De Bijlmer staat weer op de kaart

..

amsterdam ‘Ik ben gekomen om de pijn en de zorgen van de Antilliaanse jeugd te horen.’ Wethouder Freek Ossel (PvdA) wordt omringd door veertig jonge Antillianen. Na de derde dode bij 24 schietincidenten in Amsterdam Zuidoost heeft het gemeentebestuur van Amsterdam afgelopen herfst een offensief ingezet om het tij te keren. Ossel (‘Ik ga over diversiteit, zeg maar het samenleven in de stad’) is sindsdien tien keer het stadsdeel ingetrokken om te kijken wat hij kan doen, en vooral om de inwoners van Zuidoost te bewegen zelf iets te doen.

Dit keer is hij in Nos Por (Papiaments voor ‘wij kunnen’), een sociaal-educatief centrum voor de Antilliaanse, Arubaanse en Spaanstalige gemeenschap. Een lage ruimte onder een flat om de hoek bij het metrostation Kraaiennest en vlak bij de speeltuin waar de derde dode viel. Het is er schemerig. In een hoek wordt fanatiek gedominood. De spelers kijken op noch om. Een man monstert van een afstandje de kluwen jongeren rondom de wethouder. Hij zegt: ‘Goed dat we weer op de kaart staan. Jammer dat het levens heeft moeten kosten.’

Jongen 1: ‘Mijn vrienden zwerven rond. Ze schamen zich. Zeggen om middernacht tegen hun matties: tot morgen, en weten niet waar ze die nacht zullen slapen. In een portiek? Een trappenhuis? Onder een viaduct?’

Jongen 2: ‘Wij hebben geen Nederlandse ouders die hun kinderen alles geven.’

Jongen 3: ‘Je wilt niet dood. Je wilt eten. Je gaat roven.’

Jongen 4: ‘Ik ben lasser. Bij het uitzendbureau zeggen ze: ik heb een schoonmaakbaantje voor je.’

Meisje 1: ‘Ik probeer werk te vinden; dat is moeilijk zonder diploma. Ik heb net een kind gekregen.’

Meisje 2: ‘Niemand kent me. Ik word niet gezien. Ik word niet gehoord.’

Een jonge vrouw met een kind op haar arm: ‘Wanneer komt u terug om ons te helpen?’

In kerkverzamelgebouw de Kandelaar zit Ossel op een tafel, zijn benen bungelen boven de grond. Hij is op bezoek bij de christelijke gemeente Filadelfia. Goudkleurige en paarse kleden hangen aan de wand. Ook hier is het schaars verlicht door een enkele tl-buis. Jongeren zitten op stoelen in een halve cirkel om de wethouder.

Meisje 1: ‘Er zijn veel hangjongeren in Holendrecht. Die hangen en chillen. Zijn gewoon nutteloos, dus.’

Meisje 2: ‘Stuur de jongerenwerkers de straat op.’

Meisje 3: ‘Ze kunnen moeilijk een baan vinden, ze lopen niet in pak. Er moet iets veranderen in hun denken. Het is niet: organiseer wat activiteiten en dan schieten ze niet meer.’

Meisje 4: ‘Misschien zijn die jongens wel goede psychologen. Er moet worden geïnvesteerd in het onderwijs.’

Moeder 1: ‘We zijn labels gaan plakken op jongens die soms het spoor bijster zijn.’

Moeder 2: ‘In de wieg waren ze allemaal lieve krullebollen.’

Een man plast door de spijlen van het hek rondom de 24-uursopvang voor verslaafden. Om de hoek neemt wethouder Ossel achter in de dienstauto paperassen door. Over een paar minuten moet hij in het Bijlmerparktheater zijn. Daar wachten¿ twee hoog rond een ovale tafel, zes sleutelfiguren uit de Surinaamse gemeenschap.

De centrale vraag is: hoe voorkom je dat je verdwaalt in de jungle van de Bijlmer? Hoe trek je je kind uit het moeras als je zelf in de modder staat? Ossel trapt af: ‘Wat kun jezelf? Niet krachteloos de portemonnee openen. Het gaat om de kracht van de gemeenschap.’

Het gaat over de noodzaak van voortrekkers. ‘Het was ook maar een klein groepje dat tegen de slavernij heeft gestreden.’ Over zelf initiatief nemen en niet bang zijn. ’Niet alleen praten of – nog erger – rapporten schrijven, je moet ook iets doen. Je moet wat te bieden hebben’, zegt Ossel. Het gaat over de durf om te zeggen waar het op staat. ‘Soms moet het feestje worden verstoord’, zegt Ossel.

Twee uur duurt de bijeenkomst. Er zijn geen concrete plannen gemaakt, maar iedereen heeft zijn hart kunnen luchten.

Later, op zijn kamer in het stadhuis, blikt Ossel terug op zijn bezoeken aan Zuidoost. Wat heeft hij opgestoken? ‘Laat je niet misleiden door de buitenkant. Ze doen stoer, boos gezicht, petje achterstevoren: wat mot je? Als je iets verder kijkt, zijn het ontzettend lieve jongens. Ze hebben een houding waardoor je geneigd bent op te houden ze te benaderen. Ik zeg: ga door. Eerste baan lukt niet, tweede gaat ook moeilijk, derde baan: raak.’

De groep die in de ‘criminele shit’ zit moet keihard worden aangepakt, zegt Ossel enkele malen nadrukkelijk. ‘Bij criminelen is dat het enige dat werkt.’ Zijn aanpak mag soft lijken, hij is dat niet, wil hij maar zeggen.

Hij is een vlechter, zegt Ossel, hij knoopt netwerken aan elkaar. ‘Daarvoor moet je diep in de gemeenschappen gaan, en proberen de sleutelpersonen warm te maken voor jouw aanpak. Ik heb de Antilliaanse gemeenschap uitgedaagd jongeren die dreigen af te glijden op sleeptouw te nemen. Daar wordt aan gewerkt.’

En: ‘Het is geen kwestie van meer beleid maken of meer geld erin pompen. Als ik eerlijk ben, tot voor kort dacht ik: regeling maken, goed beleid neerzetten, klaar. Maar daarmee krijg je niemand in beweging.’

De aanpak van Ossel is ontroerend in al zijn eenvoud: in de auto springen en eropaf. Zijn boodschap is: de gemeenschap moet zelf de problemen oplossen. Instellingen moeten samenwerken, en geef mensen die dat verdienen een kontje. ‘Ik ben een bouwer. Niet alleen: jij moet Dat werkt niet. Maar wel: hoe heb jij je nek uitgestoken? Ik verlang wel wat terug.’

Of hij weerklank heeft gevonden, weet Ossel niet. Daarvoor is het te vroeg. Er zijn wel individuele successen geboekt. Twee jongens die in Nos Por om de wethouder stonden, en die dag en nacht op straat hingen, zijn aan de slag. Een was dakloos, sliep in auto’s, de ander – een alleenstaande vader – leidde ook een onduidelijk leven. ‘Ze volgen nu een opleiding en halen jongeren naar de hulpverlening. Ze proberen jongens die in auto’s slapen en in de verleiding komen de verkeerde dingen te doen uit die auto’s te krijgen.’

Een zwanger meisje dat door haar moeder uit huis was gezet, kreeg ook een reddingsboei toegeworpen. Ze wilde door met haar studie, maar dat ging moeilijk zonder onderdak. ‘Dat raakte mij enorm. Als je de wil hebt, kun je verder komen. Er is iets voor haar geregeld, ze is bevallen en teruggegaan naar school.’

Soms zijn incidenten nodig om de boel op scherp te zetten, beaamt Ossel. ‘We hebben het signaal ontvangen, er moet iets gebeuren in Zuidoost. De politie zit erbovenop, het winkelcentrum in Holendrecht wordt opgeknapt. Je hoort mij niet zeggen dat alle problemen zijn opgelost. Nog lang niet, maar we hebben een begin gemaakt.’

In Holendrecht, waarover burgemeester Cohen tijdens een bezoek opmerkte dat het er een bende is, merken ze nog niet veel van het offensief van de centrale stad. ‘Het is nog steeds een rampengebied’, zegt een man, die zaterdagmiddag het winkelcentrum bezoekt. ‘Politici zijn op bezoek geweest en beloven dat ze er iets aan gaan doen, de politie zet een fuik op en gaat fouilleren, heel opzichtig allemaal, maar er verandert niks.’

Iets verderop heeft een agent afgelopen vrijdagavond twee keer geschoten om een man tot stoppen te dwingen. De man zou in café Misty op het Holendrechtplein met een vuurwapen hebben gedreigd. De verdachte is aangehouden en ingesloten.

Richard Knel, opbouwwerker in de vut, maar nog actief in de wijk, was erbij toen Ossel Nos Por bezocht. ‘We hebben een golf van aandacht gehad. Hopelijk beklijft het. Ossel heeft vertrouwen opgebouwd. Hij moet nu gaan cashen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden