DE BABYBOOM OP ZIJN TOP

Mannelijke babyboomers vormen de ruggengraat van de Nederlandse bestuurlijke elite. Ze werden gelovig opgevoed, studeerden rechten of economie en onderscheidden zich al vroeg van het gewone volk, in het corps....

Man, blank, religieus opgevoed, universitair afgestudeerd en corpslid, werkzaam (geweest) bij bedrijfsleven of overheid, actief in tien bijbanen en geboren in het babyboomjaar bij uitstek, 1946. Ziedaar de doorsnee vertegenwoordiger van de bestuurlijke elite van Nederland, zoals die voortkomt uit de enquête die TNS Nipo in opdracht van de Volkskrant hield onder vierhonderd invloedrijke Nederlanders, van topondernemers tot wetenschappers en van senatoren tot cultuurpausen. De enquête geeft voor het eerst in bijna veertig jaar – in 1972 verscheen als uitvloeisel van de zogeheten ‘200 van Mertens’ de studie Graven naar macht – een beeld van de hedendaagse vaderlandse elite. Het profiel van de ‘bovenlaag’ laat zich lezen als een handleiding hoe de top te bereiken.

Afkomst Nederland mag dan een egalitair land zijn, de betere kringen blijken nog altijd goed vertegenwoordigd in de bestuurlijke elite die het land richting geeft. Ruim een kwart van de 278 respondenten op de enquête is afkomstig uit de hogere burgerij, 3 procent is van adel. Bijna eenderde van de elite is dus nog steeds van goede komaf, veel meer dan de demografische omvang van deze groepen binnen de totale bevolking rechtvaardigt.

Het grootste deel, iets meer dan de helft, komt echter uit de middenklasse, voor wie de top dus ook goed bereikbaar is. Maar socioloog Jaap Dronkers (Europees Universitair Instituut, Florence) maakt daar wel een kanttekening bij. ‘Bij dit soort vragen wordt al snel middenklasse ingevuld. Hogere burgerij klinkt zo aanmatigend. ’

Leeftijd Toeval of niet: het grootste cohort van de bestuurlijke elite is geboren in het babyboomjaar bij uitstek, 1946. De gemiddelde leeftijd is ook zestig jaar. Driekwart is geboren tussen 1940 en 1955, een kwart is de pensioengerechtigde leeftijd gepasseerd. Dat hoge grijze gehalte is verklaarbaar: met het klimmen der jaren worden kennis en contacten steeds groter, wat wordt verzilverd in een reeks nevenfuncties. Niettemin komen ‘jongeren’ er amper aan te pas : maar 10 procent is jonger dan vijftig.

Vrouwen De bestuurlijke elite is nog altijd een echt mannenbolwerk. Slechts 15 procent is vrouw. ‘Dat kun je wel te weinig vinden, maar in het onderzoek van bijna veertig jaar geleden kwam geen enkele vrouw voor’, zegt Dronkers. ‘Vrouwen hebben de doorbraak gemaakt, zo simpel is het.’

De vrouwen in de elite zijn met 56 gemiddeld vier jaar jonger dan de mannen. Vrouwen werken ook vaak bij de overheid – slechts eenvijfde van de vrouwelijke respondenten komt uit het bedrijfsleven.

Religie Ruim eenderde van de bestuurlijke elite is katholiek opgevoed, ruim meer dan hervormd (eenvijfde) of gereformeerd (eentiende). Dat is goed verklaarbaar, zegt de Rotterdamse politicoloog Rinus van Schendelen, zelf van roomse huize. Mensen met een katholieke achtergrond zijn geknipt voor de bestuurlijke elite. ‘Soms oppert iemand een bepaalde oplossing, en dan kijk ik hem diep in de ogen en dan zeg ik: ‘‘jij bent een roomse rakker’’. Dat geven ze dan trots toe. Wat dat is? Katholieken zijn altijd optimistisch en niet bezwaard met een groot schuldgevoel. En ze kunnen een probleem kantelen of verplaatsen – naar een ander. Het geloofselement is vrijwel weg, maar de streken zijn er nog altijd.’

Op één plek moeten de roomsen de hervormden voorlaten: bij het koningshuis. Van de leden van de elite die persoonlijk contact hebben met de Oranjes, is 27 procent hervormd – vanouds het geloof van de regenten – grootgebracht.

Driekwart van de bestuurlijke elite is religieus opgevoed. Opvallend is dat 46 procent van de vrouwen niet-religieus is opgevoed, tegen 20 procent van de mannen. Humanisten (3 procent) en joden (1 procent) vormen een kleine minderheid. Moslims ontbreken.

Studie Een academische studie is onontbeerlijk om de top te halen: 84 procent van de bestuurlijke elite is afgestudeerd, van wie 27 procent ook is gepromoveerd. Nederland is een diplomaland: slechts 9 procent heeft nooit gestudeerd. Carrièretechnisch zijn rechten (eenderde van de bestuurlijke elite) en economie (ruim een kwart) de beste studies. Bijna de helft van de respondenten die bij de overheid werkt, deed rechten, gevolgd door economie en politicologie. Rechten blijkt ook een probaat middel om het glazen plafond te doorbreken. Bijna de helft van de vrouwen in de bestuurlijke elite is jurist.

Voor de top van het bedrijfsleven is economie de geijkte studie, gevolgd door rechten en bedrijfskunde. Elite-universiteiten kent Nederland niet echt. Studeren deed de elite vooral in Amsterdam (ruim een kwart, VU en UvA), op enige afstand gevolgd door Utrecht, Leiden, Groningen en Rotterdam. De top van het bedrijfsleven studeerde ook relatief vaak in Delft.

‘Ik heb rechten gedaan in Leiden en achteraf bleek dat toonaangevend te zijn’, zegt voormalig Akzo Nobel-topman Kees van Lede. ‘Zo waren Herman Tjeenk Willink van de Raad van State en oud-minister Pieter Winsemius jaargenoten van me. Mijn theorie is dat het in golven gaat. Je hebt bijvoorbeeld ook een Nijmeegse golf gehad, met Van Agt en Van Voorst. En ik voorspel dat over vijftien, twintig jaar een golf Groningers veel in de melk te brokkelen zal krijgen.’

Socioloog Dronkers ziet dat anders. Hij verwacht op termijn vooral mensen in de top die (deels) in het buitenland hebben gestudeerd.

Corps Het belang ervan wordt tegenwoordig vaak gerelativeerd, maar het corps of de studentenvereniging is een prima opstap naar een elitepositie; althans in de periode 1965 - 1975, toen het gros van de bestuurlijke elite afstudeerde. Ruim tweederde is lid geweest van een studentenvereniging; bij de top van overheid en bedrijfsleven zelfs driekwart, waarbij bijna viervijfde ook echt van het corps: ASC/ AVSV (Amsterdam), Minerva (Leiden), Vindicat (Groningen) en het Utrechts en Delftsch Studentencorps worden het meest genoemd.

‘Het is ongelooflijk dat nog zo’n groot deel van deze elite van het corps komt’, zegt socioloog Dronkers, die onderzoek deed naar studentenverenigingen. ‘Dat bevestigt mijn stelling dat het onderscheid in Nederland niet tússen universiteiten ligt, zoals in het buitenland, maar erbinnen: corps of niet.’

Vier op de tien respondenten zeggen in de enquête deze contacten van vroeger nog geregeld te treffen. Ruim een vijfde zegt die contacten bovendien nog aan te wenden in zijn huidige functies.

‘Ik heb tegen mijn kinderen gezegd: ga bij het corps, bij de hockeyclub. Daar wilden ze niets van weten’, zegt oud-CDA-senator en topadvocaat Willem Stevens. ‘Maar mijn zoon is nu aan het afstuderen en heeft er toch een beetje spijt van. Op de universiteit worden banden voor het leven gesmeed. Heb je een vent dertig jaar niet gesproken, is het meteen Jan en Piet en praat je weer door. Of hij nu vuilnisman is, of directeur.’

Volgens de Amsterdamse politicoloog Eelke Heemskerk, die promotie-onderzoek deed naar de elite in het bedrijfsleven, neemt het belang van de corpora de laatste tijd weer toe. ‘Het is weer oké om je te onderscheiden van het volk. In het corps leer je te organiseren, af te zien en te functioneren – of excelleren – binnen een hiërarchische organisatie. Heel belangrijk allemaal om later carrière te kunnen maken. Het is geen ticket to the top, maar het helpt wel.’

Nevenfuncties Zeven op de tien leden van de bestuurlijke elite zijn nog actief in hun hoofdfunctie. Maar vooral in het bedrijfsleven is de pensionering het moment om de invloedssfeer uit te breiden: 44 procent heeft geen hoofdbaan meer, maar wel gemiddeld tien bijbanen. Bij de overheid is driekwart nog actief in de hoofdfunctie, maar ook hier ligt het gemiddeld aantal nevenfuncties op tien.

Een druk bestaan, zo bevestigt de enquête. De bestuurlijke elite is gemiddeld 3,5 avond per week op pad, de helft van de tijd dus. ‘Het woord elite roept iets gemakkelijks op’, zegt VVD-burgemeester Geert Dales van Leeuwarden. ‘Vergeet het maar. Om invloed te krijgen en te houden, moet er vooral heel erg hard worden gewerkt.’

De elite ontmoet elkaar het liefst in restaurants. Kantoor of thuis zijn ook populaire plekken om zaken te doen. De golfbaan niet: slechts 2 procent van de respondenten ontmoet er zijn relaties.

Netwerken Niet op de golfbaan dus, maar in ‘eetclubjes’ of herenclubs treft de elite elkaar: informele gezelschappen van toppers uit vooral het bedrijfsleven. Het aantal commissariaten per persoon is ingeperkt is door de code-Tabaksblat, waardoor ze elkaar minder frequent zien. Verder zijn toezichthouders en aandeelhouders steeds actiever, en komen er steeds meer buitenlanders in de top van het bedrijfsleven. Allemaal oorzaken van de groeiende behoefte bij de vaderlandse corporate elite aan gelegenheden waar men ongestoord onder elkaar kan zijn. Bijna de helft van de bestuurlijke elite is lid van een of meer van deze informele clubjes, zo blijkt uit de enquête.

Er zijn er vele tientallen, variërend van eenvoudige kookbijeenkomsten van vrinden tot oude, eerbiedwaardige genootschappen als de Pijp en de Schoorsteen. Ze komen een paar keer per jaar bijeen in kasteeltjes, hotels of restaurants, maar dan wel in chambres séparées. Toetreden kan alleen als je gevraagd wordt en alle andere leden na een briefje hebben aangegeven geen bezwaar te hebben – zo blijven de insiders onder elkaar.

Die insiders bezweren zelf dat het vooral onschuldige gezelschappen zijn. ‘Bij die herenclubjes – hoewel, er zitten tegenwoordig ook dames in – wordt er veel gegeten, gedronken en gepraat’, zegt oud-CDA-senator Willem Stevens. ‘Er is altijd een goede spreker, gevolgd door een discussie. De kosten worden omgeslagen, en dan gaan we weer naar huis.’

Maar zo simpel is het niet, zegt de Amsterdamse politicoloog Eelke Heemskerk. ‘Wat er nog rest van het ‘old boys network’ speelt zich af in deze clubjes. Het zijn consensus building factories: je kunt je ideeën afstemmen, de standpunten aftasten. Je staat aan de top van het bedrijf en je wilt met gelijkgestemden praten over pakweg het ontslagrecht. Dat kan niet even snel op een receptie. Hiervoor heb je een lederen fauteuil nodig, een goede sigaar en een knapperend haardvuur. Dat doe je dus in het informele circuit. Die clubs onttrekken zich aan de waarneming, en dat willen ze graag zo houden.’

Dat blijkt ook uit de enquête. Van alle vragen aan de vierhonderd invloedrijken kreeg die naar het lidmaatschap van eetclubjes de hoogste non-respons: 11 procent wil er niets over zeggen. Maar volgens Stevens gaat het allerminst om besloten gezelschappen, waar de old boys elkaars wereldbeeld bevestigen. ‘We willen er juist graag andersdenkenden bij. Ik heb zelf bijvoorbeeld voor een clubje Leon de Winter erbij gehaald. Peter R. de Vries? Nee, die zouden deze kringen toch afhouden. Discretie is het sleutelwoord. Deze clubs zijn de kogellagertjes, ze houden de netwerken gesmeerd.’

Vooral liberalen bevolken de eetclubjes. Links heeft ze niet of nauwelijks. ‘Dat is veel ongezelliger volk’, zegt oud-FNV-voorzitter Lodewijk de Waal, ooit spreker bij de Pijp. Wat natuurlijk niet betekent dat progressief Nederland niet netwerkt. Zo belde De Waal na zijn afscheid met Humanitas-directeur Marius Ernsting (GroenLinks) of hij iets kon betekenen. ‘Nou, ik ga zelf weg, zei Marius toen. Toen dacht ik: Kip, ik heb je’, aldus De Waal, die binnenkort begint als Humanitas-directeur.

Levensstijl Doe maar gewoon, is ook het motto van de bestuurlijke elite. De degelijke en statige Volvo blijkt de favoriete auto (15 procent) van de top, op korte afstand gevolgd door BMW, Audi, Peugeot en Mercedes. Uitbundiger werk als Bentley, Lamborghini of Ferrari wordt niet genoemd. Wel rijden twee respondenten een Jaguar.

In het bedrijfsleven zijn BMW en Audi (elk 19 procent) favoriet, gevolgd door Volvo en Mercedes, bij de overheid Volvo en Peugeot (elk 15 procent), gevolgd door BMW, Saab en Renault. PvdA’ers hebben iets tegen Duitse merken: ze kiezen Volvo, Renault en Peugeot. CDA’ers rijden juist Audi, BMW en Mercedes, VVD’ers BMW, Volvo en Audi. De vrouwen binnen de elite kiezen Franse merken.

Ook in de keuze van vakantieland lijkt de bestuurlijke elite op het volk. De favoriete bestemming is Frankrijk (een kwart), gevolgd door Italië en Zwitserland. ‘Wij hebben een burgerlijke elite’, zegt politicoloog Eelke Heemskerk. ‘Geen upper class met pracht en praal, zoals in andere landen.’

Woonplaats De bestuurlijke elite woont vooral in de Randstad, en dan met name de vier grote steden: Amsterdam is met 15 procent (vooral bedrijfsleven en semi-overheid ) favoriet. De buitenlandse bazen wonen ook graag in de grachtengordel. Den Haag staat met 9 procent (vooral overheid) twee. Wassenaar bevestigt zijn status van elitedorp: 4 procent van de elite woont er. Ook Aerdenhout en het Gooi zijn in trek. ‘Handig wel. Bij korte ontmoetingen gewoon hier op straat kun je toch even snel een paar punten bespreken’, zegt oud-Ahold-bestuurder Rob Zwartendijk, die in Blaricum woont. ‘Even de meningen afstemmen.’

België is uit. De fiscale voordelen voor vermogenden zijn minder geworden. ‘En je bent vooral je vrinden kwijt’, zegt Zwartendijk. ‘De meesten zijn weer terug.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden