De bakfietsende GroenLinkser kent wel een arme allochtoon, maar geen PVV-stemmer

In Nederland bestaat al een aantal jaren aandacht voor de kloof tussen hoger en lager opgeleiden. Demograaf Jan Latten hield in 2005 zijn oratie 'zwanger van segregatie'. Mark Bovens en Anchrit Wille schreven vorig jaar hun ophefmakende boek Diplomademocratie. Maar wie die laagopgeleiden precies zijn, wat hen scheidt van hun beter geschoolde landgenoten en waar ze zich bevinden, dat bleef meestal in het vage.

Percentage hogeropgeleiden gecorrigeerd op niet-westerse allochtonen. Opvallend is de concentratie van gemeenten met veel hoger opgeleiden rondom Utrecht. De kaart komt sterk overeen met het patroon van steun voor groene partijen, met de as Alkmaar-Nijmegen en concentraties rond steden elders in het land. Bron: CBS, Compendium voor de Leefomgeving. Foto de Volkskrant

De Amerikaanse politicoloog Charles Murray publiceerde eerder dit jaar zijn boek Coming apart. Zijn stelling is kortweg dat goed opgeleid, welvarend, succesvol Amerika zich van de lagere middenklasse heeft afgekeerd. De rijken besturen weliswaar het land maar ontmoeten de mensen over wie het gaat nauwelijks meer. Zoals bijna al zijn boeken werd ook Coming apart omstreden, omdat hij het alleen over blank Amerika wilde hebben. De aandacht voor ras is zo overweldigend, was het idee, dat daardoor het zicht op het Amerikaanse idee van vrijheid en gelijke kansen werd benomen.

In het Volkskrant-artikel 'De kloof is wit' en op bijgevoegde kaarten hebben wij iets dergelijks als Murray geprobeerd. Op het eerste gezicht is er vooral veel anders in Nederland dan in de VS. Een egalitaire samenleving, waar de inkomensverschillen in de verste verte niet lijken op die in Amerika. De grote scheiding wordt evenwel zichtbaar als je de methode van Murray toepast en alleen naar de autochtonen kijkt. De rechtvaardiging van de statistische correctie vindt u hierna op de site.

Alle kaarten behorend bij het stuk 'De kloof is wit' in de Volkskrant van 1 en 2 september staan hier.
(Gemaakt door electoraal geograaf Josse de Voogd)

Het belangrijkste is de politieke kaart. Wij hebben de gegevens van de Tweede Kamerverkiezingen in 2010 gebruikt. Ook in Nederland blijkt het contact tussen hoog en laag bedroevend. De uitdrukking daarvan was altijd de Partij van de Arbeid. Solidariteit met de onderklasse werd traditioneel uitgeruild met 'comfort' voor de middenklasse. Op de gecorrigeerde kaart blijkt dat verband vrijwel verdwenen en is de PvdA echt de partij van de allochtonen geworden.

Het westen van het land is rijk, hoog opgeleid, onderhoudt een stabiel gezinsleven. In 2010 kleurde West-Nederland al voor een belangrijk deel VVD-blauw. De PvdA bleef wel de grootste partij in de steden. Gecorrigeerd voor de allochtone stem, is de PvdA met name in Zuid-Holland weggevaagd. Succesvol Nederland volgens de criteria van Murray (opleidingsniveau, werken dan wel uitkering, huwelijk dan wel eenoudergezinnen, criminaliteit en kerkelijkheid), is verder progressief Nederland, dat de 'green belt'domineert die van Haarlem over het Gooi naar Arnhem/Nijmegen loopt. En opmerkelijk: ook de 'bible belt' ruwweg van Middelburg naar Meppel, waar de christelijke deugden in acht worden genomen, doet het nog altijd goed.

Het Nederland waar het slecht gaat, is geografisch naar de marge geduwd. Noord-Oost Groningen, Limburg, West-Brabant en de groeikernen zoals Purmerend, Almere Spijkenisse. De PVV is in het Waterweggebied en in Den Haag de grootste geworden. Kijken we naar een aantal detailkaarten volgens de criteria van Murray dan zie je hoe autochtoon Nederland finaal uiteenvalt. Hoger opgeleiden wonen vaak dichtbij allochtonen in de steden. Maar de scheiding tussen de blanke hoger en lager opgeleiden is wel degelijk scherp. De bakfietsende GroenLinkser kent wel een arme allochtoon, maar geen PVV-stemmer.

Verantwoording project 'Murray in Holland'


Correcties

Voor deze publicatie zijn gegevens per gemeente of per buurt gecorrigeerd op de aanwezigheid van allochtonen. Dit gaat als volgt in zijn werk. Als voorbeeld nemen we hier het percentage uitkeringen onder autochtonen. We nemen het percentage uitkeringen in een gemeente en het percentage allochtonen. Van het totale percentage uitkeringen in een gemeente trekt men af het landelijke percentage allochtonen met een uitkering maal het percentage allochtonen in een gemeente. Het getal dat overblijft moet vervolgens nog gedeeld worden door het percentage autochtonen in een gemeente.

De som wordt dan: percentage autochtonen in uitkering = (percentage uitkeringen in gemeente - percentage allochtonen in gemeente*landelijk percentage allochtoon in uitkering)/percentage autochtonen per gemeente

In de correcties nemen wij aan dat de percentages voor allochtonen in elke gemeente of buurt gelijk zijn. In werkelijkheid zullen deze percentages echter net als onder autochtonen verschillend zijn. Met uitzondering van specifieke gevallen is hier maar weinig over bekend. Het gevolg van de toegepaste rekenmethode zal zijn dat het percentage allochtonen met bijvoorbeeld een uitkering in een betere wijk waarschijnlijk te hoog wordt ingeschat, en voor autochtonen dus te laag. In een slechte wijk zal dit andersom zijn. Een treffend voorbeeld vormen de criminaliteitscijfers. Bij de drie grote steden krijgen we uitkomsten voor autochtone criminaliteit die onder nul liggen. Hieruit kunnen we dus meteen ook concluderen dat allochtonen in de grote steden gemiddeld minder vaak crimineel zijn dan elders in het land. Verder zijn er in werkelijkheid verschillen tussen groepen allochtonen die in de berekeningen niet zijn meegenomen. In een wijk met veel Surinamers en Antillianen, groepen die bekend staan om hoge percentages eenoudergezinnen, zal het percentage autochtone eenoudergezinnen overschat worden, terwijl dit in wijken met veel Marokkanen andersom zal zijn.

Bij een deel van de berekeningen is gecorrigeerd op niet-westerse allochtonen, bij een ander deel met alle allochtonen. Dit hangt samen met de beschikbaarheid van data. In het geval van het thema criminaliteit is gerekend met de hoeveelheid misdrijven per 1000 inwoners in plaats van met percentages. Wat betreft de som komt dit op hetzelfde neer. Bij de percentages eenoudergezinnen is eerst gecorrigeerd op het percentage gezinnen in een gemeente. Voor de correctie van de verkiezingsuitslag is onderscheid gemaakt tussen westerse en niet-westerse allochtonen. Bij de uitkeringen zijn tot slot bijstand en overige uitkeringen los van elkaar berekend en weer opgeteld. Dit omdat er in de bijstand in verhouding zeer veel allochtonen zitten terwijl het verschil bij overige uitkeringen nihil is.

Meer over