De auto achter de schrijver

Ook uit zijn autokeuze blijkt dat Jan Wolkers een liefhebber was.

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

Zeg me welke auto u rijdt en ik zal u zeggen wie u bent. Iedere schrijver zijn eigen autobiografie. Zo bezat Harry Mulisch in de jaren zestig een olijfgroene Triumph TR5 cabriolet, waarmee hij, de kalfslederen handschoenen om het stuur geklemd, door Amsterdam reed toen de provo's tegen het stadsbestuur in opstand waren gekomen. 'Herrie Mulles' was volgens Gerard Kornelis van het Reve niets meer dan 'een gemotoriseerde relletjesvoyeur'.

W.F. Hermans reed een blauwe maandag in een roomkleurige Morgan, een schitterende lage sportwagen die de schrijver haast met zijn billen over het asfalt liet schuren. 'Wop, wop, krak en woep - op één wiel kon je de bocht door, ontzettend snel.' Het liep niet goed af. Bij een inhaalmanoeuvre sloeg Hermans met de Morgan over de kop. Wonderschrijver ongedeerd, auto total loss.

Jan Wolkers haalde pas laat zijn rijbewijs. In 1960, 34 jaar oud, net nadat zijn tweede vrouw, Annemarie Nauta, dochter van een autohandelaar, hem had verlaten. Zijn eerste auto was een grijze Riley, die al snel wegroestte in de Amsterdamse regen. Vervolgens kocht Wolkers een hoekige Munga DKW Jeep, die hij na lezingen soms vol lipstick-mondafdrukken terugvond. Die auto tochtte zo dat zijn jonge vriendin Karina haar voeten in een doosje zette als ze ergens naartoe gingen.

Na de Munga kocht Wolkers twee maal een splinternieuwe Citroën DS. Het eerste strijkijzer, kenteken 56-35-ES, lichtblauw metallic met zwarte leren banken, werd twee maal gestolen. De eerste keer werd de DS na drie dagen door de politie teruggevonden. De tweede maal, op 15 oktober 1972, zag Wolkers een paar dagen na de diefstal zijn eigen auto rijden op de Prins Hendrikkade en zette de achtervolging in. Uit de DS kwamen achtereenvolgens tevoorschijn: de dief, een alarmpistool en een nylonkous. De dief had de auto voor een overval willen gebruiken, maar was de moed verloren. Hij was stiekem opgelucht dat hij door de bestsellerauteur werd ingerekend.

Met de tweede DS kreeg Wolkers een ongeluk, waarbij Karina haar neus brak. 'Op de voorrangskruising voorbij de brug over de Stadionkade', schreef hij in De doodshoofdvlinder, 'zag hij plotseling van links een kegel van melkwit licht met grote snelheid uit de mist op zich afkomen. Toen de motorkap en de voorruit. Een fractie van een seconde het verstarde gezicht van een meisje dat er tegenaan gedrukt werd.'

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Hij houdt daarover een dagboek bij - waarvan we in delen de notities presenteren.

Daarna kwamen twee Jaguars, een grijze en een groene. Ze waren onwaarschijnlijk duur in het onderhoud. Toen de tweede Jaguar op Texel begon te schimmelen omdat Wolkers er waterplanten in klotsende terraria in vervoerde, reed hij de laatste jaren van zijn leven in een oude, champagnekleurige Volvo 240 die eigendom was geweest van de Zweedse ambassadeur in Nederland.

Wolkers had in zijn Zweedse auto een heilig vertrouwen, getuige de reclameleus die hij bedacht voor op lijkwagens: 'Had ik VOLVO gereden / dan was ik op dit kruispunt niet overleden.'

Jan is dood, maar zijn auto leeft. Karina rijdt er nog elke dag mee over het eiland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden