De arbeidsmarkt krap? 'Zeker!' Of toch niet?

De vooruitzichten voor 2013 zijn somber. In een serie van zes artikelen gaat de Volkskrant op zoek naar het licht aan het einde van de tunnel. Lonkt er herstel voor de huizenmarkt, de welvaart, de arbeidsmarkt, de export, de subsidiegebruikers en de banken? Vandaag: de arbeidsmarkt. ' Vraag en aanbod reageren op elkaar.' Tekst

De Nederlandse Spoorwegen openden in augustus hun eigen bedrijfsschool om vijftig jongeren op te leiden voor het vak van monteur bij dochter NedTrain. Bedrijven in Harderwijk en Rijssen die niet groot genoeg zijn voor een eigen opleiding, bundelen de krachten op het bedrijventerrein om gezamenlijk nieuwe collega's te scholen. Want ondanks de economische crisis zit de technische sector te springen om gekwalificeerd personeel.


De schaarste aan techneuten is een van de lichtpuntjes in de huidige arbeidsmarkt. Door de dubbele dip van de bankencrisis (2008-2009) en de eurocrisis (2011-2012) vlak na elkaar is de werkloosheid rap opgelopen naar dik 550 duizend werklozen. Zowel jongeren als ouderen hebben moeite om aan de bak te komen. En de ellende is nog niet voorbij. De komende jaren zal de werkloosheid met zo'n honderdduizend verder oplopen, voorspelde het Centraal Planbureau (CPB). De Nederlandse economie krimpt volgend jaar met 0,5 procent.


Het is een duidelijke breuk met de cijfers van voor de crisis. In 2008 nog verwachtte de commissie-Bakker - die plannen moest maken voor de hervorming van de arbeidsmarkt - dat de Nederlandse arbeidsmarkt juist te kampen zou krijgen met structurele tekorten aan personeel. Aangezien honderdduizenden babyboomers met pensioen gaan en door het lage geboortecijfer minder jongeren een plek op de arbeidsmarkt kunnen innemen, zouden sectoren als onderwijs, zorg en techniek met een groot personeeltekort krijgen te maken. De commissie-Bakker voorspelde zelfs een tekort van 350 duizend arbeidskrachten in 2015.


Gaat die aangekondigde vergrijzingsgolf de werkloosheid in Nederland alsnog dempen? Lonkt er enig herstel als bedrijven hun gepensioneerde personeel moeten vervangen?


Fabeltje

Zo rooskleurig als de commissie-Bakker de positie van jongere werknemers voorheen schetste, zal het zeker niet worden, weet Paul de Beer. De hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam heeft een nieuwe berekening gemaakt à la de commissie-Bakker (zie grafieken), met alle gegevens van nu, zoals de gevolgen van de bezuinigingen van het kabinet-Rutte II (CPB) en de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar (AOW).


De krappe arbeidsmarkt was al een fabeltje, zegt De Beer. Maar door de economische crisis geldt dat nog sterker. Als de werkgelegenheid vanaf 2018 weer voorzichtig met 1 procent groeit, zal de nu nog oplopende werkloosheid weer een knikje naar beneden maken. De Beer verwacht dat het werklozenleger in 2020 rond de 500 duizend uitkomt, iets lager dan nu.


Wie het over krapte heeft, ziet iets essentieels over het hoofd. De Beer: 'We hebben het niet voor niets over een arbeidsmárkt. Vraag en aanbod reageren op elkaar, bedrijven en werkenden passen zich dus aan. Bedrijven kiezen andere strategieën. Dat hebben we ook in de jaren zestig gezien, toen kwamen de gastarbeiders. Of een bedrijf automatiseert of verplaatst werk naar het buitenland. Een werkgever blijft echt niet zoeken naar personeel dat er niet is.'


Prognoses over krapte op de arbeidsmarkt moeten niet letterlijk worden genomen, vindt ook Lex Borghans, hoogleraar arbeidseconomie en sociaal beleid aan de Universiteit van Maastricht. 'Nederland wordt een kleiner land. Wat je consumeert en wat je produceert past zich aan elkaar aan. Luxemburg is nog kleiner, maar ook daar zijn geen tekorten.'


De zorg, het onderwijs en de techniek worden altijd genoemd als sectoren waar de arbeid straks niet is aan te slepen, maar deze organisaties passen zich aan, stelt Borghans. Een werkgever wil tenslotte voorkomen dat de loonkosten door grote schaarste te ver oplopen. 'Werk in de zorg wordt opgeknipt, zodat laagopgeleiden eenvoudig werk doen en de duurdere hoogopgeleiden het specialistische werk.'


Een goedkopere oplossing is om concessies te doen aan de kwaliteit. Dat signaleert Borghans in het onderwijs. 'Docenten komen niet meer van de universiteit. En er staan nu leraren voor de klas die via het vmbo en mbo naar de pabo zijn gegaan. Als er meer vraag komt naar een bepaald beroep, betekent dat niet dat we met grote aantallen onvervulde vacatures zullen zitten. Maar werkgevers zullen van alles doen om werken in dat beroep aantrekkelijker te maken en om de vraag zo klein mogelijk te houden. Het probleem lost zich dus op, maar personeel in dat beroep wordt wel duurder. Voor werknemers wordt het dus aantrekkelijker.'


Arbeid verandert ook, zegt Joop Schippers, hoogleraar arbeidseconomie aan de Universiteit van Utrecht. Banen verdwijnen en nieuw werk ontstaat. 'De loketmedewerker van de Nederlandse Spoorwegen is vervangen door de kaartjesautomaat. Nieuwe problemen leiden tot nieuwe oplossingen. Straks kijkt niemand meer op van een robot die ouderen helpt bij het aantrekken van steunkousen. Krapte op de arbeidsmarkt? Ik zie het niet gebeuren. De arbeidsmarkt past zich aan.'


Het Centraal Planbureau (CPB) in Den Haag kijkt naar de middellange termijn, tot 2017, maar ook de rekenmeesters in Den Haag reppen niet over krapte. 'Ik vraag me echt af of de overheid wel beleid moet ontwikkelen voor dat soort prognoses', zegt Bas ter Weel, hoofd arbeid en onderwijs van het CPB. 'Door de vergrijzing en ontgroening verandert de structuur van de economie, met misschien tijdelijke krapte, maar dat lost zich op. Is er een tekort aan technici? Dan stijgen de lonen, worden buitenlandse werknemers ingezet of verdwijnt het werk naar het buitenland.'


Op het verkeerde been

Toch heeft de overheid voor elkaar gekregen dat ook de factor arbeid, al dan niet gedwongen, in beweging komt. Ouderen werken inmiddels langer door en er wordt nauwelijks gemord over de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar. Bovendien is het te makkelijk om de krapte af te doen als een papieren verzinsel, zegt Frank Cörvers, hoofd onderzoek arbeidsmarktdynamiek van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) in Maastricht. Volgens hem moet een voorspeld tekort van 170 duizend technici in 2016 niet al te letterlijk worden genomen. Het geeft voor de nabije toekomst de frictie op de arbeidsmarkt aan. 'Je kunt wel gemakkelijk zeggen dat de markt zich aanpast, maar dat duurt soms lang en er zijn kosten aan verbonden, hogere lonen of omscholing bijvoorbeeld.'


Soortgelijke geluiden klinken er ook bij de werkgevers. 'Als de markt erom vraagt, kunnen we de lonen verhogen. Dat gebeurt soms al terwijl de techniek bovengemiddeld betaalt. Maar meer betalen heeft geen zin als er straks niemand techniek studeert, want dan zijn de mensen er dus echt niet', zegt Kasper Buiting, beleidsadviseur onderzoek en economie van FME, de werkgevers in de technische industrie.


De demografische gegevens liegen niet, vindt ook Hans van der Steen, directeur van werkgeversorganisatie AWVN, die zegt zich nog steeds voor te bereiden op een krappere arbeidsmarkt. 'In acht op de tien cao's maken we afspraken over duurzame inzetbaarheid. Als we tot ons 67ste werken en ook meer fulltime, kunnen we veel krapte opvangen. Veel bedrijven worden op het verkeerde been gezet door de crisis, waardoor ze nu moeten reorganiseren. We moeten voorbij de crisis kijken.'


Foto's


Licht aan het einde van de tunnel


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.