De archeologie als deel van Freuds zoektocht

Bij zijn dood liet Sigmund Freud zo'n drieduizend archeologische voorwerpen uit de hele wereld na. De vraag dringt zich op of er een verband bestaat met zijn werk....

MIEKE ZIJLMANS

DE ILLUSTRATIE op Sigmund Freuds ex-libris laat een staande, naakte jongeman zien, de kin ondersteund door zijn rechter handpalm, terwijl zijn rechter elleboog losjes op de knop van zijn wandelstok leunt. Hij luistert ontspannen naar een grof gebouwde vrouw met vleugels en de voorpoten van een leeuw. De Oedipus die Freud (1856-1939) voorin zijn boeken plakte, is volstrekt niet bang voor de kwaadaardige sfinx; hij gaat haar raadsel oplossen, waarna Thebe van zijn sores verlost zal zijn en Oedipus de koningin mag trouwen. Hij is zich niet bewust van de ellende die hem nog boven het hoofd hangt.

De theorie dat elke kleine jongen zijn vader ziet als een rivaal in zijn behoefte aan sex met zijn moeder - beter bekend als het Oedipus-complex - is een van de opzienbarendste in Die Traumdeutung (1899), het boek dat wordt beschouwd als Freuds meesterwerk. Zijn fascinatie voor Oedipus materialiseerde de grondlegger van de psychoanalyse door antieke afbeeldingen van hem te verzamelen. In zijn omvangrijke verzameling archeologische objecten komt deze tragische held veelvuldig voor.

Bij zijn dood liet Sigmund Freud een collectie van zo'n drieduizend archeologische voorwerpen na, verzameld in ruim veertig jaar tijd. Veelal beeldjes en fragmenten van hooguit een centimeter of tien. De voorwerpen zijn zowel van Griekse en Romeinse origine, als afkomstig uit China, het Nabije Oosten en zelfs Polynesië.

Uit deze verzameling zijn 113 stukken te zien op de tentoonstelling Ooit van Freud in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden (tot en met 10 juli). De selectie is deels ingegeven door de esthetische en oudheidkundige kwaliteit van de stukken, maar zeker ook door het veronderstelde verband tussen het psychoanalytische gedachtengoed enerzijds en de betekenis van de afbeeldingen anderzijds.

Wanneer een gedreven gedragswetenschapper tevens een hartstochtelijk verzamelaar van kunst blijkt te zijn, dringt zich de vraag op in hoeverre beide passies elkaar beïnvloeden. Freud gebruikte regelmatig mythologische termen en namen om de kronkels in de menselijke geest te benoemen.

Van hemzelf is de vergelijking afkomstig van psychoanalyse met archeologie, beter bekend als de archeologische metafoor. Beide vakgebieden leggen de realiteit bloot van voorbije tijden die in de loop der jaren legendarisch zijn geworden; beide scheppen laag na laag weg, op zoek naar resten van wat ooit is gebeurd.

Twee van zijn patiënten hebben op papier beschreven hoe Freud tijdens zijn therapie het verband met de archeologie legde. De zogenoemde Wolvenman meldt dat hij zich ontleed voelt als een archeologische vindplaats. Patiënt Hilda Doolittle beschrijft hoe Freud haar het geschonden beeldje laat zien van de oorlogsgodin Athena: 'Haar ene hand stak omhoog alsof die een staf of stok vasthield. ''Ze is volmaakt'', zei Freud, ''alleen is ze haar speer kwijt''.' Athena is de maagdelijke oorlogsgodin, personificatie van de wijsheid, die volgens Freud contact met mannen afwijst. De interpretatie wil dat Freud in de bewapening van deze mannelijk aandoende vrouw de vervanging ziet van de fallus, de penis waaraan het vrouwen ontbreekt. Daarmee zou Athena - evenals Artemis een gewapende en nogal mannelijke godin - de personificatie zijn van de penisnijd.

Dat Freud zijn gedachtengoed met dergelijke formuleringen populariseerde, was in zijn tijd minder vergezocht dan nu moge lijken. Hij leefde in de bloeiperiode van grote archeologische ondernemingen. Heinrich Schliemanns eerste grote vondsten in wat wordt verondersteld het Griekse Troje te zijn, dateren van 1873. Arthur Evans groef rond de eeuwwisseling op Kreta het paleis van koning Minos op. Het graf van Toetanchamon werd in 1922 gevonden door Howard Carter. Archeologie was kortom in de mode in Freuds dagen.

Zo niet het sparen van archeologische voorwerpen. Dat een negentiende-eeuwse heer snuisterijen verzamelde, was normaal. Doch vooral het bezit van biedermeier- en barok-voorwerpen wees toentertijd op goede smaak. Dat was een gelukkig toeval voor de Wener, die niet zeer kapitaalkrachtig was vanwege de financiële verplichtingen die de zorg met zich meebracht voor een groot gezin en een aantal behoeftige familieleden.

Hoewel de collectie van Freud nu een fortuin waard is, was de aanschaf van oudheden in zijn tijd geen extreem kostbare zaak. De exportbepalingen van veel landen waar (volop) werd gegraven, waren tot aan de Eerste Wereldoorlog nog vrij soepel, zodat de prijzen van de waar laag bleven. Sommige stukken verwierf hij echt voor een habbekrats, andere kreeg hij cadeau van bewonderaars.

Hoewel hij er veel over had gelezen, was Freud geen echte kenner van archeologische voorwerpen. Vaak liet hij aanwinsten bekijken door specialisten van het Weense Kunsthistorisches Museum. Die meldden of het stuk origineel was, omschreven wat het voorstelde en ontcijferden zo mogelijk eventuele opschriften.

De volledige collectie levert geen bewijs dat Freud speciaal op zoek was naar voorstellingen die zijn theorieën steunden. Het valt evenwel zeer op, zo meent drs R. Halbertsma, hoofd collectiebeheer en verantwoordelijk voor de inrichting van de Leidse tentoonstelling, dat Freud bijvoorbeeld een stuk of zes Eros-beeldjes bezat, een verzameling fallische amuletten, sfinxjes, afbeeldingen van Narcissus, en een aantal voorwerpen waarin de godinnen Athena en Artemis een prominente rol spelen.

Eros is het symbool van het levensinstinct en het libido. Narcissus staat bij Freud voor de eigenliefde waarmee vrouwen het gemis aan moederlijke aandacht compenseren. En de beide goddelijke dames ontbreekt het dus aan een fallus. Kun je daarom stellen dat tastbare verbeeldingen van mythische zaken daadwerkelijk een rol spelen in Freuds werk als psychoanalyticus? Halbertsma: 'Je moet erg kritisch staan tegenover dit soort interpretaties van Freuds belangstelling voor archeologie, tenzij er erg duidelijke aanwijzingen zijn.'

De Amsterdamse psychoanalyticus prof. dr A. van Dantzig meldt niet op de hoogte te zijn van enig verband tussen Freuds verzamelwoede en zijn eigenlijke pionierswerk: 'Maar dat kan aan mijn onwetendheid liggen. Ik denk dat je hem vooral moet zien als een 'gewone' collectioneur. Freud houdt zich bezig met wat het verleden in het heden aanricht. Dat doet de archeologie veel minder. In die zin is Freud eerder een historicus dan een archeoloog.

'Wanneer Freud een ander vak had gehad, zou hij naar Egypte zijn gegaan en hebben uitgezocht hoe in het dagelijks leven van de Egyptenaren de koningen en goden en sfinxen nog voortleefden. Dat zou een vorm van psychoanalytisch denken zijn geweest.

'Freud is altijd gemotiveerd vanuit het heden van de patiënt. Ik geloof niet dat je dat van een archeoloog kunt zeggen. Dus Freud heeft zijn 'archeologie' gebruikt als onderdeel van een grotere zoektocht.'

Mieke Zijlmans

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden