Reportage Bandenprikker ilpendam

De bandenprikker van Ilpendam: aan de digitale schandpaal genageld

Ilpendam. Op de voorgrond de halte voor de bus die passagiers in 15 minuten naar Amsterdam CS brengt. Deze superverbinding leidt tot parkeeroverlast in de buurt.

Burgers meten zichzelf steeds vaker de rol van politieagent of zelfs rechter aan. Met behulp van sociale media gaat dit particuliere speurwerk des te gemakkelijker. In Ilpendam werd een parkeerruzie beslecht met een filmpje op Facebook: ‘Herkent u deze man?’  

Nee, Kees had die band niet lek mogen prikken, geeft hij toe. Hij heeft inderdaad ‘een foutje gemaakt’. Hij had een slecht jaar gehad, dat is natuurlijk geen excuus, maar privé speelde er van alles en al die stress had zich opgehoopt. ‘Het was een moment van verstandsverbijstering.’ Maar de schandpaal die daarna op sociale media voor hem werd opgetuigd, stond niet in verhouding tot wat hij had gedaan, vindt Kees. ‘Het was alsof ik iemand had aangerand of verkracht. Terwijl, waar hebben we het over: een lekke band.’

De bestuurster van de auto daagde hem bovendien ook uit, vindt zowel Kees als zijn vrouw Petra. Een paar keer per week parkeerde ze haar grote Land Rover pal voor hun deur in de Tulpstraat in Ilpendam, als níet-Ilpendammer welteverstaan (de Tulpstraat is een gefingeerde straatnaam om herleidbaarheid van personen te voorkomen). En dan stond-ie daar de hele dag, in zijn gezichtsveld. ‘Ze deed het erom’, denkt Petra.

Elke werkdag zakken tientallen forensen af vanuit de Beemster, Purmerend en omstreken om gratis in Ilpendam te parkeren. Ze bezetten de Tulpstraat en andere straten: het liefst zo dicht mogelijk bij de bushalte van dit rustige Noord-Hollandse dorp met nog geen tweeduizend inwoners en één kroeg. Een dorp waarin weinig gebeurt, maar waar wél elke 5 minuten een bus naar Amsterdam vertrekt. Een topverbinding, want in 15 minuten sta je op het Centraal Station, en in 8 minuten stap je op de Noord-Zuidlijn.

Geen parkeerplaats

Kees begrijpt het wel, hij zou ook deze kans grijpen als hij ‘van buiten’ kwam en elke dag in de hoofdstad moest werken, waar het alsmaar drukkere centrum nauwelijks begaanbaar meer is voor auto’s en de parkeertarieven de pan uit rijzen. Maar Ilpendam is geen parkeerplaats, vindt hij. Zo heet ook de Facebook-pagina die hij beheert: ‘Ilpendam is geen parkeerplaats’, met daarop foto’s van de geparkeerde auto’s in zijn straat en opmerkingen als ‘Gelukkig hebben de forensen wel parkeerplek... Bewoners niet! #forensenbelasting.’ In een interview met Telegraaf TV in 2016 zegt Kees over de parkeerproblematiek: ‘Ilpendam ligt in de pishoek van Amsterdam. Misschien mag ik dat niet zeggen, maar ik heb het toch gezegd.’

Kees is gepensioneerd en zit met mooi weer graag op z’n bankje in de voortuin. Hij zegt voorbijgangers gedag, maakt een praatje met ze en houdt intussen de boel een beetje in de gaten. ‘De burgemeester’ wordt hij daarom ook wel genoemd.

Ik ken Ilpendam goed. Ik ben hier geboren en opgegroeid. Het overgrote deel van mijn familie woont hier, ook mijn ouders, die aan de rand van het dorp een autogarage hebben. Mijn vader reed op weg naar zijn werk altijd langs Kees’ huis. Zat hij op z’n bankje, dan stopte mijn vader even en wisselden de mannen de mop van de dag uit.

Op woensdag 29 augustus 2018 werd de gehate Land Rover weer voor Kees’ deur neergezet. Kees sloeg het gade. Iets na half vier ’s middags pakte hij een groene priem uit zijn gereedschapskist en wandelde rustig naar de overkant van de straat. Hij maakte een rondje om de auto en stak daarna de linker achterband lek. Met de priem op zijn rug liep hij kalmpjes terug naar zijn tuin.

Een dag later plaatste Bob Soederhuizen, een ondernemer uit Zuidoostbeemster en tevens de eigenaar van de auto, een filmpje op Facebook: twee 4k-camera’s in de auto hadden Kees’ handelingen vastgelegd, met Kees herkenbaar in beeld. Bij het filmpje zette Soederhuizen de tekst: ‘Wie herkent deze man?’

Soederhuizens jongste dochter woont nog thuis en werkt parttime in Amsterdam. Op werkdagen leent ze de auto van haar vader, parkeert die in Ilpendam en stapt dan op de bus. Vanuit Zuidoostbeemster duurt de rit met het openbaar vervoer 1,5 uur. De auto-bus-combinatie brengt de reistijd terug tot een half uur. ‘We betalen wegenbelasting en er staat nergens dat je daar niet mag parkeren’, zegt Bob erover in de keuken van zijn huis.

Waarschuwing 

Het conflict tussen Kees en Bob begon ruim een jaar voor het bandenprikincident met een waarschuwing aan het adres van Bobs dochter. ‘Ik wil niet dat je hier parkeert’, had Kees dreigend tegen haar gezegd. Volgens Kees zei hij het meer zo: ‘Lieve schat, kun je die auto op een plek neerzetten waar niemand er last van heeft?’ Ze schrok in elk geval, reed weg en parkeerde in een andere straat. ‘Gewoon blijven parkeren’, gebood Bob zijn dochter toen. ‘We gaan niet als burger de politieagent lopen uithangen.’

Kort daarna zat er ineens een kras op de bestuurdersdeur van zijn Land Rover, onduidelijk of dit boze opzet was. Een paar maanden later: nog een kras. Weer later was de antenne helemaal om de spiegel gewikkeld.

Bob kocht een nieuwe auto, weer een Land Rover, en nadat hij ook daar een kras op de bestuurdersdeur had aangetroffen, deed hij voor het eerst aangifte. In juli 2018 belde zijn dochter hem huilend op: ‘Pap, er zit wéér een kras op de auto, een nóg grotere, naast die andere.’

Bob deelde een foto van de bekraste deur op Facebook – ‘Wie weet wie dit doet in Ilpendam?’ – en liet daarop twee beveiligingscamera’s in de Land Rover installeren. ‘Met de hoogste resolutie die ze hadden, 1.300 euro kostte dat geintje.’ Het is gemiddeld elke twee maanden raak, had hij uitgerekend. ‘Vroeg of laat loopt deze vandaal tegen de lamp. De frustratie bouwt natuurlijk op.’ De krassen laat Bob bewust zitten, als bewijsmateriaal.

De autokrasser

Intussen werd er in het dorp druk gespeculeerd over wie de autokrasser kon zijn. Handelde hij alleen of in een groep? Kees was namelijk niet de enige Ilpendammer die zich aan forensenauto’s ergerde. Er werden ook briefjes onder de ruiten geplakt als waarschuwing. En Bob was op zijn beurt niet de enige gedupeerde. In augustus 2016 bericht het Noordhollands Dagblad dat de Purmerendse Karin Dompeling boos is. Ze parkeerde haar auto in een parkeervak aan de Tulpstraat en de volgende dag zat er een enorme kras op haar BMW. ‘Ik snap dat inwoners het vervelend vinden als de parkeerplaats vol is. Maar openbare parkeerplekken kun je niet claimen’, reageerde ze.

Een half jaar later bericht dezelfde krant dat Nella Vlaar uit de Beemster des duivels was over een kras die de gehele zijkant van haar auto bestreek. Ook zij had in de Tulpstraat geparkeerd. ‘Het is op klaarlichte dag gebeurd, de auto heeft er misschien drie uurtjes gestaan’, zegt Vlaar tegen de krant.

Mijn vader dacht er het zijne van. ‘Je blijft met je poten van andermans spullen af.’ Zijn eigen auto was ooit rondom bekrast door een boze buur – niet gerelateerd aan deze parkeerproblemen – en de woede en onmacht die hij toen voelde borrelden weer op. Ondertussen leverden de bekrassingen hem wel werk op: vier bekraste auto’s werden in de loop van twee jaar naar zijn garage gebracht en Bob kwam met zijn lekke band langs voor een noodreparatie.

De dag nadat zijn band was lek gestoken reed Bob Soederhuizen met zijn bewijsmateriaal naar Ilpendam en belde aan bij Kees en Petra. Volgens Soederhuizen zei hij tegen Kees: ‘U kent de buurt goed toch? Zou u voor mij eens kunnen kijken wie deze persoon is?’ Soederhuizen liet Kees een filmpje zien op zijn telefoon.

Kees herkende zichzelf en schrok.

Bob: ‘Als je verder kijkt, zie je dat je mijn band lek steekt.’

Kees ontkende dit en voegde daaraan toe dat Bob geen enkel bewijs had. Hij liep toevallig tussen de auto’s door naar zijn bootje, en raapte daar wat op.

Bob werd boos en zei: ‘Je betaalt me 5.000 euro schadevergoeding, voor alle krassen, die antenne, de spiegel en de lekke band. Anders zet ik dit op social media.’

Kees zei dat hij zich niet liet chanteren. Bob: ‘Ik chanteer je niet, dit is de schade die ik heb geleden en jij hebt het gedaan.’ En hij voegde eraan toe: ‘Ik zorg dat jullie gaan verhuizen.’

Bob verliet daarop het huis en begon bij buren aan te bellen, liet ook hen het filmpje zien met de vraag: weet u wie dit is? Totdat Petra naar buiten kwam rennen en hem smeekte op te houden. Kees ging meteen naar de politie, zei ze.

‘Mooi, ik ook’, zei Bob.

Door het slijk 

Kees ging naar Purmerend om zichzelf aan te geven, Bob legde op hetzelfde bureau een belastende verklaring af over Kees. De camerabeelden werden van Bobs telefoon gehaald. ‘Ik zei: moet je luisteren, ik wil het wel plaatsen op sociale media.’ De rechercheur gaf me toen een tip: ‘Dat mag, maar u mag niet zeggen wie het is. U moet vragen of iemand hem herkent.’ Dus dat heb ik gedaan. In een dag had ik 12 duizend views. Het was een enorme hit.’

De politie ontkent stellig dit advies aan Bob Soederhuizen te hebben gegeven. Volgens een woordvoerder van politie Noord-Holland stonden de beelden al op Facebook vóórdat hij aangifte deed. Kees had de politie daarop attent gemaakt, aldus de woordvoerder. ‘Verdachte werd inmiddels op Facebook volledig door het slijk gehaald.’

Het valt niet te controleren wanneer de post is geplaatst, voor of na de aangifte, want de politie adviseerde Bob een paar dagen later de beelden van Facebook te verwijderen. ‘Door het te laten staan zou hij zich schuldig kunnen maken aan smaad en laster, en zou de verdachte aangifte tegen hem hebben kunnen doen’, aldus de woordvoerder.

‘Vreemd’, zegt Bob over de reactie van de politie. De zin ‘herkent u deze man?’ was juist een tip die hij van de rechercheur kreeg, zodat Facebook het niet zou verwijderen. Het klopt dat hem een paar dagen later is verzocht het Facebookbericht te verwijderen, maar dat zou in het kader van het onderzoek naar Kees zijn, zo had Bob van de politie begrepen.

De kracht van sociale media

Waarom hij de beelden van Kees überhaupt online deelde? ‘Omdat hij met klem ontkende en zei dat ik geen enkel bewijs had. Hij heeft jaren gedacht dat hij ermee weg kwam. Maar hij heeft de kracht van sociale media echt onderschat.’

Sociale media worden door burgers vaker ingezet als instrument voor eigenrichting, ook op lokaal niveau. Zo dwong in april een anonieme groep mannen uit Bunschoten de dader die een fles kapot gooide op het hoofd van een 20-jarig meisje zich te melden, anders zouden zij zijn naam bekendmaken op sociale media. De politie noemde deze bedreiging laakbaar, maar de zaak was wel meteen opgelost. Eerder werd in Bunschoten ook al met hun ‘hulp’ de dader getraceerd die vijf auto’s had beschadigd nadat de groep had gedreigd de videobeelden die daarvan bestonden openbaar te maken.

De woordvoerder van deze anonieme groep mannen – ene Björn – zei in april in het AD dat hij het ziet als een burgerplicht. ‘Als iemand iets idioots doet waarvan anderen het slachtoffer zijn en wij weten dat, maar er gebeurt niet direct iets, dan vinden we dat onrecht.’ Bovendien: ‘Wij komen alleen in actie als we het echt zeker weten.’

In Alkmaar werd een 66-jarige man opgepakt nadat de politie kinderporno in zijn huis had aangetroffen. Ze kwamen de man op het spoor nadat ongeruste ouders – die zich op internet hadden voorgedaan als kinderen – hem uit de tent hadden gelokt en al zijn gegevens, compleet met naam en adres, op socialemediakanalen hadden verspreid.

In het Twentse Glanerbrug zette de lokale burgerwacht een foto van een inwoner op Facebook, omdat hij zou zijn gesignaleerd op een plek waar vaak drugs worden verhandeld. De man bleek onschuldig.

Zijn politie en justitie eigenlijk blij met al die enthousiast participerende burgers? Ja en nee, zegt Sven Brinkhoff, universitair hoofddocent strafrecht en strafprocesrecht aan de Open Universiteit. ‘De politie heeft maar beperkte capaciteit en is dus blij als een burger bewijsmateriaal aanlevert, maar het recht in eigen hand nemen, is natuurlijk niet wenselijk. Opsporingsonderzoek en vervolging hebben we overgedragen aan de politie, het OM en rechters, en de burger heeft zich daaraan gecommitteerd.’ Maar Brinkhoff ziet wel een trend: burgers meten zichzelf steeds vaker de rol van politie, officier van justitie en rechter aan. ‘De huidige technologie maakt het zeer eenvoudig beeldmateriaal te verzamelen en te posten via sociale media. Daarbij speelt onvrede over de effectiviteit van de politie ook mee. Als de politie weinig of niets met een zaak doet, frustreert dat. En dan kunnen burgers denken: dan doe ik het zelf wel.’

Schikking 

Enkele dagen na hun confrontatie belde Kees Bob op om te schikken, alléén voor die lekke band. Hij had inmiddels van de politie begrepen dat hij niet verdacht werd van de andere schades. Bob moest dan wel het filmpje van Facebook halen, vond Kees. Bob weigerde dit te doen en verhoogde het schadebedrag in eerste instantie naar 7.500 euro. ‘Ik reken 165 euro per uur naar m’n klanten, hoe lang denk je dat ik al met die flauwekul bezig was?’

Na een fikse discussie stemde Bob toch in met het voorstel van Kees: Kees betaalde hem 1.000 euro, voor de band en een aantal onkosten. Het geld dat Bob had uitgegeven aan zijn 4K-camera’s was daarmee niet gedekt.

Na de Facebookpost waren er enkele dorpsgenoten die Kees ‘een held’ vonden, maar de meesten keken hem met de nek aan. Sommigen zeiden hem ineens geen gedag meer. In september was het nog prachtig weer, maar Kees zat lang niet zo vaak meer in zijn voortuin.

Hoewel de politie geen autokrasser in hem zag, draaide de roddelmachine in het dorp op volle toeren. Want had Ilpendam niet eerder last gehad van een krasvandaal? Zo’n twintig jaar geleden? Regelmatig werden toen op zondag de auto’s bij het voetbalveld van SV Ilpendam beschadigd. En woonde Kees destijds niet vlak bij het voetbalveld?

Ook mijn familie deed van de ene op de ander dag anders tegen Kees. Mijn vader stopte niet meer bij zijn huis voor een praatje. Soms reed hij zelfs om. ‘Ik merkte dat ik die man eigenlijk niet wilde zien’, zegt hij. Mijn tante had een soortgelijke reactie toen ze naar de glasbak fietste tegenover Kees’ huis. Zodra ze hem zag staan, maakte ze rechtsomkeert en fietste onverrichter zake met rinkelende flessen weg.

Hans Dekker, al ruim dertig jaar eigenaar van het Wapen van Ilpendam, is niet actief op Facebook en heeft het bewuste filmpje van Kees dan ook nooit gezien. Maar in zijn café gonsde het van de geruchten over Kees. ‘Hij moet het dorp uit’, zei de een. ‘Ik had het altijd al gedacht’, zei de ander.

Hans is naar Kees gegaan en heeft gezegd: ‘Je bent een lul.’ Kees beaamde dat. Waarop Hans zei: ‘Goed, dan moet het nu klaar zijn.’

Roddels

Niet alle confrontaties verliepen zo vergevingsgezind. André, een veiligheidsagent van eind 20 en een kennis van Kees – zijn bootje ligt in de sloot voor Kees’ huis – las de reacties op Facebook en ging met de beste bedoelingen naar hem toe. ‘Ik las allemaal erge dingen als: ‘We moeten hem ophangen en stenigen op het dorpsplein’, zegt André. ‘Ik vond het een aardige kerel en ik was bang dat iemand een steen door zijn voorruit zou gooien.’

Maar toen Kees alles begon te ontkennen tegen André, sloeg de sfeer meteen om. In een impuls pakte André zijn telefoon en begon het gesprek op te nemen. Met een mix van verbazing, teleurstelling en woede in zijn stem zei hij tegen Kees: ‘Ik wil gewoon dat je zegt: ‘Ja, André, ik heb het gedaan.’’

Kees: ‘Ik weet dat jij overtuigd bent dat ik het gedaan heb…’

André: ‘Ja, ik zie het toch!’

Kees: ‘… maar dat is niet zo.’

Ook deze opname verspreidde zich als een olievlek door het dorp, dit keer via WhatsApp. André: ‘Voor mijn part prikte hij elke dag een band lek, daar was ik niet boos over, maar hij stond gewoon in mijn bek te liegen.’

Tja, verklaart Kees zijn reactie een half jaar later: ‘Ken jij iemand die meteen bekent?’

Het was een zeer stressvolle tijd, zegt Petra over de maanden na de misstap van haar man en de roddels die daarop volgden. ‘Ik dacht: ik wil verhuizen. Zo’n gevoel had ik.’ Daarbij was ze ook boos op Kees. ‘Hij is eigenlijk helemaal niet zo’n type.’

Maar goede vrienden hebben ze er niet door verloren, zegt Kees.

‘Er zijn vijf, zes mensen die me niet meer gedag zeggen. Maar daar sta ik ver boven.’

Geen strafzaak 

Dat de lekgeprikte band slechts een incident was, een ‘moment van verstandsverbijstering’, wil er bij Bob Soederhuizen nog altijd niet in. ‘Ilpendam heeft een paar jaar lang last van een autokrasser, maar na 30 augustus is er geen kras meer gezet in dat dorp. Dat is wel heel opvallend.’

Tot grote ergernis van Bob liet de officier van justitie in september weten dat hij een strafzaak tegen Kees niet nodig vond, want: ‘De kans is erg klein dat hij nog een keer de fout maakt.’ Of de sociale gevolgen van de Facebookpost bij dat besluit waren meegewogen, liet de officier in het midden.

De politie laat weten dat er inderdaad na 30 augustus geen meldingen van beschadigingen meer zijn binnengekomen, en ook mijn vader heeft sindsdien geen bekraste auto’s meer in zijn garage gehad, maar Kees houdt vol dat hij daar allemaal niets mee te maken heeft. ‘Vijfhonderd procent zeker van niet’, zegt hij. Petra is daar ook van overtuigd: ‘duizend’, voegt ze eraan toe.

Wat Kees betreft kan er nu wel een streep worden gezet onder alle toestanden. ‘Ik ga van de zomer weer lekker op m’n bankje zitten. In het zonnetje.’

Ook mijn vader wil het hele gebeuren graag afsluiten. Hij zegt Kees inmiddels weer gedag. Binnenkort gaat hij weer eens een praatje met hem maken.

Kees, Petra en André zijn gefingeerde namen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden