De beuk erin

Erwin Olaf zet de wereld naar zijn hand. Maakt van alles een doldrieste fantasie. Op zijn foto's, te zien in het Groninger Museum, staan de stijfste pik, de volste borsten, de bloederigste wond....

Wat een tegenvaller. Erwin Olaf, was dat geen synoniem voor kinky seks, freaky travestieten, bizarre gedrochten en verlepte nachtvlinders? De fotograaf van Sin City. Etaleur van de wansmaak.

Maar de overzichtstentoonstelling van Olaf in het Groninger Museum ziet er in eerste instantie allesbehalve opruiend uit. Eerder gedegen en klassiek. Badend in een museale rust. Met foto's die per serie evenwichtig tegen de muur hangen, op gepaste afstand van elkaar, in rechthoekige en vierkante lijsten.

Het verontrustende ontstaat pas bij het bekijken wat er binnen de lijsten gebeurt. Zelden zo'n conventioneel ingerichte tentoonstelling gezien, waarop tegelijkertijd zo'n buitensporige hoeveelheid wulps vlees, vreemde bekken en ongeretoucheerde erotiek te zien is. Want ja, Erwin Olaf is natuurlijk wel Erwin Olaf.

Clichés over zijn werk zijn er niet voor niets. En wie is hij om aan die clichés en verwachtingen niet te voldoen? Temeer omdat het bizarre zijn handelsmerk is. Een brand: Olaf als de prince of darkness, die foto's maakt vol peeskamer-esthetiek. Van scènes die zich in het geheim afspelen, met bondages, seksattributen en buitensporige machtsspelletjes. Dark rooms waarin zich een bizarre, morbide onderwereld ontvouwt die zelfs in het liberale Nederland tot ophef en deining heeft geleid.

Met zijn oeuvre, dat nu 25 jaren omspant, is Olaf altijd een buitenbeentje gebleven. Ook in historisch perspectief. Van oorsprong bestaan er binnen de fotografie twee richtingen: documentaire en geënsceneerde fotografie. Het medium mag technisch en stilistisch zijn veranderd (snapshots, computermanipulaties, digitalisering), het onderscheid tussen deze twee oervormen is dat niet. De meeste fotografen passen er nog naadloos in. Niet Erwin Olaf. Hoewel opgeleid op de school van journalistiek is hij geen reporter, die de wereld vastlegt, zonder deze noemenswaardig te veranderen.

Dan toch een ensceneur? Een verre erfgenaam van Daguerre, die 150 jaar geleden niet alleen een van de uitvinders was van het fotografische procedé, maar ook oog had voor stylering, belichting en enscenering, als ware hij een portretschilder met chemicalieën in plaats van verf?

Maar ook Daguerre zou schrikken van het resultaat waarop Olaf, voortbordurend op zijn erfenis, is uitgekomen. Dit heeft niets meer met ensceneren te maken. Dit is een op hol geslagen maskerade. Doldrieste fantasie.

En daarin is de fotograaf niet halfslachtig. In alles gaat hij all the way. Waarom jezelf inhouden? Liever de remmen los. En dus fotografeert hij de stijfste pik, de grootste dildo, de volste borsten en de bloederigste wond. Portret van een vrouw? Oké, maar dan een van 120 kilo schoon aan de haak. Slijm zit met liters tegelijk op de gezichten.

Overdaad schaadt, maar niet bij Olaf. Hij leeft van de overdrijving. Zweert bij het exorbitante. Hij is de vleesgeworden hyberbool. Zozeer dat zelfs het extreme hem niet ver genoeg gaat. Het moet meerduidig zijn. Het liefst complementair. En dus wandelt er niet gewoon een blote dwerg door zijn decor, maar een op spijkersandalen. Hangt er een dikke vrouw in de touwen met stierenhorens op het hoofd.

Een sterke uitspraak vraagt om een krachtige tegenbeweging. Glanzende voorwerpen van de Tsjecho-Slowaakse ontwerper Borek Sipek moeten geshowed worden door zigeuners en boeren uit Sipeks geboorteland. En een zwarte bodybuilder kan niet zonder een dode witte zwaan met een pijl in zijn borst. Bejaarden grijpen elkaar in het kruis. De Heilige Madonna draagt een spijkerbroek.

Of neem de serie Royal Blood, uit 2000. Negen 'portretten' van jong gestorven helden, zoals Sissi, Lady Di, en Ludwig II. Een hemelse reeks van godenzonen en -dochters, in witte tonen, maar door hun noodlottige dood onder het bloed, want wit is pas echt wit als het is besmeurd met de roodste kleuren.

Olaf zegt zich in het begin te hebben laten leiden door de fotografie van Hans van Manen, Paul Blanca en Robert Mappletorpe. En later gefascineerd te zijn geraakt door het werk van nieuwkomers als Inez van Lamsweerde en Rineke Dijkstra. Dat mag zo zijn, met die vergelijking doet hij zichzelf te kort. De (relatieve) terughoudend van die voorbeelden staat in geen verhouding tot de broeierige barok van Olaf.

Daarbij fotografeert Olaf geen portretten, hij produceert statements. Dat hij daarvoor mensen gebruikt als acrobaten in zijn circus is een noodzakelijk kwaad. Als een dompteur dresseert hij zijn menagerie van gebochelde, rondborstige of anderszins afwijkende personages in de juiste houding, en voorziet ze van attributen waar ze zelf niet om hadden gevraagd.

In zijn soort is Olaf een verhaal apart. Eerder een trendsetter dan een trendvolger. Wegbereider voor de even witte en zwarte als buitenproportionele kledingcollecties van Viktor & Rolf, of de kleurenorgies van Micha Klein. Degene die rigoureus brak met de introverte, zakelijke reportagestijl die de fotografie in Nederland tientallen jaren heeft gedomineerd en, hoe goed ook, zo lang de geur van de naoorlogse wederopbouw heeft gekend.

De beuk moest erin. En niet zo'n klein beetje ook. Vandaar dat het groteske bij Olaf meer is dan een stijlfiguur. Geen kunsthistorische verwijzing of retorische truc. Geen knipoog of kwinkslag, waarover Olaf het zo graag mag hebben.

Het is pure potentie. Een orgastische afrekening met de Hollandse lucht van turf, spruitjes en bedompte huiskamers. Dezelfde huiskamers die Olaf in zijn fotoserie Mature (1999) laat bevolken door de overbejaarde pin-ups Cindy, Isabella, Kate en Christy. Als spinnende poezen poseren ze voor de camera in leren laarzen, berenbont en een pikant ondergoedsetje van Chanel.

Typisch het werk van een kind uit de jaren tachtig - het decennium waarin achteraf bezien meer toekomstmuziek zat dan de toenmalige slogan 'No future' doet vermoeden.

Dat zie je ook op zijn foto's uit die tijd, die in Groningen als ouverture op de tentoonstelling in groten getale tegen de muren in de ontvangsthal zijn geplakt. Het zijn snapshots van feesten en partijen, van de vriendenkring rond Rob Scholte en krakersrellen, van Theo en Thea tussen carnavalsvierders en Ronnie Tober. Nina Hagen en Hans van Manen met een grote strik in het haar. De wereld als een groot feest. Met brede schouders, weelderige haardracht, een overvloed aan mascara en stilettohakken zonder eind. No future? No way!

Foto's waartussen ook covers hangen die Olaf maakte voor het homoblad Sek en kiekjes van protestbijeenkomsten tegen de homohaat. Zoals die ene afdruk waarop achter het spreekgestoelte de tekst te lezen is: 'Ze moeten eens een goede beurt hebben van een echte kerel, dan gaat het wel over.'

Die foto's tonen nog niet de Olaf die hij later zou worden, maar ze zeggen misschien wel net zoveel als al het geënsceneerde werk bij elkaar. De voorvechter voor homo-emancipatie. De fotograaf die erkenning wil voor welke buitensporige mening dan ook.

En dat heeft later zijn neerslag gekregen. Niet vanuit een stemming ergens op tegen te zijn. Hoewel sommige series tot stand zijn gekomen uit maatschappijkritiek, naar het schijnt. Olaf mag er in interviews graag en overvloedig over vertellen. Dat hij ageert tegen het eeuwig-jong-principe van de modewereld en de hebzucht van de nouveau riche. Om daarna gelijk te bekennen dat de volle beurs altijd nog beter is dan een lege.

Die vermeende kritiek verdampt ook als je zijn foto's ziet. Er is geen spoor van te bekennen. Totaal ten onder gegaan in de up beat-viriliteit van zijn prenten. Olaf zet de wereld naar zijn hand. Om perfectie te bereiken. Niet alleen wat betreft belichting en enscenering. Er is ook een aanstekelijke hang naar het ideale, in maatschappelijke zin.

Vandaar zijn hommage aan degenen die daarbij buiten de boot dreigen te vallen: de oudjes, lelijkerds, mongolen en dwergen. Met toeters en bellen schreeuwt het van zijn foto's, dat vrijheid iets is voor iedereen. En er geen reden is voor paniek. Somberheid - hij wíl het niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden