De basisschoolleraren staken. Is er een kans dat ze er daadwerkelijk geld bij krijgen?

Juffen en meesters moeten hoop vestigen op nieuw regeerakkoord

Leraren van bijna alle Nederlandse basisscholen staken dinsdag een uur, voor meer loon en lagere werkdruk. Hoe haalbaar zijn hun eisen eigenlijk, en vinden de docenten een luisterend oor in politiek Den Haag?

Dinsdagochtend zullen de klassen een uur leeg blijven. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Een salarisverhoging tot wel 20 procent. Een flink lagere werkdruk. En graag snel een beetje. Welke beroepsgroep kan het zich veroorloven zulke eisen te stellen zonder de gunst van de publieke opinie te verspelen?

Want dat is de voorlopige winst die de dinsdag stakende leraren in het primair onderwijs (PO) op hun conto mogen schrijven: een groot deel van de samenleving sympathiseert met het streven van juffen en meesters voor betere arbeidsvoorwaarden op de basisschool.

Maar daarna wordt het een stuk moeilijker. Leraren in het primair onderwijs moeten hetzelfde verdienen als docenten in het voortgezet onderwijs, is de stakingsinzet. Dat betekent een loonsverhoging die omgerekend een hap uit de Rijksbegroting zou nemen van 1,8 miljard euro - het is een politiek gezien torenhoge wens van PO in Actie, zoals de onderwijzers achter de staking zich noemen.

Zak met geld

Zij hebben de beroepsgroep (120 duizend leraren) gemobiliseerd via sociale media, aanvankelijk buiten de bonden en werkgevers om, omdat ze weigeren zich neer te leggen bij de mantra dat het nou eenmaal historisch zo is gegroeid dat je als leraar op de basisschool minder verdient dan op de middelbare school.

'Ik waak voor makkelijke beloften', zegt D66-Kamerlid Paul van Meenen. 'Dit probleem is nooit eerder zo benoemd en alleen geld is niet de oplossing. Het gaat ook om waarborgen dat eventueel extra geld daadwerkelijk bij leraren in de klas terecht komt en dat is nog een ingewikkelde zoektocht.'

Het is een geluid dat in varianten te beluisteren valt bij de vier partijen die in de nieuwe fase van de kabinetsformatie zijn betrokken. VVD-Kamerlid Bente Becker: 'Ik zou het zonde vinden als de discussie wordt versmald tot: er moet een zak met geld komen. Er valt veel te doen op scholen zelf waarmee dinsdag al kan worden begonnen.' CDA-Kamerlid Michel Rog: 'Het appèl is duidelijk. Compliment voor het agenderen. Maar op financiële claims ga ik niet in.' Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie: 'In deze tijd is 1,8 miljard erg veel geld. Maar niets doen voor deze sector is geen optie, daarover is iedereen het eens. Ik denk dat PO in Actie heel trots mag zijn dat dat alvast is bereikt.'

Beeld Marcel van den Bergh

D66 trekt meest uit voor onderwijs

Van de formerende partijen trekt D66 in haar verkiezingsprogramma met 3,8 miljard euro het meeste extra geld uit voor onderwijs. Daarna volgen, blijkens de doorrekening van het Centraal Planbureau, ChristenUnie met 600 miljoen, CDA met 200 miljoen en VVD met 100 miljoen. Dat is geld voor onderwijs van laag tot hoog. De sector in den brede gaat er dus zeker niet op achteruit onder het nieuwe kabinet en binnen de onderwijsbegroting (van in totaal 38,1 miljard) kan desgewenst met posten worden geschoven ten gunste van de salarissen op de basisschool.

Maar zover zijn de partijen nog lang niet. Want vast staat dat het een lastige puzzel wordt op de formatietafel, waar ook de prangende verlangens van talrijke andere beroepsgroepen liggen. Zo bezien was het nogal verrassend dat PvdA-leider en vicepremier Lodewijk Asscher vorige week plotseling in een interview met het AD aankondigde dat de salarissen van juffen en meesters omhoog gaan. 'Zo'n maatregel kost geld, maar we zullen het doen. Laat het een oproep zijn voor de onderhandelende partijen om tempo te maken. Anders doen wij het.'

Van de formerende partijen trekt D66 het meeste geld uit voor onderwijs. Beeld anp

Geen plannen voor salarisverhoging

Daar was toch vooral de toekomstige oppositiepoliticus aan het woord, want de verantwoordelijke VVD-staatssecretaris Sander Dekker in het demissionaire kabinet Rutte II is dat voorlopig niet van plan. Op 10 mei vroeg SP-Kamerlid Peter Kwint hem in een debat of hij het logisch zou vinden dat het salarisverschil in het onderwijs op termijn kleiner wordt, dan wel helemaal verdwijnt. 'Dat laatste zeker niet', zei Dekker. Hij zei verder 'dat er argumenten te geven zijn voor verschillen in beloning' en niet te geloven in maatregelen als 'over de hele linie generiek tot een verhoging komen'.

Twee weken later verdedigde Onderwijs-minister Jet Bussemaker (PvdA) de staatssecretaris in de Kamer, al zei ze er bij - ook al vooruitlopend op de nieuwe positie van haar partij: 'Ik zie persoonlijk wel iets in verhoging van een algemene schaal als mogelijke maatregel, maar dat zeg ik als PvdA'er.'

Voor meer geld dienen de leraren dus de zomer af te wachten, in de hoop dat er na de vakantie een regeerakkoord ligt dat enigszins aan hun wensen tegemoetkomt. Dekker en Bussemaker bevestigden maandag nog eens dat zij 'geen ruimte' hebben in een brief aan de Kamer, waarin zij bovendien melding maken van 'forse tegenvallers' op de lopende begroting 'als gevolg van hogere prijzen en hogere leerlingaantallen'. De deur zit dus potdicht.

Wel beweging is er, al langere tijd, op het punt van de werkdruk. Iedereen ziet dat te weinig studenten zich melden op de pabo, dat het lerarentekort zal oplopen en dat de instroom uit het passend onderwijs naar de basisschool voor vroeger niet bestaande problemen in de klas zorgt. In een tweede Kamerbrief somden de bewindslieden maandag de maatregelen op waarmee zij deze problemen te lijf gaan, waaronder de poging om zesduizend leerkrachten die met een WW-uitkering thuis zitten weer voor de klas te krijgen.

Ten slotte is er de klacht over de administratieve rompslomp. Op scholen die goed draaien, wordt minder regelzucht ervaren dan op scholen waar het ziekteverzuim hoog is. Volgens Dekker hanteren veel scholen regels die de Onderwijsinspectie helemaal niet verlangt. Ze worden door schoolbesturen bedacht.

Donderdag debatteert de Kamer opnieuw met het kabinet. De staking zit dan nog vers in het achterhoofd.

Onorthodoxe oplossingen voor het lerarentekort

De komende jaren dreigt een flink lerarentekort op het basisonderwijs te ontstaan. Nu is er al een tekort van zo'n negenhonderd docenten, als er niets verandert loopt dat in 2025 naar de tienduizend. Onderwijzers gaan op 27 juni staken voor een verlaging van de werkdruk en een verhoging van het salaris. Wat gebeurt er als het niet lukt om op tijd nieuwe docenten te werven? De Volkskrant verkent acht onorthodoxe oplossingen voor het tekort.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.