De biograaf en de weduwe

Veel schrijversweduwen rollen vechtend over straat met de biograaf van hun overleden man. Niet alle.

null Beeld null

Voor het werk kan beginnen, moet eerst de weduwe vermoord worden. Dat weet elke biograaf. 'Literatuurhistorici', schreef Karel van het Reve, 'denken dan ook vaak aan de ideale regeling die voor dit soort gevallen in het oude India bestond: als daar een groot man stierf dan placht men met zijn lijk meteen ook het lijk van zijn vrouw te verbranden. Dat voorkomt een boel moeilijkheden.'

De zwarte naam van schrijversweduwen is hier te lande inktzwart geworden door het zendingswerk van Mieke Vestdijk-Van der Hoeven, de laatste, veertig jaar jongere vrouw van Simon Vestdijk. Jeroen Brouwers vond Mieke een 'weduwetrut' met een 'dienstbodencomplex' die haar bejaarde echtgenoot het graf in zou hebben gesard. 'Hij zal in arren moede zijn pik ten slotte liever in haar hebben gestopt dan in een rol prikkeldraad - veel te kiezen had die vereenzaamde man ook niet meer.'

Mieke, rood potlood in het vuistje, rolde vechtend over straat met Vestdijks eerste biograaf Hans Visser, die haar onedele motieven aanwreef voor het huwelijk met de veelschrijver (en veelneuker, als we zijn biografen mogen geloven). Uiteindelijk kreeg Wim Hazeu wel Miekes 'onvoorwaardelijke steun' voor de 'officiële' Vestdijk-biografie. Hazeu had al ruime weduwe-ervaring. Tijdens zijn werk aan de biografie van Gerrit Achterberg moest diens weduwe, de geplaagde Cathrien, naar het ziekenhuis. Tegen Hazeu zei ze: 'Wees maar niet blij, het is iets onschuldigs.'

Het kan ook anders. Karina - ze werd afgelopen maandag 70 jaar, hoe is het in godsnaam mogelijk - legt mij bij het onderzoek naar haar gewezen echtgenoot geen strobreed in de weg. Al mailde ze me onlangs pesterig dat ze een papierversnipperaar in huis had gehaald. 'Elk papier met iets onnozels gaat erin en geen haan die er nog naar kraait.'

Zonder haar zou mijn biografie van Wolkers minder rijk zijn. En mijn werk veel minder vrolijk. Vijfenveertig jaar lang was Karina zijn muze, naaktmodel, minnares, vrouw en de moeder van zijn twee jongste zoons. De motor van zijn bestaan. Partner in crime. Zijn eerste lezer en zijn ijzeren geheugen. Toen Karina haar intrede deed in de Wolkers-interviews, in Elseviers Magazine van 26 maart 1966, werd zij daar al om geprezen: 'Zijn derde vrouw, de negentienjarige Karina Gnirrep, een Renoir-achtig meisje, stil en behulpzaam. Zij neemt de meest administratieve beslommeringen voor haar rekening en weet zich veel data en dingen te herinneren wat Jans werk betreft.'

'Kariiiina!', riep Wolkers door het huis, als hij even ergens niet op kon komen. 'Hoe heet de broer van de professor met de veranderlijke naam?'

'Rothuizen', zei Karina.

'Ja', zei hij opgelucht, 'dat is hem.' Hij grinnikte. 'Rothuizen werd Rotshuizen. Een minimale verandering met een maximaal effect.'

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Hij houdt daarover een dagboek bij - waarvan we in delen de notities presenteren.

Karina, een dienstbodencomplex? Daar stak Wolkers de draak mee. 'Ze kent mij beter dan ik mijzelf', zei hij tegen mij. Als Karina iets bij hoge uitzondering niet wist - als zij niet de kleinste aanwijzing kreeg wélk encyclopedisch feitje Wolkers wilde weten - klonk het verontwaardigd: 'Wéét je dat niet? Schandelijk. Ik ruil je in voor twee meiden van 20.'

Wat ben ik blij dat hij dat niet heeft gedaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden