De boefjes in bedwang

Meer leerlingen met een stoornis komen in het reguliere onderwijs terecht. De VU heeft onderzocht hoe leraren met verschillende gedragsproblemen kunnen omgaan. Ze moesten zichzelf voor de klas filmen en gingen met elkaar in gesprek. Een openbaring.

Willem Joost Louwerse begint zijn les in de mavo-3-klas met het opspelden van een microfoontje aan zijn shirt. 'Een van de leerlingen is slechthorend en kan mijn les alleen volgen via een draadloze verbinding met haar gehoorapparaat', vertelt de 39-jarige wiskundedocent op het Corderius College in Amersfoort. Een handige uitvinding, want voorheen kwam zo'n leerling helemaal vooraan in de klas te zitten. Die eerste rij kan nu mooi bezet worden door de leerlingen met AD(H)D, dyslexie, dyscalculie of een autistische stoornis. En door 'normale', maar drukke leerlingen die last hebben van de puberteit. 'De boeven wil ik vooraan hebben. Helaas zijn daar maar zes plaatsen; ik heb er meestal meer dan zes die speciale aandacht nodig hebben.'


Leerlingen met een 'hulpvraag', bijzondere leerlingen, zorgleerlingen, probleemleerlingen, leerlingen met 'externaliserend gedrag'. Geef het maar een naam. Een breed scala aan stoornissen passeert de revue wanneer het gaat over kinderen die extra aandacht nodig hebben. Met de invoering van passend onderwijs wordt een steeds groter beroep gedaan op de pedagogische kwaliteiten van leraren in het reguliere basis- en voortgezet onderwijs. 'Veel leraren ervaren dat als een grote druk', vertelt Madeleine Vreeburg, docent pedagogiek en onderwijskunde. Zij is procesbegeleider van een onderzoek van de Vrije Universiteit in Amsterdam (VU) en hogeschool Windesheim naar leraarsgedrag. 'De weg naar het speciaal onderwijs wordt bemoeilijkt met de komst van passend onderwijs. Het wordt voor leraren in het reguliere onderwijs lastiger om met die verschillende problemen om te gaan. Dat veroorzaakt onzekerheid, handelingsverlegenheid en uitval.'


Om te onderzoeken hoe leerkrachten beter kunnen leren omgaan met al die gedragsproblemen in de klas, begon de VU eind 2011 een onderzoek. Twee basisscholen en twee scholen voor voortgezet onderwijs trokken twee jaar lang gezamenlijk op in het onderzoeksproject onder leiding van Sui Lin Goei, lector Onderwijszorg. In kleine teams van leraren werd besproken tegen welke problemen ze met een klas of leerling aanliepen. De les werd vervolgens gefilmd, waarna de beelden werden bekeken en geanalyseerd. Vervolgens bedachten de leraren samen wat een betere aanpak zou kunnen zijn. Dat werd weer gefilmd en opnieuw besproken.


Erlinde Kramer (30) van de deelnemende basisschool Sint Jan in Amsterdam had al een tijdje problemen met een van haar leerlingen in groep 8, die niet wilde luisteren en op een negatieve manier aandacht trok. 'Hij was een stoorzender voor de hele klas. We hebben toen een check-in/check-out methode bedacht. Iedere ochtend ging ik voor school even een kopje thee met hem drinken en praten over leuke dingen. Zo kreeg hij het gevoel: de juf is geïnteresseerd in mij. De band tussen ons verbeterde en hij ging meer zijn best doen. Heel simpel eigenlijk, maar in je eentje kom je er niet op. Soms heb je het gevoel: ik lijk wel een psycholoog.'


Het praten over waar je tegenaan loopt (het 'professioneel leergesprek') was voor de docenten een openbaring. Kim Meijer (29) geeft les aan groep 1 en 2 op de Sint Jan: 'Bij ons op school werd altijd wel gezegd: vraag hulp als je er niet uitkomt, maar toch doe je dat niet snel. Persoonlijk heb ik het vaak binnen de vier muren van mijn lokaal gehouden. Door het met je collega's te bespreken en te zíén wat er in je klas gebeurt, word je met je eigen gedrag geconfronteerd. Heel prettig was dat je het met een klein groepje doet en dat niet het hele schoolteam ernaar zit te kijken. Dat voelt vertrouwd en veilig.' Kramer: 'Je leert bovendien meer trucjes en methodes, je rugzak is weer gevuld. Het is goed om te weten dat je je eigen handelen wel zó kunt aanpassen dat het werkbaar wordt. Het kind verander je niet.'


Op het Corderius College werd gekeken naar specifieke klassen in de onderbouw met relatief veel lastige leerlingen. Ervaren en minder ervaren docenten van dezelfde 'probleemklas' (onder andere een mavo-2- en een havo-3-klas) voerden gesprekken, maakten video-opnamen en analyseerden hun gedrag. Willem Joost Louwerse: 'Heel confronterend. Je denkt: o, ben ik dat? Je ziet hoe vruchteloos je acties soms zijn.' Zijn groepje experimenteerde met het opstartmoment. Omdat een docent aan het begin van de les eerst wat praktische handelingen moet verrichten, kan het al snel een grote chaos zijn in de klas.


'Er zijn collega's die dan gewoon beginnen en het raar vinden dat vervolgens de les niet goed loopt. We hebben geëxperimenteerd met van alles: aftellen van drie naar nul, roepen 'en nu is het stil!' en de deur hard dichtgooien. In een geval bleek het effectief om bij binnenkomst een muziekje op te zetten. Als de les begon, zette de docent de muziek uit en werd het rustig. Het werkt trouwens niet voor iedereen, het is hartstikke persoonlijk. De werkvorm is overdraagbaar, maar wij kunnen nu niet een document opleveren waarin staat: voortaan moet iedereen in de klas het startmoment zó aanpakken.'


Volgens Vreeburg zit de kracht van het project vooral in het professioneel leergesprek. 'Dus niet klagen over die rotklas of dat nare kind, maar systematisch praten over wat er nu precies gebeurt.' Ze denkt overigens niet dat er één docent zal zijn die zichzelf nu 'excellent' zal noemen. 'Ja, we gebruiken het woord in onze projecttitel, maar ik vind het eigenlijk een nare beleidsterm. Het geeft mensen het idee dat het nooit goed genoeg is. Dat gevoel hebben leraren toch al een beetje, omdat ze steeds nieuwe dingen moeten leren.'


De deelnemende scholen zijn enthousiast over het project en willen ermee door. Plaatsvervangend rector Kees van den Brink van het Corderius: 'Wij willen mensen trainen om met de videocamera te werken en samen interventies te blijven uitvoeren.' Dat kost extra tijd en dus geld. Het kan er op zijn school nog nét van af. 'Er wordt veel van het onderwijs gevraagd. Meer zorgleerlingen in de klas vind ik prima, maar dan moet je het reguliere onderwijs ook die ruimte geven. De minister zegt: de lat moet omhoog, maar tegelijkertijd gaan de financiën omlaag. Daar moeten we mee oppassen.'


Kim Meijer van de Sint Jan vindt de investering terecht. 'Je kunt je afvragen wat het de samenleving kost als steeds meer leerkrachten last hebben van handelingsverlegenheid. Ik ben zelf in ieder geval blij dat ik nu niet meer naar huis hoef te gaan met een gevoel dat het wéér niet is gelukt met die ene leerling.'


EUROPESE CONFERENTIE

Het onderzoeksproject 'Excellent leraarsgedrag kun je leren!' van de Vrije Universiteit en Hogeschool Windesheim wordt afgesloten met een Europese conferentie over positieve gedragsondersteuning door leraren. Deze eerste Europese Positive Behaviour Conferentie vindt plaats op 22 mei op de VU in Amsterdam. excellenteleraar.nl


PASSEND ONDERWIJS

Vanaf 1 augustus 2014 krijgen scholen een zorgplicht: ze zijn verplicht een passende onderwijsplek te bieden aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Scholen in dezelfde regio moeten hierover met elkaar overleggen en samenwerken. Door passend onderwijs kunnen meer leerlingen in het reguliere onderwijs terecht. Pas als de problemen te ingewikkeld zijn, gaat een leerling naar het speciaal onderwijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden