De Bengaalse tijger maakt miljoenen vijanden

De Bengaalse tijger heeft veel invloedrijke vrienden, bijvoorbeeld bij het Wereld Natuur Fonds; maar ook een groeiend leger vijanden onder de miljoenenbevolking van India....

MARC VAN DEN BROEK; PIET VAN SEETERS

DE BRITSE prins-gemaal Philip kwam in het begin van de jaren zeventig met het bestuur van het Wereld Natuur Fonds in India op bezoek bij de toenmalige premier van India, Indira Gandhi. Of het niet een aardig idee was het beeld van India in het buitenland te verbeteren met een groot project om de met uitsterven bedreigde Bengaalse tijger te redden. Het WNF kon voor geld zorgen, maar dan moest India ruimte reserveren voor grote reservaten en natuurparken. Indira Gandhi, die eerder al de jacht op de tijger had verboden, stemde in recordtijd toe.

Dat was het begin van het Project Tiger, een van de meest succesvolle projecten uit de geschiedenis van de natuurbescherming. India heeft er, bijna vijfentwintig jaar later, veel respect mee opgebouwd. Ondanks al zijn problemen (overbevolking, armoede, hier en daar honger, gebrek aan water, ontbossing, dreigend tekort aan landbouwgrond) is India erin geslaagd een aanzienlijk deel van zijn biodiversiteit veilig te stellen.

Tenminste, zo leek het tot voor kort. De laatste jaren is de glans wat doffer geworden. Er gaan zelfs geluiden op dat het project nog voor het einde van deze eeuw zal mislukken. Want geen enkel natuurpark is op den duur bestand, zeggen de critici, tegen de druk van een snel groeiende bevolking. Sinds het begin van het project is de bevolking van India gegroeid met meer dan tweehonderd miljoen mensen. En die willen allemaal wonen, rijst verbouwen, vee weiden, water drinken en brandhout sprokkelen.

Maar voorlopig koestert India zich nog in het succes. Het gevaar dat Panthera tigris tigris, de Indische ondersoort van de soort Panthera tigris, op korte termijn uitsterft, lijkt afgewend. Aan het begin van deze eeuw waren er naar schatting nog veertigduizend exemplaren van deze ondersoort, ook bekend als koningstijger of Bengaalse tijger. In 1970 waren er nog maar zevenhonderd. De Indische tijger dreigde hetzelfde lot te ondergaan als andere ondersoorten, zoals de Balitijger, de Javaanse, de Chinese en de Kaspische tijger. Die zijn allemaal nagenoeg uit het wild verdwenen.

India begon in 1973 met negen reservaten, waar toen bijna 270 tijgers leefden. Nu zijn er 23 reservaten, met een oppervlakte van meer dan dertigduizend vierkante kilometer. Ongeveer de helft van die oppervlakte bestaat uit de echte reservaten of nationale parken, waar menselijke activiteiten niet zijn toegestaan. De rest bestaat uit bufferzones rond de natuurkernen.

Het aantal tijgers in India wordt nu geschat op tussen de 1.500 en 2.700. De regering schat het aantal hoger, rond de drieduizend. Maar volgens Tariq Aziz, woordvoerder van het Wereld Natuur Fonds in India, is dat cijfer te hoog. Niettemin is er geen twijfel aan, aldus Aziz, dat het tijgerproject een van de meest succesvolle natuurbeschermingsprojecten ter wereld is.

Dat valt niet alleen af te leiden uit het aantal tijgers. De tijger is een toppredator bij uitstek. Hij staat bovenaan de voedselketen. Bescherming van de tijger betekent automatisch bescherming van het ecosysteem waarin de tijger verblijft. Hij heeft prooidieren nodig om in leven te blijven. Hij heeft water nodig om te drinken en te baden. En hij heeft vooral behoefte aan schuilplaatsen om het wild te verrassen, bij voorkeur hoog gras waar hij ongezien kan toeslaan.

'Een tijger', zegt Aziz, 'jaagt heel anders dan een leeuw of een luipaard. Die dieren zijn in staat herten of antilopen te achtervolgen. Een tijger niet. Die moet het hebben van een verrassingsaanval. Hij moet zijn prooi na een korte, felle sprint te pakken hebben, anders ontsnapt de buit. En dus heeft een tijger bos nodig met een dichte ondergroei. Is die er niet, dan komt het dier in de problemen.'

Wie de tijger beschermt, beschermt dus automatisch het bos, inclusief prooidieren als herten, wilde zwijnen en stekelvarkens, inclusief een weelderige begroeiing en een afwisseling van biotopen zoals bos, grasvlakten, rivieren, oevers, meren en hellingen. Van de bescherming van de tijger profiteren honderden andere dieren, waaronder spectaculaire soorten als olifant, luipaard en andere katachtigen, neushoorn en krokodil. Bescherming van de tijger is, kortom, bescherming van de biodiversiteit.

Het is allemaal goed te zien in het Corbett Park, 250 kilometer ten oosten van New Delhi in de deelstaat Uttar Pradesh, richting Nepalese grens. De kern van het gebied is het oudste nationale park van India, gesticht in 1936 en genoemd naar de Britse jager Jim Corbett, die faam verwierf door mensenetende tijgers in de Himalaya te schieten.

Het Corbett Park heeft voor Nederlandse begrippen een enorme oppervlakte. Inclusief bufferzones beslaat het tijgerreservaat bijna 132 duizend hectare. Dat is een stuk groter dan de Veluwe, met zijn oppervlakte van 92 duizend hectare. Het oude nationale park was kleiner maar er zijn stukken aan toegevoegd toen in dit park in 1973 het eerste tijgerreservaat werd gesticht.

Het is, na de overvolle wegen in en rond de steden, een verademing in het park rond te rijden. Zelfs op het platteland van Uttar Pradesh is er nauwelijks een kilometer zonder bebouwing of woonkern te vinden. Maar in het park springen de herten voor de auto de weg over. Apen krijsen in de bomen. Aalscholvers vliegen boven de rivier.

In het hart van het gebied ligt de toeristische nederzetting Dikhala. Daar kijk je uit over de rivier Ramganga die het gebied doorsnijdt. Begin februari, is het een bescheiden riviertje, maar aan de kilometers brede oever is te zien dat de Ramganga in de moessonperiode (van juni tot september) een bijna niet te temmen stroom moet zijn. Tegenover Dikhala ligt op de andere oever een grote savanne-achtige grasvlakte waar tijgers zich kunnen verschuilen. In het gras van de nederzetting zitten 's morgens twee hoppen, fraaie gekuifde vogels die als broedvogel bijna uit Nederland zijn verdwenen.

Van hieruit kunnen toeristen per olifant tochten maken van twee tot drie uur door een deel van het nationale park. De kans dat ze een tijger zien, is vrij klein, want die houden zich overdag schuil, zeker voor mensen. Maar er zijn genoeg andere dieren te zien. De vier soorten herten bijvoorbeeld die hier thuishoren en die bij tientallen door het bos zwerven. Of krokodillen, die op de stenige oevers in de zon liggen. Of apen, wilde varkens (een slag kleiner dan wilde zwijnen) en jakhalzen. En als je geluk hebt kun je in de verte een kudde wilde olifanten zien grazen.

De diversiteit aan zoogdieren in dit park is enorm. Er huizen nu naar schatting honderd tot honderdtwintig tijgers. Maar er zijn ook honderd tot tweehonderd luipaarden, vierhonderd olifanten, meer dan dertigduizend herten, zevenduizend wilde varkens, veertig lippenberen en tienduizenden apen. Er zitten bijna zeshonderd vogelsoorten (in Nederland komen ongeveer 250 soorten broedvogels en regelmatig terugkerende trekvogels voor), vijftig soorten zoogdieren en 25 soorten reptielen.

Voor heel India zijn die cijfers nog indrukwekkender. Qua biodiversiteit is het Indische subcontinent een van de rijkste gebieden ter wereld. Bijna alle biotopen zijn er aanwezig: tropische regenwouden, woestijnen, vruchtbare laagvlaktes, loof- en naaldbossen, tot en met de hoge toppen van de Himalaya. Volgens een schatting komen er in India zestienduizend planten voor (in Nederland 1.450), 372 zoogdieren (in Nederland 62), 1.230 vogels en 399 reptielen.

'Het behoud van deze rijkdom is een van de belangrijkste doelstellingen van het tijgerproject', zegt dr R.L. Singh, directeur van het Corbett Park. Hij ontvangt zijn gasten in de tuin van zijn ambtswoning. Zelf zit hij in een halve tent in de schaduw, zijn bezoek zit in de zon. Singh weet alles van het project want hij is er zes jaar directeur van geweest. Als directeur van het Corbett Park kan hij het beleid in praktijk brengen.

India heeft economische motieven, zegt Singh, bij het bewaren van zijn natuurlijke rijkdommen. 'Hier in Corbett bewaken wij een genenpool. We hebben bijvoorbeeld in ons park meer dan 150 grassoorten, zo hebben we laatst ontdekt. We dachten dat we er maar vijftig hadden. Biodiversiteit wordt in de volgende eeuw nog belangrijker dan nu. Genen van flora en fauna worden volgens mij het belangrijkste exportartikel van de 21ste eeuw, te vergelijken met de olie nu. Dat is de belangrijkste reden waarom nu 4,3 procent van de oppervlakte van India beschermd natuurgebied is.'

In het Corbett Park werken driehonderd mensen, met als belangrijkste taak het vorkomen van stropen. Want tijgers en neushoorns zijn zeer gewilde dieren voor de illegale handel. Een tijgervacht brengt in India ongeveer driehonderd gulden op, maar in het buitenland bijna twintigduizend.

Een stroper krijgt volgens Aziz voor een dode tijger niet meer dan een paar tientjes. Maar een tijgerpenis doet op de illegale markt in Taiwan en China bijna drieduizend gulden en een paar ogen ook. In China werd in 1987 425 gulden betaald voor een kilo tijgerbotten, in Taiwan in 1992 zelfs meer dan 1.700 gulden.

De werknemers van het Corbett Park bewaken ieder een gebied van tien vierkante kilometer, zegt Singh. Ze slaan onmiddellijk alarm als ze sporen van autobanden zien. 'Ze zien aan het gedrag van de dieren direct dat er stropers zijn geweest. De dieren worden dan schichtig. We hebben het goed onder controle. Ik ben ervan overtuigd dat er hier de laatste jaren geen tijger geschoten is.'

Hoeveel tijgers er in het Corbett Park zijn, weet Singh niet. Tijgers zijn buitengewoon moeilijk te tellen. De beste methode is, de sporen na te gaan, die per invididu verschillend zijn. De tijgerstand kan van jaar tot jaar verschillen. 'Een vrouwtje wordt slechts eens in de twee jaar krols', zegt Singh. 'Bij de gevechten over de vraag wie haar mag dekken, sneuvelt nogal eens een mannetje.'

Van de vier jongen die meestal in een nest geboren worden, overleeft er doorgaans maar één. En de jonge tijgers die overleven, leggen nogal eens het loodje bij het vestigen van een territorium in de bufferzone van het reservaat of daarbuiten. Een bijkomend probleem voor een betrouwbare schatting is dat de territoria sterk uiteenlopen. Een volwassen mannetje heeft in ongunstige omstandigheden soms wel honderd vierkante kilometer nodig, een vrouwtje kan toe met twintig tot dertig vierkante kilometer. Maar waarschijnlijk zitten er in het Corbett Park meer tijgers dan op grond van de theorieën over territoria-omvang te verwachten is. En dat valt te verklaren uit het overvloedig aanwezige voedsel, vooral herten.

Het succes van het Project Tiger is tegelijk zijn ernstigste bedreiging. Naarmate de tijgerstand zich in de reservaten herstelde, zwermden de dieren in de omgeving uit. En daar wonen mensen. In de bufferzone van het Corbett Park liggen tachtig dorpen, met twintigduizend mensen. Vorig jaar is daar voor het eerst sinds jaren een slachtoffer gevallen. Een jongen die met koeien naar huis ging, werd door een tijger gedood. Het vorige slachtoffer, in 1985, was een Britse toerist. Maar dat was eigen schuld. Hij kwam van de olifant af om een mooie foto te maken van een tijger die een hert lag op te eten.

Ook uit andere tijgerreservaten komen steeds vaker meldingen van menselijke slachtoffers. Het blad Down to Earth van het Centre for Science and Environment in New Delhi maakt in zijn nummer van eind januari melding van spanning in tien dorpen in West-Bengalen. 'Er is in dit gebied geen gezin meer te vinden waar niet iemand door een tijger is gedood', aldus een woordvoerder van de dorpelingen. Op 6 december 1994 werd een tijger door de dorpsbewoners afgemaakt. Het blad voegt eraan toe dat het personeel van het tijgerreservaat is gevlucht, 'uit angst voor hetzelfde lot.'

De directeur en de adjunct-directeur van het Centre for Science and Environment, dr Anil Agarwal en dr Sunita Narain, zeggen dat het tijgerproject zal mislukken omdat het van bovenaf opgelegd is, waarbij de bewoners over het hoofd gezien zijn. Agarwal en Narain hebben in de Derde Wereld groot gezag omdat zij de grassroot-theorie ontwikkeld hebben. Die houdt in dat de ontwikkeling van een Derde-Wereldland altijd mislukt als de bevolking er niet bij wordt betrokken.

De kiem voor mislukking van het tijgerproject is gelegd, zeggen ze, doordat de in India talrijke inheemse stammen, de zogeheten tribals, die tien procent van de bevolking uitmaken, op grote schaal uit de reservaten zijn gezet. In de bufferzones mogen ze mondjesmaat economische activiteiten uitoefenen. In het Corbett Park bijvoorbeeld mogen de dorpelingen niet meer sprokkelen, ze mogen geen vee weiden en ze worden niet meer ingeschakeld voor seizoensarbeid in de bossen.

'Ik geef iedereen de verzekering', zegt Sunita Narain met enige overdrijving, 'dat er in 2000 geen tijger meer in India te vinden is. Het model van werknemers met geweren die de bewoners uit de reservaten houden, werkt niet meer. Dat keert zich tegen het project. Ik weet niet of er in 2000 nog tijgers zijn als je de bevolking weer in de reservaten toelaat. Maar ik weet zeker dat er geen tijger meer over is als ze op deze manier doorgaan.'

Agarwal praat schamper over al die politici en maharadja's die vroeger tijgers schoten en nu lid zijn van het Wereld Natuur Fonds, terwijl dorpelingen die nooit een tijger gedood hebben, nu als vijanden van de tijger worden aangemerkt. Directeur Singh van het Corbett Park is zich van de kritiek bewust. Hij denkt dat hij de problemen met de bewoners kan oplossen door in de bufferzone weer economische activiteiten toe te laten, inclusief kleinschalige houtkap.

Tariq Aziz is het in grote lijnen met Agarwal en Narain eens. 'Singh vergist zich, als hij stroperij de grootste bedreiging van de tijger noemt. In India worden jaarlijks maximaal driehonderd tijgers door stropers gedood. India kan per jaar makkelijk meer dan driehonderd tijgers produceren. Het echte gevaar is de aantasting van de reservaten. Als wij de problemen van de bevolking niet oplossen, dan kunnen we het voortbestaan van de tijger in India vergeten.'

Marc van den Broek

Piet van Seeters

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden