De berechters van de overheid krijgen het nog druk

Wie ruzie had met de overheid, moest tot voor kort goed zoeken naar de juiste instantie voor zijn recht. Er waren rechters voor ambtenaren, voor de sociale verzekering en bij de Raad van State....

MICHIEL KRUIJT

EEN RECHTER spreekt van een 'geruisloze revolutie'. De jongste veranderingen in het bestuursrecht zijn inderdaad ingrijpend: een compleet nieuw wetboek en een omvangrijke reorganisatie van de rechterlijke macht, die een einde heeft gemaakt aan de sterke verbrokkeling in het bestuursrecht.

Bestuursrechters waren tot voor kort gespecialiseerd op een deelterrein van dat recht. Maar door de reorganisatie moeten ze nu het hele gebied van rechtsregels tussen overheid en burger bestrijken. Een andere rechter zegt: 'Het betekent dat je nu ineens een kort geding hebt over het intrekken van een jachtakte. Ik kan mij niet herinneren dat ik ooit in de Jachtwet had gekeken.'

Wie voorheen een rechtszaak tegen de overheid wilde aanspannen, moest zich er goed van vergewissen bij welke rechterlijke instantie hij dat deed. Er waren nogal wat gespecialiseerde rechters: tien ambtenarengerechten (die rechtspraken in conflicten tussen ambtenaren en overheidsorganen), tien raden van beroep (voor geschillen over sociale-verzekeringswetten) en twee bijzondere afdelingen van de Raad van State (voor de overige geschillen tussen overheid en burger).

Op 1 januari van dit jaar is dat gepuzzel verleden tijd geworden. Voor elke klacht tegen een overheidsorgaan kan de burger terecht bij een van de negentien rechtbanken in Nederland. De strafrechters en de civiele rechters die daar al werkten, hebben er nieuwe collega's bij gekregen: de bestuursrechters.

D. Allewijn is zo'n 'nieuwe' rechter. Twee jaar geleden maakte hij nog deel uit van een Raad van Beroep. Nu is hij voorzitter van de sector bestuursrecht van de rechtbank in Den Haag. 'Het is voor de rechtbanken wel even wennen geweest om te zien dat er een sector aan de rechtbank werd toegevoegd die zijn eigen spelregels heeft en die ook nog eens een groeisector is', zegt Allewijn.

Hij denkt dat zijn sector meer zaken zal moeten behandelen dan de 12.500 die er voor dit jaar zijn begroot. 'Vooral het aantal socialeverzekeringszaken is aan het groeien. Dat is tamelijk makkelijk te verklaren, want de sociale verzekering is aan het verscherpen. De wetgever neemt steeds meer maatregelen om misbruik te voorkomen en strenger te keuren, en dat leidt allemaal tot meer beroepszaken van burgers.'

Zijn collega T. Claessens verwoordt het zo: 'Als ik in de krant een grote kop lees dat dieetkosten in de toekomst niet meer door de overheid vergoed zullen worden, dan vertaal ik dat automatisch in het aantal zaken dat hier zal binnenkomen. Want burgers willen toch een uitspraak hebben of dat zo maar kan.'

De strengere sociale-verzekeringswetten hebben het niet eenvoudiger gemaakt voor de bestuursrechters. C. Slothouber is voorzitter van de sector bestuursrecht van de rechtbank in Utrecht.

Hij zegt: 'Door de WAO-ingrepen moeten we nu met maar liefst drie verschillende criteria werken om te beoordelen of iemand arbeidsongeschikt is. Leg dat maar eens uit aan onze medewerkers van de ondersteuning, die de zaken moeten voorbereiden. Dat is toch vreselijk? Ik zou de oproep aan de politiek willen doen wat meer aandacht te besteden aan wat de wetswijzigingen voor de rechterlijke macht betekenen.'

Zo kritisch als de bestuursrechters oordelen over aangescherpte wetten als de Vreemdelingenwet en de WAO, zo blij zijn ze met de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB), die per 1 januari van dit jaar is ingegaan. In de AWB zijn eenduidig de spelregels vastgelegd die gelden in de rechtsverhouding tussen burgers en overheidsorganen. De nieuwe wet is een duidelijke verbetering ten opzichte van de voordien bestaande lappendeken aan regelingen, die vaak zeer verschillend waren.

De AWB geeft regels voor de voorbereiding, motivering en bekendmaking van besluiten van bestuursorganen. Ook staat erin te lezen hoe de burger beroep kan aantekenen tegen een besluit van een overheidsorgaan. Doorgaans zal hij eerst een bezwaarschrift moeten indienen bij het orgaan dat het besluit heeft genomen. Blijft het bestuursorgaan bij zijn standpunt, dan kan de burger naar de rechtbank.

Op de vraag wat de burger opgeschoten is met de reorganisatie van de rechterlijke macht, weten de bestuursrechters niet meteen een antwoord. Aarzelend zegt Slothouber: 'Ik denk dat de afstand tussen burger en rechter korter is geworden. Ook is aan de verbrokkeling van de rechterlijke organisatie wat betreft de bestuursrechtspraak een einde gekomen. Het bestuursrecht was nodeloos ingewikkeld, een allegaartje. Er was soms ook tegenspraak tussen de vonnissen van de gespecialiseerde rechters.'

De rechters hopen vooral dat de burger sneller zal worden geholpen. De achterstanden bij bijvoorbeeld de Raad van State waren enorm, het kon makkelijk twee jaar duren voordat burger en overheid een uitspraak kregen. Volgens de rechters 'staat of valt' de reorganisatie met het antwoord op de vraag of de rechtbank de stroom beroepen van burgers kan bijhouden. Het is nog te vroeg om daarover te oordelen.

Allewijn maakt zich druk over de verhoging van de griffiekosten die met de reorganisatie van de rechterlijke macht gepaard is gegaan. 'In ambtenarenzaken zijn die van zeven gulden vijftig naar tweehonderd gulden gegaan. Sociale-verzekeringsklanten moeten nu het dubbele betalen: vijftig gulden. Veel hoger moeten die griffierechten niet worden. Overheidsorganen krijgen steeds zwaardere bevoegdheden, en als de toegang tot de rechter almaar duurder wordt gemaakt, dan ligt daar een probleem. Dan krijgt de overheid zwaardere bevoegdheden die steeds minder makkelijk door de rechter gecontroleerd kunnen worden.'

Hij waarschuwt ook voor bureaucratie. 'De beslissingen die wij moeten beoordelen, zijn volgens vaste regels klaargestoomd in grote, bureaucratische papierfabrieken na gesprekken aan loketten. Je moet erg oppassen dat de behandeling bij de rechtbank niet weer een behandeling aan een loket wordt.'

Doordat strafrechters, civiele rechters en bestuursrechters nu binnen één rechtbank werkzaam zijn, hopen velen dat er een 'osmose' ontstaat, een vruchtbare samenwerking tussen de verschillende bloedgroepen. Slothouber: 'Ik denk dat er een mooie fusie bezig is, ook qua culturen.'

De vorming van de nieuwe sectoren heeft wel tot personeelsproblemen geleid. De sector bestuursrecht van de rechtbank in Den Haag heeft nog tien rechters te weinig. Dat is veel, gezien het huidige aantal van 25 rechters. Allewijn: 'We zijn nu met werving bezig. Maar rechters zoeken is moeilijk. Het zijn mensen die voor het leven worden benoemd in een tamelijk zelfstandige functie. Je mag bij de instroom van rechters nooit je normen laten zakken. Maar het is een luxe-probleem. Uitbreiden is leuker dan inkrimpen, wat veel overheidsinstanties nu moeten doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden