De blik vooruit

Koplampen bepalen het gezicht van de auto. Ze stralen vriendelijkheid uit, of futurisme. Hoe de ogen van Sophia Loren auto-ontwerpers inspireerden. En nu die van KITT.

Zolang de mens met zijn eigen technologische bedenksels leeft, denkt hij daar nogal tweeslachtig over - grofgezegd zien we er onze verlossing in, of onze ondergang. Televisie is ons venster op de wereld of maakt ons lui en dom, het internet zet ons aan een infuus van porno of maakt de wereld een democratische global village, computers lossen al onze problemen op of groeien uit tot Terminator 3 en maken ons tot slaaf - enfin, u kent de voorbeelden.


Het aardige is dat je aan design kunt zien hoezeer de ontwerpers de opdracht hebben om de producten te verkopen door rekening te houden met die ambiguïteit. Zitten we in een bangige periode dan stralen de ontwerpen van apparaten vertrouwheid en aaibaarheid uit, bevinden we ons in een periode van onwrikbaar vooruitgangsgeloof dan ligt de nadruk op futurisme en hightech-spektakel. Misschien is dat nog wel het best te zien aan de designontwikkeling van onze grootste technologische huisvriend: de auto. En laat die nou net in een overgangsperiode zitten tussen het angstige en het jubelende sentiment.


Hét voorbeeld van hoe ontwerptechnologie tot iets warms en vertrouwds kan leiden, is het beroemde auto-gezicht: de twee koplampen die ons onherroepelijk aan ogen doen denken, met de punt van de motorkap of de grill in de wat onduidelijker en wisselender functies van neus en/of mond. Vanaf de eerste automodellen geven de koplampen op die manier iets vriendelijks - vroeger waren koplampen bijna standaard rond, wat de blik van de auto iets argeloos, onnozels en kinderlijks geeft - grote, wijdopengesperde ogen, als teken van onbevangenheid. Denk aan de rondogige Volkswagen Kever of de Mini: olijke autootjes, niet in de laatste plaats te danken aan hun guitige gezichtsuitdrukking.


Toen de fabricagetechnieken ook andere koplampvormen begonnen toe te staan, begonnen ontwerpers bewust met de gezichtsuitdrukking van auto's te spelen. De verleiderlijke blik deed zijn intrude - vooral Peugeot was daar in de jaren zestig erg goed in. Voor wie het erin wil zien waren de lijnen van de Peugeot 204 bedoeld als eerbetoon aan de charme van Jacky Kennedy; en met de 504 gingen ze nog een stapje verder: designbaas Paul Buvot baseerde de trapeziumvorm van de lampen op de ogen van Sophia Loren, met dat zware accent aan de boven-buitenkant en die schuin naar beneden gerichte stand.


Of hij daar nou helemaal overtuigend in slaagde doet er niet eens toe - het geeft aan hoe heilig het geloof van de ontwerpers in de charmerende werking van de koplampen is. Die kijken boos en roofdier-achtig agressief voor kopers die zich graag op hun mannelijkheid en sportiviteit laten aanspreken, lief en aandoenlijk voor meisjes die iets aaibaars willen. Misschien volgens het adagium dat Rudy Kousbroek ooit formuleerde: kennelijk vinden we de autotechnologie zoiets onbevattelijks, dat we hem moeten terugbrengen tot een schijnbaar organisme. Of anders in een variant daarop: de potentieel gevaarlijke, vervuilende machine moet tot een aanraakbare vriend worden gemaakt.


En precies daar zitten we nu op een omslagpunt. Het organische, dierlijke of menselijke van de koplampen lijkt langzaam maar zeker te worden verruild voor een andere vormtaal. Neem de geclusterde kleine ledlampjes die de koplampen van de nieuwe Alfa Romeo 4C: een soort hightech facetogen, van een insectachtige drone. Of de nieuwe C4 Picasso van Citroën die een soort dunne strepen als ogen heeft, alsof hij zo'n dun Star Trek-achtig zonnebrilletje voor zijn ogen heeft, of een Google Glass. En de Volkswagen X1, een superzuinige hybride-auto, heeft een enkelvoudig streep-oog dat nogal doet denken aan het horizontaal heen en weer schietende rode streepje dat KITT had, de zelfdenkende auto uit de jaren tachtig-serie Knight Rider.


Er lijkt een soort futurisme en toekomstgeloof in het auto-ontwerp te zijn geslopen. Neigden auto's een paar jaar geleden nog overwegend naar retro, nu probeert het autogezicht ons te verleiden met een sciencefiction- en robotachtig voorkomen. Een auto als de X1 lijkt de sleutel tot deze omslag: hij hoeft niet meer te verhullen dat hij een milieuvervuilende stinkerd is, maar kan ongegeneerd pronken met zijn zuinige, vooruitstrevende, van zichzelf al vriendelijke technologie.


En daarbij gaat licht een steeds prominentere rol spelen, let maar op. Ook buiten de koplampen. Want designers kunnen met licht de energiestromen binnen een auto mooi verbeelden, door onderdelen te laten gloeien als een luminescerende kwal. Zo is rond de stekkeraansluiting van de nieuwe elektrische BMW i3 een glow-in-the-dark-achtige rand te vinden die van kleur verschiet zodra de accu wordt opgeladen. BMW werkt daarnaast aan laserprojectie, en Audi onderzoekt het gebruik van oled, een nieuwe vorm van verlichting die je zou kunnen omschrijven als een uitgesmeerde led die je kunt buigen. Audi wil er vormen mee creëren waarop kleine lichtvlakjes als een school vissen meebewegen op bochtenwerk. Dit alles om een betere communicatie met andere weggebruikers te bereiken. Natuurlijk vooral ook om tegen die medeweggebruikers te zeggen: ik rijd in de toekomst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden