschrikkelijk uitslooft om het milieutechnisch goed te doen, kun je per jaar een paar honderd gulden per bedrijf uitsparen,' schampert hij.

De milieucoöperatie wil ook dat de boeren een grotere rol krijgen toebedeeld in wat zij noemt 'de produktie van natuur'. Tegenstrijdig als de term lijkt, heeft zij toch al een plaatsje gekregen in de ideeën van de landbouwminister Van Aartsen. Die heeft geen zin landbouwgrond op te kopen en tot natuurgebied te bestempelen. Hij vindt dat de boeren maar moeten worden ingeschakeld.

Gijsbers ziet het iets anders. Hij vindt dat landbouwgronden rond De Peel, die door de overheid zijn aangekocht en tot het natuurgebied moeten worden gerekend, het best door boeren kunnen worden onderhouden. 'Ook al omdat daardoor het beleid beter zal worden geaccepteerd. Als de dienst der Domeinen zelf het onderhoud uitvoert, zijn ze duurder uit en voelt de boer zich buitengesloten. En dan zet hij zijn hakken in het zand.'

De steun die de milieucoöperatie onder de boeren en tuinders heeft, is niet zo duidelijk. Van de zeshonderd varkenshouders in het gebied, werken er ongeveer honderd mee. 'Dat is een kwart van de bedrijven met toekomst', rekent Gijsbers optimistisch.

Maar het lidmaatschap is in De Peel wel erg simpel geregeld. De meeste boeren zijn lid van de Brabantse boerenbond NCB. De ledenlijst van de NCB is nu tevens de ledenlijst van de milieucoöperatie De Peel.

Een constructie die het ministerie van Landbouw wel zorgen baart. 'De andere milieucoöperaties die in ontwikkeling zijn, hebben wel degelijk een vrijwillig lidmaatschap, en bij hen zit het draagvlak onder de boeren wel snor. Maar voor De Peel maak ik mij zorgen over de steun die de organisatie heeft.

Ook de Wageningse socioloog J. Frouws, die de milieucoöperatie begeleidt, heeft zijn zorgen over de steun van de boeren. De milieubeweging zal wel willen meewerken, denkt hij, maar de boeren? 'Die mensen van de milieucoöperatie moet je toch zien als een voorhoede. De vraag is in hoeverre zij steun krijgen van de anderen.'

Maar Gijsbers is optimistisch over zijn steun bij de boeren. 'Als we eerst maar eens resultaten kunnen laten zien. Dan komen de boeren wel.

'Maar dan moet het in de praktijk ook werken. Nu zijn de meeste maatregelen op milieugebied zó ingericht, dat je als boer moet meewerken aan je eigen ondergang. Daarin willen wij verandering brengen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden