Column

De betere roadcolumn is ongemotoriseerd, het is immers maar een kort stukje

Max had al bijna mijn kaartje doorverkocht.

Ambachtelijk ijs in VolendamBeeld anp

Je hebt roadmovies, je hebt roadnovels, maar wat weinigen weten is dat je ook roadcolumns hebt. Zoals deze, bijvoorbeeld. Ik moest als de bliksem naar de Stopera, voor een opera, met mijn opa - dat zou aardig zijn om te schrijven, maar helaas is mijn opa dood.

Ik ging met Max, mijn collega, die weliswaar 70 is, maar dat is het nieuwe 40. Ik ben verdomme vijf jaar ouder. Te laat komen zou dus onvolwassen zijn, bovendien kom je er gewoon niet meer in. Het is geen Pinkpop, waar je wanneer je wilt je tent mag opzetten en nog wat rollen in de modder.

Daarom was ik op tijd gaan douchen, ware het niet dat Eus aanbelde, mijn buurman. Goeie vent, leuke vent, maar wel een oud-commando. 'Binnenkort gaan we je tuin doen', zei hij.

Ik knikte. Vóór, waar we stonden, rukte een soort landzeewier op naar mijn huis, maar ook richting het NDSM-terrein. De achtertuin was een bos geworden, ongeveer zoals ze in Tour of Duty hebben. Ik had Eus er al naar zien staren, met parelend voorhoofd.

'Wanneer?', vroeg hij.

'Zeg maar.' Ik wil altijd een deadline.

'Vóór 1 november.'

Fair enough. Sterker, leek me laat, in dit tempo konden we in november aan een liaan het IJ over. Ik zal een blik napalm kopen, wilde ik zeggen, maar Vietnam-moppen zijn riskant. Eus beukt zo met twee vingers je borstbeen in splinters en dan gaan we in een bodybag terug naar het geboortedorp.

'Ik moet gaan', zei ik, 'dit is een roadcolumn.'

De betere roadcolumn is ongemotoriseerd, het is immers maar een kort stukje. Dus geen auto's of bulderende Harleys, gewoon op de omafiets naar de pont, staande op de trappers, dat wel, haastige spoed was inmiddels enorm geboden, met als spreekwoordelijk gevolg een droog krakje: ketting eraf. Snel stepte ik naar de bushalte, gooide mijn fiets op zijn kop, vieze handen voor de kunst. Toen Lijn 38 stopte, was ik nog niet klaar.

'Kan ik mee met die fiets?', riep ik naar binnen. Een zwijgend wegrijden was het antwoord dat ik, de belastingbetaler, kreeg. Slecht nieuws voor Richard Strauss. Maar ineens gleed de ketting erop, wat een zalig geluid gaf dat, ik wilde er meteen een ringtone van.

Tijdritmodus.

Gegeten had Dumoulin niet meer, vanwege de onverwachte tuinarchitecturale plannenmakerij. Bij de - uiteraard - wegvarende pont stond een ijsbusje, erin twee mannen, zo te horen vader en zoon, want de oudste snauwde: 'Heb jij haast of zo? Je blijft nog maar even, met je grote waffel.'

Ik bestelde een hoorntje.

Pinnen kon, maar door het pinnen, dat zich voltrok in een ijzig zwijgen, viel mijn bolletje eraf. Zielig doen is my middle name. Op het randje van huilen pakte ik het van de grond en hield het in mijn smeerhandje omhoog. 'Kijk nou toch', zei ik.

De zoon, een smalle puber met lokaal gegrasmaaid haar, schepte een nieuw bolletje, zijn vader keek nors weg. Het ouwe ijs smeet ik met een ferme zwiep op het zadel van een geparkeerde fiets. Niks lukte meer.

'Als jij niet normaal kunt doen', hoorde ik de vader zeggen, 'dan verkoop ik de kar vanavond nog. Dan stop ik ermee.'

Zelf had ik andere zorgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden