De Bengaalse tijger lust de Ganges-vissers rauw

Als een koning heerst de Bengaalse tijger over de Ganges-delta. Hij zwemt en sluipt er rond, op zoek naar mensenvlees....

Het beest waar de vissers van de Ganges-delta in het oosten van India zo bevreesd voor zijn is de Bengaalse tijger, de meest imposante van de grote katten. En één ding heeft hij, in tegenstelling tot zijn soortgenoten, nooit willen leren: bang zijn voor de mens.

Daar heeft hij in de delta ook geen enkele reden toe, want de Bengaalse tijger is in dit eilandenrijk nog steeds heer en meester. De enkele stroper die af en toe zijn geluk beproeft, moet het over het algemeen afleggen tegen het beest dat in hem een smakelijke en gemakkelijke prooi ziet.

De vissers, honingverzamelaars en houthakkers met wie de tijger zijn koninkrijk deelt, riskeren dagelijks hun leven. Soms achtervolgt het beest mensen dagenlang door moerassen en mangrovebossen tot het juiste moment is aangebroken om toe te slaan.

De 73-jarige Phoni Gayen heeft gezien hoe dat moment aanbrak voor zijn vriend Shiba Mandal. De afdrukken van deze ontmoeting staan nog steeds op zijn lichaam. Ter hoogte van zijn linkerslaap zit letterlijk een deuk, er lijkt een hap uit zijn rechtermondhoek te zijn genomen en aan de binnenkant van zijn bovenbeen lopen drie vlezige winkelhaken.

'Negentien jaar geleden, op een regenachtige ochtend, was ik samen met drie vrienden aan het vissen in de delta', zegt Gayen op een toon die een griezelverhaal aankondigt. 'Na een paar dagen varen begon het keihard te regenen en we legden de boot bij een eiland aan om onder de bomen te schuilen. En plotseling was hij daar. Een bulderende oranje flits die zich op mijn vriend Shiba probeerde te werpen.'

Maar Gayen had het ongeluk vlak voor Shiba te staan en de tijger viel woest aan. 'Het was als een omhelzing', beschrijft hij met zwaaiende armen. 'Het beest zette zijn voorpoten op mijn schouders, zijn achterpoten op mijn dijen en zijn bek om mijn hoofd.'

Gayen verloor direct het bewustzijn en werd volgens zijn vrienden door de tijger bijna achteloos opzij geschoven. Vervolgens sprong het monster brullend op Shiba die gillend de goden van het bos aanriep, net zo lang tot hij niet meer kon roepen.

'Zo werkt een tijger altijd', legt Gayen uit. 'Hij kiest een prooi uit de kudde en jaagt door totdat hij die ene prooi heeft. In dit geval was Shiba degene die hij wilde hebben. Ik stond alleen maar in de weg.'

De tijger is niet het enige gevaar in de Sundarbans, zoals deze wildernis van mangrovemoerassen genoemd wordt. Het gebied ligt slechts tachtig kilometer ten zuiden van Calcutta, maar heeft alle kenmerken van een onwerkelijke, nachtmerrieachtige wereld. Het Indiase deel van de delta - tweederde van de Sundarbans ligt in buurland Bangladesh - telt ruim vierduizend vierkante kilometer.

De mantel van sprookjesachtige schoonheid waarmee de delta zich tooit, is bedrieglijk. In het loodgrijze water dat oplicht in de zon, schuilen haaien en krokodillen, die vrouwen en kinderen aanvallen die langs de oevers naar garnalen vissen. Giftige cobra's en meterslange boa's bevolken de groene wildernis die lijkt te drijven op het water.

'Maar de tijger is het gevaarlijkst', vertelt de visser Mohan. 'Die woont op het land én in het water.' Het beest kan zwemmen als een otter en reist dan ook van eiland naar eiland. Mohan vertelt dat vissers 's nachts soms ín hun boten overvallen worden door de tijgers - de vele namen van mannen die op deze manier aan hun einde zijn gekomen, getuigen ervan dat dit geen visserslatijn is.

De inwoners van de Sundarbans geloven dat de tijger een gevaarlijke manifestatie van de bosgodin Bon Bibi is. Mohan: 'Voor we aan het werk gaan, offeren we altijd kokosnoten en bananen om haar gunstig te stemmen.' Maar soms is dat niet genoeg. Naar schatting negentig mensen worden elk jaar door de tijger vermoord en bijna ieder dorp in de Sundarbans heeft dan ook haar 'tijgerweduwen'.

Naar schatting leven er nog 420 Bengaalse tijgers in de delta en daarmee is het de grootste kolonie van grote katten op aarde. Terwijl het beest overal ter wereld het onderspit delft in de strijd met stropers en een almaar groeiende bevolking, blijft het aantal tijgers in de Sundarbans al decennia constant - waarschijnlijk omdat de ondoordringbare wildernis het dier beschermt.

Tegen de bloeddorstige dieren had de bevolking eerst levensgrote poppen in stelling gebracht, die onder lichte stroom stonden. Maar geen boswachter durfde de accu's te vernieuwen.

Er dus moest een nieuw plan worden bedacht. Iedereen die in de delta vist of honing zoekt, krijgt een maskertje mee dat je op de achterkant van je hoofd moet dragen. Op het maskertje staat een gezicht getekend; tijgers zouden mensen alleen van achteren aanvallen en dankzij het masker niet toeslaan. Het heeft een paar jaar gewerkt maar blijkbaar kreeg het beest door dat hij werd belazerd en leerde hij het verschil kennen tussen gezicht en masker.

'We zullen het nooit winnen van het beest', zegt Phoni Gayam. Nadat hij was bijgekomen van de aanval die zijn vriend het leven kostte, is Goyam weer naar de delta teruggekeerd om te vissen. 'Natuurlijk was ik bang', zegt hij. 'Maar wij horen hier thuis, net als de tijger. We zullen met elkaar moeten leven. En sterven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden