De binnen- en buitenwereld, het eigene en het meestal vreemde

De 18e eeuwse predikant Jan Brandes tekende zijn dagelijks leven, in onder meer Batavia. Zijn nalatenschap is een indrukwekkende documentaire van onze koloniale geschiedenis....

In 1742 kwam Johann Conrad Brandes uit Thuringen naar de Nederlanden. Zeker geholpen door leden van de Lutherse kerk, waartoe hij behoorde, begon hij een kostschool in het kleine Bodegraven. Hij trouwde met een Nederlandse en een jaar later werd zijn eerste zoon geboren, Jan. Die werd predikant, uiteraard in de Lutherse kerk. Zijn eerste standplaats was Doetinchem. In 1778 vertrok hij, gehuwd, naar Batavia, waar hij ook predikant werd. Hij zou er vijftien jaar blijven, maar na zeven jaar vertrok hij, met zijn zoon Jantje, weer naar Europa,- zijn vrouw was in Batavia gestorven. Hij verbleef enige tijd op Ceylon (sinds 1658 in Nederlandse handen) en in de Kaapprovincie. In 1787 was hij weer in Nederland; hij bleef maar kort. Hij vestigde zich in Zweden (in dat Lutherse land was hij geen predikant, al was hij hecht bevriend met de Lutherse bisschop - Luthersen vonden elkaar altijd overal). Daar stierf hij in 1808 op zijn eigen landgoed. Het verblijf in Batavia - waar hij ook een aanzienlijk huis iets buiten de stad bewoonde - had hem een vermogend man gemaakt, al was hij er als predikant niet succesvol.

Jan Brandes was een kijker en een chroniqueur.Hij hield een dagboek bij over het dagelijkse, geen hoge gedachten, en hij tekende en schilderde wat hij om zich heen zag. Met dat tekenen begon hij al in Nederland. Hij was een amateur, geen kunstenaar. Zijn doel was vastleggen. En dat precies, zoals het de echte amateur betaamt. Hij tekende vooral in Indiop Ceylon en in de Kaap, minder in Zweden. Hij liet zo'n zeshonderd tekeningen na. Die bleven in de - Zweedse - familie van zijn jongste dochter. In 1985 werd de collectie in Londen geveild. Aan de attentie (en later de hoffelijkheid) van het toenmalig hoofd van de afdeling Nederlandse Geschiedenis van het Amsterdamse Rijksmuseum is het te danken dat bijna alle tekeningen in het bezit van dat museum kwamen. Een historische, maar niet minder kunsthistorische schat zonder weerga. Tekeningen verdragen licht en lucht niet. Nu heeft men 198 tekeningen en aquarellen in een boek bijeengebracht; een groot aantal medewerkers is jaren met de geschiedenis en de beschrijving ervan bezig geweest. Alles wat zij hebben geschreven heeft een kostbaar, overweldigend, bijna volmaakt documentair geheel opgeleverd. Een boek ook al zonder weerga.

Brandes tekende de binnen-en buitenwereld, het eigene en het meestal vreemde. Hij liet platen na van zijn huiselijk leven, met slaven, in Batavia, maar bracht ook de wereld erom heen in beeld, en dat zo gedetailleerd en precies alsof ze voor een schoolboek waren bestemd. Op de tekeningen schreef deze schitterende schoolmeester exact wat de voorstelling inhoudt. Hij tekende landschappen, huizen, zijn kinderen, maar ook heel veel (en met welke nauwkeurigheid) planten en dieren, vooral vogels, Zijn vogeltekeningen reken ik tot de mooiste die hij maakte. Natuurlijk werkt hij in een traditie; hij heeft tekenende tijdgenoten, amateurs als hij, maar ik denk dat zijn veelzijdigheid, ook gevolg van zijn wonen in verschillende delen van de wereld, mede zijn grootheid is.

Alle gereproduceerde tekeningen zijn van commentaar voorzien. Dat is bijna altijd uitgebreid, zeer informatief, historisch van karakter en bovendien uiterst leesbaar. Op Ceylon maakteJan Brandes een olifantenjacht mee: wilde beesten worden gevangen om ze te temmen tot werkdier. Hij heeft de jacht en het temmen schitterend in beeld gebracht. Remco Raben, met Max de Bruijn de redactie van het boek, schreef er een tekst bij die in kennis en nauwkeurigheid moeilijk te overtreffen lijkt.

De hele geschiedenis van de olifant op Ceylon! De volmaakt nutteloze wetenschap in zijn hoogste zinvolheid.

Hoogtepunt in de reeks is een 'overzichtstekening' van het hele proces van het vangen tot het getemd zijn. Andere hoogtepunten zijn de stads-en landschapstekeningen uit de Kaap. Brandes is hier ook een meester in de kleuren: schitterende lichte tinten die de Zuid-Afrikaanse wereld nog heeft. Het allermooiste? Ik denk het in Zweden getekende (en nu in een Zweeeds Museum bewaarde) Pastoraal landschap. Het heeft de verfijning van een Chinese prent, ook dat samengaan van natuur en dagelijksheid in die prenten.

Hij heeft vrij veel zelfportretten gemaakt. Op alle leeftijden een strenge man met strenge, allesziende ogen. Achter het hoge voorhoofd worden de kleinste details van wat hij gezien heeft bewaard. Hij heeft ons niet alleen prachtige tekeningen, maar ook een indrukwekkende documentaire nagelaten, zeker van onze koloniale geschiedenis in de achttiende eeuw. Zijn werk is een vondst, maar het wordt ook steeds opnieuw een vondst, want je blijft kijken. En lezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden