DE BIOLOOG HAALDE AAN BOORD VAN HET VISSERSVAARTUIG OOK DE CAMERA TE VOORSCHIJN

De na de middeleeuwen tot bloei geraakte visserij vormde vanaf de zeventiende eeuw een met regelmaat terugkerend onderwerp voor Hollandse tekenaars, graveurs en schilders, maar in de daarna opkomende fotografie werd de bedrijfstak vrijwel genegeerd....

Een enkele maal besteedden de geïllustreerde tijdschriften, Het Leven of De Prins, aandacht aan het vlijtige vissersvolk en ook plaatselijke fotografen schoten uiteraard wel eens wat, maar een pionier als Jacob Olie werd niet direct gegrepen door het onderwerp.

Toch zijn er van rond de eeuwwisseling (glasplaat)negatieven bewaard gebleven die een aardige indruk geven van wat zich aan boord van een vissersschuit afspeelde, inclusief het reilen en zeilen van de bemanningsleden.

De haringvissers waren tussen eind mei en eind december op zee; de rest van het jaar waren ze doorgaans werkloos. Hun reizen waren lang, want ook de andere commercieel belangrijke vissoorten als kabeljauw en schelvis moesten ver van huis worden gevangen, bij de Doggersbank of zuidelijk van IJsland. Om winst te kunnen maken moest van elke reis een behoorlijke hoeveelheid vis worden meegebracht. De Nederlandse zeilschepen waren om die reden tot ver in de negentiende eeuw de grootste die de Noordzee bevoeren.

Het Rijksinstituut voor het Onderzoek der Zee, dat in 1912 het RIVO ging heten (Rijksinstituut voor Visscherij Onderzoek), zond beambten mee met de vloot. In hoofdzaak verrichtten zij aan boord wetenschappelijk onderzoek, maar daarnaast legden zij met hun platencamera's van alles vast. Zij fotografeerden niet alleen op de Noordzee, maar ook in de Zeeuwse wateren, op de Waddenzee en de Zuiderzee.

Het Visserijmuseum in Vlaardingen toont tot 1 juni een selectie uit het materiaal van de vroegste visserijbiologen op de expositie 'De Nederlandse Visserij 1900-1935', die daarna ook te zien zal zijn in onder meer Zoutkamp, het Deense Esbjerg en Stavanger in Noorwegen. De begeleidende catalogus bevat de 65 tentoongestelde foto's en kost ¿ 19,90.

Rond 1900 bestond nog de klassieke indeling. De haringvisserij met drijfnetten, de stoomtrawlvisserij en de hoeklijn- of beugvisserij op schelvis en kabeljauw vormden de 'grootvisscherij', de rest werd gerangschikt onder de kleine of kustvisserij. Daarbij waren ook inbegrepen de Zeeuwse oester- en mosselvisserij. Het waren, belicht de catalogus, twee totaal verschillende bedrijfstakken met eigen tradities en organisatievormen, scheepstypen en vangstmethoden. 'Het enige verband dat bestond was het feit dat honderden Zuiderzee- en kustvissers als ''seizoenskracht'' op de haringvloot en, vanaf de eeuwisseling, ook op de stoomtrawlers voeren.'

De grote visserij richtte zich van oudsher op de export. In de kleinschaliger kustvisserij was de schipper doorgaans eigenaar van het schip, waarop hij een of twee bemanningsleden in dienst had, vaak familieleden of kennissen uit het dorp. Er kwam geen visafslag aan te pas, de vangst werd in zijn geheel rechtstreeks overgedaan aan een handelaar.

De afzet was een binnenlandse affaire, met wat vertakkingen naar het zuiden. Arnemuider schippers konden hun bot en garnalen van de hand doen in Antwerpen, vissers uit Marken, Huizen en Bunschoten hadden hun klantenkring voornamelijk in Amsterdam. Wel ging vrijwel alle ansjovis uit de Zuiderzee linea recta naar de verwerkingsbedrijven, die het voornamelijk van de export moesten hebben. Vanuit de vissersdorpen reisden venters met gerookte Zuiderzeeharing tot diep in Duitsland.

Op de foto's is het halen van de vleet te zien, waaruit bij een grote vangst uren lang de haring moest worden geschud. De bemanning neemt vervolgens plaats op de 'kaakplank' om de vis van zijn ingewanden te ontdoen en te zouten. De haring gaat in tonnetjes ('kantjes') het ruim in. Elders zit een Katwijkse vrouw op het boetveld een net te repareren. 's Winters gebeurde dat 'op de schuur': de zolders van de haringpakhuizen in de belangrijkste vissersplaatsen aan de Noordzeekust.

Adriaan de Boer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.