De asielmachine

Vijf jaar deed Volkskrant-redacteur Toine Heijmans verslag uit de wonderlijke wereld van asielzoekers in Nederland. Morgen ontvangt minister Verdonk, in een Amsterdams asielzoekerscentrum, het eerste exemplaar van het boek dat hij erover schreef: De asielmachine....

Op een dag vol motregen duw ik de deur open van bungalow 97. Het is eenhouten vakantiebungalow op een ruim, groen, rustgevend park tussen Drontenen Kampen, midden in het niemandsland van de Nederlandse polder. Het hadevengoed niet kunnen bestaan. De slagboom gaat er zomaar omhoog en dan moetje stapvoets het terrein oprijden vanwege de kinderen die er met hunfietsen over een asfaltweggetje slingeren. Het zijn bijna allemaal donkerekinderen, en het zijn er veel.

Achter de deur van bungalow 97 staat Elzabeta. Ze is een vrouw vanvierentwintig geworden. Wat grappig, zegt ze. Wat grappig dat je ons hierhebt teruggevonden. We zijn er nog allemaal, hoor. Kom binnen want hetregent.

Het is vijf jaar geleden. De zigeunerfamilie Hazir baadt nog steeds invrolijkheid - 'anders waren we gek geworden', zegt moeder Hanka, die eenklapzoen geeft. Het rijtjeshuis in Hoorn waar ik ze toen tegenkwam en dathen enigszins gelukkig had gemaakt, moesten ze verlaten voor opnieuw eenreizigersbestaan. Nu wonen ze in een kleine bungalow die ze delen met eenAfghaanse vrouw en haar dochter. Die kregen wel een verblijfsvergunning,maar nog geen plek om te wonen. Daar moet de gemeente voor zorgen. Ook datkan jaren duren.

Moeder Hanka en haar vijf kinderen. Zoon Emran is een puber van 15geworden met een rode bandana om zijn hoofd. Farida (17) werd kapster,Ferdi (20) studeert, Elmas (26) doet niks. Elzabeta deed het vmbo, maarheeft het laatste jaar niet afgemaakt. Een diploma zou haar niet verderhelpen. 'Gewoon in een supermarkt werken achter de kassa! Dat lijkt mefantastisch.' Later zegt ze: 'Al mijn dromen doven uit.'

De Hazirs zijn de eersten die ik terugvind. Ik zoek de mensen die ik hadontmoet tijdens een kleine wereldreis door Nederland, begin 2000. Het wasmijn eerste reportage over asielzoekers. Drie dagen reed ik met fotograafMarcel van den Bergh het land door. We wilden weten wat voor mensen hetwaren. Hoe ze woonden, wat voor leven ze leefden. Het was de tijd dat decentra bomvol zaten.

Ik was verbijsterd: iedereen deed alsof het normaal was, die Chinezenin Groningen, Palestijnen in Huissen, Afghanen op Texel. Maar het was nietnormaal.

In die wereldreis van drie dagen zat zo'n beetje de hele asieltragiekbesloten. Mensen voor een slagboom. Mensen met kinderen. Mensen diestatenloos zijn en daarom niet bestaan. Mensen die in leegheid leven.Liegende mensen. Gestoorde mensen. Vrolijke mensen. Mensen die hun dromenstukslaan op bureaucratie. Mensen afhankelijk van liefdadigheid. Mensen dieweg moeten maar niet gaan. Mensen die lang, heel lang wachten en vaak, heelvaak verhuizen - zoals de Hazirs.

In hun bungalow staan tassen klaar: vanochtend kwam de brief met hetnieuws dat ze na vier maanden Dronten opnieuw verhuizen. Naar een caravanin Wapenveld. Emran heeft, vertelt hij met een grijns, op twaalfverschillende scholen gezeten. Wapenveld wordt nummer dertien.

Ze zitten om de witte plastic klapstoel die als tafel dienst doet.Moeder Hanka heeft een asbak gehaald en een vers pakje Marlboro, ze heeftkoffie gezet, dezelfde zware, zwarte koffie als toen in Hoorn, en koekjesen appels uit een kast gehaald. Vakantieservies. Oranje limonade. Hebbenze geen spijt, probeer ik. Hebben ze het niet aan zichzelf te wijten, datlange wachten, door maar te blijven geloven in een Nederlandse toekomst?

Welnee. Ze zijn, zeggen ze, Nederlanders geworden tegen alle wetten in.'Als we terug moeten', zegt Elzabeta, 'is het allemaal voor niks geweest.Denk je dat ik die taal goed spreek? Je mag daar niet eens in korte rokjeslopen, of zo, het is echt een achterlijke cultuur daar. Haha!'

Ze lachen allemaal, en hard.

Van de dertien gezinnen uit de reportage vind ik er vijf terug - of kanik althans achterhalen wat er met ze is gebeurd. Het lijkt alsofasielzoekers met de tijd vervagen, wat trouwens weleens werkelijk gebeurt.Bijna duizend waren er spoorloos, vertelde de toenmalige IND-directeur DickSchoof in 2001. Ze waren ergens ondergebracht, maar niemand wist preciesmeer waar. Dat was niet goed geadministreerd. Dan stel je je een gezin voorals de Hazirs, tot in de eeuwigheid wachtend op een brief die niet komt,omdat ze uit de boeken zijn verdwenen.

Nederland was nogal in de war geraakt toen begin jaren negentig eengigantische stroom buitenlanders binnenkwam. Allemaal op de vlucht,vertelden ze, voor oorlog en misère. Er waren echte vluchtelingen bij.Anderen kwamen voor geluk of geld, of allebei. Of in elk geval omdat zehadden gehoord dat er geluk en geld te halen viel in dit deel van Europa.Nederland was een magneet geworden en de vluchtelingenstatus het enigeentreebewijs.

Er moest wat gebeuren. Wat er gebeurde, was dat Nederland eenasielmachine bouwde, een sorteerband die de echte vluchtelingen van deneppers scheiden kon. Een eigenaardig apparaat dat moest meedeinen op degolven van de internationale migratie en de eigen, wispelturigebinnenlandse politiek. Het werd een ingewikkelde machine, want alles moestzorgvuldig worden afgewogen. Er kwamen veel ambtenaren aan te pas,rechters, advocaten, vluchtelingenwerkers, politici, politieagenten. Ermoest kennis vergaard van de halve wereld. Welke stam in Somalië liepgevaar, welke niet? Kon iemand uit Bagdad zomaar teruggestuurd naar hetKoerdische noorden van het land? Er moest een nieuwe wet komen, eenVreemdelingenwet, die strenger werd dan ooit tevoren. Die deed wat hijmoest doen: de stroom asielzoekers droogde in een paar jaar op.

Over de asielmachine is veel te zeggen. De Hazirs zullen het eenonrechtvaardige machine vinden, als ze straks zijn afgewezen. De ambtenarenvan de immigratiedienst zullen altijd volhouden dat ze hun werk zorgvuldigen onbevooroordeeld doen - ook al gebeurt dat niet altijd. Waar het opneerkomt, is dat de asielmachine nooit rechtvaardig kán zijn.Rechtvaardigheid bestaat niet onder asielzoekers. Het feilloos kunnenscheiden van echte en pseudo-vluchtelingen is een politieke utopie.

De asielmachine die Nederland zo streng heeft gemaakt, werd niet gebouwdom echte vluchtelingen van de pseudo's te scheiden. Hij werd gebouwd omNederland te beschermen tegen nog eens zo'n invasie van vreemdelingen. Hijmoest een boodschap uitdragen: geen plek voor gelukszoekers. Die'signaalfunctie van het beleid', veroorzaakt door de angst voor een'aanzuigende werking', is de drijvende kracht geweest achter hetasielbeleid - en niet de wens een veilige haven te zijn voor vervolgden.De asielmachine is vooral een hek van schrikdraad, opgetrokken langs degrens.

Degene die dat mooi verwoorden kon, was Ruud Lubbers, die ik sprak inGenève toen hij nog Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van deVerenigde Naties was. Hij noemde het Nederlandse asielbeleid 'hard en inzijn uitwerking hardvochtig', het terugsturen van ex-asielzoekers en hunkinderen 'inhumaan'. Hij zei: 'Als je terugdenkt - en ik was erbij hoor,dat is best cru - dan zie je dat we te laat hebben ingegrepen. Gevolg isnu een harde opstelling. We praten elkaar na: te veel mensen kloppen aanonze grens. We zijn daarin een tikje doorgeslagen. Er is paniek: het huisstaat in brand, we moeten er onmiddellijk uit. Dat is overdreven.'

Het was dezelfde Ruud Lubbers die in 1986 iets anders had gezegd overasielzoekers. Het ging toen over Tamils, en hij was premier. 'Het is mijniet duidelijk', zei hij, 'wat mensen willen in een land dat is ingerichtvoor het houden van Elfstedentochten, en niet het klimaat heeft om onderpalmbomen te vertoeven.'

Ik vroeg hem naar het waarom van de omslag in zijn denken. Hij vond hetniet ingewikkeld uit te leggen. Hij was de premier van Nederland, toen. Ennu was hij, als Hoge Commissaris, de premier van 22 miljoen ontheemden.Andere functie. 'Wat ik zei in 1986 is een voorbeeld van beleid dat ik nubestrijd. Maar ik was premier toen, een politicus. Dan heb je andere dingenom aan te denken.'

Dan vind ik Elias en Fatima terug. Nummer 64 verschuilt zich in een hooggebouw. Een huurflat. Naamplaatje bij de deur: F. Ali Nuune - E. MaalaanEedan. Inwoners van Hoofddorp sinds 2003. Ze hebben een huis. Dat kan goednieuws zijn. Fatima en Elias waren destijds ondergebracht in hotel KleinCanada in Beekbergen, waar ze mens-erger-je-niet speelden onder wuivendegroene bomen. Ze leefden zes weken in het paradijs. Het driegangendiner,de tennisbaan, de goede zorgen van gastheer Bert die zijn asielzoekersNederlands leerde - het was een mooi welkom, maar ze maakten nauwelijkskans. Somaliërs maken weinig kans, in Nederland.

Ik sta twee keer voor hun deur. De tweede keer klinkt de stem vanFatima. Ze verschijnt met een glimlach op het gezicht en baby Hasan op dearm. Binnen springen Mohamed en Hanna me tegemoet. Drie kinderen. Ze zijngeboren na het goede nieuws. Het is ze gelukt.

'Zo snel!', zegt Elias, die op blote voeten aan komt lopen. 'Het gingallemaal heel snel.' Na Beekbergen woonden ze een paar maanden inasielcentra, 'toen kwam de COA, ze zeiden: je krijgt een status, ik zeg:hé. Nee dat kan toch niet? Wat wil je ons vertellen?'

Nog geloven ze het niet. In Almere zagen ze alleen vertrekkers.'Negatief', zegt Fatima, 'iedereen kreeg negatief.' Veel Somaliërs, de eenna de ander. Elke keer dacht Elias: wat gebeurt er als wij die poort uitlopen, als wij verder moeten reizen? 'Moet ik nu naar Engeland? Dat doende meesten. Daar is het gemakkelijker. Onze buurvrouw had zeven kinderenen die moest ook weg. Ze woonde er al zo lang. Ik zei: oh! Die vrouw moetweg! Ik heb de hele nacht nagedacht, gebeden. De volgende ochtend haddenwe besloten: we gaan naar Engeland.'

Pas toen ze de paspoorten kregen met hun foto's erop, begon het door tedringen. Fatima was net een maand zwanger. Elias is snel ingeburgerd,haalde het diploma heftruckchauffeur, werkte tijdelijk op de bloemenveilingvan Aalsmeer en zoekt nu een vaste baan. Fatima kreeg drie kinderen,spreekt aardig Nederlands en loopt nog steeds op wolken. Elke ochtend voeltals de dag dat ze zich Nederlanders mochten gaan noemen.

'Nederland is moeilijk', zegt Fatima, 'maar hier kun je oplossingenvinden. In Somalië niet.'

Laatst belde een vriend, zegt Elias. Hij was naar Engeland gegaan, maarhad daar geen geluk. 'Hij wist dat we een huis hadden gekregen en wildenaar Hoofddorp komen. Hij hoopte hier te kunnen blijven. Dat is lastig. Ikheb gezegd dat het beter niet kan. Dromen, dromen, dromen. Ze blijvendromen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.