De beste hulp is een trein uit China

De Chinese aanpak in Afrika is simpel: voor wat hoort wat, zonder eisen. Zoals een spoorweg in ruil voor olie in Angola.

Een huzarenstukje ontwikkelingswerk - zo mag je het noemen wat er gebeurt in Angola's diepe binnenland. Daar vindt de wedergeboorte plaats van een spoorlijn die ooit een economische slagader was van Afrika.

De Benguelalijn, ruim 1.300 kilometer lang, werd bijna een eeuw geleden gebouwd door Britse en Portugese kolonisten. Doel: een soepele transportroute aanleggen voor de afvoer van kopererts van Centraal-Afrika naar Europese fabrieken.

Na de onafhankelijkheid van Angola in 1975 raakte het spoor in verval door decennia van burgeroorlog. En nu herstellen de Chinezen - Afrika's nieuwe jagers op grondstoffen - het spoor om de grondstoffen eenvoudiger naar hun fabrieken te krijgen.

'Je kunt zeggen wat je wilt van China, dat het welbegrepen eigenbelang is om de boel te herstellen, maar ze doen het toch maar', zegt een Portugese zakenman in de Angolese hoofdstad Luanda. 'China heeft het geld, de techniek en de mankracht om zo'n reuzenproject op te pakken.'

De Caminhos de Ferro de Benguela is een modelvoorbeeld geworden van de gebonden hulp die China geeft. Voor wat hoort wat, is het devies van Peking. Daarmee zet het de traditionele westerse ontwikkelingshulp in een ander daglicht.

Terwijl voormalige koloniale machten in Europa bediscussiëren welke manier van ontwikkelingshulp het effectiefst kan zijn, rolt Peking overal zijn eigen aanpak uit: strikt aan eigen economische belangen gebonden hulp, waarbij de geldgever de projecten stuurt en zoveel mogelijk het eigen bedrijfsleven inzet.

Veel Afrikaanse leiders zijn er blij mee. Ze willen geen gezeur aan hun kop over mensenrechten, democratie en corruptiebestrijding, maar projecten die zichtbaar effect hebben. De Chinese regering komt graag aan hun wensen tegemoet. Peking wil grondstoffen en biedt in ruil daarvoor infrastructuur, van wegen en spoor tot mobiele netwerken, ziekenhuizen en nieuwe sportstadions. Wil de president een nieuw paleis? Het kan in een moeite door.

De aanleg wordt met voor Afrikaanse begrippen ongekende dynamiek verzorgd door Chinese staatsbedrijven, die zoveel mogelijk eigen personeel meenemen. Als er onder tafel met geld geschoven moet worden, is dat geen probleem. De Chinese staatspers schrijft louter lovend over de opmars in het verre, onbekende continent.

China's herstelwerk aan de belangrijkste spoorweg van Afrika begon bijna zes jaar geleden. Uitvoerder van de klus werd Bureau 20 van CRCC, een spoorwegbouwer die onderdeel was van de genietroepen van het Chinese leger. De firma is inmiddels een van de grootste bouwbedrijven ter wereld, mede dankzij de ongekende uitbreiding van China's eigen spoornet.

Het Angolese project werd met militaire precisie aangepakt. In februari 2006 meldde het eerste Chinese vrachtschip vol bouwmaterieel zich in de haven van Lobito. Chinese railploegen werkten zich vervolgens langzaam van de kust omhoog naar de Planalto Central, de hoogvlakte rond Huambo, waarbij onderweg alle gammele bruggen, taluds en andere infrastructuur uit de Portugese tijd werden vervangen.

Er is de nodige kritiek op de Chinese aanpak. Peking heeft weinig oog voor de hoge werkloosheid in Afrika, de financiële transparantie is gering, wat veel ruimte biedt voor corruptie. Maar gebouwd wordt er wel.

Eind augustus werd het eerste deel van de vernieuwde Benguelalijn - een stuk van 400 kilometer - door de Angolese president José Eduardo dos Santos geopend. Eind volgend jaar hopen de Chinezen de rest van het spoor vervangen te hebben, van Huambo door de provincies Bie en Moxico naar het stadje Luau op de grens met Congo. Volgens Zhang Feng, coördinator van CRCC in Angola, zullen in 2014 alle bijbehorende stations, seinsystemen en onderhoudswerkplaatsen in het diepe binnenland zijn voltooid.

De stations die inmiddels zijn verrezen, oogsten zowel be- als verwondering. Het zijn forse paleizen van beton, staal en glas, naar het model van China's eigen stations, die worden gekenmerkt door het motto 'we bouwen op de groei'. In de praktijk levert het gebouwen op die een paar maten te groot lijken voor de bescheiden stadjes waar ze worden neergezet.

Volgens Angola's minister van Transport Augusto Tomas is de spoorweg het beste wat het binnenland kan overkomen. Niet alleen zullen er straks lange treinen met grondstoffen voor de Chinese industrie over gaan rijden, het betekent ook dat het eenvoudiger wordt landbouwproducten te vervoeren.

Het Angolese binnenland is een van de vruchtbaarste regio's van Afrika, maar om daarvan te profiteren moet er wel effectief vervoer zijn. Luanda wil de economie minder afhankelijk maken van de oliewinning waar het land nu op draait. Voor de spooraanleg wordt China met olie betaald.

In 2014 - 85 jaar nadat de eerste Britse locomotief naar de kopermijnen van Zambia opstoomde - moeten Chinese locomotieven het werk overnemen. Angola hoopt dat Afrika's nieuwste spoorweg jaarlijks 20 miljoen ton vracht en vier miljoen passagiers gaat vervoeren.

Al veertig jaar de belangrijkste spoorwegbouwer van Afrika

China is in korte tijd de belangrijkste spoorbouwer in Afrika geworden. Behalve de 1.344 kilometer Benguelalijn herstellen Pekings staatsbedrijven ook een oude koloniale verbinding in het zuiden van Angola. Deze spoorbaan van 856 kilometer verbindt het achterland van de provincie Kuando-Kubango met de haven van Namibië, met zijtakken naar de mijngebieden van Jamba en Cassinga. Een derde lijn, van de hoofdstad Luanda naar Malange (479 kilometer), is al in gebruik.

Minder vlot gaat het bij een andere grote spoorweg op het continent: de Tazaralijn van de kust van Tanzania aan de Indische Oceaan naar de Zambiaanse kopermijnen. De verbinding verkeert door wanbeheer in een krakkemikkige toestand. Peking wil in ruil voor herstel de touwtjes in handen krijgen.

De Tanzaniaanse regering zoekt echter ook naar andere investeerders. De Chinezen hebben de Tanzania Zambia Railway Authority ondertussen een zachte lening van 40 miljoen dollar gegeven, waarmee Chinese locomotieven en reserve-onderdelen kunnen worden besteld.

De Tazaralijn was veertig jaar geleden het pronkstuk van Chinese hulp aan de derde wereld. Mao Zedong gaf zijn ingenieurs en arbeiders destijds opdracht de spoorweg aan te leggen om Zambia minder afhankelijk te maken van het railvervoer via koloniaal Zuid-Rhodesië en het Zuid-Afrika van de apartheid.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden