De Argentinië-connectie

De band tussen de Oranjes en Argentinië is oud en hecht. Prins Bernhard had vele vrienden in het land dat hij voor de Nederlandse handel bewerkte....

HET IS EIND maart 1951. Op het Lago Nahuel Huapi in Patagonië tuft de veerboot Modesta Victoria van Puerto Blest in de richting van het hotel Llao Llao, 25 kilometer van de bekende toeristenplaats San Carlos de Bariloche. Aan boord bevindt zich een gezelschap van tien Nederlanders.

Het is naseizoen in Argentinië, en het vijfsterrenhotel is eigenlijk gesloten. Maar ter gelegenheid van het bezoek uit Europa is het tijdelijk weer geopend: zelfs de hotelkapper zit klaar. Het gaat dan ook niet om zomaar een paar toeristen. Onder hen bevindt zich prins Bernhard die, na een rondreis door Uruguay, Argentinië en Chili, drie dagen komt uitrusten voor hij terugkeert naar Nederland.

De missie van de prins was succesvol. De Argentijnse leider Perón heeft een contract ter waarde van 258 miljoen gulden getekend voor de levering van spoorwagons en locomotieven door Werkspoor. De prins weet dan nog niet dat daarvoor ook dertig miljoen gulden smeergeld is betaald.

Ruim 48 jaar later, in augustus 1999, arriveert een andere Oranje in hotel Llao Llao: kroonprins Willem-Alexander. Hij ontmoet daar Jorge Zorreguieta en diens vrouw Maria del Carmen Cerruti, de ouders van zijn vriendin Máxima, die een buitenhuis bezitten in het nabijgelegen Villa Catedral.

De oude Argentinian connection van de Oranjes krijgt een nieuwe impuls.

Was het toeval dat Willem-Alexander uitgerekend een Argentijnse tegen het lijf liep en in haar de vrouw van zijn dromen én de toekomstige koningin van Nederland zag? Vermoedelijk ontmoetten de twee elkaar voor het eerst op een feest in Sevilla en niets mag worden uitgesloten. Ook blauw bloed kan plotseling gaan koken.

Maar dat er een oude band bestaat tussen de Oranjes - en met name prins Bernhard - en Argentinië staat eveneens vast. In 1949 stelde Bernhard het kabinet al voor hem naar dat land te sturen, om de 'grond voor de Nederlandse handel in Argentinië te bewerken'.

De prins heeft in Buenos Aires een oude vriendin die behulpzaam kan zijn bij het leggen van contacten: Catalina von Pannwitz-Roth, de in 1876 geboren dochter van een schatrijke Duits-Argentijnse grootgrondbezitter en vleestycoon.

De prins kende Catalina al uit zijn jeugd. Als jonge jongen - de prins is van 1911 - logeerde hij met zijn moeder en broer Aschwin regelmatig op de Hartekamp, een landhuis tussen Heemstede en Bennebroek, meestal nadat zij een bezoek hadden gebracht aan de voormalige Duitse keizer in diens huis te Doorn

In 1921 had de familie Smit-Van Gelder de Hartekamp verkocht aan Catalina von Pannwitz, voor 421.858 gulden. Zij trok erin samen met haar 10-jarige dochter Ursula en een stoet bedienden. Catalina was de weduwe van Walter von Pannwitz, voor de Eerste Wereldoorlog een van de belangrijkste adviseurs van de keizer in Berlijn.

Walter von Pannwitz overleed op 8 november 1920 in een van de andere steden waar het echtpaar een huis bezat: de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. Zijn verzameling kunst gold op dat moment als een van de allermooiste privé-collecties ter wereld. Die werd door Catalina in een stoet verhuiswagens geladen en naar Heemstede verscheept.

In Heemstede verbouwde ze in de loop der jaren nog eens voor een slordige miljoen gulden aan het huis. De pracht en praal zijn er nu, zelfs zonder kunstcollectie, nog steeds zichtbaar. In het uit een Venetiaans palazzo gehaalde 'casetteplafond' in de balzaal bijvoorbeeld. In de eetzaal met de spiegelramen en in de 'Gouden Zaal'.

Een andere vaste bezoekster van het huis was Lili Gutmann, die met haar ouders het nabijgelegen landhuis 'Bosbeek' bewoonde. Lili Collas-Gutmann, nu 82, is de kleindochter van de oprichter van de Dresdner Bank, Eugen Gutmann. (Toevallig - of niet - werkte Máxima Zorreguieta van juli 1998 tot juni 1999 op Wall Street bij Dresdner Kleinwort Benson, de zakenbank van de Dresdner Bank.)

Lili Gutmanns vader Fritz, ook bankier, streek in 1918 vanuit Engeland met zijn vrouw Louise baronesse von Landau in Nederland neer. De joodse Gutmanns waren zeer rijk, maar werden door de nazi's beroofd van hun fortuin - en hún kunstcollectie. Fritz Gutmann werd in 1944 vermoord in Auschwitz, zijn vrouw in Theresienstadt. Lili Gutmann had Nederland tijdig verlaten, de journaliste woont sinds 1938 in Florence. 'Mijn ouders waren zeer met Catalina von Pannwitz bevriend. Voor mij was zij tante Käthe.' De Gutmanns kenden ook de broers Von Lippe-Biesterfeld ('die familie had geen cent') nog uit Berlijn.

Lili Gutmann: 'Bernhard was verliefd op Ursula. Hij had graag met haar willen trouwen. Maar zij zag niets in hem. Ursula was een zeer knap meisje, maar had een moeilijk karakter. Enige dochter, een beetje verwend.' Ondanks de teleurstelling bleef Bernhard een vaste gast op de Hartekamp, ook nadat hij zich in 1936 had verloofd met Juliana, en hij verbleef er toen hij in die jaren stage liep bij de Nederlandsche Handelsmaatschappij in Amsterdam.

U

RSULA, die overleed in 1989, trouwde in maart 1940 in Bennebroek met de achtste graaf van Chichester, en Bernhard en Juliana behoorden tot de gasten. De bruid trad het kerkje van Bennebroek binnen aan de hand van Carlos Brebbia, de gezant van Argentinië.

De Hartekamp was toen al jarenlang een plaats van samenkomst voor Duitse aristocraten, diplomaten en museumdirecteuren. De prominentste gast was der Kaiser, Wilhelm II. Hij bezocht de Hartekamp welgeteld 103 keer. Volgens Lili Gutmann was Catalina een 'apolitieke' vrouw, die niets van de nazi's moest hebben. 'Alleen de butler, Ludwig, was een spion van de moffen. Mijn vader zei altijd dat je daar beter niet over politiek kon praten.'

Behalve in Heemstede verbleven Catalina en Ursula von Pannwitz regelmatig in Zwitserland en Argentinië. Die twee landen werden de definitieve vestigingsplaats voor Catalina, nadat zij in 1940 twee schilderijen en een altaarstuk aan rijksmaarschalk Göring had verkocht, in ruil voor 390 duizend gulden, een uitreisvisum én de belofte dat de Duitsers van de Hartekamp zouden afblijven. In de oorlog wapperde op het huis trots de Argentijnse vlag.

Volgens een inmiddels bejaard petekind van Catalina, Dietmar von Pannwitz uit Cañada de Gomes bij Rosario, kreeg Catalina gedurende de oorlog in Argentinië bezoek van haar oude bekende, de prins der Nederlanden. Volgens Von Pannwitz bezocht de prins zijn madrina in 1942. De prins ontkent desgevraagd dat hij al gedurende de oorlog naar Argentinië afreisde.

Hoe dan ook, ook voor Bernhard in 1951 formeel voor de eerste keer dat land bezocht, was het contact al intensief geweest. Toen de prins in het begin van de jaren vijftig bezoek kreeg van een aantal Spanjaarden, complimenteerden die hem met zijn Spaans. 'Al heeft hij wel een licht Zuid-Amerikaans accent.' Een van zijn contacten naast Catalina von Pannwitz - die tot haar dood in 1959 voornamelijk in Argentinië zou verblijven - was de Duits-Argentijn Alfredo Hirsch. Hirsch kende ook Catalina von Pannwitz. In archieven van de Amerikaanse geheime dienst is sprake van een brief uit 1949 van Hirsch aan de oude dame, waarin hij haar meldt dat hij 'gelden heeft overgemaakt aan Juliana', volgens de dienst mogelijk 'fondsen voor Nederlandse hulp'.

Bernhard was zeer geïnteresseerd in de economische mogelijkheden die Argentinië bood, ook voor hem privé. Eind jaren veertig richtte zijn boezemvriend Charles van Houten de NV Commerciële Bank op, die Bernhard als voornaamste cliënt had. De instelling had plannen voor investeringen in Argentijnse ertsmijnen. Maar voor het daarvan kwam, ging de bank in 1951 op de fles.

De Oranjehistoricus J. Kikkert zegt dat hij tijdens een interview in de jaren zeventig van de genoemde Van Houten voor de eerste keer de naam Zorreguieta hoorde. Bernhard zou op enig moment via Catalina von Pannwitz kennis hebben gemaakt met de Baskisch-Argentijnse familie, waaraan hij via een gemeenschappelijke Duitse voorvader (Gaspar Halbach, 1673-1723) is gerelateerd. Het is een pikant maar oncontroleerbaar detail. Van Houten is overleden en volgens Argentijnse bronnen is de connectie onwaarschijnlijk: de Zorreguieta's behoorden niet tot de hoge kringen waarin de prins zich in Argentinië bewoog.

Prins Bernhard bleef in de jaren vijftig en zestig regelmatig naar Zuid-Amerika afreizen. Inmiddels had hij daar immers nóg een goede bekende opgedaan: Evita Perón, die hij vermoedelijk al in de zomer van 1947 had ontmoet tijdens een groot feest aan de Franse Rivièra, georganiseerd door de Uruguayaanse tycoon Alberto Dodero. Tijdens zijn bezoek van 1951 vereerde Bernhard Evita met het Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau.

V

OLGENS DE schrijver V.S. Naipaul, in een artikel in de Sunday Times uit 1972, ontving Evita een paar jaar later, in 1955, via Bernhard nog heel iets anders: vijfduizend automatische pistolen en 1500 machinegeweren. Die bewering, door het hof immer ontkend, werd in 1977 nog eens herhaald door de Argentijnse historicus Felix Luna.

De prins droeg de interesse voor Argentinië kennelijk over op zijn nazaten. Voor zijn kleinkinderen, zowel die van Beatrix als die van Margriet, werd Argentinië een favoriete vakantiebestemming.

De Hartekamp werd in 1952 verkocht, voor 330 duizend gulden aan de Broeders Penitenten van de Heilige Franciscus. Het jacht 'Olympia', waarmee de gasten van Catalina von Pannwitz graag mochten spelevaren, verdween uit de Ringvaart. Het statige symbool van prins Bernhards en Oranjes Argentijnse connectie in Nederland werd een tehuis voor verstandelijk gehandicapten, en dat is het nog steeds.

Binnenkort maakt hoogstwaarschijnlijk een nieuw en springlevend symbool haar glorieuze entree.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.