De beestenbende van Peter Vos

Wie kent zijn Kloothommel en Mafkikker niet? De maker bleef lang in de luwte, maar vandaag opent staatssecretaris Nuis dè grote expositie van Petrus Antonius Carolus Augustinus Vos, tekenvirtuoos....

'Peter doet nog geen vlieg kwaad', zegt Saïda. 'Nog geen geen mug.'

'Alleen als ie jou steekt', corrigeert Peter. 'De hemel sta hem dan bij.'

Op een zolderkamertje kon hij zich vermaken met een dikke rat die op de TL-balk balanceerde en zich rot schrok als je boehaaa riep. In z'n Amsterdamse tijd, Peter bezat niet eens een kacheltje. Warmen mocht hij zich bij een alcoholische buurman die aan de lopende band landschapjes klodderde waar in Zweden nogal vraag naar was. Hun beider onderkomens waren door multiplex van elkaar gescheiden. Door een gat roetsten ratten over en weer, maar dood maken, ben je gek! Wat leeft wil toch blijven leven? Soms speelden de jonkies 's nachts schommeltje in een steelpan die per ongeluk aan het hoofdeinde van Peters bed bungelde.

'Hebbes.' Saïda schuift een envelop tegen het raam en laat een gevangen insect in de tuin vrij. De vijver wemelt van bruine kikkers. Er was laatst een invasie van dagpauwogen en ook scharrelde er opeens een egel tussen de struiken rond. Midden in Utrecht! 'Beesten komen vanzelf op Peter af', zegt Saïda. En als ie de fluitketel met kokend theewater heen en weer beweegt, is er eventjes een kanarie in huis. Zo iemand eet toch geen béésten, wel?

'Ohoho, ahaha. Peter Vos, uw naam is Inconsequentia! Ik hóór het natuurlijk niet te doen. Maar ik hoor misschien ook niet te drinken.'

Achter wat lege bierblikjes heeft hij feilloos de koekkoek nagedaan; weer is hij onder de jochies die een zandschuit in het Amsterdam-Rijnkanaal achterna zwommen om op het dek te gaan zonnen en dan weer met een andere schuit terug: daar leerde iemand hem de koekkoek zo goed nadoen dat hij later in de duinen mannetjes kon lokken ('ik heb er ook wel eens een meisje mee veroverd'). En luttele zinnen later staat hij spontaan op om John Lennons kanarie te bezingen:

I have a little budgie

he is me very pal

I take him walks in Britain

I hope I always shall

I call my budgie Geoffry

My granddad's name 's the same

I call him after granddad

who had a feathered brain

'Héérlijk hè.'

Die John Lennon was pas beroemd, had hij door telefoon gezegd. En je ziet wat er van komt. 'Nee, ik ben helemaal niet beroemd, hoe kòm je d'r bij'

'Peter Vos is enorm bescheiden', zegt zijn vriend Marcel van Dam. 'Het is zo jammer dat hij kennelijk niet past in een tijd van make believe die de figuratieve kunst nog steeds in een kwade reuk stelt.'

Peter Vos is 'een heel groot tekenaar', schrijft hoofdredacteur Rinus Ferdinandusse van Vrij Nederland in het grote Peter Vos-prachtboek dat verschijnt ter gelegenheid van Vos' zestigste verjaardag. Vos is VN's huistekenaar. In 1960, toen de zeden nog kuis en de kerken vol waren, schrok de toenmalige hoofdredacteur zich wild bij de aanblik van een Vos-prent in het kerstnummer. Een engel die uit een stal komt en roept: 't Is een jongen.'

Ferdinandusse vindt dat er allang een Peter Voszaal in het Rijksmuseum had moeten zijn met Vos' beste werk. En een Peter Vosvleugel in Avifauna, met zijn mooiste en dooiste vogels. Als ook een Peter Voskooi in het Safaripark te Beekbergen, met een permanent overzicht van z'n leeuwen. Een select publiek traceert Vos als illustrator van studentenweekblad Propria Cures en Hollands Maandblad. Boekomslagen maakte hij, van George Orwell tot Simon Carmiggelt. En illustraties bij Anton Koolhaas' dierenverhalen.

Generaties zijn opgegroeid met de door hem geïllustreerde Sprookjes van de lage landen. Wie kent niet de Mafkikker en de Klootkommel uit Het Beestenkwartet (1970)? Eerder maakte hij het Klein Pulcinellenboek. Zoon Sander constateerde eens dat z'n pas gescheiden vader een 'uilenbui' kon hebben, wanneer ze samen in Artis zaten te tekenen. Peter Vos heeft in die tijd om Sander geworven alsof het om een geliefde ging.

Ruim honderd vogelportretten in Chinese inkt zijn in Een studie in grijs dan ook aan hem opgedragen: van verliefde struisvogel, kookaburra's ('af en toe hoorde je hun enge gelach als je verderop in het vogelhuis je best stond te doen') tot vale gier: 'Soms kun je naar je eigen werk staren en dolgelukkig zijn', schreef hij er bij. 'Met deze handen gemaakt, denk je trots. Meestal ben je dan een beetje sjikker.'

Geen tekenaar die behalve zo veel dieren ook mens-diercombinaties in z'n werk stopt. Zijn stadgenoot William Kuik (de tegenwoordige Dirkje Kuik) zag er al een 'metamorfose-verlangen' in, voortkomend uit 'een bestaanswantrouwen.' Een vrouw die vreemd ging met een stier? Peter Vos geeft haar een stierekop. Gewoon, uit 'krankzinnige fascinatie' voor de dierlijke impulsen bij het mensdom. 'Je denkt zeker dat je een paleontoloog voor je hebt', zegt de tekenaar schaterend. 'Hooguit een fabeloloog.'

Kijk, in mezen, mussen en winterkoninkjes boeit hem de gulzige motoriek. Die plotselinge bewegingen van hun koppetjes. 'Zo van: wat zullen we nou eens gaan flikken? Net kinderen. Weet je waar ik óók zo van hou?' Uit een stapel tekeningen op de vloer vist hij de kop van een Bretonse dorpsgek. Bedreigde diersoort, vandaar.

Maar serieus. Toen hij in Spanje zag hoe een gier zich van een hoge rots liet vallen, fantaseerde hij over de verandering van de homo sapiens in een roofvogel met z'n machtige vleugelslag. En bij het snorkelen in de Rode Zee waande hij zich eens een buizerd die vanuit een termiekbel de diepte inkijkt. 'Een enorme sensatie.' Typerend is een 'zelfportret' waarin de tekenaar zichzelf ziet als een vos, met op de plaats van z'n hart een mol (harde werker, die mol, maar net zo blind als het hart) en op zijn hand rust een mus die de tekenpen bestuurt: vanwege dat brutale, dat improviserende.

In dat nieuwe boek Peter Vos, tekenaar ('zonder mijn Saïda was het er nooit gekomen, zij is the brains') staat een uitspraak die hij zich verdomd niet meer herinnert: 'De mens lijkt op een kanarie, van oorsprong een vinkachtig vogeltje uit de vrije natuur. Maar geef nu de kanarie zijn vrijheid eens terug. Het arme dier weet niet wat hij er mee moet doen.'

Staat daar vogeltje? 'Belachelijk! Als het om dieren gaat krijg ik noooooit neerbuigende verkleinwoorden over m'n lippen; ik ben gestoken door een muggetje, ik heb toch zo'n last van pestbacterietjes, Bennetje. Trouwens, je kunt de mens evengoed vergelijken met twee bomen. Of met een schemerlamp, nietwaar? Maar ik zal 't ooit in de kroeg gezegd hebben, toen Eelke de Jong, ook niet meer onder ons, mij vroeg waar de mens het meest van weg heeft: van een drol of van een kanarie. Próóst Eelke.'

Halverwege de ochtend stommelt hij de deur uit om nieuwe pils te halen. Het café-gekwek afgezworen. Niet meer in de verkeerde trein ontwaken. Nooit gedacht nog eens thuisdrinker te worden. 'Ik ben oud en door het dal gezakt.' So we'll go no more arovin' so late into the night, zegt hij Byron na. Hij mòet even vertellen over acteur Eroll Flynn die een drankzuchtige huisgenoot de deur wees, omdat deze uit het raam pieste tot de kozijnen gingen rotten. Bij diens dood kregen z'n vrienden met een smoes het lijk vrij uit het mortuarium, en plantten het met kamerjas en al in de stoel bij Flynn. De gastheer werd amper behoed voor een hartverlamming, zodra hij met een slok op de huiskamer binnenzeilde.

'Grote held van me, Flynn.'

Waarmee de verteller maar zeggen wil: aandacht maakt Peter Vos nerveuzig. Dorstig dus. Leve de drank, father's little helper, die verlegenheid maskeert. Normaal drinkt hij 's ochtends niet, maar wat wil je. Amper museale aandacht gehad en nu ineens de overzichtstentoonstelling, goeie god. 'Heb ik altijd tegengehouden, eerlijk gezegd. Je moet jezelf nooit onder het tapijt stoppen, maar het liefst neem ik een schutkleur aan, hè. Het lijkt me zo'n rotleven als je op straat herkend wordt. Zie je Rembrandt al op RTL?' De houtsnip, dat zou hem een goeie vermomming lijken. Of toch een nachtzwaluw? De ijsvogel is ook niet verkeerd.

Ach, aan een klein kamertje en een klein tafeltje heeft een tekenaar met een makkelijk talent genoeg. Veel later, na zeker twintig keer in declamatie van gedichten en liederen te zijn losgebarsten, stelt hij dromerig vast dat hij eigenlijk lui is. 'Onze familie heeft niet zo'n talent om rijk te worden. Al spuug ik er niet op. Dan maar geen zakenman. Ik heb iedere dag schik in m'n leven en nog te eten ook. Armoede houdt je netjes.'

In een hok vol boeken bij De Arbeiderspers tekende hij eens de afgedankte bergschoenen van Koos van Zomeren na. Liggend op z'n buik. Een 'onverklaarbaar geluksgevoel' doorstroomde hem, zoals Proust destijds met Madeleine-cakeje moet hebben gehad. 'Dat is me nog niet eerder gebeurd. M'n haartjes stonden overeind. Ik dacht aan vroeger, toen ik thuis zo lag te tekenen. Ik moet toen heel gelukkig zijn geweest.'

Misschien school het in 'de prachtige symboliek' van z'n katholieke opvoeding. Een zegen voor de kunstenaar, toch? Al die bizarre plaatjes. Zijn mythologische pastiches, gedaanteverwisselingen van mens in vogel, ze liggen voor Peter Vos in het logische verlengde van al die heiligen uit z'n jeugd. Comedia dell' Arte! 'Zo'n heilige Agatha met haar twee afgesneden borsten op een plateau! Net gebakken eieren, vond ik als jochie. Puddingen, zoals Cees Nooteboom veel beter beschreef. Een van de weinige auteurs die goed over schilderkunst kunnen schrijven.'

Als kind ziet Petrus Antonius Carolus Augustinus ('namen kosten niks, zei pappa altijd') z'n eerste tekening in de Utrechtsche Courant afgedrukt - Franciscus spreekt voor de vogels. Peters vader heeft er een baantje als redacteur van mopjes, puzzels en andere weekend-parafernalia. Zijn bijnaam is Der Foeks. Als zoon van een spoorwegman uit Maastricht liet hij vroeger in Luik z'n haar knippen. Om Frans te kunnen spreken.

Der Foeks wordt de motor van het literaire gezelschap De Gemeenschap. Der Foeks is arm. Der Foeks mankt. Hij kan Baudelaire en Verlaine uit het hoofd citeren. Hij houdt thuis salon; Marsman, Anton van Duinkerken en Rietveld behoren tot de gasten. Aan Rietveld-stoelen kun je je gemeen stoten, merkt zoon Peter al gauw.

Bij de bevrijding zet pappa de grammofoon in de vensterbank, zegt Peter. En daar schettert de Stem des Volks met De Internationale door de straat. Als verlamde weduwnaar moet pappa zich laten verplegen, door twee broers die het liefst op straat spelen. Een ander dan pappa heeft hij nooit zien sterven. Aan pappa dankt hij zijn entree tot de gravures van Gustave Doré. Pappa is ook een drinker, hè. Met afgezet been blijft pappa veertig jaar na zijn dood alom tegenwoordig. In tekeningen. Pappa te drieën: met zoon Peter en kleinzoon Sander -knipoog naar Leonardo da Vinci.

Was er in pappa's tijd maar televisie, toen er niemand meer bij hem langs kwam. Pappa. . .

Televisie? 'Weet je wàt ik nog eens zou willen zien? De coelacanth. De diepzeevis die na miljoenen jaren nooit blijkt te zijn uitgestorven. Lag ineens op de markt in Afrika, alsof je brontosaurusbiefstuk aangeboden kreeg, jongen. Heeft Achterberg nog een gedicht over gemaakt. Dat gaat zo. . .'

Hij zit op zijn hurken. De asbak raakt vol. Zijn hoofd ook. 'Ik voel mezelf een kurkje in een snelle vliet. Droom is 't leven anders niet. Jan Luijken.' Zong Brassens niet: ik hoop maar dat mijn vrouw na m'n begrafenis een man neemt die mijn maat heeft? Kan ie m'n pakken dragen. Maar van de katten moet ie afblijven. 'Jaja, behalve vol met bier zit deze tekenaar vol met verwijzingen, meneer. Dat komt van de bitter en het plichtbesef.'

Midden in een kluwen van zinnen kan de 'bijna-ornitholoog' ineens het Gronings volkslied aanheffen. Of bij Brecht uitkomen, pas de problème. Othello gaat weer hand in hand met Een hoedje van papier. En roept Salt Peanuts van Charlie Parker geen associaties op met de spotvogel uit de broekbosjes? Ta-títa! Moet je horen: Een pond spinazie danste op de plantasie en een dikke rooie kool die speulde op de viool. Saïda zal meezingen, de vogels op z'n tekeningen komen haast tot leven.

Reeksen sonnetten van Shakespeare stopte hij als troost in z'n hoofd, nadat z'n vrouw Anneke hem de deur had uit gezet! En hardop Rimbauds Le bateau ivre citerend mocht hij zijn gang naar de tandarts verlichten.

'Hoor eens, ik ben een clown die maar toevàllig de goeie kant uit struikelt', verklaart hij, giechelig zijn carriaaaire overziend. Neus gehad voor vitaminebronnen: goeie mensen in z'n leven. Is dat genade? Predestinatie? Discipline erin geramd gekregen op de Rijksacademie ('nu meer een fröbelschool') en daar ontmoette hij een jongen. . . verliefdheid was het niet, maar hij dacht: die zou me iets kunnen leren. Terwijl zo'n professor zei: 'Goh, het begint op kunst te lijken, dat doet u maar thuis. U bent hier om tekenen te leren.'

Via zijn old boys' network leerde hij Renate Rubinstein kennen. 'Mijn snibbige zusje' dat een compliment over de hoed die haar zo goed stond op het eind van haar leven honoreerde met: 'Die heb ik anders voor jou opgezet hoor.' Ze had Peter Vos in huis genomen toen hij geen dak boven het hoofd had. 'We kwekten in haar keuken wat af over ons beider echtscheiding. Renate kwam een keer terug van de psychiater, en riep: laat ik je maar meteen vertellen wat ze zei. Want dan hebben we twee therapieën voor de prijs van één.'

En toen was er Fritzi. Thans helaas in de 'kunstenaars-vut' verkerend, maar toen Een Liefde, Fritzi ten Harmsen van der Beek, wat héét: Kom vanavond, zegt ze, op m'n kamer, zegt ze. Daar is alles, zegt ze, naar den aard. 'k Heb geen stoelen, zegt ze, om te zitten zegt ze. En geen vuur, zegt ze, in de haard. Fritzi legde hem uit dat dit onverdachte, oudhollandse kinderliedje een invitatie tot de bijslaap beoogde.

Voor oom Hein, die zo van bulhonden hield, wist Fritzi in twee helften van een miniscuul walnootje het complete kerstgebeuren uit te beelden: bulhond Jozef, bulhond Maria, Bulletje in de kribbe. Behoedzaam legt Peter Vos het tweeluik-kleinood in zijn handpalm.

'Fritzi is samen met jou een van de weinig ècht originele mensen die ik ken', beslist Saïda.

'En de derde is geloof ik Brinkman', reageert Peter prompt. Een peuk plakt spottend aan zijn onderlip. 'Mèt Janneke natuurlijk. Die heb ut ook niet makkelijk.'

Kijk, in z'n arme Amsterdamse episode van als-ik-toch-sneuvel-dan-bij café-Jan-Heuvel, sleet hij tekeningen aan de kroegbaas die ze doorverkocht aan Ajax-voetballers. Een Pietje Keizer, een Ruudje Krol, een Wimpie Suurbier: allemaal hadden ze wel een lithootje van Vos aan de muur hangen. Niet gek voor een jongen die begonnen is met natekenen van Walt Disney's Bambi, wat? Die op de academie al rilde bij de gedachte dat ook zijn tekeningen zouden worden afgedaan met een vernietigend 'U bent zeker beeldhouwer?'

'Disney, als kind was ik er dol op, dat is natuurlijk de ergste manier van drollig willen wezen. Al het onverwachte en verrassende wordt onschadelijk gemaakt met afrondingen.' Peter Vos hoort het niet te zeggen, 'maar die hele stripcultuur is toch een gruwelijk soort plastificering van de tekenkunst?'

En vakbroeder-kabouterkenner Rien Poortvliet, dan? 'Ach, bij het ouder worden neemt m'n venijn af, joh. Iedereen doet immers z'n best?' Maar ja, Mondriaan smaakt de tekenaar net als warmgeworden bier. 'Ik steiger vooral van al die Mondriaan-epigonen. 'Dat soort eikels doet niks anders dan mensen belazeren met hun nageprate filosofie van vierkantjes en randjes. Zo van: dit zijn pas de juiste verhoudingen. Dat zijn Rudolf Steiner-achtige ideeën. Om van te spugen.

'Godzijdank zit ik in een vak waar dat type hierarchieën niet bestaat. Ik ben namelijk il-lus-tra-tor! Je kan vierkantjes maken wat je wilt, maar als je Alice in Wonderland wilt illustreren, of dat hartverscheurend-prachtige boek Kleine Sofie en Lange Wapper van Els Pelgrom, dan kun je moeilijk zeggen: ik ben een kunstenaar. Sodemieter op.'

Ook het wereldbeeld van Joseph Beuys doet een bomaanslag op de mildheid van de Gouden Penseel-winnaar uit 1991, die daarentegen Albrecht Dürer, Eppo Doeve alsmede z'n Utrechtse makker Charles Donker diep bewondert. En niet te vergeten de schrijver van Pinokkio, z'n lievelingsboek. 'Fellini is er niks bij. Maar ja, het slot deugt niet, hè: ze leefden nog lang en ongelukkig.'

De Bijbel staat onbedreigd nummer twee. 'Wat zegt Prediker daar ook al weer Saïda? 'Want de dieren kennen hun tijd.' Da's net zo mooi als de uitspraak van Hein Donner in een discussie over daders in detective-romans. 'Ik ken één boek waar de lezer het heeft gedaan', zei Hein. 'De Bijbel'.'

Was het niet Freud die zei er trots op te zijn dat hij joods was 'want ook als ik niet trots zou zijn, bleef ik toch een jood'? 'Dat heb ik nou met ouder worden', zegt Peter Vos peinzend. 'Op 'm'n ouwe dag zowaar nog', werden tekenaar en vriendin bij prins Bernhard in Soestdijk ontboden. In het kielzog van Willem Duys, voor wie Vos een boekje had geïllustreerd. Duys had het eerste exemplaar aan Z.K.H. toebedacht.

Saïda: 'Die Duys zat daar op te scheppen over auto's' 'U rijdt in Frankrijk zeker Rolls Royce?', vroeg de prins. 'Nee hoor', zei Duys, 'dat maakt aan de Cote d'Azur geen indruk.' Even later nam prins Bernhard Peter apart en zei: 'Ik heb nooit een Rolls willen hebben. Vind ik zó patserig'. Móói over de band gespeeld van de prins, hè. Vervolgens moest Peter een tekening van z'n kleinzoon bewonderen.'

Peter Vos: 'Professioneel gemaakt, vond de trotse opa. Hij zei: die kan je zo publiceren.'

Gehuld in sjekdampen schenkt Vos nog eens in, want Vorwärts und nicht vergessen. Met doorrookte feeststem tracteert hij op zijn zoveelste lied. Het eindigt abrupt. Hij schraapt de keel. Vertelt hoe hij jaren geleden opeens oog in oog stond met Lucebert, held uit zijn jeugd. 'Nu of nooit, dacht ik. Ik vergat me voor te stellen en hakkelde: Ik ben een ouwe fan van u.'

Waarop Lucebert zei: 'Wie kent Peter Vos niet?'

'Toen moest ik bijna huilen.'

Peter Vos en auteurs: Peter Vos, tekenaar. L.J. Veen. ISBN 90 254 1284 X. ¿ 69.90.

De Beyerd, Breda: 10 september tot

5 november 'Peter Vos, tekenaar. Een overzicht.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden