ReportageArmenië

De Armeniërs maken dat ze wegkomen uit Nagorno-Karabach. ‘Blijven is gevaarlijk. Azerbeidzjanen kunnen ons doden’

Voor middernacht dinsdag moeten de Armeniërs weg zijn uit de enclave Nagorno-Karabach, want dan vindt de laatste overdracht aan Azerbeidzjan plaats volgens het vredesakkoord. ‘Blijven is gevaarlijk. Azerbeidzjanen kunnen ons doden.’

Een man verbrandt de spullen die hij niet kan meenemen, terwijl anderen een verhuiswagen volladen in Lachin.  Beeld Anush Babajanyan
Een man verbrandt de spullen die hij niet kan meenemen, terwijl anderen een verhuiswagen volladen in Lachin.Beeld Anush Babajanyan

De volksverhuizing is alleen te bevatten met een glas wodka, al is het pas elf uur ’s ochtends. ‘We zijn weggegeven’, zegt Souren Gushunts, een Armeense supermarkteigenaar in de stad Lachin. Ook zijn ontstelde klanten zoeken steun bij een borrel. Dinsdag om middernacht, zo hebben ze zojuist gehoord, wordt deze regio overgedragen aan Azerbeidzjan. Ook de stad Lachin, hun huizen en de supermarkt.

Souren en zijn stadsgenoten krijgen een coupon voor gratis benzine, voor de autorit naar een nieuwe toekomst op een nog ongewisse plaats. Vertrek op tijd, adviseert het provinciebestuur met klem. Wacht niet tot het laatst. Maar waarheen, vraagt Souren zich af. En hoe moet dat met zijn neefje? Die is dood. Gesneuveld in de strijd, zoals duizenden Armeense militairen. ‘Zijn lichaam is nog niet gevonden.’

Een bloedige oorlog van zes weken tussen Azerbeidzjan en Armenië in de bergregio Nagorno-Karabach is geëindigd in een klinkende overwinning voor Azerbeidzjan. Na bemiddeling door Rusland tekende de Armeense premier Nikol Pasjinjan een vredesakkoord waarbij een groot deel van de bergregio overgaat naar Azerbeidzjan. In de nacht van maandag op dinsdag vindt de laatste overdracht plaats.

Oude spanningen

In de 21ste eeuw, aan de buitengrens van Europa, betekent een geplande machtsovername niet automatisch dat de zittende inwoners massaal moeten vertrekken. Maar in de zuidelijke Kaukasus is dat anders. De jongste oorlog heeft hier oude etnische spanningen tot het kookpunt gebracht.

De etnische Armeniërs in Nagorno-Karabach vrezen dat zij gevaar lopen onder het bewind van de Azerbeidzjaanse president Ilham Aljiev. En dus lopen tientallen dorpen leeg. Volgens de autoriteiten in Nagorno-Karabach vertrekken zo’n 40 duizend Armeniërs.

Dit is de zoveelste gedwongen verhuizing die zich afspeelt in Nagorno-Karabach en omgeving in ruim een eeuw tijd. Deze keer zijn het christelijke Armeniërs. Dertig jaar geleden werden islamitische Azerbeidzjanen hier massaal verjaagd. Azerbeidzjanen en Armeniërs, dat is ‘kat en hond’, zegt Gevorg Mnatsakanyan, assistent van de gouverneur in Lachin, terwijl hij een truck laat volladen met zijn meubels. Hij kwam als schooljongen hier wonen, studeerde hier, trouwde. Een maand geleden kocht hij een huis, dat hij nu moet opgeven.

Terwijl Armeense legerkonvooien de buitengebieden van Nagorno-Karabach verlaten, wemelt het op straat van de Russische militairen. Een Russische vredesmacht van tweeduizend man zal hier in elk geval de komende vijf jaar onder meer de bergcorridor bewaken die nu de enige levensader vormt tussen Armenië en het gedeelte van ­Nagorno-Karabach dat onder Armeens bestuur blijft. Deze zogenoemde ­Lachin-corridor loopt straks pal door Azerbeidzjan.

‘Een provocatie’

Ruim twee weken na het staken van de gevechten liggen in de berm nog steeds uniformresten, laarzen en kogelwerende vesten, toegedekt met het eerste dunne laagje sneeuw. Armenië stelt het officiële dodental op 2.425. Zeker honderden soldaten zijn vermist. Azerbeidzjan doet geen mededelingen over het aantal slachtoffers.

Bij de toegang van de burchtstad Sjoesja, ooit de zetel van een islamitisch kalifaat, waar Azerbeidzjan op 9 november de beslissende overwinning behaalde op Armeense troepen, worden beide kampen slechts van elkaar gescheiden door een Russisch checkpoint en een hekje. Dat de vrede hier niet vanzelf in stand blijft, wordt duidelijk als tegen de afspraken in zich twee Azerbeidzjaanse legertrucks tussen het Armeense verkeer persen.

‘Een provocatie’, verzucht de Russische vredesmilitair bij de eerstvolgende controlepost. ‘En niet voor het eerst.’

Op de onverharde wegen rondom Lachin rijden volgepakte Ladaatjes af en aan uit de vijftig dorpen die dinsdag als laatste worden overgedragen aan Azerbeidzjan. De bestuurders nemen mee wat ze kunnen. Brandhout. Knutselwerkjes van de al volwassen kinderen. Een tafel. Poes Mimi.

‘Ze is voor ons het belangrijkste, de kinderen zijn aan haar gehecht’, zegt Lusine Pogosyan, een 32-jarige moeder van zes, vanaf de bijrijdersstoel van een zwarte Lada. In dorpen die vorige week zijn overgedragen aan Azerbeidzjan staken sommige Armeniërs bij vertrek hun huizen in brand. Ze gunden de ­vijand niet het bezit van hun woning. Lusine en haar man Roman Gregorian willen het anders doen.

Hun huis zal achterblijven met de deur open. ‘Zodat de Azerbeidzjaanse familie die straks in ons huis komt wonen, gemakkelijk naar binnen kan’, zegt Roman.

Ruïnes

De bergen zijn bezaaid met de ruïnes van verlaten Azerbeidzjaanse dorpen. In Nagorno-Karabach en omgeving gaan gedwongen verhuizingen en strategische herbevolking hand in hand. De gebieden die nu weer worden teruggegeven, zijn drie decennia geleden rond de val van de Sovjet-Unie veroverd door Armeense strijders. Dat leidde toen tot een exodus van honderdduizenden Azerbeidzjanen.

Aan hun vertrek kwamen indertijd geen Lada’s en benzinecoupons te pas. De meubels konden ook niet mee. Het was lopen door de bergen. Azerbeidzjaanse kinderen en ouderen vroren dood in de sneeuw. Al voor de huidige oorlog had Azerbeidzjan het internationale recht en een stapel VN-resoluties aan zijn kant als het ging om aanspraken op Nagorno-Karabach. Armenië gaf nooit gehoor.

De in de jaren negentig veroverde gebieden zijn uitgegroeid tot een kolonie voor arme Armeense gezinnen. Wie de sprong naar het nieuwe land waagde, werd beloond met gratis elektriciteit, gratis water en vaak ook een gratis huis, achtergelaten door de Azerbeidzjaanse bewoners. ‘We kregen van de overheid een ruïne om op te knappen’, zegt de 72-jarige Araksia Makinyan, die nu noodgedwongen aan het pakken is. Vijf tassen met kleren en de satellietschotel staan al bij de deur.

Haar 31-jarige schoondochter Yepraksiya zit verslagen op een bed. Zij woont hier sinds haar tienertijd. Zo meteen zullen Azerbeidzjanen hier terugkeren. Haar vijf kinderen behoren straks tot de nieuwe generatie vluchtelingen. ‘Ons eerste probleem is nu een ander huis vinden, maar waar?’

Een jonge man trapt de ruiten van een appartementencomplex in Lachin aan diggelen. Tegen de gevel wordt een vuur gestookt met spullen die niet mee hoeven. Vertrek is de enige oplossing, stelt Vahan Ohandjanyan, die zijn vriend helpt verhuizen. ‘Volgens het vredesakkoord kunnen Armeniërs samenleven met moslims. Maar in de praktijk kan dat niet. Het is hier geen Istanbul of Europa.’

‘God zal komen’, meldt de Armeense graffiti op een onttakeld huis in het dal onder een van de oudste kerken ter wereld, de 6de-eeuwse basiliek van Tsitsernavank. Over de overdracht van kerken aan het overwegend islamitische Azerbeidzjan bestaan zorgen. De Russische president Poetin dringt aan op het doorgaan van diensten op deze ‘heilige plaatsen’. Russische vredestroepen maken een nummer van de bewaking van een 13de-eeuws klooster dat geldt als toeristische trekpleister.

Maar bij een bezoek van de Volkskrant aan de afgelegen kerk van Tsitsernavank, een half uur rijden over een onverharde weg door een diep rivierdal, biedt het voormiddeleeuwse gebouw al voor de machtsoverdracht een desolate aanblik. De priester blijkt vertrokken. Het interieur van de kerk is kaalgestript. De deuren zijn verwijderd. De elementen hebben vrij spel op de grijze stenen. Drie Armeense militairen maken filmpjes met hun telefoon. Ze bidden hier voor het laatst.

De boel leegruimen is het beste behoud, meent de 27-jarige Taron Zakaryan, die opgroeide in het naastgelegen dorp. ‘Helaas kan het kruis niet van de toren. Als de Azerbeidzjanen komen, zullen ze vast alles vernielen.’ Samen met de buren hakt hij de hellingen rondom de kerk kaal. De winter is streng in Nagorno-Karabach. Kachelhout is altijd welkom. Anders vallen de bomen toch aan de vijand toe.

Hij durft het niet aan om in het dorp te blijven wonen waar hij sinds zijn kleutertijd woont. ‘Het is gevaarlijk. Azerbeidzjanen kunnen ons doden.’

‘Nieuwe informatie’

Welke Armeniërs moeten weg en wie kunnen blijven? In de chaos van de volksverhuizing weet niemand het meer zeker. Het bestuur van de provincie die dinsdag als laatste wordt overgedragen aan Azerbeidzjan, was er afgelopen week van overtuigd: alle bevolkingskernen moeten worden ontruimd. Ook in Lachin, de stad midden in de straks door Rusland bewaakte Lachin-corridor, moeten alle etnische Armeniërs vertrekken.

Terwijl zijn inwoners bezig zijn om ruiten te vernielen en overwegen om gebouwen in brand te steken, krijgt de gouverneur van de provincie, Musegh Alaverdyan, zaterdag ‘nieuwe informatie’. Alle vijftig dorpen in zijn provincie moeten inderdaad leeg. Maar wie in ­Lachin woont, kan daar voorlopig blijven, vertelt hij in zijn kantoor, waar een goudkleurig gordijn een militaire stafkaart aan het zicht onttrekt. De Russen zullen de Armeniërs in Lachin beschermen.

Denkt hij.

‘Ik ben daar nu zeker van, maar de situatie kan weer veranderen. Dinsdag moet het blijken.’

Op straat is de verwarring compleet. ‘We wachten op orders’, zegt een Armeense militair in vlekkeloos Engels. ‘Om je de waarheid te zeggen, we weten het ook niet.’

In de plaatselijke supermarkt dringt het nieuws door dat de stad Lachin mogelijk voor nu de dans ontspringt. Maar Tina Movsesyan, de echtgenote van uitbater Souren, zegt met holle ogen dat er inmiddels een ander probleem is. Een door henzelf veroorzaakt probleem. Kijk, toen ze hoorden dat ze moesten verhuizen, wilden ze alles doen om de Azerbeidzjanen dwars te zitten.

Dus ze hebben alvast het dak van hun woning gehaald. De deuren verwijderd. En de ramen kapotgeslagen.

Ja, eigenlijk hebben ze hun eigen huis gesloopt. Hoe moeten ze nu nog blijven? Vertwijfeld kijkt ze in de winkel om zich heen. Misschien kunnen de schappen naar voren, overweegt ze, en dan kan er achter een gordijn een bed worden neergezet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden