De boekenkast van Dick Matena

Schrijver en striptekenaar Dick Matena had ooit een droombibliotheek. Een gebarsten waterleiding sloeg een diep, onherstelbaar gat in zijn boekenverzameling.

Vertel over de rampspoed die u is overkomen.

'Ik heb dertig jaar in België gewoond, waar je nog gemakkelijk grote vrijstaande huizen kunt huren tegen een schappelijke prijs. Grote huizen betekent ruimte voor heel veel boeken. In een van die huizen had ik een bibliotheek zoals een bibliotheek moet zijn. Je kwam binnen in een grote hal en vandaar kon je met een brede trap naar een galerij op de eerste verdieping. Daar had ik overal boekenrekken laten plaatsen, geweldig mooi, net een klassieke Engelse library.


Het volgende huis was een wat kleiner huis in Kasterlee, gelukkig met een garage, zodat ik al mijn boeken kon meenemen. Op een koude oudejaarsavond was ik met mijn vrouw Nelleke en mijn kinderen in het dorp wat gaan eten. Toen we thuis kwamen en ik de deur van de garage opendeed, sloeg de schrik rond mijn hart. Een ongelooflijk harde straal water spoot mijn boeken tot pulp. Ik had nooit kunnen bevroeden dat een bevroren leiding zo'n ravage kan aanrichten. Nu, zo'n zestien jaar na de watersnood, mis ik nog steeds boeken die toen verloren zijn gegaan, waaronder een groot aantal delen van de Literaire Pocketreeks van De Bezige Bij uit de jaren vijftig en zestig. Het waren de eerste boeken die ik kocht, aanvankelijk alleen voor de omslagen, pas later ben ik ze gaan lezen.'


Van een groot huis in België bent u vorig jaar verhuisd naar een Amsterdams bovenhuis. Hoe moest dat met uw boekenverzameling?

'Een groot deel was dus al door Moeder Natuur verzwolgen, de rest staat hier of in de opslag bij kennissen. Wat ik altijd om me heen wil hebben zijn de boeken uit mijn kinderjaren, ze staan in een aparte kast, de nostalgiekast. Dick Trom staat daar, Het Boek voor de Jeugd, een dikke literaire bloemlezing, samengesteld door onder meer Theo Thijssen, en de plaatjesboeken van Douwe Egberts, zoals Naar de West en De kleuren van Bali.


En natuurlijk veel strips uit die jaren vijftig, een gouden periode met Waalse reuzen als André Franquin, de tekenaar van Guus Flater en Robbedoes en Kwabbernoot, en Hergés Kuifje. Maar ook met mijn Nederlandse idool, Hans Kresse, de tekenaar van Eric de Noorman, wiens werk behoort tot het beste wat in de wereld is gemaakt. Het zijn klassiek geschoolde tekenaars, ze kenden de anatomische atlas van buiten. Kom daar nu nog maar eens om.'


Waarom bent u gestopt met het verstrippen van literaire romans?

'Ik heb de boeken gedaan die ik graag wilde doen -De Avonden, Kaas, Kees de jongen en Kort Amerikaans. Het is mooi geweest. Het is een vreselijk inspannend en langdurig karwei, waaraan ik bijna ten onder ben gegaan, fysiek zowel als financieel. Nederlanders zijn - anders dan Belgen en Fransen - al geen striplezers en als het dan ook nog literatuur is, houden ze het helemaal voor gezien. Ik ben nu bezig met een nieuwe Tom Poes, op basis van een onaf verhaal waar ik een jaar of twaalf geleden nog samen met Maarten Toonder aan heb gewerkt. Daarna ga ik verder met het zwaar illustreren van Knielen op een bed violen van mijn goede vriend Jan Siebelink. Tenminste als mijn gezondheid het toe laat. Een paar maanden geleden heb ik een stevig hartinfarct gehad, gevolgd door een hartoperatie. De twee behandelend cardiologen bleken grote liefhebbers van mijn werk. Dat helpt wel bij het herstel, moet ik zeggen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden