De belastingrevolutie (1): eigen huis

Op 1 januari gaat het belastingstelsel op de schop. De komende weken gaat Eigen Geld daarom over alles wat u altijd al over belastingen wilde weten, maar nooit durfde vragen....

Het blijkt een van de prangendste vragen van de Nederlandse belastingbetaler: 'Hoe moet het volgend jaar met de eigen woning?' De belastingdienst krijgt wekelijks enkele honderden vragen binnen: hoe zit het met de hypotheekrente-aftrek, wat is het eigenwoningforfait?

Eigenlijk is dat vreemd, want in het nieuwe belastingplan 2001 verandert er helemaal niet zo veel met die eigen woning. Blijkbaar heeft de discussie over de hypotheekrente-aftrek binnen de PvdA bij het grote publiek de indruk gewekt dat er ingrijpende veranderingen op til waren.

Maar de hypotheekrente-aftrek blijft grotendeels intact. Wie een eigen huis koopt, mag de rente dertig jaar lang aftrekken. Ook de rente op hypotheken die voor verbouwingen of onderhoud worden afgesloten, blijft onverminderd aftrekbaar.

De nieuwe belastingwet zet wel enkele forse strepen door de hypotheekrente-aftrek voor andere doeleinden. Wie zijn hypotheek verhoogt om op de beurs zijn geluk te beproeven, of duur op vakantie te gaan, mag de rente niet langer aftrekken. Dat geldt ook voor jachten, caravans en andere pleziervoertuigen.

Voor de aanschaf van een tweede huis is de hypotheekrente evenmin aftrekbaar - ook de onderhoudskosten niet. Al enkele jaren gelden beperkingen voor hypotheekrente-aftrek op dergelijke luxegoederen. In de nieuwe wet verhuist de belastingheffing op tweede huizen, en zeilboten naar de zogenoemde Box III, de belasting op vermogen, waarover in een volgende aflevering meer.

De hoge vlucht die aflossingsvrije hypotheken de laatste jaren hebben genomen, werd het kabinet steeds meer een doorn in het oog. Daarom is de aftrek in het nieuwe stelsel aan een maximum van dertig jaar gebonden.

Vanaf 1 januari 2001 mag de huizenbezitter nog maar tot 1 januari 2031 rente blijven aftrekken. Daarna houdt het op, of er is afgelost op de hypotheek of niet. Wie besluit tussentijds naar een grote woning te verhuizen met een hogere hypotheek, kan alleen gedurende dertig jaar de rente aftrekken van de meerwaarde van de hypotheek.

Een getallenvoorbeeld: U sluit op 1 januari 2001 een hypotheek af van drie ton op uw nieuwe woning. Aftrek tot 2031 voor elkaar. Stel, in 2010 verhuist u naar een veel ruimer optrekje. U verhoogt de hypotheek met twee ton. In dat geval mag u over de drie ton nog twintig jaar aftrekken, over de verse twee ton weer dertig jaar.

Al jarenlang is de spaarhypotheek een populaire vorm om de kosten van de aflossing bij elkaar te krijgen. De belastingdienst krijgt veel telefoontjes van ongeruste huizenbezitters die menen dat ze voortaan belast worden over het door hen bijeengespaarde bedrag voor de aflossing.

Ook deze spaarders kunnen gerust zijn. Hypotheken waaraan een zogeheten kapitaalverzekering is gekoppeld (spaar- of levenhypotheek) keren ook na 2001 belastingvrij uit, mits het in dertig jaar bijeengespaarde geld geheel bestemd is voor de aflossing. De eis is wel dat hierover een duidelijke clausule is opgenomen in de hypotheekakte.

Is dat niet zo, dan bestaat de kans dat de fiscus over het na dertig jaar uitgekeerde bedrag vermogensheffing rekent. In ieder geval geldt voor bestaande kapitaalverzekeringen een vrijstelling van 272 duizend gulden per belastingplichtige. Mensen die niet weten of hun kapitaalverzekering bedoeld is voor de aflossing van de hypotheek of niet, krijgen in het belastingbiljet van 2001 de mogelijkheid om een koppeling aan te brengen die voorkomt dat ze later vermogensheffing gaan betalen.

In sommige uitzonderingsgevallen is de hypotheekrente op een tweede woning wel aftrekbaar. Dat kan bijvoorbeeld bij echtscheidingen als de partner in het huis blijft wonen dat geheel of gedeeltelijk van de belastingbetaler is. Dan mag twee jaar lang zowel van de eerste als van de tweede woning de hypotheekrente worden afgetrokken.

Ook als iemand bij verhuizing tijdelijk twee woningen bezit - bijvoorbeeld omdat de nieuwe nog moet worden opgeknapt - geldt dezelfde regel: maximaal twee jaar aftrek voor twee huizen.

Tot slot het huurwaardeforfait. Dat heet vanaf 1 januari eigenwoningforfait maar de regeling blijft hetzelfde: een vast percentage van de waarde van de eigen woning moet bij het belastbaar inkomen worden opgeteld. Over die waarde is veel te doen geweest, want de prijzen van de huizen zijn de afgelopen jaren explosief gestegen. Maar de wet bepaalt dat de overheid op deze regeling niet extra mag verdienen. De waarde van de meeste huizen wordt per 1 januari opnieuw vastgesteld en het kabinet heeft het percentage verlaagd, zodat huizenbezitters uiteindelijk ongeveer eenzelfde bedrag blijven betalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden