De bestemming is duister

Noor Ountarch, de uit Nederland teruggekeerde vluchteling, voelt zich een geluksvogel. Zij laat zien hoe de situatie in Irak is verslechterd, maar ze houdt hoop. 'Bagdad verdient het beste.'

'Er vinden daar te veel aanslagen plaats.' Noor wilde eigenlijk solliciteren bij de Verenigde Naties in Bagdads Internationale Zone, maar haar ouders waren erop tegen. 'We wonen in een soennitische wijk, waar werken voor de Amerikanen gevoelig ligt. Mijn vader zei: 'We kunnen de manier waarop mensen hier denken niet veranderen'.'

Noor Ountarch (29) woonde drie jaar als vluchteling in Nederland, tot ze in januari 2010 terugkeerde naar Bagdad. Vol goede moed pakte ze haar leven weer op. 'Deze maatschappij kent beperkingen, maar ik blijf vechten voor een leven zoals ik dat wil.'

Terwijl in buurland Syrië het verzet steeds meer uitmondt in een sektarische oorlog, nemen ook in Irak de spanningen weer toe. Volgens cijfers van de VN-missie in Irak was april met 712 doden en 1.633 gewonden de dodelijkste maand sinds juni 2008. De verwachting is dat het de komende periode onrustig zal blijven. Over een klein jaar zijn er parlementsverkiezingen en de spanningen in Syrië lopen steeds meer over naar het instabiele Irak.

Tien jaar geleden maakte het Westen zich grote zorgen om Irak. De despotische dictator Saddam Hussein moest koste wat kost worden afgezet en ook Nederland steunde dat en leverde later een bijdrage aan de wederopbouw. Inmiddels hebben de troepen zich teruggetrokken en alhoewel nog steeds honderden burgers per maand sterven bij aanslagen, proberen we in het Westen het debacle-Irak zo snel mogelijk te vergeten. Als het sektarisch geweld binnenkort uitmondt in een oorlog, staan de Irakezen er alleen voor.

'Bagdad is een hot area, maar ik voel me een geluksvogel', zegt Noor. Ze draagt grote gouden oorbellen en een hip colbertje. 'Door mijn ervaring als vluchteling heb ik mezelf gevonden. We hebben alles verloren. Dat dwingt je om je situatie te accepteren. Ik wilde het Europese leven leiden, ik wilde vrijheid. Maar ik had dromen zonder doelen. Door op een plek te zijn met weinig kansen, kom je uiteindelijk tot de keuze 'to be or not to be'. Ik wil zijn.'

Mensensmokkelaars

In 2007 verkochten Noor en haar familie hun huis en al hun bezit om met mensensmokkelaars naar Nederland af te reizen. Vanwege de oorlog in Bagdad, waarbij soennitische en sjiitische milities op straat jongens van het verkeerde geloof afslachtten, ging zij al maanden niet meer naar school en kwam zij nog amper buiten.

In Nederland werd hun asielaanvraag afgewezen. Omdat Noors vader in het leger van Saddam had gewerkt, werd hij als verdacht bestempeld en kreeg ook Noor, toen 22, geen verblijfsvergunning. In januari 2010 keerden ze terug naar Bagdad, zonder werk, huis of inkomen. 'We gingen terug naar een duistere bestemming. We wisten niet wat ons te wachten stond. Maar we kozen ervoor om het toch te proberen. We hadden geen geld om nog eens te vertrekken.'

Ik sprak haar in 2011 uitgebreid voor de Volkskrant, anderhalf jaar na haar terugkeer. Noor studeerde weer, computerwetenschappen aan de universiteit van Bagdad. Ze formuleerde bedachtzaam in prachtig Brits Engels, dat ze zich had aangeleerd met hulp van de televisie. We bleven elkaar daarna zien. Het viel me op hoe hecht ze was met haar vader, die zich nooit in onze gesprekken mengde, maar haar altijd trotse blikken toewierp. Terwijl steeds meer vrouwen, zelfs christenen, inmiddels gesluierd over straat gingen in Bagdad, probeerde Noor het ene na het andere kapsel uit. 'Het haar is de kroon van de vrouw. Met mijn haardracht kan ik me uiten. Niemand neemt me dat af', verklaarde ze op een avond. We rookten samen een waterpijp in de lommerrijke tuin van de luxe Al-Awiyah club, pal tegenover het plein waar het standbeeld van Saddam in 2003 omver werd getrokken. Weer aanpassen aan Bagdad, legde ze me uit, vergde hoop, geloof en liefde. 'Hoop maakt je sterker, geloof dat het morgen beter zal zijn, heb je nodig. En het vergt liefde, liefde voor mezelf, mijn familie, maar ook voor de mensen om me heen. Ik hou van het leven en ik wil alles eruit halen wat erin zit.'

De veiligheid ging mondjesmaat vooruit. Ik ging zonder hoofddoek of beveiliging over straat en maakte reportages over de permanente kermis in Zawra-park en het theater in Bagdad. Ook toen al pakten de donkere wolken zich samen boven Bagdad. Als mensen me wat langer kenden, vertelden ze over milities die winkeliers ontvoerden: de politieke kopstukken hadden ieder een eigen militie, noem het lijfwachten, en vochten als maffiabazen om de macht. Maar mensen waren de sektarische oorlog en het geweld zat, ze wilden weer leven.

Verstandshuwelijk

Noor verloofde zich ondertussen met een Zweedse Irakees. Ze stemde in met een verstandshuwelijk, omdat vrouwen in Irak maar weinig rechten hebben. Nu kon ze tenminste vooraf bedingen dat ze zou mogen blijven werken en vriendinnen mocht blijven zien. Het was ook een kans om alsnog naar Europa te verhuizen, maar daar ging het er haar niet om, verzekert ze me. 'Mijn ouders mochten hem. In dit land zijn meisjes na hun 25ste verlopen.' De afspraak was dat zij pas in Zweden de nacht bij hem zou doorbrengen. Toch werd hij kwaad toen ze na het verlovingsfeest niet met hem meeging. Kort erop bleek dat hij al eerder getrouwd was geweest en drie kinderen had. Ze besloot het huwelijk ongedaan te maken. 'Ik had op mijn intuïtie moeten vertrouwen', zegt ze nu. 'Ik heb ervan geleerd dat je geen dingen tegen je zin moet doen, alleen maar om je ouders gelukkig te maken. Als je luistert naar wat iedereen zegt, eten ze je van binnenuit op tot er niets meer over is.' Ze wacht nu toch op de ware. 'Ik woon in Bagdad, wie weet wat me morgen te wachten staat?'

Noor en ik roken weer een waterpijp samen, maar nu op een terras in Erbil, in het veilige Iraaks Koerdistan. Een groot deel van haar verworven vrijheden heeft ze weer moeten inleveren. Zawra-park is inmiddels verlaten. Bagdadi's gaan de straat niet meer op. 'We moesten kiezen voor een soennitische woonwijk omdat we ons geen huis in een gemengde wijk kunnen veroorloven. Maar in de soennitische wijken zijn meer controleposten.' Ze vond een leuke baan op de afdeling personeelszaken van een grote internationale hulporganisatie, maar of ze het lang zal volhouden is de vraag. 'Vanwege alle controleposten kost het me twee uur om mijn werk te bereiken.'

In de afgelopen anderhalf jaar verdwenen zowel de soennitische vicepresident Tariq al-Hashemi als de Koerdische president Talabani van het toneel. Hashemi werd in december 2011 door premier Maliki beschuldigd van het plegen van sektarische moorden, vluchtte het land uit en werd bij verstek ter dood veroordeeld. Talabani kreeg in december 2012 een hersenbloeding en ligt in een ziekenhuis in Duitsland. Daarmee kwam alle macht in handen van Maliki en zijn getrouwen. Sindsdien worden in rap tempo alsnog allerlei terdoodveroordelingen uitgevoerd (van 68 in 2011 naar 129 in 2012, volgens Amnesty International). De meeste slachtoffers zijn soennieten. Ze worden ook geweerd bij de belangrijkste opdrachtgever van het land: de overheid. Terwijl veel sjiitische oud-Baath-officieren werden toegevoegd aan de speciale eenheid van de premier, bleven soennitische officieren zoals Noors vader werkloos.

Bloedbad in Hawija

Nog geen twee weken voordat Noor en ik elkaar terugzien in Erbil, is een vreedzame demonstratie in Hawija, 130 kilometer verderop, volledig uit de hand gelopen. Het leger schiet op 23 april met scherp en doodt zeker 54 demonstranten en verwondt er nog eens 110. De politieke denktank International Crisis Group schrijft daags erna dat de al maanden durende impasse tussen soennitische Arabische demonstranten en de centrale regering 'is begonnen aan een gevaarlijke, neerwaartse spiraal'.

De denktank vreest een 'boog' van instabiliteit en conflict van Libanon en Syrië naar Irak, gevoed door sektarisme, poreuze grenzen en grensoverschrijdende allianties. 'Als Bagdad soennitische Arabieren niet weet te integreren in een werkelijk representatief politiek systeem, riskeert het daarmee dat zijn binnenlandse crisis uitmondt in een bredere regionale strijd.'

De demonstranten beschuldigen Bagdad ervan steeds meer een dependance van Iran te worden en Bashar al-Assad in buurland Syrië te steunen. Premier Maliki op zijn beurt verdenkt de oproerkraaiers ervan een Iraakse divisie van het Vrije Syrische Leger op te richten. De Koerden openden ondertussen een grensovergang met het nu redelijk autonome Syrisch Koerdistan, dat ze West-Koerdistan noemen. Om terroristen te weren, laten ze alleen Koerdisch sprekende vluchtelingen toe. Ze rekenen erop dat zowel Syrië als Irak langs sektarische lijnen uiteen zal vallen. Hawija bracht ook soennitische Arabieren op andere gedachten: misschien is uiteenvallen in een federatie toch beter dan één Irak.

'Het was een slachting', zegt gouverneur Karim van de provincie Kirkuk, waarin Hawija ligt. Najmiddin Karim, een chirurg, kwam op zijn post door de Koerdische PUK-partij (de partij van president Talabani) en distantieert zich openlijk van Bagdad. 'Het hele disfunctioneren van de regering in Bagdad heeft geleid tot de kwestie in Hawija en kan leiden tot soortgelijk geweld in Anbar, Ninewa en andere plaatsen. De regering blijkt niet in staat om de verschillende gemeenschappen te laten participeren in het uitvoeren van regeringstaken.' In Hawija werden onschuldige mensen 'afgeslacht'. 'Als dit in welk ander land waar de wet geldt, gebeurd was, zou de regering al zijn gevallen en waren de verantwoordelijken in de gevangenis zijn beland.'

De demonstranten in Hawija vroegen tijdig een vergunning aan en hielden zich aan de afspraken - geen geweld, geen afbeeldingen van Saddam. Maar na een paar maanden demonstreren, escaleerde de situatie op 19 april. Aan de kant van de ordetroepen en aan de kant van de demonstranten viel een dode. De politie vluchtte en liet haar wapens achter, maar na bemiddeling leverden de demonstranten die weer in. Toch stuurde Maliki op 23 april zijn eigen legereenheid. Die schoot met scherp. Uit de verslagen van het mortuarium blijkt dat demonstranten zijn geraakt in hoofd en borst, van dichtbij. Ik krijg het sectierapport onder ogen van een jongen van 14. Op filmpjes die door omstanders zijn gemaakt met hun mobiele telefoon, is te zien hoe een soldaat tegen het hoofd van een dode demonstrant schopt en hem uitscheldt.

Onder de demonstranten waren Baath-aanhangers en leden van Al Qaida, verdedigde Maliki zich na afloop. Een van de demonstratieleiders, Akram Al Obeidy, bevestigt dat, 'je kunt zo'n menigte niet volledig controleren, maar al die maanden hebben we het kamp steeds zelf gereguleerd, het gaat slechts om een enkeling'.

Slachtpartij

Het bloedbad in Hawija maakt voor Noor één ding duidelijk: 'De regering draait er zijn hand niet voor om, om burgers te vermoorden, als ze maar aan de macht kan blijven.' Ze is, als vele Irakezen, bang dat door Hawija het sektarische geweld verder oplaait. De meeste aanslagen vinden nog altijd plaats in Bagdad.

Maliki stelt zich volgens gouverneur Karim van Kirkuk steeds autoritairder op. 'Het parlement wordt genegeerd. Ministers die het kabinet hebben verlaten, zijn zonder inmenging van het parlement vervangen, vrijwel allemaal sjiieten.' De gouverneur vergelijkt de slachtpartij zelfs met Halabja, waar Saddam in 1988 duizenden burgers doodde met een gifgasaanval. 'Wat gebeurde in Halabja was een tragedie. Wat gebeurde in Hawija is tragisch. Maar nu zien mensen wel in dat ze geen leger maar politie in hun wijken willen.' Soms leiden tragische gebeurtenissen tot verbeteringen, zegt hij dan, doelend op het uiteenvallen van Irak. 'Misschien blijkt Hawija uiteindelijk een katalysator van noodzakelijke veranderingen in Irak.'

Noor zegt wat veel Irakezen denken: 'Geen van onze politici geeft iets om het Iraakse volk. Het gaat ze alleen om geld en macht. Soms verdenk ik hen ervan explosies te veroorzaken om iedereen bezig te houden, zodat niemand zal vragen om zijn rechten.'

Toch laat Karim ondertussen zien dat het ook anders kan. Toen hij op zijn post kwam, trof de gouverneur een verwaarloosde stad aan. Zijn voorganger en het hoofd van de provinciale raad waren het oneens over de meeste uitgaven. Het budget vloeide daarom telkens grotendeels ongebruikt terug naar Bagdad. Sinds de komst van Karim worden wegen geasfalteerd, verschijnt er sierlijke straatverlichting en hebben de inwoners van Kirkuk bijna continu stroom, al neemt het aantal aanslagen eveneens toe. De bevolking prijst de chirurg, die lange tijd werkte in de VS, om zijn vlijtigheid.

Onvolwassen media

'Er zijn hier professionele politici, die zouden omkomen van de honger als ze geen politiek konden bedrijven', zegt de gouverneur. 'In plaats van iets te doen aan de problemen, spelen ze in op de angst van mensen. En de media zijn onvolwassen in dit land. Je zult weinig professionele journalisten vinden. Ze publiceren alles wat hun wordt verteld, zonder feiten te checken of wederhoor te plegen.' Hij kijkt zelden nieuws, hij gaat liever erop uit om ziekenhuizen of wegen te bouwen.

Noors vader, die noodgedwongen aan de zijlijn staat, kijkt soms tot twee uur 's nachts naar het nieuws, vertelt Noor. 'Ik kijk zo min mogelijk, het maakt me alleen maar depressief.' Ze vrezen een nieuwe sektarische oorlog.

Terwijl Perwa, de Koerdische hit van het o zo populaire Arab Idols, op de achtergrond zingt, vraagt Noor iemand om een foto van ons te maken met haar mobieltje, en zet hem gelijk op Facebook. Twee jaar geleden moest er nog worden ingebeld om op internet te komen, anno 2013 kan iedereen internet en Facebook op zijn mobiel krijgen. Veranderingen gaan snel in Irak.

Noor: 'De jonge generatie houdt van het land. Als ik dit restaurant zie dan denk ik: ik wou dat we dat in Bagdad hadden. Bagdad verdient het beste. Maar we krijgen geen kans.'

Ik plaag haar en zeg dat ze zelf de politiek zou moeten ingaan. Noor verrast me en antwoordt serieus: 'Daar denk ik ook over, maar ik heb nog niet de kennis en vaardigheden. Ik wil eerst ervaring opdoen.'

Paulien Bakker (1975) is freelancejournalist. In 2010 publiceerde zij Een romantisch volk, over de inwoners van Kirkuk (uitg. Atlas).

TERUGKEER

Stuurt Nederland nog Irakezen terug?

Gedwongen uitzettingen naar Irak vinden niet meer plaats. Sinds eind 2011 accepteert Irak alleen vrijwillig terugkerende landgenoten. Maar uitgeprocedeerde Irakezen vallen zo tussen de wal en het schip: zij verliezen ieder recht op voorzieningen. Gezinnen met minderjarige kinderen kunnen wel terecht in een gezinslocatie, laat het ministerie van Veiligheid en Justitie weten, maar houden dan hun meldpicht. Vorig jaar keerden zo'n 160 Irakezen vrijwillig terug naar Bagdad.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden