De bekendste zigeuner van Drachten

Hij overleefde de Tweede Wereldoorlog door onder te duiken. Albert Mirosch nam tien jaar geleden het initiatief voor een monument ter herdenking van de zigeunervervolging.

Albert Mirosch.

In 1947 kocht hij een groentekar en bouwde die om tot woonwagen. Met zijn gezin van acht kinderen trok hij jarenlang door Nederland. 'Ik scharrelde oud ijzer op bij boeren, repareerde biezen stoeltjes, werkte op het veld, aardappels rooien en zo. We waren arm, maar hadden elke dag te eten. Bij de slager haalde ik afvalvlees, tong, nieren, hart, lekker goedkoop', vertelde Albert (bijgenaamd 'Bebie' vanwege zijn geringe gestalte) Mirosch ruim drie jaar geleden aan de Volkskrant.

Mirosch, de bekendste zigeuner van Drachten en misschien wel van Nederland, overleed op 22 september op 90-jarige leeftijd, in een ziekenhuis in Leeuwarden aan hartfalen. Hij woonde tot het einde van zijn leven in zijn eigen wagen.

Tien jaar geleden haalde hij de media. Hij nam toen het initiatief voor een herdenkingsmonument voor de Romaslachtoffers in de Tweede Wereldoorlog.

Op 18 januari 2007 werd dit monument - een gebroken woonwagen gemaakt door beeldhouwer Roelie Woudwijk - onthuld in het Van Haersmapark in Drachten. Het was geplaatst op een ronde sokkel die de rondreizende volkeren over de wereld verbeeldde. Het beeld herinnert aan de vervolging van Roma en Sinti die door de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog even nietsontziend werden vervolgd als de Joden. Maar terwijl aan de Shoah veel monumenten zijn gewijd, waren die er voor de porajmos (zigeunervervolging) vrijwel niet in Nederland.

De vader van Albert Mirosch zwierf al met een door een paard getrokken wagen door Friesland met zijn gezin. Hij was ketellapper en werd Zwarte Piet genoemd vanwege zijn pikzwarte haar.

Vanaf 1941 werden de zigeuners uit het noorden van het land door de bezetters op een vaste standplaats in Drachten bijeengebracht: zo ook de familie van Albert Mirosch.

Op 16 mei 1944 werden bij een landelijke razzia 578 Sinti en Roma opgepakt en naar Westerbork gebracht. Op 19 mei werden 245 van hen naar vernietigingskamp Auschwitz getransporteerd. Onder hen bevonden zich ook de ouders van Albert en zijn vier zussen. Zij werden in de nacht van 1 op 2 augustus vergast.

Albert Mirosch en zijn drie broers overleefden de oorlog doordat ze bij een boer konden onderduiken. De woonwagen werd na de razzia weggesleept en diende als onderkomen voor prostituees, de zogenoemde moffenhoeren. 'Die mokkels hebben de familiewagen totaal uitgewoond. Het was zo'n mooie wagen, met rubberen banden. Bijzonder voor die tijd', vertelde hij in het interview.

Na de oorlog zwierf Bebie anderhalf jaar lang zonder geld, familie en wagen door Friesland. Daarna kreeg hij de groentekar van het Rode Kruis. Hij was analfabeet, maar zijn kinderen werden 's winters op school gestald en konden zo leren lezen en schrijven. In Friesland raakte hij bevriend met de kunstschilder Jopie Huisman. 'We vertrouwden elkaar. Ik kon geld bij hem lenen, Jopie wist dat het goed kwam.'

Een jaar of zeven geleden stopte hij met werken. Dat betekende niet dat hij achter de geraniums ging zitten. 'Hij was eigenlijk altijd wel bezig met een of ander knutselwerk, of aan het stoelenmatten. Ook speelde hij vaak op zijn accordeon en was regelmatig met zijn zoons onderweg. Hij was geen man die kon stilzitten. Hij maakte graag een praatje', zegt zijn kleindochter Annie.

Zij is nog steeds bezig om de gemeente Smallingerland, waar Drachten onder valt, te bewegen het aantal standplaatsen voor woonwagens uit te breiden zodat de familie volgens haar eigen cultuur en tradities kan leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden