De bijpezende Teletubbie Theodor Holman

De Nederlandse televisie heeft weer een stapje richting totalitaire wezenloosheid gezet nu Veronica een programma uitzendt waar geen levende ziel in voorkomt....

Chemistry begint waar programma's als The Grind van MTV eindigen. In The Grind zie je een half uur lang mooie mensen in een club dansen, meer niet. In Chemistry zie je die dansers niet meer, je ziet alleen nog wat mensen in Escape zagen op videowalls: steeds dezelfde virtuele beeldflard, steeds dezelfde roos die een trillende Uzi wordt, steeds dezelfde kogelregen die uitmondt in een hyperartificiële sterrenzee. Het is bedoeld om te bedwelmen, en zal dat ook gerust doen, op de geëigende plek en tijd. Maar buiten het domein van de discotheek werkt dat bombardement van beelden niet en dringt zich slechts een pulserend 'beeldritme' aan je op, dat toewerkt naar een dictatoriaal Niets. Op tv blijft er van Chemistry net zoveel over als van de tactiek van een hypnotiseur voor een publiek dat niet is ingesteld op speelse verdoving; je ziet slechts loze gebaren, in het geval van Chemistry lege beelden, pathetisch in hun visueel tumult.

Chemistry bericht via ontzield beeldmateriaal uit een voorheen futuristisch geacht nowhere land waar iedereen, om met romanschrijver Douglas Coupland te spreken, post-menselijk is geworden. De allerjongsten hebben hun eigen Chemistry, en het heet Teletubbies. Ook in het land van de Teletubbies leven slechts gedesignde mutanten. Mensen zie je er niet; die bestaan alleen nog op de beeldschermen die de vier maniakale trollen in hun tubbielichaam hebben. Bij de tubbies is de buik beeld geworden; zó letterlijk kwam de manipulatie vanuit de onderbuik nog niet eerder. En net als in Chemistry draait ook in Teletubbies alles om herhaling. 'Nog een keer,' kirt Tubbie Lala, en jawel, daar wordt een zoveelste draf rondom de berg met vervaarlijk wiegende douchekoppen gemaakt. De hysterische opgetogenheid van de aan herhaling verslaafde tubbies is ondraaglijk voor wie buiten de twee doelgroepen valt: peuters die kirren en groten die trippen.

In het Amerikaanse tijdschrift Gear buigt Bret Easton Ellis zich over de Teletubbies. Ellis schreef het beruchte American Psycho, en wie die roman kent, weet dat deze schrijver uitstekend is ingevoerd in zieke breinen, paranoia en psychose. Wie niet gedrogeerd en met droge ogen naar de tubbies kijkt, moet met Ellis instemmen: 'They are designed to upset us... The Teletubbies are evil.' Ellis ziet in het tubbie-domein een verpeuterde variant van griezelige toekomstvisioenen à la Aldous Huxley, William Gibson en David Cronenberg. In heel hun waanzinnig opgeschroefde blijheid zijn ook de tubbies post-menselijk.

Parool-columnist Theodor Holman heeft met de Teletubbies gemeen dat ook hij zichzelf tot vervelens toe herhaalt. En evenmin als bij de tubs valt er weinig ontwikkeling in zijn uitingen te bespeuren. In een stukje over Internet van twee weken geleden merkte ik in het voorbijgaan op dat deze Holman de rare gewoonte heeft om zichzelf telkens weer te feliciteren met zijn vermeende misantropie. Holman maakt in zijn proza nooit voelbaar dat hij een hekel heeft aan zijn medemens, nee, hij zégt het alleen maar, keer op keer. (Showing, not telling, Theodor!) Mede door zijn keuvelstijl blijft die nadrukkelijk beleden mensenhaat altijd steken in een zelfgenoegzaam geweeklaag, uitgevent in proza dat als een penetrant gezelligheidsdier op je afkomt.

Holman raakte acuut van de kook van mijn zijdelingse opmerking en schreef een verontwaardigde column. Eén aspect van zijn tirade is te aardig om onvermeld te laten. Holman vond het 'walgelijk' dat ik mij had geleend voor een advertentie van Zwitserleven. Hij noemde het 'literaire prostitutie'. Remco Campert maakte full spread reclame voor de NS, Tim Krabbé prees ooit whiskey aan, Jules Deelder deed hetzelfde voor Lechner en Citroën, Nelleke Noordervliet schreef iets wervends voor de Postbank, Hugo Claus ontfermde zich in een spotje voor het Vlaamse VTM over een Frans kaasje, Manon Uphoff schreef een verhaal in opdracht van een verzekeringsbedrijf en Martin Bril publiceerde een column in een folder van Heineken - de lijst is verre van compleet.

Ik juich dat allemaal toe. Het strekt iedere schrijver tot eer om zich te ontworstelen aan de subsidiëring van het nobele Fonds voor de Letteren - volgens Holman vermoedelijk een instelling voor staatspooierij.

Om de metafoor van Holman voort te zetten: een schrijver mag altijd een mediahoer zijn, zolang je er maar geen dubbele agenda op nahoudt en je werkend aan je proza en poëzie een madonna of god in het diepst van je gedachten bent. Holman vindt dit een verwerpelijke instelling. Als Opheffer schreef hij in De Groene Amsterdammer dat hij zich nooit voor zo'n advertentie als voor Zwitserleven zou lenen. Nu dwarrelde er een paar weken geleden een reclamefolder van de Postbank op mijn bureau, waarin een stukje over bankzaken stond van, jawel, Theodor Holman. De zedige tante uithangen tegenover eerzame prostituees, maar intussen stiekem bijpezen voor de Postbank. Namens alle literaire hoeren van Nederland zal ik er persoonlijk op toezien dat thuiswerkster Theodor Holman voor straf zijn giromaatpas opeet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden