De blauwe reiger, een oppurtunist en individualist

Geliefd zijn ze niet bij iedereen, maar daarin begint verandering te komen. Uit de stad is de blauwe reiger niet meer weg te denken. Hij kent de mensen door en door, weet de Amsterdamse stadsbioloog Remco Daalder.

Beeld Anne Geene

'Ze weten precies waar en wanneer ze moeten zijn. Hier in de buurt, in Amsterdam-Oost, woonde een vrouw die iedere dag rond half twee haar huis uitkwam om de reigers te voeren. Vanaf een uur of 1 verzamelden ze zich bij haar op de stoep. Duurde het te lang, dan begonnen ze op de deur te kloppen. Na het eten waren ze meteen weer weg. Een aantal van hen moest om half vier bij Artis zijn, waar de pinguïns met vis werden gevoerd.

'Ze hebben een strak dagritme. Op het einde van de marktdag zie je ze op de Albert Cuyp, onderling vechtend om eten. Snackbars zijn ook populair.

De blauwe reiger

(Ardea cinerea)
Status talrijke broedvogel. Een deel van de Nederlandse populatie overwintert in zuidelijke landen.
Verspreiding van Spanje en Portugal tot aan de poolcirkel.
Voedselbiotoop ondiep water, variërend van sloot tot gracht.

'Hij heet dan wel blauwe reiger, maar hij is eigenlijk overwegend grijs. Als hij in of bij het water staat, gaat hij volledig op in die kleur van lucht en water. Zo zijn ze niet zichtbaar voor vissen. Hun silhouet stroomlijnt met het riet, en ze kunnen heel lang doodstil blijven staan. Dan kun je lang turen voordat je ziet dat er een reiger in het riet staat.

'Nog niet zo lang geleden was de blauwe reiger een erg schuw dier. Dat was niet voor niets. Door vissers werden ze gehaat. Dan kun je honderd keer zeggen: die ene vis die hij pakt heeft geen enkele invloed op de visstand, maar dat overtuigt een visser niet. Mensen dachten ook dat reigers in kolonies met hun stront de bomen doodmaakten, wat niet zo is. Ik sprak een tijdje geleden de oude beheerder van dit park, Frankendael. Die ging de beesten te lijf, zei hij, die nesten gingen eraan, desnoods schoot hij er per ongeluk doorheen. En dat was in de jaren zestig, toen de reiger zijn beschermde status kreeg.

'Tegenwoordig kun je in Amsterdam een blauwe reiger tot op een meter naderen. Ook buiten de stad zijn ze minder schuw geworden. Stedelingen zijn anders gaan kijken naar natuur, en naar de reiger. De imagoverandering van het dier is vooral te danken aan Jan P. Strijbos, de ornitholoog, schrijver, fotograaf en filmer. Al in de jaren dertig schreef hij een prachtig boek over de blauwe reiger, en hij maakte, vanuit een wiebelig torentje, een film van een reigerkolonie in Sloten. Een voorloper van de documentaire Schoffies, over de blauwe reigers in Amsterdam.

'Mijn oude biologieleraar Alfred Blok trad in de jaren zeventig in de voetsporen van Strijbos. Ook toen nog werden nestbomen omgezaagd - beheerders pestten de reigers gewoon weg. Blok legde die mensen uit wat voor dieren het waren, dat bomen niet doodgingen, en hij liet dia's zien van jonge reigertjes in hun nest. Dat hielp.

'De blauwe reiger broedt in Amsterdam sinds er hoge bomen zijn, sinds de 17de eeuw. Hij zit in heel Nederland, vooral in Holland en Friesland, maar bijna 10 procent van de totale populatie van ongeveer elfduizend broedparen leeft in Amsterdam. Die aantallen zijn al dertig jaar stabiel. Alleen in strenge winters hebben reigers het zwaar. Dan zie je ze vaak een beetje treurig staan, met de kop tussen hun schouders, bij die enige open plek in het bevroren water. In zo'n strenge winter kan de populatie met 20 procent krimpen.

'Hij is een opportunist, een vindingrijke individualist. Als hij iemand met een hengel ziet dan weet hij: daar zit zeker vis. Ziet hij iemand met een plastic tas, dan denkt hij: daar kan weleens eten in zitten. Vermoedelijk herkent hij ook gezichten. Alfred Blok, die altijd in bomen klom om jonge reigers te ringen, vertelde mij dat reigers wegvluchten als ze hem, tussen honderden andere mensen, op de gracht zagen lopen.

'Ze zijn onderling erg agressief. In de broedperiode vormen ze wel kolonies, noodgedwongen, want reigers die apart gaan zitten, hebben weinig kans dat een vrouwtje ze vindt.

Beeld anp

De mannetjes die zo'n kolonie bezetten, gaan wekenlang flink tegen elkaar te keer, daar boven in die bomen. Als er dan een vrouwtje boven die kolonie gaat vliegen, volgt een heel ritueel van dansjes en begroetingsuitingen. De mannetjes zetten hun staart en de borstveren uit - die zijn in de baltsperiode op hun mooist. Ze spreiden hun vleugels, ze houden hun snavel, die tijdens de balts mooi rood kleurt, vriendelijk naar beneden.

Op haar beurt biedt het vrouwtje takjes en blaadjes aan. Zo maken ze aan elkaar duidelijk dat ze elkaar willen verdragen.

'De kolonies zitten in de parken, verspreid over de stad. Ze hebben een voorkeur voor naaldbomen, dan zijn hun nesten van de grond af moeilijk te zien, en zelf worden ze niet onrustig van wat er beneden allemaal gebeurt.

'Het is uitermate slim dat veel reigers voor de stad kiezen. Het is er warmer, het water vriest minder snel dicht, er is meer voedsel. Het broedsucces is ook hoger dan buiten de stad. Soms zitten ze hier in januari al op de nesten, als het dan gaat vriezen blijven ze gewoon zitten. In Waterland, vijf kilometer verderop, vriezen de reigers intussen dood. Alles gebeurt hier ook iets eerder. Eind november bezetten ze vaak hun kolonies alweer, en in december begint dan de balts al.

'Ze eten veel vis, maar ze pakken ook muizen, salamanders, jonge eendjes, wezels en mollen. Die spietsen ze aan hun snavel.

'Die snavel is enorm sterk en scherp. Je moet nooit proberen een gewonde reiger te helpen. Een reiger zal normaal altijd vluchten, maar in zo'n hulpeloze situatie mikken ze op je ogen, razendsnel en doelgericht.

'Bij mensen met visvijvers is hij nog altijd niet geliefd. Maar los daarvan kun je zeggen dat reigers en mensen inmiddels redelijk probleemloos naast elkaar leven. Er zijn nog maar weinig Amsterdammers die schrikken van een reiger op het dak van hun auto.

'En die hele verandering, ook het besef bij reigers dat ze mensen minder hoeven te vrezen, heeft zich voltrokken in één generatie. Zo snel kan het gaan.'

Remco Daalder (54) is stadsbioloog van Amsterdam. Hij won dit jaar de Jan Wolkersprijs voor het beste natuurboek, met zijn boek De gierzwaluw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden