Column

De beste interieurverzorgsters kampen met een taalbarrière

Ik kan het niet alleen.

In mijn eentje bewoon ik een groot, smerig kasteel. Daarom heb ik op advies van de gemeentereinigingsdienst een schoonmaakster in de arm genomen. Gisteren had Carmen haar eerste werkdag. Ze zou er om 11 uur zijn. Op een laag vuilnis van anderhalve meter lag de kasteelheer kalm urinerend op haar te wachten.

Ze was laat. Onder de bacteriën ging een voorzichtig gejuich op.

Om half twaalf ging de telefoon. Iemand meldde in plat-Roemeens met Engelse invloeden dat ze verdwaald was, wat ik niet zo gek vond. Geen idee wie lang geleden de Meteorensingel van huisnummers heeft voorzien, maar het was geen genie. Of juist wel. Een wilde denker die precies hier, in mijn straat, het numerieke stelsel omver wilde werpen, wat hem uitstekend gelukt is, want niemand kan er iets vinden, ook TomTom niet.

'I stand before nummero two-five-eight,' zei Carmen. Feitelijk, zie boven, was dat geen informatie. Ze kon bij de buren staan, maar ook in Zaanstad.

'Stay standing', zei ik, waarna ik in concentrische cirkels Noord-Holland begon af te fietsen. Na twintig minuten ontwaarde ik op een stoep een vrouw met een emmer en een dweilmop.

'Carmen?'

'Sir Peter?'

'Zeg maar lord.'

We fietsten slingerend door Amsterdam-Noord, Carmen achterop, wapperend met haar dweil, ik automobilisten dollend, samen fluitende het Turks Fruits-melodietje van wijlen Toots - tot we voor mijn kasteel stonden. Meteen zaten we in een andere film, namelijk: The Exorcist. Carmens blik, hoe ze naar mijn slaapkamerraam staarde, alsof daarboven een hele grote bacterie op bed lag, hees 'STOF' brullend, en 'NOOIT MEER POETSEN', dit alles in het Latijn der kerkvaderen. Ik zag die bacterie al de complete stofzuiger keihard in het kletsnatte gat tussen zijn beentjes rammen, dat hing nu wel in de lucht.

Koffie?

Nee, Carmen wilde meteen aan de slag, zei ze, ze had maar four hours, hè, nuffig rondkijkend alsof het hier vies was of zo, terwijl je bij mij thuis van de grond kan eten, allerlei best wel verse salades, bijvoorbeeld, of heel veel rozijnen.

Ik nam plaats op de chesterfield. De beste interieurverzorgsters lusten geen koffie, bedacht ik, en kampen met een taalbarrière. Vroeger, in Blerick, hadden we Elly, die kampte nergens mee, die ging onmiddellijk aan het koffie-infuus, waarna er aan onze keukentafel een soort Zomergasten begon, met uitvoerig navertelde fragmenten, en onze hond als interviewer.

Vier uur is lang. Zeker wanneer je zelf geen poot uitsteekt. Nou ja, met enige regelmaat een poot richting een bakje cashews, met geloken oogjes op de chesterfield, vanzelfsprekend steeds als Carmen met opgestroopte mouwen binnenkwam voor verse vuilniszakken.

'Nootje?' Niet alleen vies, maar ook slecht. Je bent een vies, slecht mens, Peter.

'You sick?'

'No, me writer! Thinking!'

Hoe legde ik deze dame uit dat ik, ogenschijnlijk op mijn gemakje, baarlijke nonsens uit mijn duim lag te zuigen? Verzinsels, Carmenitaatje, terwijl jij mijn vuil aan het afbikken bent. Krijg ik ping-ping voor.

Hmm. Breng dat maar eens over op een Roemeense houwdegen.

Als klein schoonmaakstertje moest ze trouwens in de ketel met toverdrank zijn gevallen, want mijn hemel, wat een lawaai daarboven. Even het bed rechtop in de badkuip? Pleepot op schoot? Het leek verdomme wel Poltergeist, boven mijn arme hoofdje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden