Interview

De baby van Esther werd doodgebeten door de hond van opa en oma: ‘Zij hebben ook gedacht: dat doet mijn hond niet. Maar je hond doet het wel’

null Beeld

Jaarlijks worden tienduizenden mensen verwond door een hond. Meestal loopt het met een sisser af. Maar zo’n tweehonderd keer is er sprake van een ziekenhuisopname, of erger. Zoals in het geval van Esther. In 2019 werd haar baby doodgebeten door de hond van opa en oma. Nu vecht ze het besluit van het OM aan om haar zaak te seponeren.

‘Je moet nú naar huis komen’, zegt mijn man aan de telefoon. ‘Robin is gebeten, Robin gaat dood.’ Het is zeven minuten voor twee en ik ben op mijn werk. Ik denk: hij overdrijft. Dat Robin is gebeten door de Duitse herdershond van opa en oma geloof ik meteen. Maar dood?

‘Die ochtend heb ik mijn zoontje van acht maanden nog vastgehouden, vlak voordat ik naar mijn werk ging. Hij was om tien over zes wakker geworden, we hebben even lekker geknuffeld.

‘Nu voel ik blinde paniek. Half struikelend over mijn spullen ren ik de trap af. Een collega brengt me weg. Onderweg zegt ze: dit is je grootste angst, hè. Ik had haar eerder verteld over mijn schoonouders, die op dinsdag altijd oppassen. Ik heb gezegd dat ik hun hond wel eng vond, maar dat we goede afspraken hebben gemaakt. Mijn kind mag niet over de grond kruipen als de hond in de kamer is. Ze hadden beloofd een muilkorf aan te schaffen. En wij hebben zelfs een box voor hen gekocht, zodat Robin daarin kan.

‘Als we aankomen bij het huis van mijn schoonouders in Diemen, ren ik de auto uit en roep om mijn kind. Maar een agent houdt me tegen. ‘Bent u de moeder?’ Ja, ik wil naar binnen. ‘Ze zijn met Robin bezig, ze zorgen goed voor hem’, zegt hij. Door het raam probeer ik een glimp op te vangen. Ik zie alleen maar hulpverleners.

‘Niet veel later verschijnt mijn man. Zijn shirt onder het bloed. Het enige wat ik denk: mijn kind gaat het redden. Dat Robins leven aan een zijden draad hangt, dringt niet tot me door. Ook niet als hij even later naar buiten wordt gedragen. Zo’n klein kindje op een grote brancard. Ik ben in shock.

‘Robin wordt naar de ambulance gebracht. We passen er niet bij – er is te veel mankracht nodig om Robin stabiel te houden. Mijn man en ik gaan in een politiebusje zitten. Een agent brengt ons naar het ziekenhuis, wordt ons verteld. Maar er gebeurt niks. De ambulance blijft staan. Ga dan rijden, verdomme, ga dan rijden, denk ik. Waarom rijdt de ambulance niet? Later blijkt dat Robin dan een hartstilstand heeft. De eerste.’

. Beeld .
.Beeld .

Ernstig letsel

Op dinsdag 22 oktober 2019 wordt Esthers zoon Robin gebeten door een hond, op 24 oktober – in de nacht van woensdag op donderdag – overlijdt hij. Voor het eerst doet de 38-jarige Amsterdamse haar verhaal. ‘Want dit kan elke ouder overkomen. Mijn schoonouders hebben ook gedacht: dat doet mijn hond niet. Maar je hond doet het wel.’

Hoeveel mensen jaarlijks ernstig verwond worden door honden, is onduidelijk. Het laatste grootschalige onderzoek dateert uit 2008. Uit een steekproef van TNS Nipo bleek destijds dat er naar schatting 150 duizend ‘bijtincidenten’ per jaar zijn, in totaal telt Nederland 1,5 miljoen honden. Meestal loopt het af met een sisser. Uiteindelijk zoeken jaarlijks zo’n 50 duizend mensen medische hulp, in 30 duizend gevallen is er sprake van ernstiger letsel – in enkele gevallen heel ernstig.

Zo beet in 2016 een Amerikaanse staffordshireterriër een 6-jarig meisje in het gezicht in Amsterdam, raakte in 2019 een vrouw in Rotterdam zwaargewond na een aanval door drie staffordshireterriërs en werd in december vorig jaar een 18-jarige Haagse urenlang geopereerd na een aanval door een pitbull, in de hoop haar gezicht te redden. Eind februari moest de brandweer een man en vrouw uit hun Bredase flat bevrijden, nadat ze door hun agressieve hond waren aangevallen. Ze hadden het dier in de gang opgesloten om eraan te ontkomen, nadat hij de vrouw al had verwond. En eind maart werden drie mensen, onder wie een meisje van 12, in een woning in Terneuzen aangevallen door eveneens een staffordshireterriër. In een interview met de regionale krant PZC vertelden de ouders dat hun hond Beer ineens door het lint ging. ‘Zijn blik stond op oneindig, heel eng. Hij bleef op ons afkomen.’

Op 22 oktober 2019 speelde Robin op de grond bij zijn opa en oma toen hun herdershond hem greep. Op 24 oktober overleed hij aan zijn verwondingen. Beeld Linelle Deunk
Op 22 oktober 2019 speelde Robin op de grond bij zijn opa en oma toen hun herdershond hem greep. Op 24 oktober overleed hij aan zijn verwondingen.Beeld Linelle Deunk

Recentere cijfers zijn er niet, blijkt uit een rondgang langs onder meer de politie en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Op verzoek van de Volkskrant analyseerde Veiligheid NL daarom de gegevens van veertien spoedeisendehulpafdelingen uit de zogenoemde LIS-database. Hoewel het lastig blijkt precieze aantallen te noemen, belandden de afgelopen jaren naar schatting jaarlijks rond de 1.800 slachtoffers op de spoedeisende hulp na een hondenbeet. Bij zo’n 200 patiënten was het letsel zo ernstig dat ze opgenomen moesten worden in het ziekenhuis. De meeste patiënten hadden een open wond na een beet, een enkele maal ging het om een fractuur. Volgens cijfers van het CBS stierven de afgelopen tien jaar vijf mensen na een aanval door een hond, drie van hen overleden in 2019.

Deskundigen vrezen dat het aantal bijtincidenten de komende jaren alleen maar verder zal toenemen. Door het vele thuiszitten vanwege de pandemie is het aantal mensen dat een hond aanschaft gestegen, stellen ze. ‘Maar het kopen van een puppy is niet hetzelfde als het kopen van een bankstel. Een goede puppytraining is essentieel voor de socialisatie en het voorkomen van gedragsproblemen. Alleen zijn die trainingen er nu juist niet’, zegt Anouk Duijnker, specialist dierencriminaliteit bij de politie.

Ook Nienke Endenburg, als docent verbonden aan de Utrechtse faculteit diergeneeskunde, ziet dit met lede ogen aan. De meeste ernstige incidenten worden veroorzaakt door zogenoemde hoogrisicohonden, denk aan rassen zoals bulls en terriërs, of kruisingen ervan. ‘Deze honden schudden en scheuren als ze bijten, dat is echt foute boel. Ze bijten om te doden, dat zit in hun dna. Hoogrisicohonden moet je echt zien als een wapen.’

‘Dat neemt niet weg’, zegt Endenburg, ‘dat je alert moet blijven bij álle honden. Ik zeg altijd tegen ouders: laat kinderen tot 6 jaar nooit alleen bij een hond, dat geldt voor alle soorten. Duitse herders vallen bijvoorbeeld niet onder de categorie hoogrisicohonden, maar ze zijn wel groot en hebben veel kaakkracht.’

Na haar scheiding heeft Esther ook in haar nieuwe huis het kamertje van Robin weer ingericht, omdat de verhuizing zo snel volgde op het verlies van haar zoon.  Beeld Linelle Deunk
Na haar scheiding heeft Esther ook in haar nieuwe huis het kamertje van Robin weer ingericht, omdat de verhuizing zo snel volgde op het verlies van haar zoon.Beeld Linelle Deunk

Somber

‘Robin heeft de operatie dinsdagmiddag overleefd, maar de verpleegkundigen blijven met hem bezig. Op zijn kamer gaat het ene na het andere piepje af.

‘De volgende dag, op woensdag, laten de artsen de scans zien. De rechterkant van Robins hersenen zijn nagenoeg doorboord, er zijn bloedingen, botfragmenten. De artsen zeggen: we zien het somber in.

‘Ik gil, val op mijn knieën op de grond, de tranen blijven stromen. Twee artsen lopen snikkend de kamer uit.

‘Even later volgt het definitieve gesprek. Als de arts zijn handen op tafel legt, denk ik: nú gaat hij zeggen dat het goed komt. Maar hij zegt: ‘We kunnen niets meer doen, Robin gaat dood.’ Ik voel de grond onder mijn voeten verdwijnen.

‘We mogen mensen bellen om afscheid te nemen. Mijn man wil zijn ouders uitnodigen, maar ik wil mijn schoonouders niet zien. Ze komen toch. Ik wil van alles tegen ze roepen op de gang, maar zie ook dat ze helemaal stuk zijn. Dus ik zeg niks. Mijn schoonmoeder trilt als een rietje, de vingers van mijn schoonvader zitten onder de pleisters. Een kennis die in het ziekenhuis werkt, trekt me mee en zegt: ga nu naar je kindje toe.

‘Ik loop door de ziekenhuisgang en denk: dít is de laatste keer dat ik door deze gang loopt terwijl Robin nog leeft.

‘Ik vraag: mag ik hem vasthouden? Ik trek mijn shirt uit, mijn bh uit en ga bij Robin liggen. Met hem dicht tegen me aan. Ik trek de deken over ons heen en zing een liedje voor hem. Ik wil hem niet alleen laten gaan.

‘Dan komt iedereen een voor een binnen voor het afscheid. Ook mijn schoonouders komen. Het is dubbel. Aan de ene kant denk ik: kijk maar wat je hebt gedaan. Aan de andere kant wil ik hun ook een andere laatste blik op Robin bieden, zodat hun laatste herinnering niet die van dinsdag in hun woonkamer is.’

Vervolging afdwingen

Er is nog een reden waarom Esther samen met haar advocaat Wendy van Egmond naar buiten treedt. Via een artikel-12-procedure wil ze afdwingen dat haar inmiddels ex-schoonouders worden vervolgd. Ze is het oneens met het besluit van het Openbaar Ministerie om de zaak te seponeren.

Volgens justitie namen de ex-schoonouders geen onaanvaardbaar risico door de Duitse herdershond zonder muilkorf in één ruimte te laten met de baby. Ze zouden, gezien de geschiedenis van de hond, niet hebben kunnen voorzien dat hij Robin zou grijpen, aldus het OM. De hond had bovendien alle trainingen met goed gevolg doorlopen en het ras staat, volgens justitie, niet bekend als gevaarlijk.

Met dit oordeel is Esther het niet eens. De schoonouders hebben Robin tegen de afspraak in op de grond laten spelen toen de hond in de kamer was, stelt ze. En dat terwijl ze wisten dat de Duitse herder ‘een gevaarlijk beest’ was. ‘Hij had al eerder gebeten, hij heeft zelfs een keer de kat van mijn schoonouders zo ernstig gebeten dat die daarna moest worden afgemaakt.’

Wat Esther en haar advocaat betreft is het Openbaar Ministerie te terughoudend als het gaat om bijtincidenten met honden. ‘Er zijn genoeg voorbeelden van auto-ongelukken waarbij de veroorzaker het ongeluk echt niet had gewild, maar waarbij justitie toch heeft vervolgd’, zegt Van Egmond.

Navraag bij het OM leert dat jaarlijks gemiddeld tweehonderd bijtincidenten met dieren worden beoordeeld. De cijfers gaan niet specifiek over honden, maar aangenomen kan worden dat verreweg de meeste zaken daarop betrekking hebben. Gemiddeld volgt in 35 procent van de zaken een sepot wegens gebrek aan bewijs, in zo’n 45 procent van de gevallen moet de eigenaar van het dier zich bij de rechter verantwoorden. Volgens een woordvoerder is justitie niet terughoudend bij vervolgingsbesluiten, maar wordt bij het maken van de afweging in elke zaak onder meer gekeken naar de voorgeschiedenis van de hond, de aard van het letsel en hoe de eigenaars hebben gehandeld.

Esther: ‘Dit had nooit mogen gebeuren. Maar wat ook niet mag gebeuren, is dat Robin voor niets is gestorven.’ Beeld Linelle Deunk
Esther: ‘Dit had nooit mogen gebeuren. Maar wat ook niet mag gebeuren, is dat Robin voor niets is gestorven.’Beeld Linelle Deunk

Toch zijn Van Egmond en Esther niet de enigen die de indruk hebben dat het OM terughoudend optreedt. Ook Nienke Endenburg van de Universiteit Utrecht ziet dat zo. De specialist in de relatie tussen mens en dier stelt dat die terughoudendheid vooral te verklaren is doordat incidenten met dieren veel meer emoties oproepen dan bijvoorbeeld auto-ongelukken. ‘Mensen kunnen heel veel van een hond houden. Na bijtincidenten zeggen veel hondenbezitters: hij is 95 procent van de tijd wel lief en het lag niet aan de hond. De kat liep gewoon in de weg of de mensen die hij beet, gedroegen zich raar, zeggen ze dan. Daardoor wordt het gesprek een stuk lastiger. Maar je kunt je hond niet vrijpleiten door een ander de schuld te geven.’

Ook advocaat Iaira Boissevain bespeurt terughoudendheid, maar niet alleen bij het OM. De afgelopen jaren heeft ze veel cliënten bijgestaan in zaken waarin honden andere dieren ernstig hadden gebeten – ze is niet betrokken bij de zaak van Esther.

‘Ook rechters oordelen mild in de zaken waarin wel is vervolgd’, stelt ze. Boissevain kan zich boos maken over het gebrek aan urgentie in zaken waarin honden dieren ‘aan flarden scheurden’, of ‘kinderen voor het leven verminkten’. Als voorbeeld noemt ze een uitspraak in de zaak van het 6-jarige meisje dat in 2016 in een Amsterdamse binnentuin aangevallen werd door een staffordshireterriër die niet veel eerder was geadopteerd uit het asiel. Deze hond had al ‘een bijtgeschiedenis’, bij de nieuwe eigenaar was bekend dat ‘boosheid een struikelblok’ was voor het dier. ‘Blijkbaar vond men het geen probleem om deze gevaarlijke hond te plaatsen in een appartementencomplex vol kinderen. De eigenaar nam de hond mee naar de gesloten binnentuin, maar het meisje klom door de spijlen van het hek en de hond greep zich vast in haar gezicht. Zij is nu voor de rest van haar leven verminkt.’ De eigenaar van de hond werd vrijgesproken. Boissevain: ‘Volgens de rechter hoefde de eigenaar in een gesloten tuin geen rekening te houden met kinderen.’

Wat Boissevain en Endenburg betreft, schiet de rechtspraak op het gebied van bijtincidenten tekort. ‘De meeste honden zijn natuurlijk hartstikke lief’, zegt Endenburg. ‘Maar er gebeuren ook nare incidenten en daar moeten we iets mee. Ik zal wel de hele wereld over me heen krijgen als ik dit zeg, maar er is geen ruimte voor hoogrisicohonden in de Nederlandse maatschappij. Het is hier te druk. Op elke straathoek kom je wel een andere hond of een kind tegen. Je kunt die honden wel socialiseren met de juiste training, maar er hoeft maar één prikkel van een ander dier of kind te komen en dan gaat het alsnog mis.’

Dit is dus een maatschappelijk probleem, benadrukt Esthers advocaat Van Egmond. ‘Het gaat ons in de artikel-12-procedure ook niet om het straffen van de voormalige schoonouders. Je kunt iemand veroordelen zonder straf op te leggen. Maar we vinden wel dat de schoonouders willens en wetens een heel groot risico hebben genomen door de grote, sterke hond los te laten bij een baby. Wat we van de rechter willen weten is: in hoeverre ben je als hondeneigenaar verantwoordelijk?’

null Beeld Linelle Deunk
Beeld Linelle Deunk

Afscheid

‘Als iedereen afscheid heeft genomen van Robin, komt ook mijn man erbij liggen in het ziekenhuisbed. We knuffelen die woensdagavond met z’n drieën en we vallen in slaap. Ik droom een alledaagse droom, dat we met z’n drieën uit eten gaan alsof er niks aan de hand is.

‘Maar in één keer schrik ik wakker. Ik lig weer naast Robin met al z’n slangetjes. Om half één ’s nachts zegt iets in me: we moeten je laten gaan.

‘Ik maak mijn man wakker. Het ziekenhuispersoneel koppelt de beademing af, het geluid van de monitoren wordt uitgezet, het beeld wordt omgedraaid. We houden Robin vast en ik praat zachtjes tegen hem. Even ben ik bang dat hij een stikkende beweging zal maken, dat hij niet wil gaan. Maar ik hoor helemaal niks. Geen laatste adem, geen zuchtje. Ik voel de tranen over mijn wangen.

‘In de eerste dagen na zijn overlijden ben ik vooral bezig met Robin en zijn uitvaart. Later, denk ik, zal ik precies te horen krijgen van mijn schoonouders wat er op die fatale dinsdag is gebeurd.

‘Op dat moment ga ik er nog van uit dat het een ongeluk was, dat de deur niet goed dichtzat en dat de hond de kamer in is geglipt. Dat is voor mij de enige logische verklaring. Waarom zou de hond anders in de kamer zijn? We hadden toch afspraken gemaakt?

‘Twee weken heb ik dat gedacht. Maar na de uitvaart hoor ik via via ineens iets anders: dat een van mijn schoonouders Robin op de grond had neergezet terwijl de hond al in de kamer was en dat de hond hem toen greep.

‘Mijn man vindt dat het een ongeluk was en dat zijn ouders niets te verwijten valt. Maar bij mij knapt er iets. Niets te verwijten? Ik bel de politie, er loopt een onderzoek en ik vraag om inzage. Maar het dossier kunnen ze me nog niet geven.

‘Ik ga naar mijn schoonouders en vraag: waarom hebben jullie Robin op de grond gezet terwijl de hond in de kamer was? Mijn schoonvader reageert verontwaardigd en zegt: wij hebben ook een trauma, we zijn ons kleinkind verloren. Maar bij mij gaat het licht uit: hoe idioot hebben jullie kunnen zijn? Achteraf misschien niet verstandig, maar ik ben zo boos, zo radeloos, zo verscheurd van verdriet. Ik ben mijn kindje voor altijd verloren. Ik wil precies weten wat er is gebeurd, zonder details kan ik niet verder.’

Overheidstaak

Hoewel Esther vindt dat de verantwoordelijkheid voor bijtincidenten in eerste instantie bij hondeneigenaars ligt – ‘zij voeden de dieren op’ – had ze gehoopt dat er vanuit de overheid meer zou zijn gebeurd om dit probleem tegen te gaan. ‘Ik ben nu meer dan een jaar verder. En de reactie is voornamelijk: o wat erg en sterkte ermee. En dat is het dan. Er is naar aanleiding van Robins dood helemaal geen maatschappelijk debat hierover gevoerd. Maar dit moet in de toekomst echt anders. Als ouder wil je rustig met je kind in het park kunnen lopen, of je kind bij een oppas achterlaten, zonder je zorgen te hoeven maken over een dobermann, pitbull, een herder of een hond van welk ras dan ook.’

In 2018 kondigde demissionair minister Carola Schouten (LNV) een reeks maatregelen aan om bijtincidenten terug te dringen. Aanleiding was destijds een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer, waarin deskundigen voorstellen deden om het probleem te bestrijden. Want, stelt ook jurist Boissevain, dit is niet alleen iets wat politie en justitie achteraf kunnen oplossen. ‘Als ik op de fiets stap, kan ik zorgen voor goede remmen en verlichting. Ik kan veiligheidsmaatregelen nemen, maar ik kan mezelf niet beschermen tegen een dronken automobilist. Het is aan de overheid om daarvoor preventieve maatregelen te nemen en daarop vervolgens te controleren. Zo is het ook met gevaarlijke honden: als zo’n hond mij of mijn kind aanvalt, begin ik niks. Dat is echt een overheidstaak.’

Maar nu, tweeënhalf jaar later, is het nog onduidelijk wanneer en hoe de meeste maatregelen worden ingevoerd. ‘Er zijn enkele toezeggingen gedaan, maar er is nog niks echt veranderd’, aldus een woordvoerder van de Koninklijke Hondenbescherming.

Reden: de aanpak van problematische honden blijkt in praktijk best lastig. ‘Nadat we in 2018 met z’n allen hadden afgesproken dat het beter moest, keken we vervolgens in een zwart gat. Want wat zijn een gevaarlijke hond en een ernstig bijtincident precies? Hoe registreer je dat? En welke informatie mogen instanties onderling uitwisselen?’, zegt Anouk Duijnker van de politie. ‘Het is een probleem waarmee ook het ministerie enorm in de maag zit’, voegt Endenburg toe. ‘Neem alleen al de muilkorfplicht die een gemeente kan opleggen aan een gevaarlijke hond. Als de hondeneigenaar verhuist, verhuist die maatregel niet automatisch mee.’

Het blijkt al een lastige klus om een lijst met kenmerken van hoogrisicohonden samen te stellen. Endenburg: ‘Je denkt al snel aan pitbulls, maar er zijn ook veel ‘kruisingproducten’. Die herken je niet als hoogrisicohonden. Als je een hazewindhond kruist met een pitbull, ziet hij eruit als een hazewindhond, maar heeft hij wel het genetisch materiaal van de pitbull.’

Om het probleem beter in beeld te krijgen, liet het ministerie de afgelopen jaren meerdere onderzoeken uitvoeren. Zo is onderzoek gedaan naar trainingen voor hoogrisicohonden en het nut van een dna-database. Daarin kan het genetisch materiaal van agressieve honden in kaart worden gebracht en afstammingsonderzoek worden verricht. Hierdoor kan het makkelijker worden om te controleren op het fokverbod voor agressieve dieren. Bovendien zijn er cursussen ontwikkeld voor politie en gemeentelijke toezichthouders en komt er een landelijke database waarin gemeenten en politie informatie uitwisselen over bijtincidenten en gevaarlijke situaties met honden. Ook wordt het ‘aanhitsen’ van een hond (als de eigenaar bijvoorbeeld ‘Pak ze’ roept, of niets doet om de aanval te stoppen) binnenkort als misdrijf aangemerkt. Nu is het nog een overtreding.

Wat Boissevain betreft zijn de inspanningen van de overheid vooralsnog onvoldoende. Ze hoopt dat het nieuwe kabinet doortastender optreedt. ‘Er is niets mis mee om van het aanhitsen van een hond een misdrijf te maken, maar in de praktijk schiet je er niets mee op. Aangezien de houder meestal doorloopt, niet aanwezig is, de aanvalshond ‘ontsnapt’ is of ‘nooit een vlieg kwaad deed’, is er zelden sprake van aantoonbare aanhitsing. Ook de grootouders bij de doodgebeten baby hebben ongetwijfeld de hond niet ‘aangehitst’, maar dat maakt voor de baby niet uit.’

Anouk Duijnker van de politie erkent dat de aanpak van het probleem ‘een enorme puzzel’ is. ‘Om het aantal bijtincidenten te verminderen moet je je niet richten op één type hond, houder of incident en op één type maatregel.’

Het dossier

‘Vorig jaar februari is er nog een poging geweest tot mediation met mijn schoonouders, maar veel verder zijn we niet gekomen. De afspraken over de hond die de kamer uit moest als Robin op de grond werd gezet? Die hadden we helemaal niet zo duidelijk gemaakt, stelden ze tijdens dat gesprek. Op mijn overige vragen over wat er was gebeurd, werd slechts summier geantwoord.

‘Ook mijn huwelijk is inmiddels voorbij. Mijn ex-man wilde het contact met zijn ouders behouden. Ik kon dat niet, het vertrouwen is weg. Hij vroeg het onmogelijke van mij en ik van hem.

‘Inmiddels heb ik de antwoorden op mijn vragen wel. Niet van mijn schoonouders, maar van de politie. Begin dit jaar kreeg ik het afgeronde onderzoeksdossier. Meteen vanaf pagina 2 staat precies wat er is gebeurd: mijn schoonmoeder heeft Robin op de grond gezet. Zij liep naar de keuken om boodschappen op te ruimen, mijn schoonvader zou op Robin letten. Robin kroop naar de hond. Die greep hem. Mijn schoonvader heeft twee tot drie minuten nodig gehad om de hond te doen loslaten. 120 tot 180 seconden.

‘Dit had nooit mogen gebeuren. Maar wat ook niet mag gebeuren, is dat Robin voor niets is gestorven. Daarom wil ik dat een rechter naar deze zaak kijkt. Honden kunnen hartstikke lief zijn. Maar het kan ook anders aflopen.’

Reactie ex-schoonouders

‘Dit drama kent alleen maar slachtoffers, Robin en de ouders voorop’, laten de advocaten van de voormalige schoonouders van Esther weten in een reactie. Inhoudelijk kunnen ze niet op het artikel reageren, omdat ‘de zaak kennelijk nog onder de rechter’ is. Maar, stellen ze, ‘de weergave van de omstandigheden in het artikel is naar onze mening niet geheel correct. Wat beschreven wordt, komt niet overeen met wat de grootouders, in ons bijzijn, tegenover de politie hebben verklaard.’

Volgens de advocaten zien ze ook bij hun cliënten ‘onpeilbaar leed. De aangifte van Esther, kort na het overlijden van Robin, kwam voor cliënten als een mokerslag, al voelen ze mee met het verdriet van hun schoondochter. Zij vinden dat ze strafrechtelijk niets verkeerd hebben gedaan en vinden het vreselijk dat ze als verdachten zijn aangemerkt. De verhoren bij de politie hebben cliënten als zeer zwaar ervaren. Toen het Openbaar Ministerie besloot de zaak te seponeren, anderhalf jaar na de dramatische gebeurtenis, hoopten cliënten te kunnen beginnen met de verwerking van hun trauma en, stukje bij beetje, hun leven weer wat op te pakken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden