De beste boeken van 2008

Was 2008 een boekenjaar om te onthouden? Jawel – maar niet op elk terrein, blijkt uit de keuze van vijftien Cicero- recensenten.

Wat Freud al had voorzien

Mark Edmundson: De dood van Sigmund Freud (Arbeiderspers)
Orlando Figes: Fluisteraars – Leven onder Stalin (Nieuw Amsterdam)
Cicero De kunst van het oud worden (Athenaeum – Polak & Van Gennep)

Olaf Tempelman

Het gebeurt niet zo vaak dat een boek én hilarisch én ontroerend én intellectueel uitdagend én belangrijk is. De Amerikaanse Freud-kenner Mark Edmundson is de interessantste en aangenaamste auteur die ik in 2008 heb ontdekt. Zoveel als ik gelachen heb bij Freuds liefkozingen van zijn chowchows, zijn ‘heerlijke honden’, zoveel heb ik opgestoken van Freuds late ideeën over gezag. Met De dood van Sigmund Freud poogt Edmundson de beste daarvan los weken van de curieuze. Fenomenaal beschrijft hij Freuds ‘ontdekking’ van het eeuwig omvermogen van de mens met innerlijk conflict om te gaan en zijn val voor ‘spanning opheffende’ Leiders. Altijd weer zullen zelfverzekerde mannen (of vrouwen) ons proberen te verleiden met het wegnemen van onze twijfels. De open mens moet daar alert op zijn, maar ervoor waken zich door deze lieden bedreigd te voelen. Immers: angst werkt bewustzijnsvernauwend, drukt twijfels weg en werkt zo weer dictaturen in de hand – in het hoofd én daarbuiten.

Fluisteraars, werd al in 2007 naar mij opgestuurd, maar belandde pas in 2008 in mijn Roemeense brievenbus. Dit het grote werk van Figes, is terecht alom geprezen. Het is verbluffend hoe accuraat, ontroerend en alomvattend hij het gedrag van de gewone mens beschrijft in de eerste totalitaire staat van de 20ste eeuw. Toegeven aan de knagende twijfel dat de Grote Leider Stalin weleens verantwoordelijk zou kunnen zijn voor alle ellende die hem ten deel viel, deed hij niet. Maar dat had Freud al voorzien.

De boekenweek 2008 had ouderdom als thema. De illustere naamgever van dit katern was 2050 jaar geleden op dit terrein al een ervaringsdeskundige. Als een collega-bejaarde bij het kijken naar speerwerpers jammert dat zijn eigen armen slapjes zijn geworden, schampert Cicero: ‘Niet die armen maar jijzelf sufferd!’ Geesteskracht kent geen tijd.

Maarten Steenmeijer

Pseudothriller met Jezus

Gerald Martin: García Marquez (Meulenhoff)
Carlos Fuentes: Alle gelukkige gezinnen (Meulenhoff)
Eduardo Mendoza: De wonderbaarlijke reis (Arena)

De 81-jarige García Márquez kampt al jaren met ernstige gezondheidsproblemen. Het ziet er daarom niet naar uit dat hij zijn memoires zal voltooien. Maar gelukkig is er nu García Márquez. De biografie van Gerald Martin, de eerste die ook het leven van de Colombiaanse schrijver na Honderd jaar eenzaamheid in kaart brengt. Met zijn vergaande soul searching doet Martin García Márquez niet helemaal recht maar hij is nauwelijks te overtreffen in de grondigheid waarmee hij laat zien hoe waar García Márquez’ uitspraak is dat hij niets uit zijn duim heeft gezogen van wat hij in zijn romans vertelt. (J.M. Meulenhoff)

Carlos Fuentes werd in november tachtig jaar maar is nog lang niet uitgeschreven. En dat is maar goed ook, zo bewijst Alle gelukkige gezinnen, een schitterend boeket familieverhalen waarin Fuentes zijn visie op de trauma’s van Mexico op brede, indringende wijze heeft verbeeld. (J.M. Meulenhoff)

Eduardo Mendoza loopt al jaren te verkondigen dat hij er niet aan moet denken om weer aan een roman te beginnen maar intussen werkt hij gestaag door aan een almaar uitdijend oeuvre. Veel bijzonders leverde zijn volharding de laatste decennia niet op maar in De wonderbaarlijke reis is hij eindelijk weer eens goed op dreef. Deze pseudothriller met Jezus in een van de hoofdrollen zou je kunnen lezen als een parodie op de reli-thriller, de grootste hype in letterenland sinds jaren. Maar of je alle literaire knipogen die Mendoza uitdeelt nu wel of niet ziet, dankzij de superieur droge humor is het altijd prijs in deze kleine roman, die Mendoza’s reputatie als de superieure literaire belhamel van de Spaanse literatuur eindelijk weer eens recht doet. (Arena)

Boodschappen en boodschappers

Kader Abdolah: De boodschapper – Een vertelling (De Geus)
Karen Armstrong: De Bijbel – De biografie (Mets & Schilt)
Rutger Kopland: Toen ik dit zag (Van Oorschot)

Gert J. Peelen

Slechts twee maal dit jaar rondde ik een boekbespreking af met de maximale vijf sterren. Kader Abdollah kreeg ze voor zijn cassette waarin zijn eigenzinnige Koranvertaling de ruimte deelt met De boodschapper, een wondermooie vertelling, waarvoor de biografie van de profeet weliswaar de contouren aangeeft, maar die, aldus de auteur, als literatuur mag worden gelezen en beschouwd. Met de Koran lukt dat helaas wat minder. Zelfs in de fluwelen remake van Abdollah, blijft de boodschap van schuurpapier.

De Koran, benadrukt Abdollah, is geen boek voor hen die hun gelijk willen halen. Hetzelfde geldt voor de Bijbel, waarvan Karen Armstrong de biografie schreef (eind 2007 verschenen maar in januari hier besproken) waarmee ook zij vijf sterren oogstte. Het (her)interpreteren van heilig verklaarde teksten is van alle tijden. Daar is niets mis mee. Van koning Salomo werd verteld dat hij van elk vers uit de Tora uiteenlopende interpretaties wist te geven. Fout gaat het wanneer dergelijke teksten letterlijk worden genomen en waarheidsfanaten ermee aan de haal gaan. De boodschapper, niet de boodschap, is schuldig aan wat uit naam van een tekst wordt aangericht.

Een dichter kan het zonder boodschap stellen. Ook Rutger Kopland, die in zijn oeuvre desondanks veelvuldig naar de christelijke boodschap uit zijn jeugd is blijven verwijzen: de grazige weiden en zeer stille wateren die hem in psalm 23 werden beloofd. Hij doet het opnieuw in zijn jongste bundel, Toen ik dit zag. Het ‘grensland’, inclusief weiden en wateren, lijkt nu eindelijk bereikt. En dat levert aangrijpende poëzie op. Misschien is dít de boodschap: ‘het geheim van de wereld is het zichtbare// niet het onzichtbare’.

Daniëlle Serdijn

Mortier wakkert verhuislust aan

Joris van Casteren: Lelystad (Prometheus)
Erwin Mortier: Godenslaap (Bezige Bij)
Doeschka Meijsing: Over de liefde (Querido)

Joris van Casteren: Lelystad. Van Casteren lapt het hem weer. Zijn allerindividueelste expressie is een fraaie mengvorm van reportage, autobiografie en geschiedschrijving. In Lelystad beschrijft Van Casteren de stad waar hij opgroeide, waar ooit de Zuiderzee had gelegen en waar zijn ouders in 1976 vol goede moed heen trokken. Maar wat een voorbeeldgemeente had moeten worden, werd na verloop een van de meest naargeestige plaatsen van Nederland. Van criminaliteit tot ambtenarendictatuur, van vrouwenbeweging tot eerste liefdes; in alles toont van Casteren het conflict tussen idealen en realiteit. En wel met zoveel flair, dat ik wou dat ik Joris van Casteren was.

Erwin Mortier: Godenslaap. Magistrale roman over de tweeslachtige Belgische identiteit. Met een glansrol voor de stokoude Vlaamse Hélène Demont, wier levensloop samenvalt met de grote en kleine gebeurtenissen uit de Belgische geschiedenis. La Grande Guerre, Marokkaanse werkbijen, ambities, kantklossen; alles komt langs. Mortier tekende Demont met een imposante uitdrukkingsvaardigheid, creëerde zo een vrouw naar wie je allengs reikhalzend uitziet en die je zou willen ontmoeten vanwege zinnen waarin ze vertelt dat ze de wereld dankbaar is omdat er nog altijd de troost is ‘van tabak, en zwarte koffie en mannendijen’. België op z’n mooist weerspiegelt zich in Godenslaap. Je zou er voor voorhuizenverhuizen. Zo’n boek wil de Hollander ook.

Doeschka Meijsing: Over de liefde. Voorbeeldig boek – over de liefde. Meijsings meest openhartigeopenhartigste romantot nog toe, en ontsproten aan de stukgelopen relatie met Xandra Schutte. Die bleek behalve plots heteroseksueel, ook nog eens zwanger. Aanvankelijke Schadenfreude over een teloorgegane grachtengordelromance maakte direct plaats voor bewondering, want vanaf de eerste majestueuze pagina’s werd duidelijk dat Meijsing een universeel verhaal vertelde waarin schaamte en liefde verrassend met elkaar waren verbonden.

De personen om wie het in werkelijkheid was gegaan, waren opgelost in het niets. Verdwenen. Het verhaal sprak voor zichzelf.

Bidden dat Obama dit leest

John North: Cosmos – An Illustrated History of Astronomy and Cosmology (The University of Chicago Press)
Martin J.S. Rudwick: Worlds Before Adam – The Reconstruction of Geohistory in the Age of Reform (The University of Chicago Press)
Martha C. Nussbaum: Liberty of Conscience – In Defense of America’s Tradition of Religious Equality (Basic Books)

Michaël Zeeman

In den beginne is er het wereldbeeld: daar staat of valt alles mee, het denken, het handelen, het geloven, het scheppen, het verbeelden. De vraag wie wij zijn, kan niet worden beantwoord zonder dat wij ons eerst rekenschap geven van onze plek in de kosmos. Daarna kan het denken, dichten en drammen beginnen. De auteur John North – wiskundige, astronoom, filosoof, historicus – heeft zijn leven besteed aan het onderzoek naar de kosmologieën van de oudste beschavingen tot heden. Dit boek,Zijn laatste boek, Cosmos – An Illustrated History of Astronomy and Cosmology, vat zijn ongeëvenaarde kennis samen. John David North stierf dit najaar, 74 jaar oud. Hij was mijn leermeester.

Martin J.S. Rudwick: Worlds Before Adam – The Reconstruction of Geohistory in the Age of Reform. (The University of Chicago Press; 614 pagina’s.) Geen wetenschap heeft ons wereldbeeld de afgelopen twee eeuwen zo drastisch veranderd als de geologie. Eind achttiende, begin negentiende eeuw wordt geleidelijk aan duidelijk dat de aarde aanzienlijk ouder is dan de theologie beweerde. Dat is een adembenemende episode uit de cultuurgeschiedenis, die door Martin J.S. Rudwick schitterend in kaart is gebracht in Worlds Before Adam – The Reconstruction of Geohistory in the Age of Reform. Martha C. Nussbaum: Liberty of Conscience. In Defense of America’s Tradition of Religious Equality. (Basic Books; 406 pagina’s.) ex aequo met Charles Taylor: A Secular Age. (Harvard University Press; 874 pagina’s.) De nieuwe Amerikaanse president is een intellectueel, die zich bovendien niet schaamt voor zijn uitmuntende verstand. Hij is ook een gelovig man, van de halleluja-variant. Men mag bidden dat hij tijdens de kerstdagen, tussen het jubelen door, deze beide scherpzinnige boeken leest: Liberty of Conscience – In Defense of America’s Tradition of Religious Equality van Martha Nussbaum, ex aequo met Charles Taylors A Secular Age (Harvard University Press).

De psychiater als patiënt

Sebastian Barry: The Secret Scripture (Faber and Faber)
Rivka Galchen: Atmosferische Storingen (Anthos)
Adrian Desmond en James Moore: Darwin – De biografie. (Nieuw Amsterdam)

Ranne Hovius

Een zwijgzame vrouw van bijna honderd die het grootste deel van haar leven ten onrechte in een psychiatrische inrichting doorbrengt, zet stukje bij beetje haar levensgeschiedenis op blaadjes papier die ze op haar kamer verstopt. Haar vereenzaamde psychiater, die voor de taak staat de inrichting te ontruimen voordat deze wordt afgebroken, probeert haar leven te reconstrueren aan de hand van rapporten en herinneringen van anderen. Zo verrijst in het buitengewoon ontroerende The Secret Scripture van Sebastian Barry het beeld van de ooit beeldschone Roseanne die vermorzeld wordt door de strijd, het geweld en de benauwende moraal van het katholieke Ierland van de vorige eeuw.

Een psychiatrische patiënt staat ook centraal in de het bijzondere debuut van Rivka Galchen, Atmosferische storingen, maar dit keer is de psychiater zelf de patiënt. Deze Leo Liebenstein ziet op een dag een getrouwe kopie van zijn vrouw het huis binnenwandelen. Alles wijst erop dat ze ook werkelijk zijn geliefde Rema is, maar als Leo een ding zeker weet, is het dat: ze is het niet. Vanuit deze aanname herziet hij zijn wereld en start begint een zoektocht naar de echte Rema. Je zou de roman als een beschrijving van een psychiatrische stoornis – het syndroom van Capgras – kunnen opvatten, maar voor Galchen is Leo’s lot vooral een aanleiding om te onderzoeken hoe ver een mens bereid is in te roeien tegen wat door iedereen voor waar wordt gehouden wordt.

Vermeldenswaardig is, ten slotte, de Nederlandse vertaling van een van de beste Darwin-biografieën: die van Desmond en Moore. Deze late vertaling, het boek is van 1991, staat ongetwijfeld in het teken van het komende Darwin-jaar. In 2009 is het tweehonderd jaar geleden dat Darwin werd geboren werd en bestaat zijn revolutionaire Origin of Species honderdvijftig jaar.

Wat De Bank de das omdeed

Fareed Zakaria: De wereld na Amerika (Contact)
Jeroen Smit: De prooi (Prometheus)
Leon de Winter: Het recht op terugkeer (Bezige Bij)

Paul Brill

In De wereld na Amerika – en de opkomst van de rest levert Fareed Zakaria een scherpzinnige, optimistische analyse van de verschuivende machtsverhoudingen in de wereld. In de ‘post- Amerikaanse wereld’ blijven de Verenigde Staten volgens Zakaria een spilfunctie vervullen. Het boek – oorspronkelijk verschenen als The Post-American World – is extra interessant dooromdat de volgende bewoner van het Witte Huis ermee is gesignaleerd.

In De prooi beschrijft Jeroen Smit hoe ambitie en arrogantie, maar ook besluiteloosheid en interne onmin ABN Amro de das omdeden. Het verhaal van de ondergang van De bank is zo rijk gedocumenteerd en zo meeslepend dat je de stilistische onvolkomenheden op de koop toe neemt.

Leon de Winter brengt een bijzondere familiesaga, een psychologische roman, een ingenieuze thriller en een beklemmende politieke toekomstverkenning samen in één magistraal boek. Het recht op terugkeer had meer applaus verdiend.

Naamgever van kerken en parken

Piet Calis Vondel – Het verhaal van zijn leven (Meulenhoff; € 35)
Anthony Mertens Zwaluwziek – Leven na een herseninfarct (Bezige Bij)
Fernando Pessoa: De metafysische ingenieur en andere gedichten (Arbeiderspers)

Aleid Truijens

De beste Nederlandse literaire biografie van dit jaar werd geschreven door literatuurhistoricus Piet Calis: Vondel – Het verhaal van zijn leven (Meulenhoff; € 35). Calis haalde een van onze grootste dichters en polemisten die zelden nog wordt gelezen en nog slechts bekend is als naamgever aan kerken, scholen en parken, onder het stof vandaan. Een uitstekend gedocumenteerd en goed geschreven verhaal, gelukkig niet objectief.

Anthony Mertens, redacteur van uitgeverij Querido, debuteerde overtuigend met het autobiografische boek Zwaluwziek – Leven na een herseninfarct (De Bezige Bij; € 18,50). De ramp die hem overkwam en het langdurige, ontluisterende herstel erna, dat hij pijnlijk gedetailleerd beschrijft, openden een deur naar een nieuw bestaan: het schrijverschap. Keihard en ontroerend tegelijk.

Wie nu nog niet heeft kennisgemaakt met de Portugese dichter van Fernando Pessoa, krijgt nog één kans. De vorig jaar overleden vertaler August Willemsen voltooide nog net De metafysische ingenieur en andere gedichten (De Arbeiderspers; € 45), het volledig werk van Álvaro de Campos, een van Pessoa’s uitbundigste schijngestalten. Schitterende, onthutsend gewone en directe poëzie.

Al wie in het onderwijs werkt, een schoolgaand kind heeft of zelf op school heeft gezeten – iedereen dus – zou Schoolpijn (Meulenhoff; € 18,90) eens moeten lezen, een essay van de Franse schrijver en oud-leraar Daniel Pennac. En ook vooral iedereen die denkt dat je ‘achterstandkinderen’ niet aan het lezen kan krijgen. Op school was Pennac een sukkel. Daarom werd hij leraar, om anderen ervan te overtuigen dat ze geen sukkels waren. Een kwestie van liefde.

Benijdenswaardig, zo’n vrije geest

David Grossman: Writing in the Dark (Bloomsbury)
Marja Vuijsje: Joke Smit (Atlas)
Jhumpa Lahiri: Vreemd land (Meulenhoff)

Anet Bleich

Over politiek schrijven zonder dat er een cliché aan te pas komt. Dat is de kracht van David Grossman (een van zijn sterke punten), de reden waarom hij met zijn reportages uit bezet gebied ook op een Israëlisch publiek grote indruk wist te maken. In zijn essaybundel Writing in the Dark (Bloomsbury), denkt hij hardop na over de invulling die hij aan zijn schrijverschap probeert te geven. Een drietal van deze essays verscheen onlangs ook in het Nederlands bij Cossee onder de titel De ander van binnenuit kennen – Over de ziel van het schrijven. Waar het Grossman om gaat: je in anderen inleven, zodat zelfs de vijand niet langer op een monster lijkt, maar op een verzameling mensen die ook angst en wanhoop kennen. En de personages die je als schrijver schept en die totaal van jou afhankelijk zijn koesteren als een zorgzame gastheer. Benijdenswaardig, zo’n vrije geest.

De naam van Joke Smit is verbonden met de tweede feministische golf die de positie van vrouwen in Nederland onherkenbaar heeft verbeterd. Smit was een voorvechtster, geen meeloopster, in het vuur van de strijd bleef ze haar eigen ideeën steeds trouw. Biografe Marja Vuijsje heeft haar in Joke Smit – Biografie van een feministe (Atlas), boeiend, meevoelend en met veel ruimte voor nuance beschreven. Ze leest de eigenwijze Joke niet de les en verheerlijkt haar niet, maar brengt haar weer tot leven.

Verhalen die, als je even niet oplet, lijken voort te kabbelen, maar die ineens een wending nemen, verrassend en vaak tragisch. Jhumpa Lahiri opent in Vreemd land (Meulenhoff) de deur naar het leven van Indiase families in Amerika en dat doet ze zo mooi dat je hoopt dat het verhaal nooit meer ophoudt. Op zachte toon duidt ze, heel subtiel, heftige verwikkelingen aan. Strijd tussen generaties en culturele misverstanden en botsingen komen aan bod, maar Lahiri’s fluwelen, alerte vertellingen gaan vooral over verlangen en – verloren of nooit tot wasdom gekomen – liefde. De mensen die haar verhalen bevolken zijn ver weg en heel dichtbij. Lahiri is een ware meesteres van het woord.

Dichters in wie het vuur brandt

Hans Verhagen: Zwarte gaten (Nijgh & van Ditmar)
H.C. ten Berge: De Hollandse sermoenen (Atlas)
H.H. ter Balkt: Vuur (Bezige Bij)

Piet Gerbrandy

Zeventig zijn ze, of bijna zeventig, maar nog steeds barst hun poëzie van scheppingsdrift, boosheid en vitaliteit. Alledrie debuteerden ze in de jaren zestig van de vorig eeuw en geen van hen wekt de indruk van plan te zijn binnenkort het bijltje erbij neer te gooien. Het vuur van Hans Verhagen, H.C. ten Berge en H.H. ter Balkt brandt op een wijze die weinig jongeren hen nadoen.

Verhagen schreef met Zwarte gaten een wervelend boek dat zowel hard als intiem is, soms duister en onnavolgbaar, soms glashelder en direct: ‘Zij liet mij alleen, die de klank aan mijn hart gaf, / van mijn klankkast het hart was’. En: ‘Politiek en religie maken zich niet schuldig aan muziek / maar aan liefdes ondermijning, verdwijning van wijsheid’.

De Hollandse sermoenen van H.C. ten Berge geselen de lezer met felle maar scherp doordachte cultuurkritiek, geestig en belezen, hier en daar met de ironie van een man die het allemaal al zo vaak gezien heeft: ‘Er is de noodlottige staat/ die uitwringt, beslag legt, ontkracht;/ die de onnozele onderdaan oormerkt en africht/ als beest; een nummervlek schroeit/ waar het vlees op zijn zachtst –’.

In Vuur roept Ter Balkt, de oudste van het drietal, een particulier universum op van drinkende zandwegen, krakende boerenkarren, hondsdraf en pompstations, een bezielde wereld waarin alles met alles samenhangt. De lelijkheid en het verraad liggen overal op de loer, maar schoonheid en taaie waarheid zijn niet kapot te krijgen. Het is de poëzie die wat goed is, behoedt: ‘Opdat de dichter zingt zingt de vogel/ Bevolkt de roggekorrel de aar/ Bloeit de gentiaan blauw// Opdat het mosgroene mos/ De tanden/ En tongen bestijgt van de stenigers’. Het mosgroene mos: zo vanzelfsprekend kan poëzie zijn, en zo verrassend.

Afrekening met de halfzachtheid

Jhumpa Lahiri: Vreemd land (Meulenhoff)
Esther Gerritsen: De kleine miezerige god (De Geus)
Karl Barth: De brief aan de Romeinen (Boom)

Arjan Peters

Een moeder luistert ’s avonds aan de slaapkamerdeur hoe haar oude vader, een weduwnaar, en haar kleine zoontje met elkaar praten. Vertederd is ze, door hun verbond, en ze meent in opa’s stem zelfs iets van verliefdheid te bespeuren. Intussen komt het moment naderbij dat ze haar vader wil zeggen dat hij echt niet in haar huis kan blijven wonen, al rekent hij daar wellicht op, want in de familie hoort dat zo. Wat een subtiliteiten weet Jhumpa Lahiri te schetsen in de novellen van Vreemd land, en hoe schitterend zijn de wendingen waar ze haar personages net zo mee verrast als de lezer: de dochter ontdekt, zonder dat haar vader iets heeft gezegd, dat ze het goed had gehoord: haar vader is inderdaad verliefd. Maar niet op haar zoontje. Als Dominique haar moeder bezoekt, die Alzheimer heeft, is ze na tijden weer eens opgetogen, want ze krijgt zowaar een vriendelijk onthaal. Tot de dochter zich realiseert dat moeder zulke vriendelijkheid gewoonlijk voor vreemden reserveert, dus dat ze ook Dominique vanaf nu niet meer als haar dochter heeft herkend. Esther Gerritsen schreef met De kleine miezerige god haar beste boek, over een jonge vrouw die door dramatische gebeurtenissen ontdekt dat de werkelijkheid zich helemaal niet zo gemakkelijk uit het oog laat verliezen. Terwijl je dat haast gedwongen bent te doen, als je overeind wilt blijven. Overdonderend is De brief aan de Romeinen van de theoloog Karl Barth uit 1922, vertaald door Mark Wildschut, een expressionistische ode aan de dood, een afrekening met halfzachtheid, een definitie van religie die keihard en substantieel is: zij bevrijdt de mens niet, biedt geen verlichting of oplossing, maar is ‘eerder de ontdekking van zijn onverloste staat’. Je kunt dit niemand toewensen, ‘het ongeluk waaronder waarschijnlijk iedereen die mens heet stilletjes moet zuchten.’ Zo is het, dacht ik

Superieur venijn, grenzeloze passie

Denis Johnson: Een zuil van rook (Anthos)
Toni Morrison: Een daad van barmhartigheid (Bezige Bij)
Tobias Wolff: Our Story Begins (Bloomsbury)

Hans Bouman

Het moest dit jaar in de Engelstalige letteren niet van de Engelsen komen. Daar stonden mooie romans van Australiërs (Peter Carey: Zijn verborgen bestaan, Tim Winton: Adem) een Indiër (Aravind Adiga: De witter tijger) plus een flink gezelschap Amerikanen tegenover. Van die laatsten vallen Rivka Galchen (Atmosferische storingen) en Paul Auster (Man in het duister) net buiten mijn absolute favorietenrijtje.

Van de boeken die daar wél toe doordrongen, zijn er twee geïnspireerd op pijnlijke nationale trauma’s. Denis Johnson verraste door met Een zuil van rook zomaar een titel toe te voegen aan de handvol klassiekers die er over de Vietnamoorlog zijn geschreven. Het is een groots epos, bevolkt door tientallen personages, exuberant, verwarrend en meeslepend.

Nobelprijswinnares Toni Morrison ging in Een daad van barmhartigheid terug naar het Amerika van voor de geïnstitutionaliseerde slavernij. De geserreerde, compacte roman schetst in vier indrukwekkende vrouwenportretten de eerste stappen naar het verraad van de Amerikaanse belofte. Het is een compromisloos werk van een schrijfster in full control, dat pas gaandeweg zijn schoonheid prijsgeeft.

Het tegenovergestelde is waar bij Our Story Begins van Tobias Wolff. Hier hoeven geen verhaallijnen te worden ontrafeld, maar Wolffs eenvoud is bedrieglijk. In zijn beschrijvingen van alledaagse taferelen verschaft deze meester van het korte verhaal ons inzichten in wat mensen beweegt, hoe ze zich een plek trachten te bevechten in een vijandige wereld, hoe ze in het reine proberen te komen met hun gebreken.

Twee reisboeken verdienen een eervolle vermelding. Zowel het superieure venijn van Paul Theroux in De grote spoorwegcarrousel retour (Atlas) als de grenzeloze hartstocht van Gerrit Jan Zwier in Naar de rand van de kaart (Atlas) toonden aan dat dit genre nog altijd springlevend is.

Lezer verstrikt in gekkenhuis

Régis Jauffret: Gekkenhuizen! (Arbeiderspers)
Roger Martin du Gard: Luitenant-kolonel de Maumort (Meulenhoff)
Olivier Adam: Vogelvrij (Arbeiderspers)

Wineke de Boer

De Fransman Régis Jauffret is een van de meest vernieuwende schrijvers van dit moment. Er is het afgelopen jaar voor het eerst een roman van hem vertaald: Gekkenhuizen!. Een waanzinnige roman voor liefhebbers van wervelende taal – omgezet in een Nederlands equivalent door Martin de Haan en Rokus Hofstede. Jauffrets fantasie leidt tot zwartgalligheid, maar ook tot absurde, dwaze scènes. Uiteindelijk blijkt ook de lezer zelf deel uit te maken van zijn fantasie. Alles is mogelijk in het universum van Jauffret, mede door de bizarre personages die hij er laat rondwandelen.

Dankzij een schenking van Sem Dresden, die een deel van zijn P.C. Hooftprijs in 2002 bestemde voor de vertaling en publicatie van Luitenant-kolonel de Maumortdeze kolossale roman, kunnen we deze kolossale roman van Roger Martin du Gard weer nu lezen in de vertaling van Anneke Alderlieste.

In deze gefingeerde memoires is kolonel de Maumort openhartig over zijn kindertijd en adolescentie. Hoe elitair zijn opvoeding ook was, toch zijn zijn herinneringen hieraan zijn opvallend herkenbaar. Door de grote hoeveelheid pagina’s is dit het ideale een ideaal kerstvakantieboek. Wie koudwatervrees heeft, kan zich door de apart uitgegeven novelle De verdrinking laten overtuigen.

Van een heel andere orde, maar Voor mij dé verrassing van 2008 is de korte roman van Olivier Adam, Vogelvrij (vertaald door Martine Woudt). Via de woorden van de schrijver kruip je als lezer in de huid van een depressieve moeder van twee kinderen. Je krijgt het er benauwd van. Ook van de euforie die zich meester van haar maakt wanneer ze zich stort in het vrijwilligerswerk stort, word je deelgenoot. Akelig, maar dit boek is ook een niet te missen ervaring. en Olivier Adam is een schrijver om in de gaten te houden.

België bestaat nog Linguïstische standjes in bed

Jo Tollebeek e.a.: België – een parcours van herinnering (Bert Bakker)
Peter Gay: Het modernisme – De schok der vernieuwing (Ambo)
George Steiner: My Unwritten Books (Weidefeld & Nicolson)

Paul Depondt

België bestaat, niet alleen als een natiestaat die in vraag wordt gesteld, maar ook en vooral in een herinneringspatrimonium. In het tweedelige België – een parcours van herinnering verbeelden of reconstrueren historici de idee ‘België’ aan de hand van ‘plaatsen van herinnering’, historische locaties of plekken van tweedracht, crisis en nostalgie. We willen, zegt Jo Tollebeek, laten zien hoe die plekken iconen werden. Dit verhelderende parcours door België is vooral een voortdurend veranderlijk web van herinneringen, met wisselende associaties, reminiscenties en emoties. Het land heeft de tweedracht, aan weerszijden van de taalgrens, tot dusver wonderbaarlijk overleefd.

In Het modernisme – De schok der vernieuwing schetst historicus Peter Gay op een briljante manier de opkomst en de ondergang van de modernistische stijl. Het is als met pornografie, schrijft hij, je kunt er eigenlijk geen definitie van geven, maar je herkent het zodra je het ziet. Het is eenvoudiger om het modernisme aan de hand van voorbeelden uit te leggen dan om het te definiëren. In zijn schitterend opgebouwde betoog weerklinkt één mantra: ‘high’ en ‘low’ moeten zoals het kaf en het koren worden gescheiden, het sprankelende modernisme is dood en hoe het verder moet weet niemand.

De 80-jarige cultuurfilosoof George Steiner schrijft in My Unwritten Books over boeken die hij had willen schrijven. Het zijn beschouwingen over uiteenlopende onderwerpen, over de teloorgang van het universitaire onderwijs, over de rivaliteit tussen schrijvers en kunstenaars, en over erotisch-linguïstische eigenaardigheden in bed. Zonder schroom vertelt Steiner hoe hij ‘in de talen die hij vloeiend spreekt’ de liefde bedreef en hoe hij ontdekte dat de seksuele retoriek van taal tot taal radicaal verschilt. We ‘spreken seks’, in bed krijgen de acrobatische standjes hun cadans door het woord en het ritme.

God slaat in als een meteoriet

Hans Achterhuis: Met alle geweld (Lemniscaat)
Karl Barth: De brief aan de Romeinen (Boom)
Reiner Stach: Kafka – Die Jahre der Erkenntnis (S. Fischer Verlag)

Hans Driessen

Wat originele filosofische publicaties betreft, was 2008 in Nederland een uitgesproken mager jaar. En terwijl in de voorgaande jaren nog enkele spectaculaire vertalingen werden gelanceerd – Charles Taylor: Bronnen van het zelf, Hume: Traktaat over de menselijke natuur (2007), Montesquieu: Over de geest van de wetten en Kant: Kritiek van de praktische rede (2006) –, bleef het in 2008 ook op dit front angstvallig stil.

Er is één Nederlandse filosoof die ervoor heeft gezorgd dat 2008, wat de filosofie betreft, niet helemaal ongemerkt is voorbijgegaan, en dat is Hans Achterhuis. Zijn vuistdikke magnum opus Met alle geweld is niet alleen een spannende intellectuele autobiografie, het is tevens een diepgravende en veelomvattende studie over de vele verschijningsvormen van geweld. Het laat zien hoe er in de loop der eeuwen tegen geweld werd aangekeken en hoe dat zijn

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.