De beerput van het Amsterdamse GVB

De directie van het Gemeentevervoerbedrijf signaleert een algeheel moreel verval bij het personeel. De top ziet maar een uitweg: zo gauw mogelijk verzelfstandigen....

HARRY VAN GELDER

door Harry van Gelder

HET GVB is het wonderlijkste bedrijf van Nederland. Totaal 'out of control' concludeerde onderzoeker Max de Jong een paar jaar geleden. Daarvoor waren andere onderzoekers tot soortgelijke conclusies gekomen. Zelfs nu, twee jaar na zijn aantreden zegt directeur André Testa nog. 'Het GVB is compleet verziekt.'

Hoe komt dat toch? Een belangrijke oorzaak, vindt de GVB-top de starheid van de ondernemingsraad, blijkt uit vele gesprekken. 'De OR is meer bezig met het belang van het personeel dan met het bedrijfsbelang', beaamt Testa voorzichtig. Zijn grootste tegenstrever is Gerrie Geldhof.

Die is al jarenlang voorzitter van de ondernemingsraad. Hij is rap van tong en kent het bureaucratische GVB van binnen en buiten. Geldhof is de aanvoerder van een smaldeel van dertig tot veertig GVB'ers, die maar één ding willen: het personeel aan de macht houden bij het kwakkelende Amsterdamse bedrijf.

Volgens vele insiders is Geldhof de ongekroonde koning van het GVB. Door de komst van directeur Testa schrompelde zijn macht enigszins in, maar inmiddels is hij weer oppermachtig.

Geldhof weet alles, verzekeren ingewijden. Hij weet hoeveel de top verdient, kent de declaraties en de bonussen, en heeft toegang tot de geheime computerbestanden van de directie. Werkelijk niets ontgaat hem.

De OR van het GVB praat werkelijk over alles mee. Moet er een advertentie komen voor nieuw personeel, dan besteedt de OR rustig enkele uren aan de precieze formulering van de tekst.

De ondernemingsraadsleden hebben er ook de tijd voor, want maar liefst zestig volledig betaalde manjaren worden bij het GVB besteed aan het OR- en vakbondswerk. Krijgt de OR niet zijn zin, dan ligt het bedrijf vaak binnen de kortste keren plat.

Geldhof en zijn makkers zitten de directeur van het bedrijf flink in de weg. Testa en zijn vertrouweling Hans van Vliet, de financieel directeur, hebben het vervoersbedrijf na jarenlange miljoenenverliezen financieel enigszins op orde. Maar de broodnodige cultuuromslag, door zowel de gemeente Amsterdam als Testa vurig gewenst, lukt niet door obstructie van het 'stalinistische' bolwerk.

Geldhof zelf vindt die benaming onzin. 'De politiek en de leiding van het GVB gebruiken deze voorstelling als schaamlap voor hun eigen miskleunen.'

Hoe het ook zij, de gemeente en de GVB-top zijn er van overtuigd dat het bedrijf een enorme cultuuromslag moet maken. Volgens Testa gaat dat niet van de één op andere dag. 'Eerst moest ik de financiën op orde brengen en een nieuw management formeren. Dat laatste is niet zo makkelijk als je denkt. Wie wil er bij zo'n beerput werken. Je steekt toch je nek uit', zegt hij.

De nieuwe directie heeft hij nu vrijwel rond. Testa haalde veel vroegere vrienden. Financieel directeur Van Vliet trok hij bij zijn voormalige werkgever NZH vandaan, evenals zijn nieuwe directeur Techniek en zijn persoonlijke voorlichter. Het nieuwe hoofdpersoneelszaken Jan Schermer, ex-vakbondsman, komt uit de Rotterdamse haven. 'Het is een leuke club met een goede chemie. We verdommen aan cosmetica te doen. We doen niet aan revolutiebouw, maar zijn gedegen bouwers. De werknemers moeten beseffen dat het niet hetzelfde is als vroeger. De wereld is veranderd.'

BELANGRIJK probleem bij het GVB is de complexiteit van de organisatie. Het GVB is een enorme bureaucratie met een zeer detaillistische regelgeving. De regels zijn vaak tot in het absurde doorgevoerd. 'Er zijn dusdanig veel regels afgesproken dat het management daar nooit aan kan voldoen. Dat betekent teleurstelling op de werkvloer en dat genereert vaak weer nieuwe regels', zegt Van Vliet.

Ook de roosters van het bedrijf zijn erg ondoorzichtig. Een vergelijkbaar bedrijf heeft hooguit twintig roosters. Het GVB heeft er tweehonderd. 'Vrijwel iedereen heeft zijn eigen rooster', zegt Van Vliet. 'Het gevolg is dat er veel betaalde uren niet wordt gereden. Want het is moeilijk om met zoveel wensen rekening te houden. Het gevolg is dat er veel leegloop is.'

Deze ondoorzichtige en chaotische situatie is volgens Van Vliet terug te voeren op de monopoliepositie die het bedrijf dank zij de politiek inneemt. 'Door de sterke band met de politiek wordt het bedrijf niet door een bedrijfsmatige ratio, maar door politieke logica geregeerd.'

'In zo'n positie wordt een bedrijf de speelbal van vakbonden en OR. Zij proberen al hun idealen te verwezenlijken. Dat kan ook, want ze worden voor bepaalde eisen niet afgestraft, doordat bijvoorbeeld de bedrijfswinst omlaag gaat. De gemeente Amsterdam dekte immers het tekort toch wel af.'

Bovendien gaf de band met de politiek het personeel een buitengewone bescherming. Door de ambtenarenstatus zijn niet-functionerende GVB'ers nauwelijks te ontslaan. En lukt dat na veel moeite wel, dan heeft het bedrijf er nog niets aan, want de op straat gezette ambtenaar krijgt nog jarenlang wachtgeld, dat geheel op het budget van het vervoersbedrijf blijft drukken.

Testa is op voorspraak van de toenmalige wethouder Vervoer Ter Horst binnengehaald om orde op zaken te stellen bij het gemeentevervoersbedrijf. Daar is hij nog maar zeer ten dele in geslaagd.

Pas sinds kort is bekend geworden wie er precies bij het bedrijf op de loonlijst staan. 'We kwamen daar na verloop van tijd achter. Op vragen daarover kreeg ik altijd kul antwoorden', zegt Van Vliet.

Het gebrek aan kennis dwong hem dit jaar een volkstelling onder het personeel te houden. 'Van iedereen zijn we nagegaan waar hij werkte.'

Ruim 10 procent van het personeel bleek niet meer op de plek te werken die de directie vermoedde. Boekhouders waren geen boekhouders. Trambestuurders zaten niet meer op de tram, en buschauffeurs reden geen bus meer.

Sommige werknemers stonden op de loonlijst, terwijl ze al tijden thuis zaten. 'Na mijn aantreden belde de voormalige directeur Tram mij op: ''Ik vind u aardig. Ik sta op de loonlijst, maar ik werk al een tijd niet meer bij het GVB'', vertelt directeur Testa. Het kostte de GVB-topman drie maanden om hem van de lijst af te voeren.

Van Vliet: 'De mutaties waren nooit doorgegeven. Niemand voelde zich verantwoordelijk voor de administratie. Ik vergelijk het vaak met een deukje in je nieuwe auto. Bij het eerste vind je het nog jammer, maar bij het zesde interesseert het je niet meer.'

Volgens de directie was er sprake van een algeheel moreel verval bij het GVB. 'Voor kleine stukjes in de stad werd een zeer luxueuze auto gekocht. Een fourwheel-drive, met een elektrisch zonnedak, speciale chauffeursstoel, elektrische ramen en airco', weet Van Vliet. 'Onbegrijpelijk.'

Ook de financiën van het GVB waren een chaos. Niemand wist hoe het bedrijf ervoor stond. Slechts één keer per jaar werd de rekening opgemaakt. Maar dat nam zoveel tijd in beslag dat de jaarrekening pas tien maanden na afloop van het jaar bekend werd. 'Steevast veroorzaakte dit een schrikeffect bij de politiek, omdat de cijfers altijd weer tegenvielen', zegt Testa.

DOOR DE grote mate van vrijheid binnen het bedrijf was het eigenlijk geen wonder dat er veel werd gefraudeerd. Het afgelopen jaar werd de één na de andere werknemer opgepakt. In groepjes schaften de werknemers op kosten van het bedrijf voor zichzelf allerlei zaken aan. Het GVB schat de totale schade op enkele miljoenen guldens.

De vakbonden verwijten Testa dat hij bij de opbouw van het bedrijf uitsluitend naar de financiële kant kijkt en weinig oog heeft voor de mensen. Een voorbeeld daarvan was de chaotische situatie van deze zomer. Door het gebrek aan bestuurders liet het GVB de reizigers flink in de kou staan. Tientallen diensten vielen uit, waaronder hele tramlijnen. 'De directie wist dat dit er aan kwam', beweert eerste onderhandelaar Thea Gerritsma van de Abvakabo. 'We hadden het vorig jaar al aangekaart.'

Daarin lijkt ze gelijk te hebben. Op advertenties kwamen zevenhonderd aanmeldingen. Ingewijden weten dat de GVB-top echter geen extra mensen wilde aantrekken. Het bedrijf wil straks nog een efficiencyslag maken en de inzetbaarheid van het personeel vergroten.

Die inzetbaarheid van het GVB-personeel houdt namelijk niet over. Uit een studie van McKinsey blijkt dat in vergelijking met de collega's in Stockholm de Amsterdamse buschauffeurs de helft van hun werktijd minder achter het stuur zitten. Bij de extreme cijfers van McKinsey worden binnen het GVB vraagtekens gezet, maar 'in normale situaties zit een bestuurder minder dan 50 procent achter het stuur' zegt een kenner. De bonden betwisten dat. Zij zeggen juist dat door gebrek aan personeel GVB'ers extreem lange werkweken maken.

Testa vindt het logisch dat de financiën voorrang hebben gekregen. 'Het GVB was een gebombardeerde stad, die helemaal opnieuw opgebouwd moest worden. We moest eerst het bloeden stoppen. We leden 2,5 ton verlies per week.'

De GVB-top ziet maar een uitweg voor het bedrijf: Zo gauw mogelijk verzelfstandigen. 'Dan is het personeel zijn ambtenarenstatus kwijt en komt het bedrijf op afstand van de gemeente', weet Van Vliet. Als externe prikkel voor verandering ziet hij de nakende concurrentie. 'Concurrentie kan het bedrijf een gezonde prikkel geven.' Testa en de Amsterdamse politiek zijn het met hem eens. De OR en de vakbonden willen echter lang niet zover gaan. 'We staan niet afwijzend tegen een interne verzelfstandiging, maar een externe wijzen we af', zegt Geldhof.

Om vast op de verzelfstandiging uit te lopen, wordt het GVB anders georganiseerd. Zoveel mogelijk bestuurders en conducteurs krijgen een vaste tram- of buslijn. De lijnen kunnen met elkaar worden vergeleken op reizigersgroei, netheid, ongelukken en klantvriendelijkheid. Van Vliet: 'De mensen worden zo uit de anonimiteit gehaald en meer betrokken bij het product. Op den duur krijgen ze ook meer verantwoordelijkheid.'

Testa en zijn mannen zijn klaar voor de strijd, maar die zal niet eenvoudig zijn. Het wantrouwen tegen de GVB-top, Het Concern in het Reptielenhuis genoemd, is groot. 'Testa moet naar ons luisteren', beweert kaderlid Guus Duppen van de Abvakabo. En op de vraag of je in een bedrijf niet naar een directeur moet luisteren? 'Die tijd hebben we gehad.'

Wil Testa c.s. in zijn opdracht slagen, dan zal hij de macht van de OR moeten breken of op zijn minst zijn bevoegdheden moeten inperken. 'De rol van de OR moet veranderen', voorspelt Van Vliet dapper. 'Het is een instituut op zich geworden. De OR moet meer meedenken over het belang van de onderneming, en niet uitsluitend het belang van de achterban nastreven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden