De belichaming van de wrok

'Je ziet er ziek uit', merkte een vriend laatst op. Zijn constatering verbaasde me, want ik voelde me kiplekker. Ik weet het maar aan mijn chronisch gebrek aan slaap....

Het was hollen van de ene maatschappelijke brand naar de andere. Overvolle kindertehuizen. Steeds meer kinderen worden gedumpt omdat hun moeder ze niet meer kan onderhouden. Twee broers werden 'per vergissing' doorzeefd met politiekogels. Een commissaris vertelde dat het korps mentaal slecht is toegerust en dat agenten steeds vaker met knikkende knieën op 'levensbedreigende situaties' moeten afgaan. 'We kunnen niet eens dít aanschaffen', zei hij, en hield een Bic-pen omhoog. Maar hij gaf ook ruiterlijk toe dat menige agent 'normafwijkend gedrag' vertoont.

Ik zocht bejaarden op die al maanden geen ouderdomsvoorziening hebben gekregen. Een 79-jarige man over zijn ontbijt: 'Het is droog brood in thee gedoopt.' Een 72-jarige vrouw wier water en telefoon zijn afgesloten, had kilometers in de hitte gelopen omdat ze haar laatste vijfhonderd gulden liever aan brood besteedde dan aan de bus. Een ziekenhuisdirecteur die vertelde dat tachtig procent van zijn bedden leeg blijft omdat het staatsziekenfonds de rekeningen niet meer voldoet. Opeens trek je dan de conclusie: het is een aflopende zaak in Suriname.

Met dit besef maakte ik vorige week vrijdag deel uit van een select groepje journalisten die Bouterse interviewden nadat zijn veroordeling bekend was geworden. Zijn 'nou..., en?' klonk extra onverschillig in mijn oren want de openingsvraag luidde: 'Meneer Bouterse, u bent veroordeeld tot zestien jaar, bijna vijf miljoen gulden boete en directe gevangenneming, wat is uw reactie hierop?'

De sfeer was haast intiem, zoals we ons om hem heen hadden geformeerd in een conferentiezaaltje van een hotel. 'Vijf minuten' kregen we maar. Bouterse had zich in een gemakkelijke stoel gevleid. Cameramannen kregen niet de gelegenheid hun statief in stelling te brengen en gingen door de knieën. Journalisten hurkten of bogen voorover. De antwoorden waren tekenend voor Bouterse. Het liet hem allemaal 'Siberisch koud', hij had 'nog nergens over nagedacht', alles zou 'op zijn pootjes terechtkomen'. 'Het volk weet nu wat er allemaal gaande is', zei hij over het 'politieke proces'.

Het gekke was dat je met Bouterse te doen kreeg. Want hoe hij ook zijn best deed zijn pantser intact te houden, zijn stem had een lichte kraak; innerlijk was er hoorbaar iets geknakt. Hij had het volle pond gekregen, waardoor de hoop op vrijspraak tegen beter weten in is. 'Het lijkt me sterk', legde ik hem voor. Bouterse: 'Zoals gezegd, ik heb nog nergens over nagedacht.' Een collega, verder wroetend: 'Wat vinden uw vrouw, kinderen en moeder ervan; het gaat toch om iemand die hun na aan het hart ligt?' Bouterse: 'Ja, mijn moeder vindt het erg. Ze snapt er niets van.' Ook hier haperde zijn ironische toon.

Ik geloofde er niets van dat het hem allemaal koud liet. 'Meneer Bouterse, u ziet er aangeslagen uit', besloot ik even te prikkelen. Bouterse keek geschrokken op. Alsof hij ergens op betrapt werd. Hij herstelde zich snel met een indringende blik. Hij ontdooide weer en gekunsteld lachend zei hij: 'Ik heb het me altijd afgevraagd; maar nu weet ik waarom u brilt.' Iedereen lachte, want per slot van rekening was het zijn feestje.

Mijn vraag wanneer hij in het 'algemeen belang' politiek zou opstappen, deed hem geïrriteerd reageren: 'Bent u buitenlander?' Uiteindelijk antwoordde hij, doelend op de vervroegde verkiezingen: 'Het volk zal zich uitspreken op 25 mei.' Ik werd opnieuw uitgelachen toen ik vroeg of hij consequenties zou trekken uit een eventuele 'verpletterende nederlaag' van zijn NDP. 'Verpletterende nederlaag? Dan kent u de politieke situatie in het land niet.' 'Maar het huidige beleid is toch NDP-beleid en het land is bankroet?' 'Ja, dat klopt.'

Bouterse liet doorschemeren een parlementszetel te ambiëren. De veroordeling is reden te meer voor hem om zich in te graven, en als het even kan met diplomatieke onschendbaarheid. Eigenlijk zei hij: 'Ik hou het Surinaamse volk voorlopig nog in gijzeling.' Ik moest aan die hongerende oudjes denken. Bouterse heeft niets meer te verliezen aan integriteit. Als een ordinaire bankrover die langs een haag zwaarbewapende agenten moet, gebruikt hij laf het weerloze Surinaamse volk als schild. Ik verwacht dan ook dat hij er zich niet bij zal neerleggen als het volk hem wegstemt.

De NDP heeft haar meeste zetels bemachtigd in het moeilijk bereikbare binnenland. Toen ik aan een oppositielid vroeg waarom zij daar ook geen campagne gaan voeren, zei hij: 'Het is een kwestie van vermogen en beschikbare middelen. De NDP beschikt over geld en bovendien worden overheidsinstanties gebruikt voor propagandadoeleinden.' Wat, als Bouterse parlementslid wordt? Het oppositielid, een van die zeldzame onkreukbare politici: 'Dan ben ik klaar met Suriname, want ik wil niet behoren tot een college waarin ook een cocaïnehandelaar zitting heeft.'

Toen was ik even stil, want een Surinamer had tegen me gezegd: 'De kracht van Bouterse is dat hij de belichaming is van de wrok die nog altijd heerst tegen het kolonialisme, en die is heel groot.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.