De babyboomer krijgt een hip verzorgingshuis

Door

Dit was het oude zorgcentrum De Rietvinck: een non-descript woonblok van vier verdiepingen met gevels van vale, lichtrode baksteen. Het versleten interieur, in muf geel en oranje, verstopt achter de vitrages voor de ramen. De entree, krap en donker, weggemoffeld aan de smalle Vinkenstraat in de Amsterdamse Jordaan. Een dertien-in-een-dozijn bejaardentehuis zoals de meeste mensen dat, helaas, kennen.


En dit is het nieuwe De Rietvinck: een ensemble 'nieuwe' grachtenpanden op een van de mooiste plekken van Amsterdam, de chique Brouwersgracht. Zwart en grijs geoliede gevels, wit geschilderd houtwerk, kloeke puntdaken. Met een royale, glazen entreepartij en een strak, wit interieur met hier en daar een Jordanees accent - een grote fauteuil, goudgebloemd behang, een staande klok. Wie het gebouw binnenstapt, krijgt het gevoel te zijn beland in de lounge van een hip hotel.


Het gebouw was bijna gesloopt; niemand kon zich voorstellen dat het met dit versleten pand nog wat zou worden. Projectontwikkelaars hadden al interesse getoond voor de locatie; wie wil er niet een paar dure appartementen bouwen aan de gracht? Gelukkig is dat niet gebeurd. Want De Rietvinck, door Marc Prosman architecten in opdracht van de OsiraGroep gerenoveerd, is nu een van de beste voorbeelden van de veranderingen die zich in de ouderenhuisvesting voltrekken. Van een zorginstituut waar je verblijft, veranderen steeds meer bejaardentehuizen in een thuis waar je wordt verzorgd.


Ouderenhuisvesting is dé architectonische opgave van de toekomst, naast hergebruik en duurzaamheid. Immers, de bevolking krimpt, maar dankzij de vergrijzing neemt het aantal ouderen verhoudingsgewijs toe. In de gemeentes die het meest krimpen, zal in 2025 ruim een kwart van de bevolking bejaard zijn. Er zullen de komende jaren dus extra bejaardenwoningen en plaatsen in tehuizen gerealiseerd moeten worden - het is een van de weinige sectoren in de bouw die, ondanks de economische crisis, nog groeit.


De vraag verandert ook. Senioren wonen tegenwoordig het liefst zo lang mogelijk zelfstandig, en als ze uiteindelijk in een verzorgingstehuis belanden, is de behoefte aan zorg meestal groter. Dat vraagt om een andere organisatie van de gebouwde omgeving.


Hoe krijg ik zoveel mogelijk bedden in een gebouw? Dat was de vraag die architecten zich voorheen in de eerste plaats stelden. 'Het was passen en meten om elke vierkante millimeter te benutten', vertelt architect Marc Prosman. De reden daarvoor is dat zorginstellingen verplicht waren nieuw- of verbouwplannen door het College bouw zorginstellingen (het Bouwcollege) te laten toetsen. Voldeed het ontwerp aan de (strikte) normen van het Bouwcollege, en pasten de bouwkosten binnen de vastgestelde eisen, dan werden de huisvestingskosten vergoed door de overheid.


Prosman: 'Daardoor kreeg je overal dezelfde 'optimale' gebouwen: drie of vier lagen hoog, kamers van 3,80 meter breed, een goedkope baksteen gevel met een paar erkers. Aspecten, zoals de werking van kleur en licht, werden vaak vergeten.'


Tot vorig jaar, toen het bouwregime afgeschaft werd en de ouderenzorg vrijgegeven aan de markt. Een belangrijke ingreep. 'Dit is het begin van een verandering in de zorgarchitectuur', meent architect Marc Prosman.


Natuurlijk werd er voor de wijziging van de zorgwet door vooruitstrevende zorginstellingen, woningbouwverenigingen en architecten al wel geëxperimenteerd met nieuwe concepten. Een doorbraak in de sector was het in 1996 opgeleverde Bergwegcomplex in Rotterdam, het eerste woonzorgcomplex (wozoco) in Nederland, in opdracht van Humanitas gebouwd door EGM architecten. Een tweede ijkpunt is de wozoco in Amsterdam-Osdorp van MVRDV, gerealiseerd in opdracht van Woningbouwvereniging Het Oosten (1997). Een spectaculair gebouw waar enorme volumes ruim elf meter uit de gevels steken. Dit was het bewijs dat ook ouderenhuisvesting gepaard kan gaan met spannende architectuur.


Maar als ambitieuze architect moest je maar afwachten of een opdrachtgever open stond voor zo'n ontwerp. De redenatie was dikwijls dat als het Bouwcollege een plan goedkeurde, het gebouw ook goed was. Nu zijn instellingen zelf verantwoordelijk voor het beheer en de financiering van hun gebouwen. Dat geeft een geheel nieuwe visie op de ontwikkeling van vastgoed en de rol van architectuur. Ging alle aandacht voorheen uit naar de instelling, nu gaat het allereerst om de persoonlijke wensen van de consument. Zodoende zie je een variatie aan typologieën ontstaan: 'ouderwetse' bejaardenhofjes, zorgboerderijen, stadsappartementen en wijkjes in de sfeer van een luxe vakantie-oord.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden