De belastingrevolutie (3): aftrek

Het belastingstelsel gaat per 1 januari op de schop. Eigen Geld belicht daarom in vier afleveringen de nieuwe fiscale regels....

Eenvoudig, Helder en Doorzichtig: dat was een hoofddoel van het nieuwe belastingstelsel. Het Paarse kabinet wilde zelfs dat de Nederlander voortaan op één A4-tje zijn belasting zou kunnen invullen. Of het zo simpel wordt, is niet zeker, want de belastingdienst werkt nog aan de ontwikkeling van het aangiftebiljet. De puzzelaars van de fiscus hebben een jaar de tijd, omdat belastingplichtigen pas begin 2002 hun biljet over 2001 moeten invullen.

Eenvoud was ook de drijfveer achter het opvallendste novum van het nieuwe plan: de onderverdeling in drie 'boxen'. Vanaf 2001 onderscheidt de fiscus drie soorten inkomen, die per box worden verrekend. Een negatief saldo uit de ene box mag niet worden afgetrokken van een positief saldo uit de andere. Er staan Chinese muren tussen de boxen, heeft het kabinet gezegd. Of de fiscalisten in staat zullen zijn om gaten in die muren te schieten, zal een van de grootste beproevingen van het nieuwe stelsel worden.

Het belastbaar inkomen uit werk en eigen woning is in Box 1 ondergebracht. Daaronder vallen ook uitkeringen, AOW, freelance-inkomsten en winst uit ondernemingen, alsmede het eigen huis (eigen woning-forfait en hypotheekrente, zie Deel 1 van deze serie). Het aantal aftrekposten is scherp verminderd, maar ze zijn niet helemaal verdwenen.

In Box 1 mogen de kosten van woon-werkverkeer, bepaalde lijfrente-premies, kinderopvang en sommige persoonsgebonden kosten worden afgetrokken. Tot die laatste behoren: alimentatieverplichtingen, levensonderhoud van kinderen zonder kinderbijslag tot dertig jaar, bijzondere ziektekosten en scholingsuitgaven. Er geldt een progressief tarief, dat oploopt tot maximaal 52 procent, dat wil zeggen 8 procent minder dan nu. Geschrapt is de aftrekpost beroepskosten. Daarvoor in de plaats is de arbeidskorting gekomen (zie Deel 2 van deze serie).

Voor freelancers gelden nieuwe, strengere regels. Zij moeten voortaan verplicht een administratie bijhouden en jaaroverzichten maken. In sommige gevallen kunnen ze met vaste opdrachtgevers de afspraak maken dat er alvast loonbelasting op hun honorarium wordt ingehouden.

Box 2 is de nieuwe thuishaven voor de directeur-grootaandeelhouders. Mensen met een belang van minstens vijf procent in een besloten vennootschap (BV) moeten in deze box met de fiscus afrekenen. Zij betalen daarbij een algemeen tarief van 25 procent.

Box 3 is voor de inkomsten uit vermogen. Hier wordt het sparen en beleggen in afgerekend. Omdat in de huidige praktijk een beetje gewiekste Nederlander de vermogensbelasting van 0,7 procent weet te ontwijken, is het kabinet met een unieke vondst gekomen: de vermogensrendementsheffing. De fiscus gaat er van uit dat spaarcenten, beleggingsportefeuille en tweede huis jaarlijks een vast rendement opbrengen van 4 procent.

Hierover moet 30 procent belasting worden betaald, zodat in de praktijk 1,2 procent over het vermogen wordt geheven. Uitstaande schulden mogen in mindering worden gebracht. De oude vermogensbelasting verdwijnt.

Als de spaarders en beleggers in werkelijkheid veel meer rendement halen dan de 4 procent waar de vermogensrendementsheffing van uit gaat, zal de overheid hier niet aan komen. Ook de inkomsten uit verhuur van tweede huizen blijven onbelast. Daarnaast geldt per volwassene een vrijstelling van 37.463 gulden (partners samen 74.926 gulden) en per minderjarig kind van 5.000 gulden.

Zogeheten groene beleggingen zijn vrijgesteld van belasting tot 100 duizend gulden, studieverzekeringen voor eigen kinderen tot 50 duizend gulden. Ook voor geldleningen aan startende ondernemers ('Tante Agaath-lening') bestaat vrijstelling. Over antiek huisraad, kunstwerken, personenauto's, caravans en zeilboten hoeft evenmin vermogensheffing te worden betaald.

Met deze wijziging heeft het kabinet het echte beleggen lonender willen maken - hogere inkomsten uit beleggingen worden immers niet zwaarder belast. Het fiscale trapezewerk - het bedenken van ingewikkelde constructies om belastingbetaling te ontwijken - wordt zo ontmoedigd.

Aan de koopsompolis, een van de lucratiefste aftrekposten in het oude stelsel, wordt rigoureus paal en perk gesteld. In het nieuwe stelsel zijn lijfrentepremies alleen nog aftrekbaar als de belastingplichtige kan aantonen dat hij een reëel pensioentekort heeft. Dat is het geval als hij na zijn 65ste minder dan 70 procent van het laatst verdiende inkomen krijgt uitgekeerd. De pensioenfondsen worden belast met het bijhouden van deze pensioengaten.

Voor andere belastingbetalers blijft nog een klein beetje van de lijfrente-aftrek intact: een basis van 2.204 gulden per persoon. Nu is dat nog 6.179 gulden (partners samen 12.358 gulden).

Tot slot het sparen via de werkgever. Net als nu kunnen bedrijven maandelijks een bedrag tot maximaal 1.736 gulden per jaar voor hun werknemers op een geblokkeerde rekening opzij zetten. Deze spaarloonregeling zal in de toekomst niet meer worden verhoogd. Daarnaast is er het premiesparen. Dat wordt vanaf 2001 aan een maximum van 1.158 gulden gebonden.

De mogelijkheden om deze bedragen tussentijds op te nemen (het zogenaamde deblokkeren), worden in het nieuwe belastingstelsel verruimd. Tot nu toe geldt de wettelijke termijn van vier jaar niet voor de aankoop van een woning of lijfrentepolis. Nu kan dat ook bij het oprichten van een eigen bedrijf of de start van een nieuwe studie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden