De Belastingrevolutie (2): korting

Het belastingstelsel gaat per 1 januari op de schop. Eigen Geld belicht in vier verhalen de nieuwe fiscale regels voor de burgers....

Een goede oude bekende gaat in het nieuwe belastingstelsel definitief voor de bijl: de belastingvrije som. Dit per tariefgroep variërende bedrag waarover de belastingbetaler niets hoefde te betalen, maakt plaats voor een systeem van korting op de hoogte van de inkomstenbelasting: de heffingskortingen.

Een van de belangrijkste doelstellingen van het nieuwe belastingstelsel was vereenvoudiging. Het oude stelsel was te ingewikkeld en te ondoorzichtig. Maar op het gebied van de kortingen heeft de hang naar versimpeling het verloren van de wens tot perfectionering en detaillering: de belastingbetaler wordt geconfronteerd met maar liefst negen soorten kortingen.

Het gevolg: Vele honderden telefoontjes bij de belastingdienst van mensen die de weg zijn kwijtgeraakt in dit kortingendoolhof.

De nieuwe basis wordt de algemene heffingskorting. Die is in principe voor iedereen, ook voor mensen zonder inkomen, mits ze een verdienende partner hebben. De hoogte zal naar alle waarschijnlijkheid 3473 gulden per persoon per jaar bedragen. (De Tweede Kamer moet alle met Prinjesdag andermaal aangepaste tarieven nog goedkeuren).

Huisvrouwen, huismannen en anderen die niet werken, krijgen dit bedrag rechtstreeks van de belastingdienst op hun giro- of bankrekening gestort. De fiscus is met een immense opsporingsoperatie bezig om al die niet-verdieners te leren kennen, met wie ze tot voor kort niets te maken had. Ruim 1,2 miljoen formulieren zijn verstuurd naar potentiële klanten.

Wie wel een baan heeft, krijgt de algemene heffingskorting in de tabellen op zijn loonstrookje verwerkt. Bij de berekening van de salarissen houden de werkgevers ook rekening met een andere belangrijke korting: de arbeidskorting (2027 gulden).

Deze is bestemd voor alle Nederlanders die inkomsten uit arbeid genieten: loon, winst of freelance. Hier geldt 'wie niet werkt, krijgt niets'. Mensen met een uitkering vissen dus achter het net. Het vergroten van de inkomensverschillen tussen werkenden en niet-werkenden was een van de uitgangspunten van de belastinghervorming. Zo hoopt 'Paars' het aantal werkenden te vergroten.

Uitkeringsgerechtigden krijgen wel de heffingskorting. Voor hen houdt de uitkeringsinstantie bij de berekening van de verschuldigde belasting automatisch rekening met deze korting. Dat geldt ook voor de andere kortingen (voor kinderen) die de fiscus voor hen in petto heeft.

Het nieuwe belastingplan bevat bovenop de kinderbijslag een scala aan kinderkortingen, bedoeld om ouders - met name werkende en alleenstaande - tegemoet te komen. Allereerst is er de kinderkorting voor thuiswonende kinderen tot zestien jaar. Die bedraagt 84 gulden per jaar voor partners wier bij elkaar opgetelde inkomens niet hoger zijn dan 116.008 gulden. Voor partners die samen minder dan 58.004 gulden verdienen is er de aanvullende kinderkorting van 423 gulden per jaar. Die komt bovenop die 84 gulden.

Om werkenden tegemoet te komen in de kosten van kinderopvang is de Combinatiekorting van 304 gulden per jaar in het leven geroepen. Die gaat naar mensen die meer dan 8381 gulden verdienen en een of meer thuiswonende kinderen tot twaalf jaar hebben. Als beide partners werken, komen ze alle twee in aanmerking voor deze korting.

De alleenstaande-ouderkorting van 2779 gulden is bestemd voor alleenstaande ouders met thuiswonende kinderen tot 27 jaar, mits ze een kind in belangrijke mate onderhouden. Er geldt - jawel - weer een aanvullende alleenstaande ouderkorting, voor wie één of meer thuiswonende kinderen onder de twaalf jaar heeft. Hoogte: 2779 gulden.

De belastingdienst verrekent deze kortingen bij de afhandeling van de aangifte. Dat is meestal pas na april van het volgende jaar. Wie eerder geld wil zien, kan een verzoek tot voorlopige teruggaaf indienen. De afgelopen weken heeft de belastingdienst 1,6 miljoen van deze oranje formulieren rondgestuurd aan mensen van wie ze denkt dat die in aanmerking komen voor deze kortingen. De voorlopige teruggave geschiedt op dezelfde manier als die van de, in het huidige stelsel al bestaande, aftrekposten voor hypotheekrente, reiskosten of lijfrentes.

Verder bevat het belastingplan twee kortingen voor mensen boven de 65: De ouderenkorting van 520 gulden indien het inkomen onder de 58.004 gulden blijft. En - natuurlijk weer - een aanvullende ouderenkorting, van 547 gulden voor mensen die recht hebben op de ouderenkorting en op alleenstaanden-AOW.

Al deze kortingen in het nieuwe belastingstelsel zijn gebaseerd op zowel de inkomstenbelasting als op de premie volksverzekeringen. Omdat de 65-plussers veel minder sociale premies betalen, krijgen zij ook veel lagere kortingen; in de meeste gevallen iets minder dan de helft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden