De bibliotheek behoort geen belevenis te zijn

Elke week schrijven Amanda Kluveld en Oscar van den Boogaard een reactie op een actuele stelling...

Architecten zijn niet gebaat bij een online bieb

Er zijn zaken waarvan ik het belangrijk vind dat ze bestaan. Het Nederlands Stoommachine Museum te Medemblik en het Parfumflessenmuseum te Winkel bijvoorbeeld. Ik heb ze nooit bezocht en het is niet waarschijnlijk dat ik dat ooit zal doen. Toch geeft het feit dat deze instellingen er zijn mij een prettig gevoel dat vagelijk iets te maken heeft met optimisme over de beschaving.

Ik vind het aangenaam in een land te wonen dat een parfumflessenmuseum heeft. Dat is een geloof. Ik heb geen bewijs voor de positieve invloed van musea of museumbezoek op de samenleving.

Over de openbare bibliotheek bestaat eenzelfde geloof. Volgens het bibliotheekmanifest van Unesco is zij een essentiële factor bij de bevordering van ‘vrede en welbevinden in de gedachten van mannen en vrouwen’. Wat dat betekent, weet ik niet. Ik vermoed dat het gaat om mijn parfumflessenmuseumgevoel. Maar moet je als overheid op basis van zo’n zweverig idee een systeem van openbare bibliotheken bekostigen en in iedere gemeente een bibliotheek annex amusementspaleis oprichten? Moet je veel geld steken in het bevorderen van het bibliotheekbezoek van de 74 procent Nederlanders die nooit een boek lenen? En waarom eigenlijk?

Die vragen worden niet gesteld. Dat komt doordat de visie van overheden op de openbare bibliotheek verbijsterend genoeg bepaald wordt door architecten (Kunstbijlage, 5 juli). Architecten willen dat de bibliotheek in een plek voorziet waar mensen wat zij thuis alleen op hun laptop doen, in het gezelschap van anderen beleven. Zij zien de bibliotheek als een stedelijk informatiewarenhuis op het gebied van cultuur, educatie en recreatie.

Architecten hebben belang bij grote bouwopdrachten. Daarom zullen ze niet toegeven dat je toegankelijkheid van informatie ook bereikt door iedereen thuis gratis internet te geven en boeken digitaal beschikbaar te stellen via een virtuele bibliotheek. Dat wie boeken in handen wil hebben, bediend kan worden door een bibliotheekpostdienst. Dat ook de boekenbranche gestimuleerd kan worden.

Dat het niet de taak van de overheid is om burgers in bibliotheken gezelligheid en belevenisconcepten te bieden. Dat het geloof in de door Unesco bedachte interculturele heilzaamheid van openbare bibliotheken kritisch benaderd moet worden. Dat het taboe daarop niet door de uitgave van veel belastinggeld door de overheid in stand moet worden gehouden. Dat je ook kunt geloven in het parfumflessenmuseum.

Amanda Kluveld

Angstbeeld: er staan alleen leuke boeken

De openbare ruimte is publiek domein. Iedereen moet er zich kunnen thuisvoelen. ‘Leuk voor iedereen’ is het democratisch imperatief waarmee architecten en stedebouwkundigen aan het werk worden gezet. De stad van de 21ste eeuw is honderd procent design, ieder detail ‘durchgestyled’. Een ideale wereld voor de mens die slechts aan een setting genoeg heeft om optimaal te functioneren. Aan kunstenaars de eer de openbare ruimte waar die saai of betekenisloos dreigt te worden, op te leuken. De openbare ruimte is een levensgrote maquette van een ideale wereld waarin de openbare mensen slechts poppetjes zijn. Vanuit het panoramarestaurant kijken ze dankbaar neer op hun glanzende speelgoedwereld.

In een democratie wordt één ding meer gevreesd dan al het andere: elitair zijn. Daarom wordt de openbaarheid leuk vormgegeven. Leuk is het tegenovergestelde van ‘streng, ‘kritisch’ of ‘exclusief’. Leuk doet niet moeilijk. Het leuke van leuk is dat iedereen het leuk vindt en mensen die het niet leuk vinden zijn spelbrekers, ondankbaar, in ieder geval ondemocratisch.

Ook de openbare bibliotheek moet in dit kader ‘leuk’ zijn voor iedereen. Net zoals het museum en het theater. Criterium is het bezoekersaantal. De poppetjes worden geteld bij de ingang. Wat ze precies komen doen, maakt niet uit. Rondhangen en kopjes koffie drinken is ook goed. De bibliotheek is niet in de eerste plaats meer het brein van de wereld maar een setting waarbinnen de openbare mens zich goed moet voelen.

Angstbeeld voor de toekomst is dat in een leuke bibliotheek slechts leuke boeken staan uitgestald met een leuke kaft. En leuke kunst hangend in de ruimte. En tijdschriften overal. Een wereld waarin niet meer gelezen wordt, maar gekeken. Waarin mensen hangend op lounge-eilanden demonstratief babbelen, omdat hoe minder je weet hoe makkelijker het is een mening te hebben en hoe meer je wordt waargenomen, hoe meer je bestaat.

Misschien moet ik het opnemen voor de openbare mens. Geheel in de geest van de Duitse schrijver Franz Hessel bijna tachtig jaar geleden. Meer dan ooit is hij een flaneur. En ziet hij de dingen die hij waarneemt als letters die samen woorden vormen en zinnen en bladzijden in een boek dat zichzelf steeds opnieuw schrijft. Iedere bewoner van de stad is een lezer. Ook als hij geen boek aanraakt. Want de stad is het boek. En de bibliotheek slechts een plek om even uit te rusten.

Oscar van den Boogaard

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden