De beste popboeken van 2008

Eind vorig jaar las ik twee boeken die ik wanneer er niet veel erg goed popboeken waren verschenen in 2008, stiekum in de top 10 had binnengeloosd. Maar David N. Meyers biografie van Gram Parsons en Paul Morley's verzamelde artikelen over Joy Division verschenen in 2007 en dus vallen ze af. Anders dan bij de beste cd's die voor Oor en de Volkskrant al medio november te worden gerangschikt, heb ik kwa boeken wel tot het einde van het jaar de tijd. Dat is maar goed ook want hoewel ik bijvoorbeeld de nummer 2 notering al in augustus kocht, kwam ik er pas met Kerstmis aan toe om het te lezen.

Ook vorig jaar al aangeschaft, Alex Ross' The Rest Is Noise. Al diverse keren heb ik op het punt gestaan er in te beginnen. Vorige week nog toen ik de luxe heruitgave van Pavements album Brighten The Corners uit 1997 in handen kreeg. In het boekje stond een artikel van Ross over de band in de New Yorker van 1997 afgedrukt.

Leuk stuk, en ik vermoed dat dat ook geld voor de verzameling in The Rest Is Noise. Maar het Listening To The Twentieth Century dat het boek als ondertitel draagt, betreft klassieke muziek. Niet mijn cup of tea, en ik ben vooral bang dat ik zo wordt geenthousiasmeerd door de auteur dat ik me volledig in de gecomponeerde muziek van de vorige eeuw wil onderdompelen.

Ik heb nog altijd mijn handen vol aan pop, jazz etc. vandaar. Toch ga ik het lezen, misschien wel meteen morgen, voordat er weer iets tussen komt.


Goed, wat haalde de top 10 van 2008 wel?

10. Het Londen van The Beatles door Piet Schreuders, Mark Lewisohn en Adam Smith.

Bewerkte en veel mooier vormgegeven versie van een boek dat in Engelstalige versie een jaar of tien geleden al eens verscheen. Ik neem me al jaren voor eens met dit boek in de hand wandelingen langs Beatles-plekken in Londen te maken. Dat komt er steeds maar niet van, maar het bladeren langs allerlei nagetekende, gefotografeerde en anderszins in kaart gebrachte plekken, is al leuk genoeg.

9. Gig door Simon Armitage

Britse dichter/schrijfde groeide op met dezelfde popmuziek als ik en haalde op zeer originele wijze herinneringe op aan de jaren tachtig, toen hij nog muzikale ambities koesterde. Een boek waarin zowel de Wedding Present als Bogshed worden behandeld, naast de wat meer voor de hand liggende Smiths en The Fall, dat moet wel goed zijn. Toch? In elk geval moest Mark E. Smiths eveneens zeer onderhoudende Renegade hierdoor een plaatsje in de top 10 afstaan. Twee boeken waarin The Fall een belangrijke rol speelt, lijkt me teveel van het goede.

8. Kill Your Friends door John Niven

Roman over de Londense platenbusiness in de jaren negentig. Fictie, en toch hierin opgenomen omdat de beschrijvingen over de Britse popcultuur en Blairs Cool Brittannia zo accuraat zijn. Eigenlijk jammer dat het boek zo moet ontsporen en je op een gegeven moment denkt een boek van Brett Easton Ellis te lezen. Alleen was diens American Psycho geloofwaardiger.
Maar wie wil weten hoe de platenbusiness in de jaren negentig te werk ging, kan vooralsnog geen betere research doen dan hier.

7. Bumping Into Geniuses door Danny Goldberg

Inzichtelijke, goed geschreven autobiografie van een belangrijke figuur in de Amerikaanse rock 'n roll industrie, sinds de jaren zeventig.
Hij werkte onder meer als publiciteitschef voor Led Zeppelin en als manager van Nirvana en was de groet man achter het (beruchte) managements bureau Gold Mountain. Zeer leerzaam en vooral erg leesbaar

6. The Olivetti Chronicles door John Peel

Veel leesbaarder dan zijn door zijn echtgenote voltooide autobiografie van een paar jaar geleden vond ik deze bundeling van artikelen die Peel schreef voor allerhande bladen en kranten. Ik heb diverse malen geschaterd van het lachen, al had het boek wat mij betreft beperkt mogen blijven tot zijn stukken over popmuziek, en moet iemand me nog maar eens uitleggen waarom er voor een alfabetische in plaats van een chronologische volgorde gekozen is.

Mooiste guiding principle ('follow them and your life will be enriched') is deze: 'There is nothing to be gained by listening to musicians who wear hats on stage.'

En dat naar aanleiding van een optreden van Duane Eddy.

5. Grafherrie door Remco Daalder

Jammer dat Daalder het een Punkroman noemt, want vooral als verslag van een fascinatie voor harde punk en metal in de jaren tachtig, werkt dit boek geweldig. Veel optredens die Daalder beschrijft kan ik me ook herinneren. Niet dat ik er zelf was, wel nee, veel te hard en agressief, maar ik wist dat ze plaatsvonden.
Meesterlijke beschrijvingen van concertavonden in de vroege jaren tachtig, en van de lui die uit de kraakscene die meenden er de dienst te moeten uitmaken. Vlak na lezing moest er iemand van Groen Links aftreden. Precies zo'n type als Daalder beschrijft.
Alternatieve pop of new waven in de jaren tachtig is zelden zo treffend verwoord als hier.

Nog altijd baal ik ervan dat de dienstdoende eindredactie op eigen initiatief de naam Remco maar in Remmelt veranderd heeft in een boekbespreking van mij voor Cicero. Nog altijd weet ik niet waarom. Nog altijd heb ik en vooral de auteur geen excuus mogen ontvangen. Pas een paar weken later stond er een soort van rectificatie. Maar de online versies zijn niet verbeterd. Bah, ik schaam me nog altijd voor zoveel desinteresse en geklungel op de redactie van een 'kwaliteitskrant'.

4. On Some Faraway Beach: The Life And Times Of Brian Eno door David Shepard

Mooiste popbiografie van het jaar, veel beter en ook beter geschreven dan die gehypete John Lennon baksteen van Philip Norman. Het is een boek om nog wel eens iets in op te zoeken, want Eno blijft fascineren. Vooral die hoofdstukken over Eno's jaren in New York en zijn werk met Talking Heads fascineerden me bovenmatig.

3. Roxy En De Houserevolutie door Job De Wit

Ooit had ik zelf het plan om een boek te schrijven over de RoXY, omdat ik er kwam in de jaren dat de house er zo ongeveer uitgevonden werd, en ik echt het gevoel had dat er een muzikale revolutie plaatsvond.

Ik deed het niet, Job de Wit wel, en hoe ik ook mijn best deed, ik kon er nauwelijks een foutje in ontdekken, bovendien roept De Wit aan de hand van vele interviews precies de sfeer van de avonden op zoals ik die herinner.

Knap, voor iemand die de hoogtijdagen van de RoXY niet zelf heeft meegemaakt. Belangrijk stukje Nederlandse cultuurgeschiedenis, dunkt mij.

2. 17 door Bill Drummond

Zoals gezegd, lang geleden gekocht, maar net pas gelezen. Nachtwerk was het wel, dit boek van Drummond. Samenvatten is onmogelijk. Het is opgebouwd als een dagboek van 2006-2007 waarin de gewezen manager van Echo And The Bunnymen, muzikant (The KLF) conceptueel kunstenaar (weet u nog wel, hij was een van hen die een miljoen pond verbrandden) gedachten ontvouwt over een wereld zonder muziek, een wereld waarin geen muziek meer wordt opgenomen, omdat er al genoeg is, hij met een koor van zeventien ongeschoolde zangers een muzikale revolutie te weeg wil brengen.

Het dikke rode boek staat vol met zeer interessante filosofische bespiegelingen over muziek en de consumptie ervan, maar ook andere kunsten komen voorbij. Ook de geschiedenis van de popmuziek wordt door Drummond eens kritisch onder de loep genomen. U2 krijgt er van langs, John Lennon was niks zonder Beatles, en hoe komt het toch dat zwarte muzikanten altijd vooruit willen met hun muziek terwijl blanke muzikanten vooral altijd (nostalgisch) willen teruggrijpen naar muziek die al bestaat?

Veel van wat Drummond terloops te berde brengt is ook te vinden in het boek Words And Music van Paul Morley, met wie 17 ook de merkwaardige vertel-vorm gemeen heeft.

Het is verder met geen enkel ander boel vergelijkbaar, ook over zijn eigen rol in de popbusiness (hij was betrokken bij de eerste successen van Stock Aitken & Waterman) is hij eindelijk niet meer zo geheimzinnig.

Net uit, maar ik ben er nog lang niet klaar mee en zal er zeker nog veel in blijven lezen de komende tijd.

1. Black Postcards door Dean Wareham


Dean Wareham haalt herinneringen op aan de indie-cultuur van eind jaren tachtig begin jaren negentig. Hij speelde toen in Galaxie 500 en later in Luna, bands die ik altijd prachtig vond, maar slechts weinigen in Nederland met mij. Niet alleen zijn beschrijvingen van het leven als (miskend) popgenie zijn prachtig, ook de 'romantische' kant van deze Rock and roll romance is even schitterend als villein.

Wareham had de pech in een trio te zitten, Galaxie 500 waarin de ander twee een liefdespaar vormden (tegenwoordig actief als Damon & Naomi).

Wanneer er democratisch gestemd moest worden, verloor hij het dus altijd, en was het altijd dit echtpaar dat de zin kon doordrijven.

Na het boek lang uitgeleend te hebben, vond ik het vorige week weer ergens achter metershoog opgestapelde andere boeken naast de boekenkast. Ik was als een kind zo blij, want ik wilde bepaalde passages (Galaxie 500 toerend door Europa, daarbij concerten gevend waar ik bij was, of die waarin de band gedropt wordt door Rough Trade) weer teruglezen.

Dat ga ik nu doen, en ik zet er een fijn plaatje van Galaxie 500 bij op, als ik die kan vinden.....


Black Postcards is vast niet het belangrijkste popboek van het jaar maar iedereen voor wie Galaxie 500 iets heeft betekend is het een absolute aanrader. Nooit duurde een transatlantische vlucht zo kort als die van Amsterdam naar Houston in maart dit jaar toen ik dit boek las onderweg naar SXSW.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden